Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zondag 17 november 2019

 

Lukas 20:17-19

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Maar Hij zag hen aan, en zeide: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden? Een iegelijk, die op dien steen valt, zal verpletterd worden, en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen. En de overpriesteren en de Schriftgeleerden zochten te dierzelver ure de handen aan Hem te slaan; maar zij vreesden het volk; want zij verstonden, dat Hij deze gelijkenis tegen hen gesproken had."

"Hij keek hen aan en zei: 'Wat betekent het dan, dat er geschreven staat: De steen, door de bouwers afgekeurd, is de hoeksteen geworden? Iedereen die op deze steen valt, valt te pletter; en degene op wie deze steen valt, wordt vermorzeld.' De schriftgeleerden en opperpriesters hadden Jezus op datzelfde moment wel willen grijpen. Want het was duidelijk dat hij met deze gelijkenis hen op het oog had. Maar ze waren bang voor het volk."

"Maar hij keek hen aan en vroeg: 'Wat betekent dan wat er geschreven staat: "De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden"? Iedereen die over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.' De schriftgeleerden en hogepriesters, die wisten dat Jezus deze gelijkenis met het oog op hen verteld had, wilden hem op dat moment laten grijpen, maar ze waren bang voor de reactie van het volk."

"Maar hij keek hen aan en vroeg: 'Wat betekent dan wat er geschreven staat: "De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden"? Iedereen die over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.' De schriftgeleerden en hogepriesters, die wisten dat Jezus deze gelijkenis met het oog op hen verteld had, wilden hem op dat moment laten grijpen, maar ze waren bang voor de reactie van het volk."

"Jezus keek hen aan en vroeg: "Wat betekent deze zin uit de Psalmen dan: 'De steen die door de bouwers is weggegooid, blijkt onmisbaar te zijn'?" Hij voegde eraan toe: "Wie over die steen valt, zal te pletter slaan. En wie onder die steen terechtkomt, zal vermorzeld worden." De godsdienstleraars en leidende priesters zouden Hem graag meteen gevangen nemen. Want zij begrepen heel goed dat deze gelijkenis op hen sloeg. Zij waren die misdadige boeren! Maar ze durfden Hem nog niets te doen, omdat ze bang waren voor het volk."

 

Overdenking van vandaag:

Er zijn drie manieren om te reageren wanneer Jezus de waarheid spreekt over jouw zonde. Ten eerste kun je het negeren en doen alsof het niet op jou van toepassing is. Ten tweede, je kunt doen wat de religieuze leiders hier deden - je kunt woedend worden over de waarheid en proberen af te komen van de waarheid-verteller . Ten derde, je kunt overtuigd raken in jouw hart en je leven veranderen.  

Hoewel de gebeurtenissen waarmee wij geconfronteerd worden met deze drie keuzes niet zo belangrijk zijn als wat er met Jezus in Jeruzalem gebeurde, gebeuren ze wel bij ons. Dus wat gaan we doen met de waarheid over onze zonde?

 

Gebed:

Vader, wanneer ik de waarheid hoor, overtuig alstublieft mijn hart en help me mijn leven te veranderen. Ik wil niet mijn zonde negeren of weg beredeneren. Ik wil niet dat Satan mijn hart verhard voor de waarheid. Help me mijn zonde te veroordelen en te beloven uw waarheid na te leven, ongeacht de persoonlijke kosten voor mij. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 20:9-19

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buiten 's lands. En als het de tijd was, zond hij tot de landlieden een dienstknecht, opdat zij hem van de vrucht des wijngaards geven zouden; maar de landlieden sloegen denzelven, en zonden [hem] ledig heen. En wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; maar ook dien geslagen en smadelijk behandeld hebbende, zonden zij [hem] ledig heen. En wederom zond hij nog een derden; maar zij verwondden ook dezen, en wierpen [hem] uit. En de heer des wijngaards zeide: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefden zoon zenden; mogelijk dezen ziende, zullen zij [hem] ontzien. Maar als de landlieden hem zagen, overleiden zij onder elkander, en zeiden: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, opdat de erfenis onze worde. En als zij hem buiten den wijngaard uitgeworpen hadden, doodden zij [hem]. Wat zal dan de heer des wijngaards hun doen? Hij zal komen en deze landlieden verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En als zij [dat] hoorden, zeiden zij: Dat zij verre! Maar Hij zag hen aan, en zeide: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden? Een iegelijk, die op dien steen valt, zal verpletterd worden, en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen. En de overpriesteren en de Schriftgeleerden zochten te dierzelver ure de handen aan Hem te slaan; maar zij vreesden het volk; want zij verstonden, dat Hij deze gelijkenis tegen hen gesproken had."

"Toen begon Jezus het volk de volgende gelijkenis te vertellen: 'Een man legde een wijngaard aan, verpachtte die aan wijnbouwers en ging voor lange tijd naar het buitenland. Toen de oogsttijd was gekomen, stuurde hij een dienaar naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar die ranselden de man af en stuurden hem met lege handen terug. De eigenaar stuurde nog een dienaar, maar zij ranselden ook hem af, overlaadden hem met beledigingen en stuurden hem met lege handen terug. De eigenaar stuurde nog een derde, maar zij mishandelden ook die en gooiden hem de wijngaard uit. Toen zei de eigenaar van de wijngaard: Wat moet ik doen? Ik zal mijn zoon sturen, hem die ik liefheb; voor hem zullen ze toch wel ontzag hebben! Maar toen de wijnbouwers hem zagen, zeiden ze tegen elkaar: Dat is de erfgenaam. Laten we hem uit de weg ruimen, dan is de erfenis voor ons! En ze sleurden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wat zal de eigenaar van de wijngaard nu met deze pachters doen?' zei Jezus. 'Hij zal zelf komen en hen ter dood laten brengen en de wijngaard aan anderen geven.' Toen de mensen dat hoorden, zeiden ze: 'Dat nooit!' Hij keek hen aan en zei: 'Wat betekent het dan, dat er geschreven staat: De steen, door de bouwers afgekeurd, is de hoeksteen geworden? Iedereen die op deze steen valt, valt te pletter; en degene op wie deze steen valt, wordt vermorzeld.' De schriftgeleerden en opperpriesters hadden Jezus op datzelfde moment wel willen grijpen. Want het was duidelijk dat hij met deze gelijkenis hen op het oog had. Maar ze waren bang voor het volk."

"Hij begon tot het volk deze gelijkenis te spreken: Iemand plantte een wijngaard en hij verhuurde die aan pachters en ging geruime tijd buitenslands. En toen het de tijd was, zond hij een slaaf tot de pachters, opdat zij hem van de vrucht van de wijngaard zouden geven. Maar de pachters sloegen hem en zonden hem met lege handen weg. Maar hij ging voort en zond een andere slaaf. Zij sloegen ook die, behandelden hem smadelijk en zonden hem met lege handen weg. En hij ging voort en zond een derde. Zij verwondden ook die en wierpen hem buiten de wijngaard. Toen zeide de heer van de wijngaard: Wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon zenden; die zullen zij wel ontzien. Maar toen de pachters hem zagen, overlegden zij met elkander en zeiden: Dit is de erfgenaam: laten wij hem doden, opdat de erfenis voor ons zij. En zij wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem. Wat zal dan de heer van de wijngaard met hen doen? Hij zal komen en die pachters ombrengen en de wijngaard aan anderen geven. Maar toen zij dat hoorden, zeiden zij: Dat nooit! Maar Hij zag hen aan en zeide: Wat betekent dan dit, dat er geschreven is: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden? En ieder, die op die steen valt, zal verpletterd worden; en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. En de schriftgeleerden en overpriesters trachtten op hetzelfde ogenblik de hand aan Hem te slaan, maar zij vreesden het volk. Want zij begrepen, dat Hij deze gelijkenis met het oog op hen gesproken had."

"Hij vertelde de menigte de volgende gelijkenis: 'Een man legde een wijngaard aan en verpachtte die aan wijnbouwers, waarna hij voor geruime tijd op reis ging. Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers, die het deel van de oogst dat de eigenaar toekwam in ontvangst moest nemen. Maar de wijnbouwers ranselden hem af en stuurden hem met lege handen weg. Daarna stuurde hij een andere knecht. Ook die werd afgeranseld, en nadat ze hem hadden vernederd stuurden ze ook hem met lege handen weg. De eigenaar stuurde toen een derde knecht, maar ook die werd afgetuigd en de wijngaard uitgegooid. Toen zei de eigenaar van de wijngaard: "Wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon naar hen toe sturen, voor hem zullen ze toch wel ontzag hebben." Toen de wijnbouwers hem zagen, overlegden ze met elkaar en zeiden: "Dat is de erfgenaam! Laten we hem doden, dan is de erfenis voor ons." En ze gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wat zal de eigenaar van de wijngaard nu met hen doen? Hij komt zelf, doodt de wijnbouwers en geeft de wijngaard aan anderen.' Toen de mensen dit hoorden, zeiden ze: 'Dat nooit!' Maar hij keek hen aan en vroeg: 'Wat betekent dan wat er geschreven staat: "De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden"? Iedereen die over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.' De schriftgeleerden en hogepriesters, die wisten dat Jezus deze gelijkenis met het oog op hen verteld had, wilden hem op dat moment laten grijpen, maar ze waren bang voor de reactie van het volk."

"Hierna vertelde Jezus de mensen een gelijkenis. "Een man legde een wijngaard aan en verhuurde die aan enkele boeren. Daarna ging hij voor lange tijd naar het buitenland. In de oogsttijd stuurde hij een knecht naar de boerderij om zijn deel van de oogst op te halen. Maar de boeren gaven hem een pak slaag en stuurden hem met lege handen terug. De eigenaar stuurde een andere knecht. Maar die kwam er niet veel beter af. Ook hij werd geslagen en uitgescholden. Ze stuurden hem met lege handen terug. Daarna stuurde de eigenaar een derde man en die werd nog slechter behandeld. De boeren joegen hem zwaar gewond het erf af. 'Wat nu?' vroeg de eigenaar zich af. 'Ik weet het al. Ik zal mijn zoon sturen. Voor hem zullen ze wel respect hebben.' Maar toen de boeren zijn zoon zagen aankomen, zeiden ze tegen elkaar: 'Dit is onze kans! Die jongen erft al het land als zijn vader sterft. We zullen hem vermoorden, dan is het land van ons.' Ze sloegen hem het erf af en vermoordden hem. Wat zal de eigenaar nu doen? Reken maar dat hij die boeren hun verdiende loon zal geven. Hij zal hen doden en de wijngaard aan anderen verhuren." "Zoiets zouden die boeren nooit doen!" protesteerden de mensen die stonden te luisteren. Jezus keek hen aan en vroeg: "Wat betekent deze zin uit de Psalmen dan: 'De steen die door de bouwers is weggegooid, blijkt onmisbaar te zijn'?" Hij voegde eraan toe: "Wie over die steen valt, zal te pletter slaan. En wie onder die steen terechtkomt, zal vermorzeld worden." De godsdienstleraars en leidende priesters zouden Hem graag meteen gevangen nemen. Want zij begrepen heel goed dat deze gelijkenis op hen sloeg. Zij waren die misdadige boeren! Maar ze durfden Hem nog niets te doen, omdat ze bang waren voor het volk."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

16 november 2019 Lukas 20:14-16
15 november 2019 Lukas 20:9-13
14 november 2019 Lukas 20:1-8
13 november 2019 Lukas 19:45-48
12 november 2019 Lukas 19:41-44
11 november 2019 Lukas 19:36-40
10 november 2019 Lukas 19:28-35
 

Home