Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 21 oktober 2019

 

Lukas 18:9

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis:"

"Jezus vertelde nog een gelijkenis. Deze was bedoeld voor mensen die zichzelf voor rechtvaardig hielden en die op alle anderen neerkeken."

"Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis."

"Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis."

"Daarna vertelde Hij een gelijkenis speciaal bedoeld voor degenen, die opschepten over hun eigen goedheid en die op al de anderen neerkeken."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus' meest vernietigende berispingen zijn bewaard voor diegenen die naar buiten toe zeer religieus zijn, maar die arrogant, eigengerechtig zijn en zich beter voelen dan iedereen anders.  

Wederom illustreert Jezus zijn punt met een verhaal, zodat zijn leerlingen niet alleen de waarheid weten van zijn boodschap, maar dat zij ook kunnen visualiseren hoe deze religieuze arrogantie eruit ziet en het kunnen onthouden om het te voorkomen in hun eigen leven.  

Voordat we dit verhaal van Jezus onderzoeken, moeten we naar onszelf kijken en vragen: "Wat is de basis van ons vertrouwen?" Is het in het vergelijken van onszelf met anderen? Is het in onze eigen werken van gerechtigheid? Of is het in Gods genade en barmhartigheid aan ons getoond in Jezus?

 

Gebed:

Vader, dank u dat u mij redt, een zondaar, die niet kan voldoen aan uw normen van karakter, gerechtigheid en heiligheid. Dank u dat u een manier maakt voor uw genade om mij te bereiken en breng me in uw gezin als uw kind. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Lukas 18:9-14

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar. De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, [meer] dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden."

"Jezus vertelde nog een gelijkenis. Deze was bedoeld voor mensen die zichzelf voor rechtvaardig hielden en die op alle anderen neerkeken. 'Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden; de een was een Farizeeėr, de ander een tollenaar. De Farizeeėr ging daar staan en bad bij zichzelf: O God, ik dank u dat ik niet ben zoals de andere mensen: hebzuchtig, oneerlijk en overspelig, of zoals die tollenaar daar! Ik vast tweemaal per week en sta het tiende deel af van al mijn inkomsten. Maar de tollenaar bleef achteraf staan en durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan. Hij zei, terwijl hij zich op de borst sloeg: O God, ik ben een zondaar. Wees mij genadig! En ik zeg u: deze man, en niet de Farizeeer, ging vrij van schuld naar huis. Want ieder die zichzelf verheft, zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.'"

"Hij sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis: Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was een Farizeeer de ander een tollenaar. De Farizeeer stond en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten. De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zeide: O God, wees mij, zondaar, genadig! Ik zeg u: Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden."

"Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis. 'Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeėr en de ander een tollenaar. De Farizeeėr stond daar rechtop en bad bij zichzelf: "God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af." De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: "God, wees mij zondaar genadig." Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.'"

"Daarna vertelde Hij een gelijkenis speciaal bedoeld voor degenen, die opschepten over hun eigen goedheid en die op al de anderen neerkeken. "Twee mannen gingen naar de tempel om te bidden. De ene was een Farizeeėr die erg met zichzelf was ingenomen. De andere was een tolontvanger. De Farizeeėr stond rechtop en zei dit gebed: 'Dank u, God, dat ik niet zo ben als alle zondaars. En zeker niet zoals die tolontvanger daar! Ik bedrieg niemand. Ik pleeg geen overspel. Ik vast twee maal per week. En ik geef U tien procent van alles wat ik verdien.' Maar de tolontvanger stond helemaal achterin de tempel. Hij durfde niet eens omhoog te kijken, terwijl hij aan het bidden was. Hij sloeg zich van berouw en verdriet op de borst en zei: 'God, ik ben een zondaar. Wilt U mij in genade aannemen?' Onthoud dit goed: Die tolontvanger had vergeving van God ontvangen, toen hij naar huis ging. Maar die Farizeeėr niet! Want wie erop uit is meer eer te krijgen dan hem toekomt, zal worden vernederd. Maar wie nederig is, zal eer ontvangen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

20 oktober 2019 Lukas 18:8
19 oktober 2019 Lukas 18:2-7
18 oktober 2019 Lukas 18:1
17 oktober 2019 Lukas 17:37
16 oktober 2019 Lukas 17:34-36
15 oktober 2019 Lukas 17:31-33
14 oktober 2019 Lukas 17:28-30
 

Home