Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zondag 11 november 2018

 

Johannes 18:19-21

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer. Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken. Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb."

"De hogepriester stelde Jezus vragen over zijn volgelingen en over zijn leer. 'Ik heb in het openbaar en tot iedereen gesproken,' antwoordde Jezus. 'Ik heb steeds onderricht gegeven in een synagoge of in de tempel, waar alle Joden bij elkaar komen. Ik heb nooit iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij dan? Vraag de mensen die mij gehoord hebben, wat ik hun verteld heb. Zij weten wat ik heb gezegd.'"

"De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. Jezus zei: 'Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.'"

"De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. Jezus zei: 'Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.'"

"De hogepriester ondervroeg Jezus over Zijn discipelen en ideeën. "Het is algemeen bekend wat Ik heb gezegd," antwoordde Jezus. "Ik heb vrijuit gesproken. Ik sprak openlijk in de synagoge en in de tempel, overal waar de Joden bij elkaar komen. Waarom ondervraagt u Mij eigenlijk? Er zijn genoeg mensen die Mij hebben gehoord. Vraag het aan hen. Zij kunnen u precies vertellen wat Ik gezegd heb."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus leerde openlijk. Hij sprak de menigten toe op het platteland. Hij sprak openlijk in de tempel toen hij in Jeruzalem was. Hij stichtte niet een geheime vereniging gebaseerd op misleiding of privé bijeenkomsten. In tegenstelling, Jezus zal onrechtmatig beproefd worden, 's nachts, weg van de mensen.  

Echter, Jezus is het Licht. Hij onderwees en genas in het openbaar, vrij voor mensen om te aanvaarden of te verwerpen. Op vrijwel dezelfde manier is het christelijk leven niet bedoeld om verborgen of weggestopt te houden.  

Hoewel het nooit ons doel is onaangenaam of opdringerig te zijn over ons geloof, moeten wij ook beseffen dat ons christelijke leven bestemd is om openlijk getoond te worden aan anderen, zodat ze het kunnen accepteren of weigeren op basis van eerlijkheid, karakter en goede daden.

 

Gebed:

O Here God, help alstublieft het licht van Jezus door me te schijnen. Mag mijn leven een leven zijn dat u glorie brengt en mag mijn houding laten zien dat al het goede wat ik heb van u komt. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Johannes 18:12-27

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem; En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was. Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve. En Simon Petrus volgde Jezus, en een ander discipel. Deze discipel nu was den hogepriester bekend, en ging met Jezus in des hogepriesters zaal. En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in. De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet. En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich. De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer. Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken. Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb. En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester? Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.) En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet. Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem? Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan."

"De afdeling soldaten met hun commandant en de mensen van de tempelwacht arresteerden Jezus en deden hem boeien om. Toen brachten ze hem eerst naar Annas; Annas was de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was, dezelfde Kajafas die de Joodse leiders de raad had gegeven: Het is beter dat één mens sterft voor het volk. Simon Petrus en een andere leerling volgden Jezus. Die andere leerling was een kennis van de hogepriester; daarom ging hij samen met Jezus de binnenplaats op van het huis van de hogepriester. Petrus bleef buiten bij de poort staan. De andere leerling, de kennis van de hogepriester, kwam naar buiten, praatte met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. 'Bent u ook niet een leerling van die man?' vroeg het meisje bij de poort aan Petrus. 'Nee, ik niet' zei Petrus. Omdat het koud was, hadden de knechten en de mensen van de tempelwacht een houtskoolvuur aangelegd waarbij ze zich stonden te warmen. Ook Petrus ging erbij staan om zich te warmen. De hogepriester stelde Jezus vragen over zijn volgelingen en over zijn leer. 'Ik heb in het openbaar en tot iedereen gesproken,' antwoordde Jezus. 'Ik heb steeds onderricht gegeven in een synagoge of in de tempel, waar alle Joden bij elkaar komen. Ik heb nooit iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij dan? Vraag de mensen die mij gehoord hebben, wat ik hun verteld heb. Zij weten wat ik heb gezegd.' Toen hij dat zei, gaf een van zijn bewakers hem een klap in het gezicht. 'Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?' zei hij. 'Als ik iets verkeerd gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was,' antwoordde Jezus hem. 'Maar als het juist is wat ik zei, waarom slaat u me dan?' Toen stuurde Annas hem geboeid naar hogepriester Kajafas. Simon Petrus stond zich nog steeds bij het vuur te warmen. 'Bent u ook niet een van zijn leerlingen?' vroeg men hem. 'Nee, ik niet!' ontkende Petrus. 'Heb ik u niet bij hem in de boomgaard gezien?' vroeg een van de knechten van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus een oor had afgeslagen. Maar Petrus ontkende het opnieuw, en meteen kraaide er een haan."

"De afdeling soldaten dan en de overste en de dienaars der Joden namen Jezus gevangen, boeiden Hem, en brachten Hem eerst voor Annas, want hij was de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was; en Kajafas was het, die de Joden de raad had gegeven: Het is nuttig, dat een mens sterft ten behoeve van het volk. En Simon Petrus en een andere discipel volgden Jezus. En die discipel was een bekende van de hogepriester en hij ging met Jezus het paleis van de hogepriester binnen, maar Petrus stond buiten aan de poort. De andere discipel dan, de bekende van de hogepriester, kwam naar buiten, en hij sprak met de portierster en bracht Petrus binnen. De slavin dan, die portierster was, zeide tot Petrus: Gij behoort toch ook niet tot de discipelen van deze mens? Hij zeide: Ik niet! De slaven en de dienaars stonden zich te warmen bij een kolenvuur, dat zij aangelegd hadden, want het was koud, en ook Petrus stond zich bij hen te warmen. De hogepriester dan vroeg Jezus naar zijn discipelen en naar zijn leer. Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken; Ik heb voortdurend in de synagoge geleerd en in de tempel, waar al de Joden bijeenkomen, en in het verborgen heb Ik niets gesproken. Waarom vraagt gij Mij? Vraag hun, die gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb. En toen Hij dit zeide, gaf een van de dienaars, die erbij stond, Jezus een slag in het gelaat en zeide: Antwoordt Gij zo de hogepriester? Jezus antwoordde hem: Indien Ik verkeerd gesproken heb, geef aan wat verkeerd was, maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij? Annas dan zond Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester. En Simon Petrus stond zich te warmen. Zij zeiden dan tot hem: Gij behoort toch ook niet tot zijn discipelen? Hij ontkende het en zeide: Ik niet! Een der slaven van de hogepriester, een verwant van hem, wiens oor Petrus had afgeslagen, zeide: Zag ik u niet in de hof met Hem? Petrus dan ontkende het wederom en terstond daarop kraaide een haan."

"De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden hem. Ze brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester en hij was het die de Joden had voorgehouden: 'Het is goed dat één man sterft voor het hele volk.' Simon Petrus liep met een andere leerling achter Jezus aan. Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, maar Petrus bleef buiten bij de poort staan. Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. Het meisje sprak Petrus aan: 'Ben jij soms ook een leerling van die man?' 'Nee, ik niet, 'zei hij. De slaven en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen. De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. Jezus zei: 'Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.' Toen Jezus dat zei gaf een van de dienaren die erbij stonden, hem een klap in het gezicht: 'Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?' Jezus zei: 'Als ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat ik heb gezegd, waarom slaat u me dan?' Daarna stuurde Annas hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester. Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. 'Ben jij soms ook een leerling van hem?' vroegen ze. 'Nee, 'ontkende Petrus, 'ik niet.' Maar een van de slaven van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei: 'Maar ik heb toch gezien dat je bij hem was in de olijfgaard?' Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan."

"De soldaten en tempeldienaars namen Jezus gevangen. Zij boeiden Hem en brachten Hem eerst bij Annas, de schoonvader van Kajafas, de hogepriester van dat jaar. Kajafas had indertijd tegen de Hoge Raad gezegd dat het beter voor hen was als één man voor het hele volk stierf. Annas stuurde Jezus, Die nog steeds geboeid was, door naar de hogepriester Kajafas. Simon Petrus en een andere discipel volgden Jezus. Die andere discipel was een kennis van de hogepriester. Hij mocht tegelijk met Jezus op de binnenplaats van het paleis. Maar Petrus moest buiten blijven. De andere discipel kwam terug, sprak even met de portierster en nam Petrus toen mee naar binnen. De portierster zei: "U bent zeker een discipel van die Jezus." "Nee, hoor," zei Petrus. Omdat het koud was, hadden de knechten en bewakers een vuur gemaakt waarbij zij zich warmden. Petrus ging er ook bij staan. De hogepriester ondervroeg Jezus over Zijn discipelen en ideeën. "Het is algemeen bekend wat Ik heb gezegd," antwoordde Jezus. "Ik heb vrijuit gesproken. Ik sprak openlijk in de synagoge en in de tempel, overal waar de Joden bij elkaar komen. Waarom ondervraagt u Mij eigenlijk? Er zijn genoeg mensen die Mij hebben gehoord. Vraag het aan hen. Zij kunnen u precies vertellen wat Ik gezegd heb." Eén van de bewakers gaf Jezus een klap in het gezicht. "Zo wordt niet tegen de hogepriester gesproken!" zei hij. "Als Ik iets fout heb gezegd, vertel het Mij dan," zei Jezus. "Maar als ik gelijk heb, waarom slaat u Mij dan?" Terwijl Petrus zich bij het vuur stond te warmen, vroegen enkelen van de mannen: "Zeg, bent u ook niet één van Zijn discipelen?" "Welnee!" antwoordde Petrus. "Maar ik geloof dat ik u bij Hem in de tuin heb gezien," zei een knecht van de hogepriester. Deze was familie van de knecht van wie Petrus een oor had afgeslagen. Petrus ontkende het opnieuw. Direct daarna kraaide er een haan."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

10 november 2018 Johannes 18:15-18
9 november 2018 Johannes 18:12-14
8 november 2018 Johannes 18:10-11
7 november 2018 Johannes 18:7-9
6 november 2018 Johannes 18:4-6
5 november 2018 Johannes 18:1-3
4 november 2018 Johannes 17:25-26
 

Home