Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 20 maart 2020

 

Markus 5:6-8

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij [toe], en aanbad Hem. En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U [te] [doen], Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt! (Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)"

"Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af, viel voor hem neer en schreeuwde: 'Wat wilt u van me, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer u bij God, pijnig me niet!' Want Jezus had gezegd: 'Onreine geest, ga uit die man weg!'"

"Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer, en luid schreeuwend zei hij: 'Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!' Want hij had tegen hem gezegd: 'Onreine geest, ga weg uit die man.'"

"Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer, en luid schreeuwend zei hij: 'Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!' Want hij had tegen hem gezegd: 'Onreine geest, ga weg uit die man.'"

"oen hij Jezus zag aankomen, rende hij op Hem toe en viel voor Hem neer. Jezus zei tegen de boze geest, die in de man zat: "Duivelse geest! Ga eruit!" De geest begon vreselijk te krijsen: "Waarom bemoeit U Zich met mij, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? In Gods naam, doe mij geen pijn!"

 

Overdenking van vandaag:

In het evangelie van Markus leren we dat de demonen Jezus' ware identiteit weten. Zij vrezen Jezus en weten dat hij macht heeft over hen. De man die we ontmoeten tussen de graven op de begraafplaats spreekt niet - een man wiens naam we nooit weten omdat zijn identiteit gestolen is door de demonen die in hem wonen. In plaats daarvan spreken de demonen door zijn stem.  

Hun terreur op hun eigen nederlaag in Jezus' handen is geopenbaard. Als Gods aanwezigheid in menselijk lichaam - Gods Zoon - is Jezus superieur aan alle wezens, hemels en aards, goed en kwaad.  

Zowel tijdens de periode waarin hij op de aarde was en nu aan de rechterhand van de Vader, heeft hij de macht over hen. Zij kunnen en zullen hem niet verslaan. Zelfs bij het Kruis triomfeert hij over hen vanwege zijn offer-gehoorzaamheid die onze vrijheid, vergeving en gerechtigheid koopt.

 

Gebed:

Heilige God, Almachtige Abba Vader, ik prijs u voor Jezus' macht over alle dingen en alle wezens. Geef me vertrouwen om dit te geloven en ernaar te leven. Hoewel ik weet dat ik zal vechten tegen de macht van Satan en zijn engelen, geloof ik oprecht dat door Jezus, de overwinning van mij is. Ik prijs u en dank u in de machtige naam van Jezus. Amen.

 

Contekst: Markus 5:1-20

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen. En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest; Dewelke [zijn] woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen. Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen. En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen. Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij [toe], en aanbad Hem. En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U [te] [doen], Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt! (Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!) En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen. En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond. En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende. En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen. En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee. En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten [zulks] in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was. En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, [namelijk] die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd. En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en [ook] van de zwijnen. En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging. En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn. Doch Jezus liet hem [dat] niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote [dingen] u de Heere gedaan heeft, en [hoe] Hij Zich uwer ontfermd heeft. En hij ging heen, en begon te verkondigen in het [land] van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen."

"Zij gingen naar de overkant van het meer, naar het gebied van de Gerasenen. Nauwelijks was hij de boot uit, of daar kwam van de begraafplaats iemand op hem af die in de macht van een onreine geest was en in de grafspelonken woonde. Niemand kon hem meer vastbinden, zelfs niet met kettingen. Al vaak hadden ze hem aan handen en voeten gebonden, maar telkens was het hem gelukt zijn boeien te verbreken en zijn kettingen stuk te trekken. En niemand was sterk genoeg om hem te overmeesteren. Dag en nacht zwierf hij rond tussen de graven en over de heuvels. Hij stootte allerlei kreten uit en sloeg zichzelf met stenen. Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af, viel voor hem neer en schreeuwde: 'Wat wilt u van me, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer u bij God, pijnig me niet!' Want Jezus had gezegd: 'Onreine geest, ga uit die man weg!' Jezus vroeg hem: 'Wat is uw naam?' 'Legio,' antwoordde hij, 'want we zijn met velen.' En hij verzocht Jezus dringend, hen niet uit deze streek te verjagen. Nu werd daar op de helling van een heuvel een grote kudde varkens gehoed. 'Stuur ons naar die varkens,' verzochten de geesten Jezus, 'dan kunnen we bij ze intrekken.' Jezus stond hun dat toe. De onreine geesten gingen weg uit de man en trokken in bij de varkens, en de kudde, zo'n tweeduizend stuks, stormde de helling af, het meer in en ze verdronken. De varkenshoeders vluchtten weg en vertelden het overal in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Bij Jezus gekomen, zagen ze de bezetene zitten die altijd legio demonen in zich had; hij was gekleed en bij zijn volle verstand. Ze schrokken ervan. De mensen die het gezien hadden, vertelden hun wat er gebeurd was met de bezetene en met de varkens. Toen vroegen zij Jezus dringend hun gebied te verlaten. Toen Jezus in de boot ging, vroeg de man die bezeten was geweest, of hij met hem mee mocht. Jezus weigerde. 'Ga naar huis, naar uw familie,' zei hij, 'en vertel alles wat de Heer voor u gedaan heeft, hoe goed hij voor u is geweest!' En de man ging weg en begon in het Tienstedengebied bekend te maken wat Jezus voor hem gedaan had, en iedereen stond verbaasd."

"En zij kwamen aan de overkant der zee in het land der Gerasenen. En toen Hij uit het schip ging, kwam Hem terstond uit de grafsteden een mens tegemoet met een onreine geest, die verblijf hield in de graven, en niemand had hem meer kunnen binden zelfs niet met een keten, want hij was dikwijls met voetboeien en ketenen gebonden geweest en de ketenen waren door hem stukgetrokken en de voetboeien vernield, en niemand was bij machte hem te bedwingen. En voortdurend, nacht en dag, was hij in de graven en in de bergen, schreeuwende en zichzelf met stenen slaande. En toen hij Jezus uit de verte zag, liep hij toe, viel voor Hem neder, en zeide, roepende met luider stem: Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt. Want Hij zeide tot hem: Onreine geest, ga uit van deze mens. En Hij vroeg hem: Hoe is uw naam? En hij zeide tot Hem: Mijn naam is legioen, want wij zijn talrijk. En hij smeekte Hem dringend hen niet buiten het land te zenden. Nu werd daar bij de berg een grote kudde zwijnen gehoed. En zij smeekten Hem, zeggende: Zend ons in de zwijnen, dat wij daarin varen. En Hij stond het hun toe. En de onreine geesten gingen uit en voeren in de zwijnen; en de kudde, ongeveer tweeduizend, stormde langs de helling de zee in en zij verdronken in de zee. En die ze hoedden, namen de vlucht en berichtten het in de stad en op het land. En de mensen gingen zien, wat er gebeurd was. En zij kwamen bij Jezus en zagen de bezetene zitten, gekleed en goed bij zijn verstand, hem, die het legioen gehad had; en zij werden bevreesd. En die het hadden gezien, verhaalden hun, hoe het met de bezetene gegaan was en ook van de zwijnen. En zij begonnen er bij Hem op aan te dringen, dat Hij uit hun gebied weg zou gaan. En toen Hij in het schip ging, smeekte de bezetene Hem, dat hij bij Hem mocht blijven. Doch Hij stond het hem niet toe, maar Hij zeide tot hem: Ga naar uw huis tot de uwen en bericht hun al wat de Here in zijn ontferming u gedaan heeft. En hij ging weg en begon in de Dekapolis te verkondigen al wat Jezus hem gedaan had, en allen verwonderden zich."

"Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen. Toen hij uit de boot gestapt was, kwam hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden. Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen. Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer, en luid schreeuwend zei hij: 'Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!' Want hij had tegen hem gezegd: 'Onreine geest, ga weg uit die man.' Jezus vroeg hem: 'Wat is je naam?' En hij antwoordde: 'Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.' Hij smeekte hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen. Nu liep er op de berghelling een grote kudde varkens te grazen. De onreine geesten smeekten hem: 'Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.' Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water. De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in de stad en in de dorpen wat ze hadden meegemaakt, en de mensen gingen kijken wat er was gebeurd. Ze kwamen bij Jezus en zagen de bezetene daar zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, dezelfde man die altijd bezeten was geweest door het legioen, en ze werden door schrik bevangen. Degenen die alles gezien hadden, legden uit wat er met de bezetene en met de varkens was gebeurd. Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten. Toen hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om bij hem te mogen blijven. Dat stond hij hem niet toe, maar hij zei tegen hem: 'Ga naar huis, naar uw eigen mensen, en vertel hun wat de Heer allemaal voor u heeft gedaan en hoe hij zich over u heeft ontfermd.' De man ging weg en maakte in Dekapolis bekend wat Jezus voor hem had gedaan, en iedereen stond verbaasd."

"Zij kwamen aan de overkant van het meer in het gebied van de Gerasenen. Jezus was nog maar net aan land gestapt of er rende een man op Hem toe die een boze geest in zich had. Hij woonde tussen de rotsgraven en was zo sterk dat niemand hem in bedwang kon houden. Men had hem vaak aan handen en voeten gebonden, maar hij rukte de kettingen en boeien dan gewoon stuk. Niemand kon iets met hem beginnen. Dag en nacht zwierf hij rond tussen de graven en ging ook vaak de bergen in. Hij liep altijd te schreeuwen en sloeg zichzelf met scherpe stenen. oen hij Jezus zag aankomen, rende hij op Hem toe en viel voor Hem neer. Jezus zei tegen de boze geest, die in de man zat: "Duivelse geest! Ga eruit!" De geest begon vreselijk te krijsen: "Waarom bemoeit U Zich met mij, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? In Gods naam, doe mij geen pijn!" "Hoe heet je?" vroeg Jezus. "Legioen," antwoordde de boze geest, "want wij zijn hier met velen." En hij smeekte: "Jaag ons niet ver weg! Wij willen in deze buurt blijven!" Nu liep er op de helling een grote troep van zo'n 2000 varkens eten te zoeken. De boze geesten smeekten: "Laat ons alstublieft in die varkens gaan! Stuur ons daar maar in!" Jezus vond dat goed. De geesten kwamen uit de man en gingen in de varkens. Op hetzelfde moment stormde de hele kudde de helling af, het meer in. Ze verdronken allemaal. De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden overal wat zij hadden meegemaakt. Van alle kanten kwamen mensen naar Jezus toe om te zien wat er gebeurd was. Zij zagen de man die een boze geest had gehad. Hij had nu kleren aan en was volledig bij zijn verstand. Zij werden bang. De mensen die het hadden gezien, vertelden hoe de boze geesten uit de man in de varkens waren gegaan. Nu ze allemaal wisten wat Jezus had gedaan, vroegen zij Hem dringend weg te gaan. Hij ging weer in de boot. De man die bezeten was geweest, zei dat hij graag met Hem meewilde, maar Jezus vond dat niet goed. "Ga naar huis," zei Hij, "naar uw familie en vrienden en vertel hun wat God voor u heeft gedaan, hoe goed Hij voor u is geweest." De man ging weg en vertelde overal in de provincie Dekapolis wat Jezus voor hem had gedaan. Iedereen luisterde met verbazing naar hem."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

19 maart 2020 Markus 5:3-5
18 maart 2020 Markus 5:1-2
17 maart 2020 Markus 4:40-41
16 maart 2020 Markus 4:39
15 maart 2020 Markus 4:38
14 maart 2020 Markus 4:37
13 maart 2020 Markus 4:35-36
 

Home