Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 3 december 2019

 

Lukas 22:14-20

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem. En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde; Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods. En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt [hem] onder ulieden. Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn. En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker [is] het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt."

"Toen de tijd voor de maaltijd gekomen was, ging hij met de apostelen aan tafel. Hij zei tegen hen: 'Wat heb ik ernaar verlangd dit paasmaal met jullie te eten vůůr ik ga lijden! Want ik zeg jullie: ik zal het niet meer eten totdat het zijn vervulling heeft gekregen in het koninkrijk van God.' En hij nam een beker, dankte God en zei: 'Neem hem en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: van nu af zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken totdat het koninkrijk van God is gekomen.' En hij nam een brood, dankte God, brak het, gaf het hun en zei: 'Dit is mijn lichaam dat voor jullie wordt prijsgegeven. Doe dit om mij te gedenken.' Zo gaf hij hun na de maaltijd ook de beker, met de woorden: 'Deze beker is het nieuwe verbond, een verbond dat bekrachtigd wordt door mijn bloed, dat voor jullie wordt vergoten."

"Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: 'Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.' Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: 'Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.' En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: 'Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.' Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: 'Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt."

"Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: 'Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.' Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: 'Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.' En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: 'Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.' Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: 'Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt."

"'s Avonds kwam Jezus met de andere apostelen en ze gingen allemaal aan tafel. Hij zei: "Ik heb er geweldig naar verlangd dit Paasmaal met jullie te eten. Nog even en dan breekt voor Mij een tijd van groot lijden aan. Ik zeg jullie dat Ik het Paasmaal beslist niet meer zal eten tot het Koninkrijk van God volle werkelijkheid is geworden." Hij nam een beker wijn, dankte God ervoor en zei tegen Zijn discipelen: "Neem deze beker en drink er allemaal uit, want Ik zal geen wijn meer drinken tot het Koninkrijk van God is gekomen." Daarna nam Hij een brood, dankte God ervoor, brak het in stukken en gaf het Zijn discipelen. "Dit is mijn lichaam dat voor jullie wordt gegeven," zei Hij. "Eet het ter herinnering aan Mij." Na het eten gaf Hij hun de beker en zei: "Deze beker wijn is het teken van Gods nieuwe verbond met jullie. Een verbond dat wordt bekrachtigd door mijn bloed, dat zal vloeien als een offer voor jullie."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus spreekt over zijn anticipatie om twee speciale maaltijden te eten met zijn discipelen. De eerste is de Pascha maaltijd die hij deelt met zijn leerlingen als hij deze woorden uit. Dit is het begin van zijn lijden - zijn reis naar het Kruis in gehoorzaamheid aan zijn Vaders wil. Wat voor hem ligt is een verschrikkelijke beproeving met veel leed, vernederende afwijzing en de angst dat zijn vrienden hem in de steek laten.  

Echter, deze maaltijd is Jezus' laatste met zijn aardse discipelen voor zijn lijden - het grote lijden dat hij doorstond in zijn verraad, afwijzing, arrestatie, rechtszaken en kruisiging. Jezus wil deze tijd gebruiken om zijn discipelen voor te bereiden op alles wat hen te wachten staat. Bovendien verwacht Jezus een andere maaltijd met zijn discipelen te delen na zijn dood op de vervulling van het Koninkrijk. Hij geeft hun een gevoel van hoop om aan terug te denken na het ergste dat komt.  

Voor degenen onder ons die leven aan deze zijde van Jezus' dood en verrijzenis en het Avondmaal vieren, geeft Jezus ons de basis van ons drievoudig begrip van het Avondmaal voor ons. Wij erkennen de lijdensweg van onze Heiland in het offeren van zijn lichaam en bloed om ons te redden. We vieren zijn overwinning op de dood wanneer wij het Avondmaal gebruiken op de dag van zijn opstanding - zondag, de eerste dag van de week. Wij verwachten de glorie van zijn terugkeer en het delen in een maaltijd van overwinning met onze Heiland.

 

Gebed:

O heilig en rechtvaardig Vader, dank u! Ik prijs u voor uw liefde dat u uw Zoon stuurde om te lijden en sterven, zodat ik bevrijd kon worden van mijn zonde. Ik prijs u voor het geloof dat Jezus toonde terwijl dood en lijden hem te wachten stonden. Ik prijs u voor het grote avondmaal dat ik in het vooruitzicht heb wanneer ik mag delen in de overwinning van Jezus' terugkeer. Dank u voor uw liefde, barmhartigheid en genade. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 22:14-30

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem. En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde; Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods. En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt [hem] onder ulieden. Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn. En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker [is] het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt. Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel. En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt! En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou. En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn. En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige [heren] genaamd. Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient. Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient. En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen. En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader [dat] Mij verordineerd heeft; Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels."

"Toen de tijd voor de maaltijd gekomen was, ging hij met de apostelen aan tafel. Hij zei tegen hen: 'Wat heb ik ernaar verlangd dit paasmaal met jullie te eten vůůr ik ga lijden! Want ik zeg jullie: ik zal het niet meer eten totdat het zijn vervulling heeft gekregen in het koninkrijk van God.' En hij nam een beker, dankte God en zei: 'Neem hem en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: van nu af zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken totdat het koninkrijk van God is gekomen.' En hij nam een brood, dankte God, brak het, gaf het hun en zei: 'Dit is mijn lichaam dat voor jullie wordt prijsgegeven. Doe dit om mij te gedenken.' Zo gaf hij hun na de maaltijd ook de beker, met de woorden: 'Deze beker is het nieuwe verbond, een verbond dat bekrachtigd wordt door mijn bloed, dat voor jullie wordt vergoten. Maar weet dat de man die mij zal uitleveren, hier met mij aan tafel zit. Want de Mensenzoon gaat heen zoals het is bepaald, maar wee de mens door wie hij uitgeleverd wordt!' Toen begonnen ze zich onder elkaar af te vragen wie van hen het kon zijn die dat zou doen. Onder de leerlingen ontstond ook onenigheid over de vraag wie van hen wel de belangrijkste was. Jezus zei tegen hen: 'Koningen zijn heersers over hun volk, en machthebbers noemt men weldoeners. Maar zo mag het bij jullie niet zijn. Nee, de oudste onder jullie moet zich gedragen als was hij de jongste en wie leiding geeft, moet zijn als iemand die dient. Wie is belangrijker: wie aan tafel zit of wie bedient? Wie aan tafel zit, is het niet? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient. Jullie zijn het die steeds bij mij gebleven zijn in alle beproeving. En jullie geef ik het koninkrijk, zoals mijn Vader het mij heeft gegeven. In mijn koninkrijk zullen jullie bij mij aan tafel eten en drinken, op tronen zullen jullie zitten om recht te spreken over de twaalf stammen van IsraŽl."

"En toen het uur aangebroken was, ging Hij aanliggen en de apostelen met Hem. En Hij zeide tot hen: Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, eer Ik lijd. Want Ik zeg u, dat Ik het voorzeker niet meer eten zal, voordat het vervuld is in het Koninkrijk Gods. En Hij nam een beker op, sprak de dankzegging uit en zeide: Neemt deze en laat hem bij u rondgaan. Want Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet van de vrucht van de wijnstok drinken, voordat het Koninkrijk Gods gekomen is. En Hij nam een brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het hun, zeggende: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt. Doch zie, de hand van hem, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel. Want de Zoon des mensen gaat wel heen, naar hetgeen beschikt is, doch wee die mens, door wie Hij verraden wordt! En zij begonnen er onder elkander over te twisten, wie van hen het wel zijn kon, die dat zou doen. Er ontstond ook onenigheid onder hen over de vraag, wie van hen als de eerste moest gelden. Hij zeide tot hen: De koningen der volken voeren heerschappij over hen en hun machthebbers worden weldoeners genoemd. Doch gij niet alzo, maar de eerste onder u worde als de jongste en de leider als de dienaar. Want wie is de eerste: die aanligt, of die dient? Is het niet, die aanligt? Maar Ik ben in uw midden als dienaar. Gij zijt het, die steeds bij Mij gebleven zijt in mijn verzoekingen. En Ik beschik u het Koninkrijk, gelijk mijn Vader het Mij beschikt heeft, opdat gij aan mijn tafel eet en drinkt in mijn Koninkrijk. En gij zult zitten op tronen om de twaalf stammen Israels te richten."

"Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: 'Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.' Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: 'Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.' En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: 'Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.' Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: 'Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze tafel aanligt. Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.' Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen. Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus zei tegen hen: 'Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient. Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van IsraŽl."

"'s Avonds kwam Jezus met de andere apostelen en ze gingen allemaal aan tafel. Hij zei: "Ik heb er geweldig naar verlangd dit Paasmaal met jullie te eten. Nog even en dan breekt voor Mij een tijd van groot lijden aan. Ik zeg jullie dat Ik het Paasmaal beslist niet meer zal eten tot het Koninkrijk van God volle werkelijkheid is geworden." Hij nam een beker wijn, dankte God ervoor en zei tegen Zijn discipelen: "Neem deze beker en drink er allemaal uit, want Ik zal geen wijn meer drinken tot het Koninkrijk van God is gekomen." Daarna nam Hij een brood, dankte God ervoor, brak het in stukken en gaf het Zijn discipelen. "Dit is mijn lichaam dat voor jullie wordt gegeven," zei Hij. "Eet het ter herinnering aan Mij." Na het eten gaf Hij hun de beker en zei: "Deze beker wijn is het teken van Gods nieuwe verbond met jullie. Een verbond dat wordt bekrachtigd door mijn bloed, dat zal vloeien als een offer voor jullie. Maar hier bij ons aan tafel zit de man die Mij zal verraden. Het is duidelijk dat Ik moet sterven. Het is een onderdeel van Gods plan. Maar het lot van de man die Mij verraadt, is afschuwelijk." De discipelen vroegen zich af wie van hen zoiets zou kunnen doen. Zij kregen ook een meningsverschil over de vraag wie van hen de belangrijkste in het Koninkrijk van God zou zijn. Jezus kwam tussenbeide en zei: "In deze wereld doen de koningen en heersers met hun onderdanen wat ze willen. En de onderdanen moeten het maar goed vinden. Maar onder jullie mag dat niet zo zijn. Wie van jullie het meeste dient, zal je leider zijn. In de wereld zit de meester aan tafel en laat zich door zijn knechten bedienen. Maar hier is het anders. Ik ben jullie Dienaar. Jullie zijn Mij in deze vreselijk moeilijke dagen altijd trouw gebleven. Daarom zullen jullie mogen eten en drinken aan mijn tafel in het koninkrijk, dat mijn Vader Mij heeft gegeven. Jullie zullen op tronen zitten om recht te spreken over de twaalf stammen van IsraŽl."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

2 december 2019 Lukas 22:7-13
1 december 2019 Lukas 22:1-6
30 november 2019 Lukas 21:37-38
29 november 2019 Lukas 21:34-36
28 november 2019 Lukas 21:29-33
27 november 2019 Lukas 21:20-28
26 november 2019 Lukas 21:12-19
 

Home