Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Donderdag 29 augustus 2019

 

Lukas 13:22-27

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende [Zijn] reis naar Jeruzalem. En er zeide een tot Hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen; [Namelijk] nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt. Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd. En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!"

"En Jezus trok verder door steden en dorpen, op weg naar Jeruzalem. En waar hij kwam, onderwees hij de mensen. Iemand vroeg hem: 'Heer, is het aantal mensen dat gered wordt, klein?' En hij antwoordde, hem en de anderen: 'Strijd ervoor om binnen te komen door de smalle deur, want ik zeg u: velen zullen proberen binnen te komen maar zullen het niet kunnen. En vanaf het moment dat de heer des huizes is opgestaan om de deur te sluiten, zult u buiten moeten blijven. Dan zult u op de deur kloppen en roepen: Heer, doe ons open, maar hij zal antwoorden: Ik weet niet waar u vandaan komt. En u zult zeggen: Wij hebben nog wel met u gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven. En hij zal tot u zeggen: Ik weet niet waar u vandaan komt. Verdwijn uit mijn ogen, u allen! U die altijd onrecht deed!"

"Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf. Iemand vroeg hem: 'Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?' Hij antwoordde: 'Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: "Heer, doe open voor ons!", dan zal hij antwoorden: "Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?" Jullie zullen zeggen: "We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven." Maar hij zal tegen jullie zeggen: "Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!"

"Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf. Iemand vroeg hem: 'Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?' Hij antwoordde: 'Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: "Heer, doe open voor ons!", dan zal hij antwoorden: "Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?" Jullie zullen zeggen: "We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven." Maar hij zal tegen jullie zeggen: "Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!"

"Hij reisde verder naar Jeruzalem. Onderweg, in de steden en dorpen, sprak Hij met de mensen. Iemand zei tegen Hem: "Here, er komen zeker niet veel mensen in Gods koninkrijk?" "De deur naar de hemel is smal," antwoordde Jezus. "Doe uw uiterste best er binnen te komen. Want vele mensen zullen het tevergeefs proberen. Nadat de huiseigenaar de deur gesloten heeft, zal het te laat zijn. Dan zult u buiten blijven staan. En als u aanklopt en smeekt: 'Here, doe de deur voor ons open', zal Hij zeggen: 'Ik ken u niet.' 'Maar we hebben samen met U gegeten en gedronken. U hebt in onze straten gesproken.' En Hij zal antwoorden: 'Ik zeg het nog eens: Ik weet niet waar u vandaan komt. Ga weg! U hebt niet willen doen wat God zei.'"

 

Overdenking van vandaag:

Velen in de wereld van vandaag hebben een vergankelijke fascinatie voor Jezus, maar zij hebben geen wens om Jezus als de Heer van hun leven te hebben. Anderen zien het geloof als iets wat uitgeschakeld is tot een meer geschikt tijdstip in hun leven - wanneer ze "een bruisend leven" hebben gehad.  

Jezus herinnert ons eraan dat alleen degenen die echt bekend hebben EN die met hem leven als Heer hun glorieuze toekomst gaan vinden. Gods genade (EfeziŽrs 2:8-9) is geen reden om het offer van het heil minimaal aan te nemen. Degenen die geloven dat ze gered zijn, maar geen verlangen of passie hebben om te leven voor hun Heer en te werken voor zijn Koninkrijk, hebben het helaas mis (EfeziŽrs 2:10; Jacobus 2).  

Dit is geen verlossing door werken, maar het is een herinnering dat echte discipelen niet doorgaan met zondigen omdat God simpelweg genadig is (Romeinen 6:1-3). Jezus gaf alles op om ons te verlossen. Hij vraagt dat we zijn offer erkennen en eist dat we met hem leven als Heer van ons leven.

 

Gebed:

Rechtvaardige Vader, ik dank u voor uw genade. Ik weet dat Jezus de schuld betaalde voor mijn zonde en mij verloste. Ik weet dat u hem uit de doden liet opstaan en dat u hem verheven heeft tot de hoogste plaats. Ik vertrouw erop dat Jezus mijn Heiland is en probeer voor hem te leven als mijn Heer. Laat mijn leven mijn grote dank weerspiegelen voor uw genade en het doel, de passie en betekenis tonen die u mij verlangt te geven als uw kind. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 13:18-30

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk, en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken? Het is gelijk aan een mostaardzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof geworpen heeft; en het wies op, en werd tot een groten boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken. En Hij zeide wederom: Waarbij zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken? Het is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam, en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was. En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende [Zijn] reis naar Jeruzalem. En er zeide een tot Hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen; [Namelijk] nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt. Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd. En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid! Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen. En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods. En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn."

"Toen zei hij: 'Waarmee zal ik het koninkrijk van God vergelijken? Waar lijkt het op? Het is als een mosterdzaadje, dat iemand in zijn tuin plantte. Het groeide op en werd een boom, en de vogels in de lucht kwamen in zijn takken nestelen.' En weer zei hij: 'Waarmee zal ik het koninkrijk van God vergelijken? Het is als gist. Een vrouw deed wat gist in drie maten meel, en het bleek het hele deeg te doen rijzen.' En Jezus trok verder door steden en dorpen, op weg naar Jeruzalem. En waar hij kwam, onderwees hij de mensen. Iemand vroeg hem: 'Heer, is het aantal mensen dat gered wordt, klein?' En hij antwoordde, hem en de anderen: 'Strijd ervoor om binnen te komen door de smalle deur, want ik zeg u: velen zullen proberen binnen te komen maar zullen het niet kunnen. En vanaf het moment dat de heer des huizes is opgestaan om de deur te sluiten, zult u buiten moeten blijven. Dan zult u op de deur kloppen en roepen: Heer, doe ons open, maar hij zal antwoorden: Ik weet niet waar u vandaan komt. En u zult zeggen: Wij hebben nog wel met u gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven. En hij zal tot u zeggen: Ik weet niet waar u vandaan komt. Verdwijn uit mijn ogen, u allen! U die altijd onrecht deed! U zult huilen en knarsetanden, als u ziet dat Abraham, Isaak en Jakob en alle profeten in het koninkrijk van God zijn, maar dat u buitengesloten bent! Er zullen mensen komen uit het oosten en uit het westen, uit het noorden en uit het zuiden, en in het koninkrijk van God een plaats aan tafel krijgen. Zo zijn er laatsten die de eersten zullen zijn en eersten die de laatsten zullen zijn.'"

"Hij zeide dan: Waaraan is het Koninkrijk Gods gelijk en waarmede zal Ik het vergelijken? Het is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide, en het groeide en werd een boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken. En wederom sprak Hij: Waarmede zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken? Het is gelijk aan een zuurdesem, welke een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het geheel doorzuurd was. En Hij trok verder langs steden en dorpen, predikende en reizende naar Jeruzalem. En iemand zeide tot Hem: Here, zijn het weinigen, die behouden worden? Hij zeide tot hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen. Van het ogenblik af, dat de heer des huizes is opgestaan en de deur gesloten heeft, zult gij beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen zeggende: Here, doe ons open, en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik weet niet, vanwaar gij zijt. Dan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben voor uw ogen gegeten en gedronken en in onze straten hebt Gij geleerd. En Hij zal tot u spreken, zeggende: Ik weet niet, vanwaar gij zijt; gaat weg van Mij, alle gij werkers der ongerechtigheid. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer gij Abraham en Isaak en Jakob zult zien en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar uzelf buitengeworpen. En zij zullen komen van oost en west en van noord en zuid en zullen aanliggen in het Koninkrijk Gods. En zie, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn."

"Daarop zei hij: 'Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.' En opnieuw zei hij: 'Waarmee zal ik het koninkrijk van God vergelijken? Het lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.' Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf. Iemand vroeg hem: 'Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?' Hij antwoordde: 'Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: "Heer, doe open voor ons!", dan zal hij antwoorden: "Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?" Jullie zullen zeggen: "We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven." Maar hij zal tegen jullie zeggen: "Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!" Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt. Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God. En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.'"

"Hij zei tegen de mensen: "Hoe kan Ik u duidelijk maken wat het Koninkrijk van God is? Ik zal het doen aan de hand van een vergelijking. Het Koninkrijk van God is als een mosterdzaadje dat door iemand in de tuin wordt gezaaid. Het begint te groeien en wordt tenslotte een grote boom waarin de vogels kunnen nestelen." Hij gaf nog een vergelijking. "Het Koninkrijk van God is als gist, dat in het deeg wordt gedaan. Het doet ongemerkt zijn werk, tot het deeg helemaal gerezen is." Hij reisde verder naar Jeruzalem. Onderweg, in de steden en dorpen, sprak Hij met de mensen. Iemand zei tegen Hem: "Here, er komen zeker niet veel mensen in Gods koninkrijk?" "De deur naar de hemel is smal," antwoordde Jezus. "Doe uw uiterste best er binnen te komen. Want vele mensen zullen het tevergeefs proberen. Nadat de huiseigenaar de deur gesloten heeft, zal het te laat zijn. Dan zult u buiten blijven staan. En als u aanklopt en smeekt: 'Here, doe de deur voor ons open', zal Hij zeggen: 'Ik ken u niet.' 'Maar we hebben samen met U gegeten en gedronken. U hebt in onze straten gesproken.' En Hij zal antwoorden: 'Ik zeg het nog eens: Ik weet niet waar u vandaan komt. Ga weg! U hebt niet willen doen wat God zei.' U zult huilen en knarsetanden als u ziet dat Abraham, Isašk en Jakob en alle profeten in het Koninkrijk van God zijn, maar u zelf niet. Uit alle delen van de wereld zullen mensen plaatsnemen in het Koninkrijk van God. En let op: Sommigen die nu vooraan staan, zullen dan met de laatste plaats genoegen moeten nemen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

28 augustus 2019 Lukas 13:18-21
27 augustus 2019 Lukas 13:14-17
26 augustus 2019 Lukas 13:10-13
25 augustus 2019 Lukas 13:6-9
24 augustus 2019 Lukas 13:1-5
23 augustus 2019 Lukas 12:54-59
22 augustus 2019 Lukas 12:49-53
 

Home