Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zaterdag 1 februari 2020

 

Markus 2:6-7

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus [gods] lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?"

"Nu zaten er ook een paar schriftgeleerden, en die vroegen zich af: 'Hoe durft hij dat te zeggen? Hij lastert God! Want alleen God kan zonden vergeven!'"

"Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven!"

"Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven!"

"Er zaten ook een paar Joodse godsdienstleraars in dat huis. Toen die dit hoorden, dachten ze bij zichzelf: "Hoe durft Hij! Hij spot met God! Er is er maar één die de mensen hun zonden kan vergeven en dat is God!"

 

Overdenking van vandaag:

Ja, de vraag is de juiste vraag! "Wie anders dan God kan zonden vergeven!" Deze schokkende vraag werd gesteld door de religieuze tegenstanders van Jezus, maar is ook voor ons bedoeld. Terwijl we elkaar moeten vergeven, kan alleen God volledig zonden vergeven. Dat is het punt. Jezus is de Christus, Gods Zoon, die zich onder ons begaf. Hij is God in het menselijke lichaam.  

Willen we weten hoe God mensen waarde geeft: alles wat we moeten doen is kijken naar Jezus en we weten het. Nog belangrijker, als we willen weten hoe onze zonden vergeven kunnen worden, kunnen we naar hem kijken!

 

Gebed:

Here God Almachtig, ik geloof dat u op de wegen van Galilea en Judea liep, dat uw voeten vies werden met het stof van ons sterfte en dat uw gewaad vuil werd door de zonden van mensen zoals ik. Dank u voor het tonen aan mij van uw onvergelijkbare liefde en genade in Jezus, in wiens naam ik u prijs en dank. Amen.

 

Contekst: Markus 2:1-12

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En na [sommige] dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden [daar] velen, alzo dat ook zelfs de [plaatsen] omtrent de deur [hen] niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen. En er kwamen [sommigen] tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd. En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en [dat] opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag. En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven. En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus [gods] lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God? En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel? Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!"

"Toen Jezus enkele dagen later weer in Kafarnaum was, werd bekend dat hij thuis was. Er stroomden zoveel mensen toe dat er nergens plaats meer was, zelfs niet voor de deur. En Jezus sprak met hen over de boodschap van God. Er kwamen mensen aan die een verlamde bij zich hadden. Met z'n vieren droegen ze hem. Omdat er zoveel mensen waren, konden ze niet bij Jezus komen. Daarom namen ze boven de plek waar hij zat, de dakbedekking weg en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze de verlamde man op zijn draagbed naar beneden zakken. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: 'Mijn zoon, uw zonden worden u vergeven.' Nu zaten er ook een paar schriftgeleerden, en die vroegen zich af: 'Hoe durft hij dat te zeggen? Hij lastert God! Want alleen God kan zonden vergeven!' Jezus begreep onmiddellijk wat zij dachten en hij zei: 'Waarom denkt u dat bij uzelf? Wat is eenvoudiger? Tegen deze verlamde zeggen: Uw zonden worden u vergeven, of: Sta op, pak uw bed en loop? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon de macht heeft om hier op aarde zonden te vergeven.' Toen richtte hij zich tot de verlamde: 'U zeg ik: sta op, pak uw bed en ga naar huis.' Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging naar buiten. Iedereen kon het zien! De mensen waren buiten zichzelf, ze prezen God en zeiden: 'Zoiets hebben we nog nooit gezien.'"

"En toen Hij weder te Kafarnaum gekomen was, hoorde men na enige dagen, dat Hij thuis was. En velen kwamen bijeen, zodat zelfs de ruimte bij de deur hen niet meer kon bevatten, en Hij sprak het woord tot hen. En zij kwamen en brachten een verlamde tot Hem, die door vier mannen gedragen werd. En daar zij deze niet tot Hem konden brengen vanwege de schare, namen zij de dakbedekking weg boven de plaats, waar Hij was, en na het dak opengebroken te hebben, lieten zij de matras neder, waarop de verlamde lag. En daar Jezus hun geloof zag, zeide Hij tot de verlamde: Kind, uw zonden worden vergeven. Nu waren daar enige van de schriftgeleerden gezeten en zij overlegden in hun harten: Wat spreekt deze aldus? Hij lastert God. Wie kan zonden vergeven dan God alleen? En Jezus doorzag terstond in zijn geest, dat zij aldus in zichzelf overlegden, en Hij zeide tot hen: Waarom overlegt gij deze dingen in uw harten? Wat is gemakkelijker, tot de verlamde te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en neem uw matras op en wandel? Maar, opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven; zeide Hij tot de verlamde: Tot u zeg Ik, sta op, neem uw matras op en ga naar uw huis. En hij stond op, nam terstond zijn matras op en ging voor aller oog naar buiten, zodat zij allen ontzet waren en God verheerlijkten, zeggende: Zo iets hebben wij nog nooit gezien!"

"Toen hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en hij verkondigde hun de heilsboodschap. Er werd ook een verlamde bij hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: 'Vriend, uw zonden worden u vergeven.' Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei hij: 'Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: "Uw zonden worden u vergeven" of: "Sta op, pak uw bed en loop"? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.' Toen zei hij tegen de verlamde: 'Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.' Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. 'Zoiets hebben we nog nooit gezien, 'zeiden ze."

"Een tijd later kwam Jezus weer in Kapernaüm. Het duurde niet lang of de hele stad wist dat Hij thuis was en al gauw was het huis overvol. Ook voor de deur stonden vele mensen te luisteren naar wat Jezus vertelde. Vier mannen kwamen met een verlamde op een draagbaar. Zij wilden naar Jezus toe, maar omdat het er zwart zag van de mensen, konden ze niet bij Hem komen. Daarom gingen ze het platte dak op en maakten daarin een groot gat vlak boven de plaats waar Jezus stond. Daarna lieten ze de verlamde man door het gat zakken. Jezus zag dat zij er gewoon niet aan twijfelden of Hij hun vriend zou helpen. Hij zei tegen de verlamde man: "Ik vergeef u al uw zonden." Er zaten ook een paar Joodse godsdienstleraars in dat huis. Toen die dit hoorden, dachten ze bij zichzelf: "Hoe durft Hij! Hij spot met God! Er is er maar één die de mensen hun zonden kan vergeven en dat is God!" Jezus wist wel wat er in hen omging en zei tegen hen: "Waarom windt u zich zo op over mijn woorden? Mag Ik hem zijn zonden niet vergeven? Maar als Ik nu tegen deze verlamde man zeg dat hij moet gaan staan en naar huis lopen? Mag Ik dat ook niet zeggen? God heeft Mij (de Mensenzoon) de bevoegdheid gegeven zonden te vergeven. Als iemand van Mij vergeving krijgt, hééft hij vergeving gekregen." Daarop zei Hij tegen de verlamde man: "Sta op, ga naar huis en neem uw draagbaar mee." De man sprong overeind, nam zijn draagbaar onder de arm en liep tussen de verblufte omstanders door naar buiten. Er steeg een gejuich op tot eer van God. "Zoiets hebben wij nog nooit gezien!" reageerde iedereen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

31 januari 2020 Markus 2:3-5
30 januari 2020 Markus 2:1-2
29 januari 2020 Markus 1:45
28 januari 2020 Markus 1:43-44
27 januari 2020 Markus 1:40-42
26 januari 2020 Markus 1:40
25 januari 2020 Markus 1:39
 

Home