Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zondag 10 november 2019

 

Lukas 19:28-35

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En dit gezegd hebbende, reisde Hij voor [hen] heen, en ging op naar Jeruzalem. En het geschiedde, als Hij nabij BethĖfage en Bethanie gekomen was, aan den berg, genaamd den Olijfberg, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond, Zeggende: Gaat henen in dat vlek, dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt hetzelve, en brengt het. En indien iemand u vraagt: Waarom ontbindt gij [dat], zo zult gij alzo tot hem zeggen: Omdat het de Heere van node heeft. En die uitgezonden waren, heengegaan zijnde, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had. En als zij het veulen ontbonden, zeiden de heren van hetzelve tot hen: Waarom ontbindt gij het veulen? En zij zeiden: De Heere heeft het van node. En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop."

"Toen Jezus dat gezegd had, ging hij weer verder, op weg naar Jeruzalem. Bij Betfage en BetaniŽ, dorpen op de helling van de Olijfberg, stuurde hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: 'Ga naar het dorp daar vůůr je. Als je er binnenkomt, zul je een jonge ezel zien staan, vastgebonden. Nog nooit heeft iemand op dat dier gezeten. Maak hem los en breng hem hier. Mocht iemand jullie vragen waarom je hem losmaakt, antwoord dan: De Heer heeft hem nodig.' De twee gingen weg en zij vonden de ezel zoals Jezus gezegd had. Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars: 'Waarom maken jullie die ezel los?' Zij antwoordden: 'De Heer heeft hem nodig.' En ze brachten de ezel naar Jezus toe, legden hun mantels over het dier en hielpen Jezus erop."

"Na deze woorden trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem. Toen hij Betfage en BetaniŽ bij de Olijfberg naderde, stuurde hij twee van de leerlingen vooruit en zei tegen hen: 'Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. Als iemand jullie vraagt: "Waarom maken jullie het los?" moeten jullie antwoorden: "De Heer heeft het nodig."' De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: 'Waarom maken jullie het los?' Ze antwoordden: 'De Heer heeft het nodig.' Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten."

"Na deze woorden trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem. Toen hij Betfage en BetaniŽ bij de Olijfberg naderde, stuurde hij twee van de leerlingen vooruit en zei tegen hen: 'Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. Als iemand jullie vraagt: "Waarom maken jullie het los?" moeten jullie antwoorden: "De Heer heeft het nodig."' De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: 'Waarom maken jullie het los?' Ze antwoordden: 'De Heer heeft het nodig.' Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten."

"Nadat Hij dit verhaal had verteld, ging Jezus met Zijn discipelen verder naar Jeruzalem. Toen Hij in de buurt van de Olijfberg kwam en bijna bij de dorpen Bethfagť en BethaniŽ was, stuurde Hij twee van Zijn discipelen vooruit. "Ga naar het dorp daar," zei Hij. "Als jullie er binnenkomen, zullen jullie een ezel zien die vastgebonden langs de weg staat. Het is een veulen, waarop nog niemand heeft gereden. Maak hem los en breng hem hier. Misschien vraagt iemand waarom jullie dat doen. Zeg dan alleen maar: De Here heeft hem nodig." Zij gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. Ze maakten het dier los. Daar kwamen de eigenaars al aan. "Wat moet dat?" vroegen ze. "Waarom maken jullie ons veulen los?" "De Here heeft hem nodig," antwoordden de discipelen. Ze brachten het veulen bij Jezus en legden hun jassen erover, zodat Hij erop kon zitten."

 

Overdenking van vandaag:

Wat een houding! Als de Heer het nodig heeft, zal ik het offeren. Als de Heer het wil, zal ik het doen. Geen vragen. Geen uitleg. Geen aarzeling. We hebben gezien hoe een rijke jongeling zich weg keerde en niet volgde want de Heer vroeg hem iets wat hij niet wilde doen. Dat is hier niet het geval. "De Heer heeft het nodig!"  

Een dergelijke eenvoudige uitleg werd gekoppeld aan een even simpel antwoord - geen woorden, maar naleving. De eigenaren wisten helemaal niet dat hun daad van onderwerping en gehoorzaamheid aan Jezus' behoefte zou leiden tot een dergelijke glorieuze gebeurtenis - de zegerijke Intocht die wordt beschreven in de volgende verzen.  

Dus de vraag die een ieder van ons vandaag moet stellen is: "Wat heeft de Heer van mij nodig?" Laat onze reacties hetzelfde zijn als de naamloze eigenaren van de ezel.

 

Gebed:

God van heerlijkheid en genade, mijn hemelse Vader, werk alstublieft aan mijn hart. Doe wat nodig is om het welwillend en open te houden voor uw wil. Mag ik altijd open staan voor wat uw Zoon van mij nodig heeft. Mag ik reageren zonder aarzeling. Maar vooral, laat u verheerlijkt worden en uw Koninkrijk gediend worden in mijn bereidheid om te gehoorzamen. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 19:28-40

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En dit gezegd hebbende, reisde Hij voor [hen] heen, en ging op naar Jeruzalem. En het geschiedde, als Hij nabij BethĖfage en Bethanie gekomen was, aan den berg, genaamd den Olijfberg, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond, Zeggende: Gaat henen in dat vlek, dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt hetzelve, en brengt het. En indien iemand u vraagt: Waarom ontbindt gij [dat], zo zult gij alzo tot hem zeggen: Omdat het de Heere van node heeft. En die uitgezonden waren, heengegaan zijnde, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had. En als zij het veulen ontbonden, zeiden de heren van hetzelve tot hen: Waarom ontbindt gij het veulen? En zij zeiden: De Heere heeft het van node. En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop. En als Hij [voort] reisde, spreidden zij hun klederen onder [Hem] op den weg. En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden, en God te loven met grote stemme, vanwege al de krachtige daden, die zij gezien hadden; Zeggende: Gezegend [is] de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren! Vrede [zij] in den hemel, en heerlijkheid in de hoogste [plaatsen]! En sommigen der Farizeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen. En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen."

"Toen Jezus dat gezegd had, ging hij weer verder, op weg naar Jeruzalem. Bij Betfage en BetaniŽ, dorpen op de helling van de Olijfberg, stuurde hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: 'Ga naar het dorp daar vůůr je. Als je er binnenkomt, zul je een jonge ezel zien staan, vastgebonden. Nog nooit heeft iemand op dat dier gezeten. Maak hem los en breng hem hier. Mocht iemand jullie vragen waarom je hem losmaakt, antwoord dan: De Heer heeft hem nodig.' De twee gingen weg en zij vonden de ezel zoals Jezus gezegd had. Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars: 'Waarom maken jullie die ezel los?' Zij antwoordden: 'De Heer heeft hem nodig.' En ze brachten de ezel naar Jezus toe, legden hun mantels over het dier en hielpen Jezus erop. En terwijl hij reed, spreidde iedereen zijn mantel voor hem op de weg uit. Toen hij al bij het punt was gekomen waar de weg naar beneden gaat, de Olijfberg af, begonnen al zijn volgelingen luid en vol blijdschap God te prijzen om al de wonderen die zij gezien hadden. Zij riepen: 'Gezegend de koning, hij die komt in naam van de Heer! Vrede in de hemel; aan God in de hoge de eer!' Enkele FarizeeŽn die zich tussen de mensen bevonden, zeiden tegen hem: 'Meester, roep uw leerlingen tot de orde.' Maar hij antwoordde: 'Neem van mij aan: als zij zwijgen, zullen de stenen het uitroepen.'"

"En toen Hij dit gezegd had, ging Hij hun voor om op te gaan naar Jeruzalem. En het geschiedde, toen Hij dicht bij Betfage en Betanie kwam, bij de berg, genaamd Olijfberg, dat Hij twee van zijn discipelen uitzond, en zeide: Gaat naar het dorp hiertegenover en als gij het binnenkomt, zult gij daar een veulen vastgebonden vinden, waarop nog nooit iemand gezeten heeft; maakt het los en brengt het hier. En indien iemand u vraagt: Waarom maakt gij het los? zegt dan: De Here heeft het nodig. En zij, die uitgezonden waren, gingen heen en vonden het, zoals Hij hun gezegd had. Toen zij het veulen losmaakten, zeiden de eigenaars tot hen: Waarom maakt gij het veulen los? En zij zeiden: De Here heeft het nodig. En zij brachten het tot Jezus, en wierpen hun klederen over het veulen en hielpen Jezus er op. En terwijl Hij voorttrok, spreidden zij hun klederen op de weg. Toen Hij reeds dichterbij kwam, aan de glooiing van de Olijfberg, begon de gehele menigte der discipelen vol blijdschap God te prijzen, met luider stem, om al de krachten, die zij gezien hadden, en zij zeiden: Gezegend Hij, die komt, de Koning, in de naam des Heren; in de hemel vrede en ere in de hoogste hemelen. En enige der Farizeeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf uw discipelen. En Hij antwoordde en zeide: Ik zeg u, indien dezen zwegen, zouden de stenen roepen."

"Na deze woorden trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem. Toen hij Betfage en BetaniŽ bij de Olijfberg naderde, stuurde hij twee van de leerlingen vooruit en zei tegen hen: 'Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. Als iemand jullie vraagt: "Waarom maken jullie het los?" moeten jullie antwoorden: "De Heer heeft het nodig."' De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: 'Waarom maken jullie het los?' Ze antwoordden: 'De Heer heeft het nodig.' Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten. Onderweg spreidden de leerlingen hun mantels voor hem op de grond uit. Toen hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. Ze riepen: 'Gezegend hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!' Enkele FarizeeŽn in de menigte zeiden tegen Jezus: 'Meester, berisp uw leerlingen.' Maar hij antwoordde: 'Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.'"

"Nadat Hij dit verhaal had verteld, ging Jezus met Zijn discipelen verder naar Jeruzalem. Toen Hij in de buurt van de Olijfberg kwam en bijna bij de dorpen Bethfagť en BethaniŽ was, stuurde Hij twee van Zijn discipelen vooruit. "Ga naar het dorp daar," zei Hij. "Als jullie er binnenkomen, zullen jullie een ezel zien die vastgebonden langs de weg staat. Het is een veulen, waarop nog niemand heeft gereden. Maak hem los en breng hem hier. Misschien vraagt iemand waarom jullie dat doen. Zeg dan alleen maar: De Here heeft hem nodig." Zij gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. Ze maakten het dier los. Daar kwamen de eigenaars al aan. "Wat moet dat?" vroegen ze. "Waarom maken jullie ons veulen los?" "De Here heeft hem nodig," antwoordden de discipelen. Ze brachten het veulen bij Jezus en legden hun jassen erover, zodat Hij erop kon zitten. De anderen spreidden hun jassen voor Hem uit op de weg. Toen Hij de helling van de Olijfberg opging, begonnen al Zijn volgelingen te zingen en te jubelen. Zij prezen God voor de geweldige wonderen, die zij Jezus hadden zien doen. "God heeft ons een koning gegeven!" juichten ze. "Lang leve de koning! Vrede in de hemel! Alle eer is voor God in de hoogste hemelen!" Maar enkele FarizeeŽrs, die tussen de mensen liepen, zeiden tegen Jezus: "Meester, zeg toch tegen Uw volgelingen dat zij hun mond houden." "Als zij hun mond houden," antwoordde Jezus, "zullen de stenen gaan roepen!"

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

9 november 2019 Lukas 19:20-27
8 november 2019 Lukas 19:15-19
7 november 2019 Lukas 19:11-14
6 november 2019 Lukas 19:10
5 november 2019 Lukas 19:8-9
4 november 2019 Lukas 19:6-7
3 november 2019 Lukas 19:1-5
 

Home