Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 13 december 2019

 

Lukas 22:54-62

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij grepen Hem en leidden [Hem] [weg], en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde [dat] een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer. Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk."

"Ze namen hem gevangen en voerden hem weg. Ze brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde op ruime afstand. Er werd midden op de binnenplaats een vuur aangelegd en men ging daar bij elkaar zitten. Petrus ging erbij zitten. Bij het schijnsel van het vuur zag een dienstmeisje hem zitten, ze keek hem scherp aan en zei: 'Die man was ook bij hem.' Maar Petrus ontkende het, hij zei: 'Ik ken hem niet.' Even later zag iemand anders hem. 'Jij bent ook een van hen,' zei hij. 'Welnee, man!' antwoordde Petrus. Ongeveer een uur later verklaarde een ander met nadruk: 'Het is waar, deze man was ook bij hem. En hij komt toch ook uit Galilea!' Maar Petrus zei: 'Ik weet niet waar je het over hebt.' Hij was nog niet uitgesproken of er kraaide een haan. En de Heer draaide zich om en keek Petrus aan. Toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer, hoe hij tegen hem gezegd had: Vandaag nog, vr de haan kraait, zul je drie keer beweren dat je mij niet kent. En hij ging naar buiten en huilde bitter."

"Ze grepen hem vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde hen op een afstand. Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; Petrus voegde zich bij hen. Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: 'Die man hoorde er ook bij!' Maar hij ontkende het: 'Ik ken hem niet eens!' Even later merkte een ander hem op en zei: 'Jij bent ook een van hen!' Maar Petrus zei: 'Welnee man, helemaal niet.' En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid: 'Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers ook uit Galilea.' Maar Petrus zei: 'Ik weet niet waar je het over hebt.' En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak, kraaide er een haan. De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: 'Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.' Hij ging naar buiten en huilde bitter."

"Ze grepen hem vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde hen op een afstand. Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; Petrus voegde zich bij hen. Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: 'Die man hoorde er ook bij!' Maar hij ontkende het: 'Ik ken hem niet eens!' Even later merkte een ander hem op en zei: 'Jij bent ook een van hen!' Maar Petrus zei: 'Welnee man, helemaal niet.' En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid: 'Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers ook uit Galilea.' Maar Petrus zei: 'Ik weet niet waar je het over hebt.' En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak, kraaide er een haan. De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: 'Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.' Hij ging naar buiten en huilde bitter."

"Nadat ze Hem hadden gegrepen, brachten zij Hem naar het paleis van de hogepriester. Petrus volgde Hem op een afstand. De soldaten maakten op de binnenplaats een vuur en gingen er omheen zitten. Petrus kwam er ook bij. Een dienstmeisje zag hem in het licht van het vuur zitten en keek hem eens goed aan. "Kijk eens," zei ze, "die man hoorde ook bij Jezus' discipelen!" "Hoe kom je erbij," antwoordde Petrus. "Ik ken Hem niet eens." Even later keek iemand hem aan en zei: "U bent wel n van Zijn discipelen!" "Welnee, man!" was Petrus' antwoord. Ongeveer een uur daarna begon er weer iemand over. "Die man is een discipel van Jezus. Absoluut! Hij komt ook uit Galilea." Maar Petrus antwoordde: "Man, ik weet niet waar je het over hebt." Op dat moment kraaide ergens een haan. Jezus keerde Zich om en keek Petrus aan. Petrus herinnerde zich wat Hij had gezegd: "Voordat de haan kraait, zul je drie keer hebben gezegd dat je Mij niet kent." Huilend liep Petrus de binnenplaats af. Hij was er kapot van."

 

Overdenking van vandaag:

Petrus leed aan de gebrokenheid van zonde en schaamte. De Heer had hem gewaarschuwd, maar toch faalde hij. Ondanks zijn beloften, ontkende Petrus de Heer ... drie keer. Het gekraai van de haan wekte Petrus uit zijn verwarde sufheid en bracht hem terug in de bittere en onbetwistbare realiteit van zijn zondige verlating van zijn vriend en Heer.  

Ik heb n of twee soortgelijke momenten gehad. Misschien heb jij dat ook. Het is dat moment waarop je je realiseert dat je de Heer hebt beschaamd en teleurgesteld hebt, ook al beloofde jij jezelf en de Heiland, dat je hem niet zou teleurstellen ... opnieuw.  

Petrus is onze grote herinnering dat onze mislukkingen niet onze toekomst bepalen met de Heer. God kan deze mislukkingen nemen en er iets moois van maken. Hoewel onze rommelige mislukkingen niet zijn plan zijn voor ons, kan hij onze rommel nemen en ons herstellen en terugbrengen in zijn plan.  

Dus alsjeblieft, geef niet op wanneer je denkt dat je de Heer hebt teleurgesteld. In plaats daarvan; laat jouw zonde je breken en kom terug en geef openlijk je zonde toe aan de Heer en word hersteld. Hij zal je zegenen en jou gebruiken anderen te zegenen als je bij hem terugkomt.

 

Gebed:

Dierbare en heilige God, mijn Abba Vader, vergeef me voor mijn zwakte en zonde. Vergeef me voor de arrogantie om te proberen mijn zwakte en Satans macht met mijn eigen sterkte te bestrijden. Ik vertrouw op uw krachtige vergeving die doet veranderen. Help me te geloven dat u mijn mislukkingen en mijn verleden neemt en gebruikt om anderen te stimuleren en te zegenen. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 22:54-71

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij grepen Hem en leidden [Hem] [weg], en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde [dat] een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer. Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk. En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen [Hem]. En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende. En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad, Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter [hand] der kracht Gods. En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord."

"Ze namen hem gevangen en voerden hem weg. Ze brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde op ruime afstand. Er werd midden op de binnenplaats een vuur aangelegd en men ging daar bij elkaar zitten. Petrus ging erbij zitten. Bij het schijnsel van het vuur zag een dienstmeisje hem zitten, ze keek hem scherp aan en zei: 'Die man was ook bij hem.' Maar Petrus ontkende het, hij zei: 'Ik ken hem niet.' Even later zag iemand anders hem. 'Jij bent ook een van hen,' zei hij. 'Welnee, man!' antwoordde Petrus. Ongeveer een uur later verklaarde een ander met nadruk: 'Het is waar, deze man was ook bij hem. En hij komt toch ook uit Galilea!' Maar Petrus zei: 'Ik weet niet waar je het over hebt.' Hij was nog niet uitgesproken of er kraaide een haan. En de Heer draaide zich om en keek Petrus aan. Toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer, hoe hij tegen hem gezegd had: Vandaag nog, vr de haan kraait, zul je drie keer beweren dat je mij niet kent. En hij ging naar buiten en huilde bitter. De mannen die Jezus bewaakten, dreven de spot met hem en sloegen hem. Ze deden hem een blinddoek voor en vroegen: 'Zeg nu eens, profeet: wie heeft je geslagen?' En ze riepen nog veel meer grofheden. Toen het dag was geworden, kwam de Raad van oudsten van het volk, zowel opperpriesters als schriftgeleerden, bijeen, en ze leidden hem voor de Raad. 'Als u de Christus bent, zeg het ons,' zeiden ze. 'Als ik het u zou zeggen, zou u het niet geloven,' antwoordde hij, 'en als ik iets zou vragen, zou u geen antwoord geven. Maar van nu af zal de Mensenzoon zitten aan de rechterzijde van de almachtige God.' Toen riepen allen: 'U bent dus de Zoon van God?' 'U zegt dat ik het ben,' antwoordde hij. Toen zeiden zij: 'Waarvoor hebben we nog getuigen nodig! We hebben het zelf uit zijn eigen mond gehoord!'"

"Toen zij Hem gevangengenomen hadden, voerden zij Hem weg en leidden Hem naar het huis van de hogepriester. En Petrus volgde van verre. Toen zij een vuur hadden aangelegd, midden in de hof, en bij elkander zaten ging Petrus tussen hen in zitten. En bij het licht van het vuur zag een slavin hem zitten en zij keek hem scherp aan en zeide: Ook die was bij Hem! Maar hij loochende het en zeide: Vrouw, ik ken Hem niet! En even daarna zag een ander hem en zeide: Ook gij behoort tot hen! Maar Petrus zeide: Mens, ik niet! En ongeveer een uur later verzekerde een ander en zeide: Inderdaad, ook die man was bij Hem, want hij is een Galileeer! Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt! En terstond, terwijl hij nog sprak, kraaide een haan. En de Here keerde Zich om en zag Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord des Heren, hoe Hij tot hem gezegd had: Eer de haan heden kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij ging naar buiten en weende bitter. En de mannen, die Hem vasthielden, bespotten Hem en sloegen Hem; en zij wierpen een doek over zijn hoofd en vroegen en zeiden: Profeteer, wie is het, die U geslagen heeft? En nog meer lasterlijke taal spraken zij tegen Hem. En toen het dag geworden was, kwam de Raad van de oudsten van het volk bijeen, overpriesters en schriftgeleerden, en zij leidden Hem voor hun Raad en zeiden: Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons dan. Hij zeide tot hen: Al zeide Ik het u, gij zoudt het toch niet geloven; en al zou Ik u vragen, gij zoudt toch niet antwoorden. Van nu aan zal de Zoon des mensen zijn gezeten aan de rechterhand Gods. En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon van God? Hij zeide tot hen: Gij zegt zelf, dat Ik het ben. En zij zeiden: Wat hebben wij verder voor getuigenis nodig? Zelf hebben wij het immers uit zijn mond gehoord."

"Ze grepen hem vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde hen op een afstand. Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; Petrus voegde zich bij hen. Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: 'Die man hoorde er ook bij!' Maar hij ontkende het: 'Ik ken hem niet eens!' Even later merkte een ander hem op en zei: 'Jij bent ook een van hen!' Maar Petrus zei: 'Welnee man, helemaal niet.' En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid: 'Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers ook uit Galilea.' Maar Petrus zei: 'Ik weet niet waar je het over hebt.' En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak, kraaide er een haan. De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: 'Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.' Hij ging naar buiten en huilde bitter. De mannen die Jezus gevangenhielden, dreven de spot met hem en geselden hem. Ze blinddoekten hem en zeiden: 'Profeteer nu maar, wie is het die je geslagen heeft?' En ze zeiden nog tal van andere lasterlijke dingen tegen hem. Toen het dag werd, kwam de raad van oudsten van het volk bijeen, hogepriesters zowel als schriftgeleerden, en ze leidden hem voor in hun raadszitting. Ze zeiden: 'Als u de messias bent, zeg het ons dan.' Maar Jezus antwoordde: 'Als ik het u zeg, gelooft u mij toch niet. En als ik een vraag stel, antwoordt u toch niet. Maar vanaf nu zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.' Toen zeiden allen: 'U bent dus de Zoon van God?' Hij antwoordde: 'U zegt dat ik het ben.' Ze zeiden: 'Waarvoor hebben we nog getuigenverklaringen nodig? We hebben het immers zelf uit zijn eigen mond gehoord!'"

"Nadat ze Hem hadden gegrepen, brachten zij Hem naar het paleis van de hogepriester. Petrus volgde Hem op een afstand. De soldaten maakten op de binnenplaats een vuur en gingen er omheen zitten. Petrus kwam er ook bij. Een dienstmeisje zag hem in het licht van het vuur zitten en keek hem eens goed aan. "Kijk eens," zei ze, "die man hoorde ook bij Jezus' discipelen!" "Hoe kom je erbij," antwoordde Petrus. "Ik ken Hem niet eens." Even later keek iemand hem aan en zei: "U bent wel n van Zijn discipelen!" "Welnee, man!" was Petrus' antwoord. Ongeveer een uur daarna begon er weer iemand over. "Die man is een discipel van Jezus. Absoluut! Hij komt ook uit Galilea." Maar Petrus antwoordde: "Man, ik weet niet waar je het over hebt." Op dat moment kraaide ergens een haan. Jezus keerde Zich om en keek Petrus aan. Petrus herinnerde zich wat Hij had gezegd: "Voordat de haan kraait, zul je drie keer hebben gezegd dat je Mij niet kent." Huilend liep Petrus de binnenplaats af. Hij was er kapot van. De soldaten die Jezus moesten bewaken, begonnen een gemeen spel met Hem te spelen. Zij blinddoekten Hem, sloegen Hem met hun vuisten en zeiden spottend: "Wel, profeet, zeg eens: Wie heeft U geslagen?" Zij beledigden Hem op de meest grove manier. Bij het aanbreken van de dag kwam de Hoge Raad bijeen. Jezus werd voorgeleid en moest zeggen of Hij de Christus was of niet. Hij antwoordde: "Als Ik het u zeg, gelooft u Mij toch niet. U wilt zelfs geen antwoord geven op mijn vragen. Maar het duurt niet lang meer, of Ik, de Mens, zal zitten op de troon van God, aan Zijn rechterhand." "U bent dus de Zoon van God?" vroeg de Hoge Raad. Hij antwoordde: "Nu u het zelf zegt: Ja, dat ben Ik." "Waarom zouden we er nu nog getuigen bij halen?" schreeuwden ze. "We hebben het uit Zijn eigen mond gehoord!"

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

12 december 2019 Lukas 22:49-53
11 december 2019 Lukas 22:47-48
10 december 2019 Lukas 22:39-46
9 december 2019 Lukas 22:35-38
8 december 2019 Lukas 22:33-34
7 december 2019 Lukas 22:31-32
6 december 2019 Lukas 22:28-30
 

Home