Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 4 oktober 2019

 

Lukas 17:6

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En de Heere zeide: Zo gij een geloof hadt als een mostaardzaad, gij zoudt tegen dezen moerbezienboom zeggen: Word ontworteld, en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn."

"'Al hadden jullie een geloof als een mosterdzaadje,' antwoordde hij, 'als je tegen een moerbeiboom zou zeggen: Maak je met wortel en al los en plant jezelf in zee, dan zou hij doen wat je zei."

"De Heer zei: 'Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: "Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!" en hij zou jullie gehoorzamen."

"De Heer zei: 'Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: "Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!" en hij zou jullie gehoorzamen."

"Als jullie geloof maar zo groot was als een mosterdzaadje," antwoordde Jezus, "zou het groot genoeg zijn om een boom met wortel en al uit de grond te rukken en naar de zee te sturen. Hij zou direct gehoorzamen."

 

Overdenking van vandaag:

Op het eerste gezicht, lijkt Jezus een ongelooflijke belofte te maken. Bij nader onderzoek echter, is dit een berisping. Zelfs een beetje geloof is krachtig. Zij zouden zo veel meer invloed op hun wereld hebben als ze zelfs maar een beetje vertrouwen konden verzamelen.  

Helaas, zo veel wordt niet gedaan om anderen te zegenen en God te eren, omdat we zo weinig geloof hebben. Laten we mensen van geloof zijn!

 

Gebed:

Heer God Almachtig, daag me uit, raak me, beweeg me, motiveer me om te leven door geloof en niet door zicht. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 17:1-10

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide tot de discipelen: Het kan niet wezen, dat er geen ergernissen komen; doch wee [hem], door welken zij komen; Het zoude hem nuttiger zijn, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en hij in de zee geworpen, dan dat hij een van deze kleinen zou ergeren. Wacht uzelven. En indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem. En indien hij zevenmaal daags tegen u zondigt, en zevenmaal daags tot u wederkeert, zeggende: Het is mij leed; zo zult gij het hem vergeven. En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons het geloof. En de Heere zeide: Zo gij een geloof hadt als een mostaardzaad, gij zoudt tegen dezen moerbezienboom zeggen: Word ontworteld, en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn. En wie van u heeft een dienstknecht ploegende, of [de] [beesten] hoedende, die tot hem, als hij van den akker inkomt, terstond zal zeggen: Kom bij, en zit aan? Maar zal hij niet tot hem zeggen: Bereid, dat ik te avond zal eten, en omgord u, en dien mij, totdat ik zal gegeten en gedronken hebben; en eet en drink gij daarna? Dankt hij ook denzelven dienstknecht omdat hij gedaan heeft, hetgeen hem bevolen was? Ik meen, neen. Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben [maar] gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen."

"Jezus zei tegen zijn leerlingen: 'Er zijn dingen die de mensen van de goede weg afbrengen. Dat is onontkoombaar, maar wee degene die dat veroorzaakt! Je kan beter met een molensteen om je nek in zee worden gegooid dan er ooit de oorzaak van zijn dat een van deze eenvoudige mensen van de goede weg afdwaalt. Wees dus op jullie hoede! Als iemand van jullie verkeerd doet, zeg het hem dan, en komt hij tot inkeer, vergeef hem. En als hij je zevenmaal per dag kwaaddoet en zeven keer bij je komt en zegt: Het spijt me, vergeef hem.' 'Geef ons meer geloof,' zeiden de apostelen tegen de Heer. 'Al hadden jullie een geloof als een mosterdzaadje,' antwoordde hij, 'als je tegen een moerbeiboom zou zeggen: Maak je met wortel en al los en plant jezelf in zee, dan zou hij doen wat je zei. Veronderstel: iemand van jullie heeft een knecht. Die knecht heeft geploegd of de kudden gehoed en komt van het land terug. Zul je dan tegen hem zeggen: Kom maar vlug aan tafel? Natuurlijk niet! Je zegt tegen hem: Maak mijn eten klaar en kleed je om mij te bedienen; als ik klaar ben met eten, kun jij gaan eten. Gaat die man zijn knecht dan bedanken, omdat die deed wat hem opgedragen was? Hetzelfde geldt voor jullie: wanneer je alles hebt gedaan wat je is opgedragen, zeg dan nog: We zijn armzalige knechten; we hebben alleen onze plicht gedaan.'"

"Hij zeide tot zijn discipelen: Het is onmogelijk, dat er geen verleidingen komen, maar wee hem, door wie zij komen! Het zou beter voor hem zijn, als een molensteen om zijn hals gedaan was en hij in de zee was geworpen, dan dat hij een van deze kleinen tot zonde verleidde. Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven. En de apostelen zeiden tot de Here: Geef ons meer geloof. De Here zeide: Indien gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen. Wie van u zal tot zijn slaaf, die voor hem ploegt of het vee hoedt, als hij van het land thuiskomt, zeggen: Kom terstond hier aan tafel? Zal hij niet veeleer tot hem zeggen: Maak mijn maaltijd gereed, schort uw kleren op en bedien mij, tot ik klaar ben met eten en drinken, en daarna kunt gij eten en drinken? Zal hij de slaaf soms danken, omdat hij deed wat hem bevolen was? Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, zeggen: Wij zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan, wat wij moesten doen."

"Tegen zijn leerlingen zei hij: 'Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, alleen: wee degene die daarvoor verantwoordelijk is! Het zou beter voor hem zijn als hij met een molensteen om zijn hals in zee werd geworpen dan dat hij ook maar een van deze geringen ten val zou brengen. Let dus goed op jezelf! Indien je broeder zondigt, spreek hem dan ernstig toe; en als hij berouw heeft, vergeef hem. En als hij zevenmaal op een dag tegen je zondigt en zevenmaal naar je terugkeert en zegt: "Ik heb berouw, "dan moet je hem vergeven.' Toen zeiden de apostelen tegen de Heer: 'Geef ons meer geloof!' De Heer zei: 'Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: "Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!" en hij zou jullie gehoorzamen. Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: "Ga maar meteen aan tafel"? Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: "Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken"? Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen? Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: "Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan."'"

"Op een dag zei Jezus tegen Zijn discipelen:"Verleidingen zullen er altijd zijn. Dat is onvermijdelijk. Maar degene die de verleidingen veroorzaakt, zal het slecht vergaan. Hij zou beter af zijn als hij met een zware steen om zijn nek in de zee werd gegooid, dan wanneer hij één mens tot zonde bracht. Ik waarschuw jullie. Als je broer zondigt, wijs hem dan terecht. Als hij spijt heeft, moet je hem vergeven. Zelfs als hij zeven keer per dag tegen je zondigt. Als hij je telkens komt zeggen dat het hem spijt, moet je hem telkens opnieuw vergeven." De apostelen zeiden tegen de Here: "Geef ons een groter geloof." "Als jullie geloof maar zo groot was als een mosterdzaadje," antwoordde Jezus, "zou het groot genoeg zijn om een boom met wortel en al uit de grond te rukken en naar de zee te sturen. Hij zou direct gehoorzamen. Wanneer een knecht thuiskomt van het land, waar hij heeft geploegd of de dieren heeft verzorgd, gaat hij niet meteen zitten eten. Nee, hij maakt eerst het eten voor zijn heer klaar en bedient hem. Pas dan kan hij zelf gaan eten. Zijn heer bedankt hem niet, want de knecht heeft niet meer dan zijn plicht gedaan. Voor jullie geldt hetzelfde. Als je doet wat je moet doen, mag je niet op een compliment rekenen. Je hebt niet meer dan je plicht gedaan."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

3 oktober 2019 Lukas 17:5
2 oktober 2019 Lukas 17:3-4
1 oktober 2019 Lukas 17:1-2
30 september 2019 Lukas 16:27-31
29 september 2019 Lukas 16:24-26
28 september 2019 Lukas 16:22-23
27 september 2019 Lukas 16:19-21
 

Home