Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Donderdag 21 november 2019

 

Lukas 20:41-44

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide tot hen: Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is? En David zelf zegt in het boek der psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter [hand], Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. David dan noemt Hem [zijn] Heere; en hoe is Hij zijn Zoon?"

"Toen vroeg Jezus hun: 'Hoe kan men zeggen dat de Christus een zoon van David is? Want David zelf zegt in het boek Psalmen: De Heer heeft tegen mijn Heer gezegd: Neem plaats aan mijn rechterzijde, ik zal uw vijanden neerleggen als een bank voor uw voeten. David noemt de Christus dus Heer; hoe kan de Christus dan een zoon van David zijn?'"

"Hij zei tegen hen: 'Hoe kan men beweren dat de messias een zoon van David is? Want David zelf zegt in het boek van de Psalmen: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik van je vijanden een bank voor je voeten heb gemaakt.'" David noemt hem dus Heer, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?'"

"Hij zei tegen hen: 'Hoe kan men beweren dat de messias een zoon van David is? Want David zelf zegt in het boek van de Psalmen: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik van je vijanden een bank voor je voeten heb gemaakt.'" David noemt hem dus Heer, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?'"

"Daarna had Hij een vraag voor hen: "Waarom wordt gezegd dat de Christus rechtstreeks van David zal afstammen? Want David schreef in één van zijn Psalmen: 'God zei tegen mijn Here: Kom naast Mij zitten, aan mijn rechterhand, totdat Ik U de overwinning geef over al Uw vijanden!" Hoe kan de Christus nu Davids zoon zijn en tegelijk zijn Here?"

 

Overdenking van vandaag:

Wanneer Jezus' tegenstanders herhaaldelijk proberen hem te laten "struikelen" met hun religieuze vragen, draait Jezus de zaak om en stelt hen een vraag. Als een afstammeling van koning David, kon Jezus zeggen een zoon van David te zijn.  

Maar Jezus wijst erop, gebruik makende van hun eigen manier van interpretatie, dat David ook de Messias zijn Heer noemt! Hoe kan dit? Natuurlijk neemt Jezus niet alleen deel aan religieuze scherts, hij probeert ze ook uit hun vastberaden wil te schudden om van hem af te komen en hij opent hun ogen om te zien wie het is, die ervoor kiest om tussen hen te wandelen - Jezus, de Messias , de Zoon van David, en de Zoon van God.

 

Gebed:

Vader, ik geloof dat Jezus mijn Heer, mijn Messias en Christus, mijn Heiland en mijn Koning is. Vergeef me dat ik dit geloof niet leef met meer passie en karakter. Ondersteun me iedere dag met uw Geest om meer als hem te worden. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Lukas 20:41-47; 21:1-4

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide tot hen: Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is? En David zelf zegt in het boek der psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter [hand], Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. David dan noemt Hem [zijn] Heere; en hoe is Hij zijn Zoon? En daar al het volk [het] hoorde, zeide Hij tot Zijn discipelen: Wacht u van de Schriftgeleerden, die daar willen wandelen in lange klederen, en beminnen de groetingen op de markten, en de voorgestoelten in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden; Die der weduwen huizen opeten, en onder een schijn lange gebeden doen; dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen. En opziende, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen. En Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine [penningen] daarin werpen. En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen heeft ingeworpen. Want die allen hebben van hun overvloed geworpen tot de gaven Gods; maar deze heeft van haar gebrek, al den leeftocht, dien zij had, [daarin] geworpen."

"Toen vroeg Jezus hun: 'Hoe kan men zeggen dat de Christus een zoon van David is? Want David zelf zegt in het boek Psalmen: De Heer heeft tegen mijn Heer gezegd: Neem plaats aan mijn rechterzijde, ik zal uw vijanden neerleggen als een bank voor uw voeten. David noemt de Christus dus Heer; hoe kan de Christus dan een zoon van David zijn?' En terwijl het hele volk het kon horen, zei Jezus tegen zijn leerlingen: 'Pas op voor de schriftgeleerden! Ze lopen graag rond in lange gewaden, ze laten zich graag groeten op het marktplein, ze zitten graag op de voorste banken in de synagoge en op de beste plaatsen aan tafel. Ze verslinden de huizen van de weduwen en om de schijn op te houden zeggen ze ellenlange gebeden. Zulke mensen staat een strenger oordeel te wachten dan wie ook!' Toen Jezus opkeek, zag hij de rijke mensen hun bijdrage in de offerkist doen, maar hij zag ook een arme weduwe er twee koperen muntjes ingooien. En hij zei: 'Ik zeg jullie, die arme weduwe heeft er meer ingedaan dan al die anderen. Want allemaal hebben ze er iets ingegooid van hun rijkdom, maar zij van haar armoede: zij heeft alles wat ze had eringegooid, alles waarvan ze moest leven.'"

"Maar Hij zeide tot hen: Hoe kan men zeggen, dat de Christus een zoon van David is? Want David zelf zegt in het boek der Psalmen: De Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten. David noemt Hem dus Here; hoe kan Hij dan zijn zoon zijn? Terwijl al het volk het hoorde, zeide Hij tot de discipelen: Wacht u voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in lange gewaden en houden van begroetingen op de markten, erezetels in de synagogen en eerste plaatsen bij de maaltijden; die de huizen der weduwen opeten en voor de schijn lange gebeden uitspreken; dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen. Toen Hij opkeek, zag Hij de rijken hun gaven in de offerkist werpen. Hij zag ook een behoeftige weduwe twee koperstukjes daarin werpen, en zeide: Waarlijk, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft meer dan allen daarin geworpen. Want deze allen hebben van hun overvloed iets bij de gaven geworpen, maar zij heeft van haar armoede haar ganse levensonderhoud erin geworpen."

"Hij zei tegen hen: 'Hoe kan men beweren dat de messias een zoon van David is? Want David zelf zegt in het boek van de Psalmen: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik van je vijanden een bank voor je voeten heb gemaakt.'" David noemt hem dus Heer, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' Terwijl de menigte luisterde, zei hij tegen zijn leerlingen: 'Pas op voor de schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en op het marktplein eerbiedig begroet willen worden, en een ereplaats verlangen in de synagogen en bij feestmaaltijden: ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op. Over hen zal strenger worden geoordeeld dan over anderen!' Toen hij opkeek, zag hij hoe rijken hun giften in de offerkist kwamen werpen. Hij zag ook dat een arme weduwe er twee muntjes in gooide, en hij zei: 'Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen. Want de anderen hebben iets van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze nodig had voor haar levensonderhoud.'"

"Daarna had Hij een vraag voor hen: "Waarom wordt gezegd dat de Christus rechtstreeks van David zal afstammen? Want David schreef in één van zijn Psalmen: 'God zei tegen mijn Here: Kom naast Mij zitten, aan mijn rechterhand, totdat Ik U de overwinning geef over al Uw vijanden!" Hoe kan de Christus nu Davids zoon zijn en tegelijk zijn Here?" Alle omstanders konden het horen toen Hij tegen Zijn discipelen zei: "Ik waarschuw jullie voor de godsdienstleraars. Ze vinden het heerlijk om in deftige gewaden rond te lopen en op straat eerbiedig te worden gegroet. Zij hechten er veel waarde aan in de synagogen en bij de feestmaaltijden op de voornaamste plaatsen te zitten. Terwijl ze voor de schijn lange gebeden opzeggen, beramen ze allerlei plannen om weduwen geld af te troggelen. Dit soort mannen zal de zwaarste straf van God krijgen." Hij keek op en zag hoe de rijken hun gaven in de collectekist gooiden. Er kwam ook een arme weduwe. Zij deed er twee koperen muntjes in. "Kijk," zei Hij, "die arme weduwe heeft meer gegeven dan al de anderen bij elkaar. Want de rijken hebben vanuit hun rijkdom gegeven, maar deze vrouw heeft alles gegeven wat zij had."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

20 november 2019 Lukas 20:34-40
19 november 2019 Lukas 20:27-33
18 november 2019 Lukas 20:20-26
17 november 2019 Lukas 20:17-19
16 november 2019 Lukas 20:14-16
15 november 2019 Lukas 20:9-13
14 november 2019 Lukas 20:1-8
 

Home