Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zondag 15 december 2019

 

Lukas 23:1-4

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus. En zij begonnen Hem te beschuldigen, zeggende: Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt den keizer schattingen te geven, zeggende, dat Hij Zelf Christus, de Koning is. En Pilatus vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens."

"De hele vergadering stond op om hem voor Pilatus te brengen. Daar spraken ze de beschuldiging uit: 'Wij hebben vastgesteld dat deze man ons volk opruit: hij zegt dat ze geen belasting moeten betalen aan de keizer, en van zichzelf zegt hij dat hij de Christus, de koning is.' 'Bent u de koning van de Joden?' vroeg Pilatus hem. 'U zegt het,' antwoordde hij. Pilatus zei tegen de opperpriesters en tegen de menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.'"

"Ze stonden allen op en leidden hem voor aan Pilatus. Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: 'We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.' Pilatus vroeg hem: 'Bent u de koning van de Joden?' Jezus antwoordde: 'U zegt het.' Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.'"

"Ze stonden allen op en leidden hem voor aan Pilatus. Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: 'We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.' Pilatus vroeg hem: 'Bent u de koning van de Joden?' Jezus antwoordde: 'U zegt het.' Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.'"

"Ze stonden op en brachten Hem met z'n allen naar gouverneur Pilatus. Ze begonnen Hem meteen te beschuldigen. "Deze man hitst ons volk op tegen de Romeinse bezetters. Hij zegt dat we de keizer geen belasting hoeven te betalen. Hij beweert dat Hij de Christus is, de koning." Pilatus vroeg Hem: "Bent U de koning van de Joden?" En Jezus antwoordde: "U zegt het!" "Wel," zei Pilatus tegen de leidende priesters en de andere mensen, "dat is toch geen misdaad!"

 

Overdenking van vandaag:

De beschuldigingen die de vijanden van Jezus presenteren zijn allemaal leugens. Pilatus kijkt door deze leugens heen en gaat naar de cruciale vraag: is Jezus de koning van de Joden? Jezus erkent dat hij dat is. Pilatus verklaart hem niet schuldig.  

In het evangelie van Lukas en in het boek van zijn metgezel, het boek Handelingen, kijken Romeinse ambtenaren herhaaldelijk toe op Jezus en zijn discipelen met plezier. Helaas, het politieke eigenbelang wint vaak van waarheid - zoals hier bij Pilatus. Niets mis vinden met Jezus, zelfs hem erkennen als een belangrijke leraar of een rechtvaardige leider is niet genoeg.  

Geloven we dat hij de Zoon van God is, onze Heiland en Heer? Zijn we bereid ons leven te baseren op zijn dood, begrafenis en verrijzenis door hem te belijden en met hem te delen in zijn reddende werk door de doop? Moeten we geloven dat hij ons volledig kan veranderen door zijn Heilige Geest in onze harten uit te storten en zijn wil in ons leven te laten werken?  

Jezus moet veel meer zijn dan een goede vent en een geweldige leraar. Hij moet onze Heer zijn! Als hij dat niet is, dan moeten we hem gewoon op de meest gunstige plaats in ons leven zetten in plaats van hem ons volledig te laten veranderen.

 

Gebed:

Heilig en rechtvaardig Vader, doe alstublieft uw werk in mijn leven. Ik geloof dat Jezus, uw Zoon, de Messias is, mijn Heiland en mijn Heer. Ik vertrouw er volledig op dat hij leefde op aarde als een mens zoals ik en dat hij zijn leven gaf aan het kruis, dat hij begraven werd en dat u hem liet opstaan uit de dood. Laat me alstublieft overeenstemmen met zijn karakter door de Heilige Geest die in mij werkt. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 23:1-12

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus. En zij begonnen Hem te beschuldigen, zeggende: Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt den keizer schattingen te geven, zeggende, dat Hij Zelf Christus, de Koning is. En Pilatus vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens. En zij hielden te sterker aan, zeggende: Hij beroert het volk, lerende door geheel Judea, begonnen hebbende van Galilea tot hier toe. Als nu Pilatus van Galilea hoorde, vraagde hij, of die Mens een Galileer was? En verstaande, dat Hij uit het gebied van Herodes was, zond hij Hem heen tot Herodes, die ook zelf in die dagen binnen Jeruzalem was. En als Herodes Jezus zag, werd hij zeer verblijd; want hij was van over lang begerig geweest Hem te zien, omdat hij veel van Hem hoorde; en hoopte enig teken te zien, dat van Hem gedaan zou worden. En hij vraagde Hem met vele woorden; doch Hij antwoordde hem niets. En de overpriesters en de Schriftgeleerden stonden, en beschuldigden Hem heftiglijk. En Herodes met zijn krijgslieden Hem veracht en bespot hebbende, deed Hem een blinkend kleed aan, en zond Hem weder tot Pilatus. En op denzelfde dag werden Pilatus en Herodes vrienden met elkander; want zij waren te voren in vijandschap tegen den anderen."

"De hele vergadering stond op om hem voor Pilatus te brengen. Daar spraken ze de beschuldiging uit: 'Wij hebben vastgesteld dat deze man ons volk opruit: hij zegt dat ze geen belasting moeten betalen aan de keizer, en van zichzelf zegt hij dat hij de Christus, de koning is.' 'Bent u de koning van de Joden?' vroeg Pilatus hem. 'U zegt het,' antwoordde hij. Pilatus zei tegen de opperpriesters en tegen de menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.' Maar zij hielden vol: 'Hij brengt in heel het Joodse land het volk in opstand met wat hij leert! Eerst in Galilea, en nu hier.' Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij: 'Komt hij uit Galilea?' En toen hij begreep dat Jezus uit het rechtsgebied van Herodes kwam, stuurde hij hem door naar Herodes. Die was op dat moment ook in Jeruzalem. Herodes was zeer verheugd Jezus te zien. Hij had dat allang gewild, want hij had van hem gehoord. En nu hoopte hij Jezus een of ander teken te zien doen. Hij stelde hem allerlei vragen, maar Jezus gaf geen enkel antwoord. De opperpriesters en de schriftgeleerden beschuldigden hem heftig. Toen begonnen Herodes en zijn soldaten hem te vernederen en te bespotten. Herodes liet hem een staatsiemantel omdoen en stuurde hem zo terug naar Pilatus. Op die dag werden Herodes en Pilatus vrienden; daarvóór waren ze altijd elkaars vijanden geweest."

"En de gehele menigte van hen stond op en leidde Hem voor Pilatus. En zij begonnen Hem te beschuldigen en zeiden: Wij hebben bevonden, dat deze ons volk verleidt, doordat Hij verbiedt de keizer belasting te betalen en van Zichzelf zegt, dat Hij de Christus, de Koning is. Pilatus vroeg Hem en zeide: Zijt Gij de Koning der Joden? Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind niets strafbaars in deze mens. Maar zij hielden vol, zeggende: Hij maakt het volk oproerig met zijn leren door geheel Judea, reeds van het begin af, van Galilea tot hiertoe. Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij, of die man een Galileeer was, en toen hij begreep, dat Hij uit het gebied van Herodes was, zond hij Hem door naar Herodes, die in die dagen ook te Jeruzalem was. Toen Herodes Jezus zag, was hij zeer verheugd. Want hij had Hem reeds geruime tijd willen zien, omdat hij van Hem hoorde, en hij hoopte een of ander teken door Hem te zien geschieden. Hij ondervroeg Hem met vele woorden, maar Hij antwoordde hem niets. En de overpriesters en de schriftgeleerden stonden Hem heftig te beschuldigen. En Herodes met zijn krijgsmacht smaadde en bespotte Hem, en hij deed Hem een schitterend kleed om en zond Hem zo naar Pilatus terug. En Herodes en Pilatus werden op diezelfde dag met elkander bevriend; voor die tijd immers leefden zij in vijandschap met elkander."

"Ze stonden allen op en leidden hem voor aan Pilatus. Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: 'We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.' Pilatus vroeg hem: 'Bent u de koning van de Joden?' Jezus antwoordde: 'U zegt het.' Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.' Maar ze bleven hardnekkig beweren: 'In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier!' Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij aan Jezus of hij uit Galilea kwam, en toen hij besefte dat hij onder Herodes' gezag viel, stuurde hij hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem verbleef. Herodes was bijzonder blij toen hij Jezus zag, want hij wilde hem al heel lang ontmoeten omdat hij veel over hem gehoord had. Bovendien hoopte hij hem een wonder te zien doen. Hij ondervroeg hem uitvoerig, maar Jezus antwoordde hem niet één keer. De hogepriesters en de schriftgeleerden die erbij stonden, brachten zware beschuldigingen tegen hem in. Hierop begonnen Herodes en zijn soldaten Jezus te honen, en ze dreven de spot met hem door hem een pronkgewaad om te hangen. Zo stuurde hij hem terug naar Pilatus. Op die dag werden Herodes en Pilatus vrienden, terwijl ze altijd elkaars vijanden waren geweest."

"Ze stonden op en brachten Hem met z'n allen naar gouverneur Pilatus. Ze begonnen Hem meteen te beschuldigen. "Deze man hitst ons volk op tegen de Romeinse bezetters. Hij zegt dat we de keizer geen belasting hoeven te betalen. Hij beweert dat Hij de Christus is, de koning." Pilatus vroeg Hem: "Bent U de koning van de Joden?" En Jezus antwoordde: "U zegt het!" "Wel," zei Pilatus tegen de leidende priesters en de andere mensen, "dat is toch geen misdaad!" Maar zij protesteerden: "Met Zijn toespraken heeft Hij de mensen opgehitst; eerst in Galilea, daarna in Judea en nu zelfs hier in Jeruzalem." "Komt Hij dan uit Galilea?" vroeg Pilatus. Toen Pilatus hoorde dat Jezus daar inderdaad vandaan kwam, stuurde hij Hem door naar Herodes, die juist in Jeruzalem was. Want als Galileeër viel Jezus onder het gezag van Herodes. Herodes was erg blij Jezus te zien. Hij had al veel over Hem gehoord en hoopte reeds lang dat Jezus eens een wonder zou doen waar hij zelf bij was. Hij vroeg Jezus van alles en nog wat, maar kreeg geen antwoord. Ondertussen stonden de leidende priester s en de godsdie nstleraars fanatiek allerlei beschuldigingen te schreeuwen. Tenslotte begonnen Herodes en zijn soldaten Jezus te bespotten en uit te lachen. Ze deden Hem een schitterende koningsmantel om en stuurden Hem naar Pilatus terug. Herodes en Pilatus waren altijd elkaars vijanden geweest, maar op die dag werden ze de beste vrienden."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

14 december 2019 Lukas 22:63-71
13 december 2019 Lukas 22:54-62
12 december 2019 Lukas 22:49-53
11 december 2019 Lukas 22:47-48
10 december 2019 Lukas 22:39-46
9 december 2019 Lukas 22:35-38
8 december 2019 Lukas 22:33-34
 

Home