Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zaterdag 19 oktober 2019

 

Lukas 18:2-7

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag. En er was een zekere weduwe in dezelfde stad, en zij kwam tot hem, zeggende: Doe mij recht tegen mijn wederpartij. En hij wilde voor een [langen] tijd niet; maar daarna zeide hij bij zichzelven: Hoewel ik God niet vreze, en geen mens ontzie; Nochtans, omdat deze weduwe mij moeielijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk kome, en mij het hoofd breke. En de Heere zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?"

"'In een stad woonde eens een rechter die voor God geen ontzag had en zich van de mensen al helemaal niets aantrok. Nu woonde er in die stad ook een weduwe die steeds maar bij hem aanklopte en om haar recht vroeg tegenover haar tegenpartij. Lange tijd wilde hij niets doen, maar later dacht hij: Ik heb geen ontzag voor God en van mensen trek ik me ook niets aan, maar deze weduwe maakt het me zo lastig. Ik zal haar toch haar recht maar geven. Want anders komt ze me nog eens een klap in mijn gezicht geven.' En de Heer vervolgde: 'Hoor, wat die onrechtvaardige rechter zegt. Zou God dan de mensen die hij zelf heeft uitgekozen en die dag en nacht tot hem roepen, hun recht niet geven? Zou hij hen laten wachten?"

"'Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: "Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander." Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.' Toen zei de Heer: 'Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten?"

"'Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: "Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander." Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.' Toen zei de Heer: 'Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten?"

"In een stad was een rechter," begon Hij, "een goddeloze man die zich van niemand iets aantrok. Een weduwe uit die stad kwam telkens bij hem. Zij eiste dat hij uitspraak zou doen in een conflict tussen haar en iemand die haar had benadeeld. In het begin weigerde hij botweg. Maar tenslotte begon ze op zijn zenuwen te werken. 'Voor God ben ik niet bang', dacht hij bij zichzelf. 'En ik trek me van niemand iets aan. Maar ik heb schoon genoeg van die vrouw! Ik zal zorgen dat ze haar recht krijgt. Straks doet ze mij nog wat!' Als die onrechtvaardige rechter zoiets kan zeggen, zal God zeker recht doen aan Zijn kinderen die Hem er dag en nacht om smeken! Zal Hij hen laten wachten? Nee!"

 

Overdenking van vandaag:

Jezus' punt is dat als een kwaad en zondig rechter uiteindelijk zal opgeven om een klagende en volhoudende, maar machteloze vrouw weg te krijgen, dat wij dan zeker kunnen rekenen op God - die erg veel van ons houdt - dat hij ons hoort en reageert op manieren die voor ons het beste zijn. Dus moeten we ... blijven bidden ... nooit opgeven ... want God zal horen en reageren.

 

Gebed:

Almachtige en eeuwige Vader, God Almachtig, hoor alstublieft de dingen die me op mijn hart liggen vandaag. Er zijn een aantal dingen die me zorgen geven, hoor alstublieft mijn verzoeken en doe wat het beste is in elke situatie (geef de zaken die voor problemen zorgen aan de Here). Vader, ik ben bezorgd over een aantal mensen die worden geconfronteerd met echt uitdagende tijden. Zegen alstublieft elk van hen met wat zij het meest nodig hebben als ik elke naam bij u breng (deel de namen van degenen die jou zorgen baren met de Heer). Dank u dat u mij hoort en werkt in de situaties die ik bij u heb gelegd. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 18:1-8

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe [strekkende], dat men altijd bidden moet, en niet vertragen; Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag. En er was een zekere weduwe in dezelfde stad, en zij kwam tot hem, zeggende: Doe mij recht tegen mijn wederpartij. En hij wilde voor een [langen] tijd niet; maar daarna zeide hij bij zichzelven: Hoewel ik God niet vreze, en geen mens ontzie; Nochtans, omdat deze weduwe mij moeielijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk kome, en mij het hoofd breke. En de Heere zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?"

"Om zijn leerlingen duidelijk te maken dat ze moesten blijven bidden, dat ze het nooit moesten opgeven, vertelde Jezus hun deze gelijkenis: 'In een stad woonde eens een rechter die voor God geen ontzag had en zich van de mensen al helemaal niets aantrok. Nu woonde er in die stad ook een weduwe die steeds maar bij hem aanklopte en om haar recht vroeg tegenover haar tegenpartij. Lange tijd wilde hij niets doen, maar later dacht hij: Ik heb geen ontzag voor God en van mensen trek ik me ook niets aan, maar deze weduwe maakt het me zo lastig. Ik zal haar toch haar recht maar geven. Want anders komt ze me nog eens een klap in mijn gezicht geven.' En de Heer vervolgde: 'Hoor, wat die onrechtvaardige rechter zegt. Zou God dan de mensen die hij zelf heeft uitgekozen en die dag en nacht tot hem roepen, hun recht niet geven? Zou hij hen laten wachten? Neem van mij aan: hij zal ze heel snel hun recht geven. Maar zal de Mensenzoon bij zijn komst wel geloof op aarde vinden?'"

"Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zeide: Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zeide: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij. En een tijdlang wilde hij niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens, toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan. En de Here zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?"

"Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven: 'Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: "Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander." Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.' Toen zei de Heer: 'Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?'"

"Jezus vertelde Zijn discipelen een gelijkenis om duidelijk te maken dat men altijd moet blijven bidden, net zolang tot het antwoord komt. "In een stad was een rechter," begon Hij, "een goddeloze man die zich van niemand iets aantrok. Een weduwe uit die stad kwam telkens bij hem. Zij eiste dat hij uitspraak zou doen in een conflict tussen haar en iemand die haar had benadeeld. In het begin weigerde hij botweg. Maar tenslotte begon ze op zijn zenuwen te werken. 'Voor God ben ik niet bang', dacht hij bij zichzelf. 'En ik trek me van niemand iets aan. Maar ik heb schoon genoeg van die vrouw! Ik zal zorgen dat ze haar recht krijgt. Straks doet ze mij nog wat!' Als die onrechtvaardige rechter zoiets kan zeggen, zal God zeker recht doen aan Zijn kinderen die Hem er dag en nacht om smeken! Zal Hij hen laten wachten? Nee! Hij zal hen vlug antwoorden. Maar het is de vraag of Ik bij de mensen geloof zal vinden als Ik terugkom."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

18 oktober 2019 Lukas 18:1
17 oktober 2019 Lukas 17:37
16 oktober 2019 Lukas 17:34-36
15 oktober 2019 Lukas 17:31-33
14 oktober 2019 Lukas 17:28-30
13 oktober 2019 Lukas 17:26-27
12 oktober 2019 Lukas 17:25
 

Home