Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Donderdag 18 juli 2019

 

Lukas 11:5-8

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden; Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette; En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven. Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft."

"En hij ging verder: 'Veronderstel: iemand van jullie heeft een vriend en gaat midden in de nacht naar hem toe om hem te vragen: Vriend, kun je me aan drie broden helpen? Want een andere vriend is op reis bij me langs gekomen en ik heb niets te eten voor hem. Zou die vriend hem dan uit zijn huis toeroepen: Val me niet lastig! De deur is allang op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan nu niet opstaan om ze je te geven. Ik verzeker jullie: zelfs al zou hij niet opstaan om ze te geven omdat het zijn vriend was, dan zal hij nog opstaan omdat de ander het durft te vragen. Hij zal hem geven wat hij nodig heeft."

"Daarna zei hij tegen hen: 'Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: "Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten." En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: "Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt." Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft."

"Daarna zei hij tegen hen: 'Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: "Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten." En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: "Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt." Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft."

"Jezus leerde hun nog meer over het gebed. "Stel dat je midden in de nacht naar een vriend gaat om drie broden te lenen. Je maakt hem wakker en zegt: 'Er is een vriend bij ons aangekomen. Hij heeft een hele reis achter de rug. En nu heb ik niets voor hem te eten.' De man roept vanuit zijn slaapkamer: 'Laat me nou toch slapen! De deur is op slot en we liggen allemaal in bed! Ik kom er nu niet uit om je te helpen.' Maar als je aandringt, zal hij toch opstaan om je te geven wat je nodig hebt. Dat verzeker ik je. Niet omdat je zijn vriend bent, maar omdat je de moed hebt gehad te blijven aandringen."

 

Overdenking van vandaag:

Eťn van de manieren waarop de rabbi's vaak met de mensen redeneerden in Jezus' dagen was door een minder iets te vergelijken met een groter iets. In dit voorbeeld gebruikt Jezus deze zelfde gewoonte. Hij gebruikt een principe van menselijke volhardendheid bij een buurman en benadrukt dat, als dit waar is bij menselijke buren, hoeveel te meer zal het waar zijn bij ons doorzettingsvermogen met het vragen van actie van God?  

Als iemand blijft vragen, kan de persoon aan de vraag voldoen alleen om de schaamte van het niet helpen te vermijden. Als dat waar is bij zondige mensen, hoeveel meer zullen wij genadevolle dingen ontvangen van onze hemelse Vader die ernaar verlangt goede geschenken te geven aan zijn kinderen!

 

Gebed:

Dank u wel, Here God Almachtig, voor uw gulle genade dat uit uw hart van liefde komt. In die tijden dat gebed moeilijk is en mijn frustraties zich opstapelen, help me alstublieft te volharden in gebed - vooral als er niets lijkt te gebeuren, gebed niet erg treffend lijkt en ik ontmoedigd ben. Geef me de moed en overtuiging te blijven bidden. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Lukas 11:1-13

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen [zijt]! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, [alzo] ook op de aarde. Geef ons elken dag ons dagelijks brood. En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden; Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette; En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven. Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft. En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden. En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven? Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?"

"Op een keer was Jezus ergens in gebed. Toen hij zijn gebed had beŽindigd, vroeg een van zijn leerlingen hem: 'Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.' Jezus zei tegen hen: 'Als je bidt, zeg dan: Vader, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen. Geef ons elke dag het brood dat we nodig hebben. En vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven iedereen die schuldig is tegenover ons; en laat niet toe dat wij op de proef gesteld worden.' En hij ging verder: 'Veronderstel: iemand van jullie heeft een vriend en gaat midden in de nacht naar hem toe om hem te vragen: Vriend, kun je me aan drie broden helpen? Want een andere vriend is op reis bij me langs gekomen en ik heb niets te eten voor hem. Zou die vriend hem dan uit zijn huis toeroepen: Val me niet lastig! De deur is allang op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan nu niet opstaan om ze je te geven. Ik verzeker jullie: zelfs al zou hij niet opstaan om ze te geven omdat het zijn vriend was, dan zal hij nog opstaan omdat de ander het durft te vragen. Hij zal hem geven wat hij nodig heeft. Daarom zeg ik jullie: vraag en je zult krijgen, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Ja, iedereen die vraagt, zal krijgen, en wie zoekt, zal vinden en voor wie aanklopt, zal worden opengedaan. Is er een vader onder jullie die zijn kind een slang zal geven als het om vis vraagt? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Ondanks jullie slechtheid weten jullie je kinderen dus goede dingen te geven. Hoeveel meer zal dan de Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen!'"

"En het geschiedde, terwijl Hij ergens in gebed was, dat een van zijn discipelen, toen Hij ophield, tot Hem zeide: Here, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zegt: Vader, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; geef ons elke dag ons dagelijks brood; en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is; en leid ons niet in verzoeking. En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, die midden in de nacht bij hem komt en tot hem zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is op zijn reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten; en dat dan hij, die binnen is, zou antwoorden en zeggen: Val mij niet lastig, de deur is reeds gesloten en mijn kinderen en ik zijn naar bed; ik kan niet opstaan om ze u te geven. Ik zeg u, zelfs al zou hij niet opstaan en ze geven, omdat hij zijn vriend was, om zijn onbeschaamdheid zou hij opstaan en hem geven, zoveel hij nodig heeft. En Ik zeg u: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt en wie zoekt, vindt en wie klopt, hem zal opengedaan worden. Is er soms een vader onder u, die, als zijn zoon hem om een vis vraagt, hem voor een vis een slang zal geven? Of als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen zal geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?"

"Eens was Jezus aan het bidden, en toen hij zijn gebed beŽindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen hem: 'Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.' Hij zei tegen hen: 'Wanneer jullie bidden, zeg dan: "Vader, laat uw naam geheiligd worden en laat uw koninkrijk komen. Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven iedereen die ons iets schuldig is. En breng ons niet in beproeving."' Daarna zei hij tegen hen: 'Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: "Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten." En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: "Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt." Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft. Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.'"

"Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij daarmee ophield, kwam ťťn van Zijn discipelen bij Hem en vroeg: "Here, wilt U ons leren bidden? Johannes de Doper heeft het zijn discipelen ook geleerd." Jezus zei: "Als u bidt, zeg dan: 'Onze Vader in de hemelen! Wij eren Uw heilige naam. Laat Uw koninkrijk komen. Geef ons elke dag opnieuw het voedsel dat wij nodig hebben. Vergeef ons de zonden die wij hebben gedaan. Want wij vergeven ook de mensen die ons iets hebben aangedaan. Laat niet toe dat wij in verleiding komen." Jezus leerde hun nog meer over het gebed. "Stel dat je midden in de nacht naar een vriend gaat om drie broden te lenen. Je maakt hem wakker en zegt: 'Er is een vriend bij ons aangekomen. Hij heeft een hele reis achter de rug. En nu heb ik niets voor hem te eten.' De man roept vanuit zijn slaapkamer: 'Laat me nou toch slapen! De deur is op slot en we liggen allemaal in bed! Ik kom er nu niet uit om je te helpen.' Maar als je aandringt, zal hij toch opstaan om je te geven wat je nodig hebt. Dat verzeker ik je. Niet omdat je zijn vriend bent, maar omdat je de moed hebt gehad te blijven aandringen. Luister, zo gaat het ook bij het bidden. Vraag en je zult ontvangen. Zoek en je zult vinden. Klop en de deuren zullen voor je opengaan. Want ieder die bidt, ontvangt. Wie zoekt, vindt. En voor wie klopt, gaat de deur open. Velen van jullie hebben kinderen. Als je zoon je om een vis vraagt, geef je hem dan een slang? Of als hij om een ei vraagt, geef je hem dan een schorpioen? Natuurlijk niet! Dus, al ben je slecht, je geeft je kinderen toch wat zij nodig hebben. Hoeveel te meer zal je hemelse Vader de Heilige Geest geven aan wie Hem daarom vragen?"

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

17 juli 2019 Lukas 11:5-6
16 juli 2019 Lukas 11:4
15 juli 2019 Lukas 11:3
14 juli 2019 Lukas 11:2
13 juli 2019 Lukas 11:1
12 juli 2019 Lukas 10:38-42
11 juli 2019 Lukas 10:36-37
 

Home