Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 4 maart 2019

 

Lukas 4:40-41

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidene ziekten [bevangen], die tot Hem, en Hij leide een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve. En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En [hen] bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was."

"Na zonsondergang brachten alle mensen hun zieken met hun verschillende kwalen naar hem toe. Hij legde hun stuk voor stuk de handen op en genas hen. Uit velen gingen ook demonen weg, waarbij ze schreeuwden: 'U bent de Zoon van God!' Maar Jezus verbood hun streng iets te zeggen, want zij wisten dat hij de Christus was."

"Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: 'Jij bent de Zoon van God!' Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat hij de messias was."

"Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: 'Jij bent de Zoon van God!' Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat hij de messias was."

"Bij het ondergaan van de zon werden vele zieke mensen bij Hem gebracht. Hij legde Zijn handen op hen en genas hen allemaal. Het deed er niet toe wat voor ziekte het was. Ook joeg Hij uit vele mensen boze geesten weg. Die schreeuwden dan: "U bent de Zoon van God!" Maar Hij legde ze onmiddellijk het zwijgen op, want de boze geesten wisten dat Hij de Christus was."

 

Overdenking van vandaag:

Als je ooit een dierbare hebt gehad die pijn had, dan weet je wat een kostbare gave het is om in staat te zijn om de situatie beter te maken en ook wat een grote frustratie het geeft als je helemaal niets kunt doen.  

Jezus kon dingen beter maken -- niet alleen maar een paar dingen, maar alle dingen. Ziekte, demonen en zelfs de dood waren niet opgewassen tegen zijn kracht om dingen beter te kunnen maken. Zijn woorden, de aanraking van zijn hand en de kracht van zijn aanwezigheid bracht genezing met zich mee, bevrijding en rust.  

Zelfs nu verlangt hij ernaar dat wij hem in ons leven uitnodigen, in onze problemen, zodat hij de dingen beter kan maken voor ons. Het kan zijn dat niet al onze korte-termijn, lichamelijke problemen gegarandeerd zullen verdwijnen, maar toch zullen ze zwakker worden in het licht van zijn aanwezigheid en zijn belofte om ons door die problemen heen te leiden en ons zijn uiteindelijke zegen te geven.

 

Gebed:

Dierbare Heer Jezus, u bent welkom in mijn leven. Ik heb uw aanwezigheid nodig bij mijn worstelingen met pijn, woede, frustratie, angsten en moeilijkheden waar ik voor sta. Weet alstublieft dat ik wil dat u in mijn leven werkt, uw wil uitvoert en mij leidt in de richting waar u wilt dat ik ga. Ik bid in de naam van Jezus. Amen.

 

Contekst: Lukas 4:31-44

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen. En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht. En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, Zeggende: Laat af, wat [hebben] wij met U [te] [doen], Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, [namelijk] de Heilige Gods. En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit? En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands. En [Jezus], opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en [de] [koorts] verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden. En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidene ziekten [bevangen], die tot Hem, en Hij leide een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve. En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En [hen] bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was. En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan. Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden. En Hij predikte in de synagogen van Galilea."

"Hij kwam in Kafarnaum, een stad in Galilea. Op sabbat gaf hij er de mensen onderricht. Ze waren onder de indruk van wat hij hun leerde, want zijn woorden hadden gezag. Nu was daar in de synagoge een man die in de macht was van een onreine, demonische geest. En hij schreeuwde luid: 'Hé, Jezus van Nazaret! Wat wilt u van ons? Bent u gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie u bent: u bent de heilige van God!' Jezus zei streng: 'Zwijg en ga uit de man weg.' De demon wierp de man midden in de synagoge tegen de grond en ging uit hem weg zonder dat de man letsel opliep. Allen stonden versteld en ze zeiden onder elkaar: 'Wat is dit voor een spreken? Wat een macht, wat een gezag! Hij geeft de onreine geesten bevel te gaan en ze gaan!' En overal in de omtrek werd over hem gesproken. Jezus verliet de synagoge en ging naar het huis van Simon. De schoonmoeder van Simon lag met hoge koorts op bed, en ze vroegen hem iets voor haar te doen. Hij ging bij het hoofdeinde staan, sprak de koorts streng toe en deze verdween. Zij stond onmiddellijk op en ging voor hen zorgen. Na zonsondergang brachten alle mensen hun zieken met hun verschillende kwalen naar hem toe. Hij legde hun stuk voor stuk de handen op en genas hen. Uit velen gingen ook demonen weg, waarbij ze schreeuwden: 'U bent de Zoon van God!' Maar Jezus verbood hun streng iets te zeggen, want zij wisten dat hij de Christus was. Bij het aanbreken van de dag ging hij naar buiten, naar een eenzame plek. De mensen gingen hem zoeken, en toen ze bij hem gekomen waren, probeerden ze hem bij zich te houden: hij mocht niet van hen weggaan. Maar hij zei: 'Ik moet het koninkrijk van God ook in andere steden bekendmaken, want daarvoor heeft God mij gezonden.' En hij verkondigde in de synagogen van het Joodse land het evangelie."

"En hij daalde af naar Kafarnaum, een stad in Galilea, en Hij leerde hen geregeld op de sabbat. En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag. En in de synagoge was iemand met een boze, onreine geest en hij schreeuwde met luider stem: Ha, wat hebt Gij met ons te maken, Jezus van Nazaret? Zijt Gij gekomen om ons te verdelgen? Ik weet wel, wie Gij zijt: de heilige Gods. En Jezus bestrafte hem en zeide: Zwijg stil en vaar uit van hem. En de boze geest wierp hem in het midden neer en voer van hem uit zonder hem enig kwaad te doen. En er kwam verbazing over allen en zij spraken erover tot elkander en zeiden: Wat voor spreken is dit? Want Hij legt met gezag en macht aan de onreine geesten zijn bevelen op en zij varen uit. En er ging een roep van Hem uit naar alle plaatsen in de omtrek. Daarna stond Hij op en ging van de synagoge naar het huis van Simon. De schoonmoeder van Simon nu was bevangen door zware koorts en zij riepen zijn hulp voor haar in. En hij ging aan het hoofdeinde staan en bestrafte de koorts en deze verliet haar. Onmiddellijk stond zij op en diende hen. Toen de zon onderging, brachten allen, die zieken hadden, lijdende aan allerlei kwalen, dezen tot Hem. Hij legde ieder van hen afzonderlijk de handen op en genas hen. Van velen voeren ook boze geesten uit, roepende en zeggende: Gij zijt de Zoon van God. En Hij bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was. En toen het dag geworden was, vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. En de scharen zochten Hem en kwamen tot Hem en trachtten Hem tegen te houden, opdat Hij niet van hen zou heengaan. Maar Hij sprak tot hen: Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden. En Hij predikte in de synagogen van Judea."

"Hij ging naar Kafarnaüm, een stad in Galilea, waar hij de inwoners steeds op sabbat onderwees. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak met gezag. Er was in de synagoge iemand die bezeten was door een geest, een onreine demon, en deze schreeuwde luidkeels: 'Aaah! Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.' Maar Jezus sprak hem streng toe en zei: 'Zwijg en ga uit hem weg!' De demon smeet de man op de grond en ging uit hem weg zonder hem te verwonden. Allen waren verbijsterd. Ze bespraken het voorval met elkaar en zeiden: 'Wat zijn dat voor dingen die hij zegt? Hoe komt het dat hij het gezag en de macht heeft om onreine geesten zijn bevelen te geven zodat zij de mensen verlaten?' Het nieuws over hem verspreidde zich overal in de streek. Na het verlaten van de synagoge ging hij naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Jezus om haar te helpen. Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen. Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: 'Jij bent de Zoon van God!' Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat hij de messias was. Bij het aanbreken van de dag vertrok hij en ging naar een eenzame plaats. De mensen gingen hem zoeken, en toen ze hem gevonden hadden probeerden ze hem ervan te weerhouden bij hen weg te gaan. Maar hij zei tegen hen: 'Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben ik gezonden.' En hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea."

"Hij kwam in Kapernaüm, een stadje aan het meer van Galilea. Daar ging Hij elke sabbat naar de synagoge en sprak er de mensen toe. Zij waren diep onder de indruk, want Hij zei de dingen zo zeker. Hij wist waar Hij over sprak en hoefde Zijn woorden geen kracht bij te zetten door aan te halen wat anderen hadden gezegd. Op een dag was Jezus weer in de synagoge. Een man die in de macht van een boze geest was, schreeuwde: "Jezus van Nazareth, ga weg! Ik wil niets met U te maken hebben. U bent gekomen om ons te vernietigen! Ik weet wel wie U bent: De heilige Zoon van God!" Jezus snoerde hem de mond. "Zwijg," zei Hij tegen de boze geest. "Kom eruit." De boze geest gooide de man midden in de synagoge op de grond en ging uit hem weg, zonder hem verder kwaad te doen. Vol verbazing zeiden de mensen tegen elkaar: "Nee, maar! De boze geesten doen wat Hij zegt!" Het nieuws over Zijn optreden ging als een lopend vuurtje door de streek. Uit de synagoge ging Hij naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder lag met hoge koorts in bed. Haar huisgenoten vroegen Jezus of Hij haar wilde genezen. Hij kwam bij haar bed staan en zei dat de koorts moest verdwijnen. Haar temperatuur werd onmiddellijk normaal. Zij stond op en maakte eten voor Jezus en de anderen klaar. Bij het ondergaan van de zon werden vele zieke mensen bij Hem gebracht. Hij legde Zijn handen op hen en genas hen allemaal. Het deed er niet toe wat voor ziekte het was. Ook joeg Hij uit vele mensen boze geesten weg. Die schreeuwden dan: "U bent de Zoon van God!" Maar Hij legde ze onmiddellijk het zwijgen op, want de boze geesten wisten dat Hij de Christus was. De volgende morgen vroeg ging Jezus naar een stille plek. De mensen zochten Hem overal. Toen zij Hem eindelijk hadden gevonden, smeekten zij Hem niet weg te gaan. Zij wilden zo graag dat Hij bij hen bleef. Maar Hij antwoordde: "Ik moet het goede nieuws van het Koninkrijk van God ook op andere plaatsen brengen. Dat is mijn opdracht." Daarna reisde Hij rond door Judea en sprak in de synagogen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

3 maart 2019 Lukas 4:38-39
2 maart 2019 Lukas 4:33-37
1 maart 2019 Lukas 4:31-32
28 februari 2019 Lukas 4:28-30
27 februari 2019 Lukas 4:25-27
26 februari 2019 Lukas 4:22-24
25 februari 2019 Lukas 4:16-21
 

Home