Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zondag 29 september 2019

 

Lukas 16:24-26

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijde smarten in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten. En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die [daar] [zijn], van daar tot ons overkomen."

"Vader Abraham, riep hij, heb medelijden met me en stuur Lazarus; laat hem de top van zijn vinger in het water steken en mijn tong bevochtigen, want ik lijd veel pijn in deze vlammen. Maar Abraham zei: Zoon, bedenk dat u in uw leven de goede dingen hebt gehad, en Lazarus de slechte. Nu wordt hij hier getroost en lijdt u pijn. Bovendien: tussen u en ons gaapt een diepe afgrond. Zo is het onmogelijk, al zou men het willen, om van hieruit naar u te gaan, en ook kan men bij u vandaan niet hier komen."

"Hij riep: "Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen." Maar Abraham zei: "Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken."

"Hij riep: "Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen." Maar Abraham zei: "Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken."

"'Vader Abraham!' kermde hij. 'Heb toch medelijden met mij! Stuur Lazarus hier naar toe. Laat hij zijn vinger nat maken en daarmee mijn tong verkoelen. Want het is verschrikkelijk hier in deze vlammen.' Maar Abraham zei tegen hem: 'U bent zeker vergeten dat u tijdens uw leven alles had wat uw hart begeerde en Lazarus had niets dan ellende. Nu is het andersom: Hij wordt hier getroost en u vergaat van de pijn. Bovendien is tussen u en ons een enorme kloof. Wie van hier naar u toe wil, komt er niet overheen.'"

 

Overdenking van vandaag:

Sommige dingen zijn definitief. De rijke man koos om te leven voor het moment en negeerde eeuwige zaken. Nu is het te laat. Dood is gekomen en heeft zijn kans weggenomen om een beter persoon te worden. Er is geen overgangspunt. Er is een grote kloof.  

Jezus vertelt dit verhaal om ons te waarschuwen ons leven te zien met eeuwige gewichtigheid terwijl we leven, want als we sterven zijn er geen kansen meer om te investeren in wat belangrijk is.

 

Gebed:

Vader, open mijn ogen en help me dingen te zien zoals u ze ziet. Ik wil nu leven met eeuwige waarden. Help me de gebieden te zien waar ik aarzel of leef in ontkenning over wat er gedaan moet worden voor uw glorie en om anderen te zegenen. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Lukas 16:19-31

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham. En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijde smarten in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten. En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die [daar] [zijn], van daar tot ons overkomen. En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis; Want ik heb vijf broeders; dat hij hun [dit] betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging. Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen. En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren. Doch [Abraham] zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen."

"'Er was eens een rijke man. Hij ging gekleed in purper en in zuiver linnen. Elke dag gaf hij een schitterend feest. En er was een arme bedelaar, overdekt met zweren. Hij heette Lazarus. Hij lag altijd voor de deur van de rijke. Hij hoopte zijn honger te stillen met wat er van de tafel viel. De honden likten zelfs zijn zweren. Op een dag stierf de arme man, en de engelen namen hem mee en legden hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij onder kwellende pijnen in het dodenrijk zijn ogen opsloeg, zag hij, ver weg, Abraham met Lazarus in zijn schoot. Vader Abraham, riep hij, heb medelijden met me en stuur Lazarus; laat hem de top van zijn vinger in het water steken en mijn tong bevochtigen, want ik lijd veel pijn in deze vlammen. Maar Abraham zei: Zoon, bedenk dat u in uw leven de goede dingen hebt gehad, en Lazarus de slechte. Nu wordt hij hier getroost en lijdt u pijn. Bovendien: tussen u en ons gaapt een diepe afgrond. Zo is het onmogelijk, al zou men het willen, om van hieruit naar u te gaan, en ook kan men bij u vandaan niet hier komen. Maar de rijke zei: Dan smeek ik u, vader, stuur Lazarus naar mijn ouderlijk huis, want ik heb vijf broers. Dan kan hij ze waarschuwen, dat niet ook zij hier terechtkomen, in deze plaats van pijn. Maar Abraham antwoordde: Ze hebben de geschriften van Mozes en de profeten, laten ze naar hen luisteren. Maar de man zei: Dat doen ze niet, vader Abraham. Maar als iemand van de doden naar hen toegaat, dan zullen ze een nieuw leven beginnen. Maar Abraham zei: Als ze niet luisteren naar Mozes en de profeten, zullen ze zich ook niet laten gezeggen door iemand die uit de dood opstaat.'"

"En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, nedergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken. Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zeide: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen. Doch hij zeide: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen. Maar Abraham zeide: Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren. Doch hij zeide: Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren. Doch hij zeide tot hem: Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen."

"Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. Hij riep: "Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen." Maar Abraham zei: "Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken." Toen zei de rijke man: "Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen." Abraham zei: "Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!" De rijke man zei: "Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen." Maar Abraham zei: "Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat."'"

"Er was eens een rijke man die altijd de mooiste kleren droeg. Hij woonde in een groot, duur huis en leidde een luxe leven. Op een dag werd een bedelaar, Lazarus, bij de poort van zijn grote villa neergelegd. Zijn lichaam zat onder de zweren. Hij hoopte zijn honger te stillen met wat bij de rijke man van tafel afviel. Hij was er zelfs zo erg aan toe dat de honden zijn zweren kwamen likken. Tenslotte st ierf de bedelaar. Hij werd door de engelen bij Abraham gebracht. De rijke man stierf ook. Hij werd begraven en ging naar het dodenrijk, waar men van God gescheiden is. Terwijl hij daar grote pijn leed, zag hij in de verte Lazarus, die bij Abraham was. 'Vader Abraham!' kermde hij. 'Heb toch medelijden met mij! Stuur Lazarus hier naar toe. Laat hij zijn vinger nat maken en daarmee mijn tong verkoelen. Want het is verschrikkelijk hier in deze vlammen.' Maar Abraham zei tegen hem: 'U bent zeker vergeten dat u tijdens uw leven alles had wat uw hart begeerde en Lazarus had niets dan ellende. Nu is het andersom: Hij wordt hier getroost en u vergaat van de pijn. Bovendien is tussen u en ons een enorme kloof. Wie van hier naar u toe wil, komt er niet overheen.' Daarop zei de rijke man: 'Vader Abraham, ik smeek u Lazarus dan naar het huis van mijn vader te sturen, want ik heb vijf broers. Laat hij hen ernstig waarschuwen voor de pijn en ellende hier. Want ik zou het verschrikkelijk vinden als zij ook hier moesten komen.' Abraham antwoordde: 'In de boeken van Mozes en de profeten staan waarschuwingen genoeg. Uw broers kunnen die zo vaak lezen als zij willen.' Maar de rijke man bleef aanhouden. 'Nee, vader Abraham. Die lezen ze toch niet. Maar als iemand uit de dood terugkomt en hen waarschuwt, zullen ze hun leven zeker beteren.' 'Dat is niet waar', zei Abraham. 'Als zij niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen zij ook niet luisteren naar iemand die terugkomt uit de dood."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

28 september 2019 Lukas 16:22-23
27 september 2019 Lukas 16:19-21
26 september 2019 Lukas 16:18
25 september 2019 Lukas 16:17
24 september 2019 Lukas 16:16
23 september 2019 Lukas 16:14-15
22 september 2019 Lukas 16:12-13
 

Home