Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 4 december 2020

 

Markus 15:21

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij dwongen een Simon van Cyrene, die [daar] voorbijging, komende van den akker, den vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg."

"Een voorbijganger, die van het land kwam, kreeg opdracht de kruisbalk van Jezus te dragen. Het was een zekere Simon, afkomstig uit de stad Cyrene, de vader van Alexander en Rufus."

"Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen."

"Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen."

"Simon van Cyrene (de vader van Alexander en Rufus) kwam net van het land. Hij werd gedwongen het kruis van Jezus te dragen."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus vertelde zijn volgelingen, inclusief degenen die hem vandaag volgen, dat we ons kruis moeten oppakken en hem volgen. Terwijl Simon gedwongen werd om Jezus' kruis fysiek te dragen op Golgotha, nam hij blijkbaar ook het Kruis geestelijk op zich omdat zijn zonen, Alexander en Rufus, bekend zijn in de christelijke gemeenschap waarnaar Markus verwijst.  

Paulus lijkt ook ťťn van de zonen, Rufus, te kennen en Paulus beschrijft hem als iemand "die door de Heer is uitgekozen" (Rom 16:13 NBV). Dit is een geweldige herinnering dat als we ons geloof willen delen met onze kinderen, dat "het dragen van het kruis" het krachtige voorbeeld is dat hen helpt om onze voetstappen te volgen zoals wij Jezus' stappen volgen!

 

Gebed:

Vader, help me alstublieft te leven als een krachtig voorbeeld voor mijn familie. Mogen zij duidelijk zien dat ik niet alleen "erover praat", maar ook dat ik "het leef - het laat zien." Geef me moed als ik iedere dag met overtuiging het kruis draag. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Markus 15:16-32

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen; En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem [die] op; En begonnen Hem te groeten, [zeggende]: Wees gegroet, [Gij] Koning der Joden! En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieen, aanbaden Hem. En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen. En zij dwongen een Simon van Cyrene, die [daar] voorbijging, komende van den akker, den vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg. En zij brachten Hem tot de plaats Golgotha, hetwelk is, overgezet zijnde, Hoofdschedelplaats. En zij gaven Hem gemirreden wijn te drinken; maar Hij nam [dien] niet. En als zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, werpende het lot over dezelve, wat een iegelijk wegnemen zou. En het was de derde ure, en zij kruisigden Hem. En het opschrift Zijner beschuldiging was boven Hem geschreven: DE KONING DER JODEN. En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, een aan [Zijn] rechter, en een aan Zijn linker [zijde]. En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend. En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, Behoud Uzelven, en kom af van het kruis. En insgelijks ook de overpriesters, met de Schriftgeleerden, zeiden tot elkander, al spottende: Hij heeft anderen verlost; Zichzelven kan Hij niet verlossen. De Christus, de Koning Israels, kome nu af van het kruis, opdat wij het zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem."

"De soldaten namen Jezus mee naar de binnenplaats van het paleis, van het pretorium dus, en riepen er de hele afdeling bij. Ze deden hem een purperrode mantel om, vlochten een krans van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. En ze begonnen hem toe te roepen: 'Wij groeten u, koning van de Joden!' Met een stok sloegen ze hem op zijn hoofd en ze bespuwden hem, en ze vielen op hun knieen om hem hulde te brengen. Na hem zo bespot te hebben, deden ze hem de rode mantel af en trokken hem zijn kleren weer aan. Daarna brachten ze hem de stad uit om hem te kruisigen. Een voorbijganger, die van het land kwam, kreeg opdracht de kruisbalk van Jezus te dragen. Het was een zekere Simon, afkomstig uit de stad Cyrene, de vader van Alexander en Rufus. Ze brachten Jezus naar een plek die Golgota heet. Dat betekent 'Schedelplaats'. Ze gaven hem wijn met mirre erin, maar hij dronk er niet van. Toen sloegen ze hem aan het kruis en verdeelden zijn kleren. Ze dobbelden erom wat ieder krijgen zou. Het was negen uur in de ochtend toen ze hem kruisigden. En het opschrift met de reden van zijn veroordeling luidde: 'De koning van de Joden'. Samen met hem kruisigden ze twee opstandelingen, de ene rechts, de andere links van hem. De voorbijgangers hoonden hem. Het hoofd in de nek gooiend, riepen ze: 'Ha! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red jezelf, kom van het kruis af!' Zo dreven ook de opperpriesters en de schriftgeleerden de spot met hem. 'Anderen heeft hij gered,' zeiden ze tegen elkaar, 'maar zichzelf redden kan hij niet! Laat de Christus, de koning van IsraŽl, van het kruis afkomen! Als we dat zien, zullen we geloven.' Ook de mannen die met hem waren gekruisigd, hoonden hem."

"De soldaten nu leidden Hem weg tot binnen het hof, dat is het gerechtsgebouw, en riepen de gehele afdeling bijeen. En zij trokken Hem een purperen kleed aan en zetten Hem een kroon op, die zij van doornen gevlochten hadden. En zij begonnen Hem te begroeten: Wees gegroet, Gij Koning der Joden! En zij sloegen Hem met een riet op het hoofd en bespuwden Hem en zij vielen op de knieen en bewezen Hem hulde. En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem het purperen kleed uit en deden Hem zijn klederen aan. En zij leidden Hem weg om Hem te kruisigen. En zij presten een voorbijganger om zijn kruis te dragen, een zekere Simon van Cyrene, die van het land kwam, de vader van Alexander en Rufus. En zij brachten Hem op de plaats Golgota, hetgeen betekent Schedelplaats. En zij gaven Hem wijn, met mirre gemengd, doch Hij nam die niet. En zij kruisigden Hem en verdeelden zijn klederen door het lot te werpen, wat ieder ervan krijgen zou. Het was het derde uur, toen zij Hem kruisigden. En het opschrift, dat de beschuldiging tegen Hem vermeldde, luidde: De Koning der Joden. En met Hem kruisigden zij twee rovers, een aan zijn rechterzijde en een aan zijn linkerzijde. [En het schriftwoord is vervuld geworden, dat zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.] En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd en zeiden: Ha, Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, kom af van het kruis! Evenzo spotten de overpriesters onder elkander samen met de schriftgeleerden, en zij zeiden: Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Laat de Christus, de Koning van Israel, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven. Ook die met Hem gekruisigd waren beschimpten Hem."

"De soldaten leidden hem weg, het paleis (dat wil zeggen het pretorium) in, en riepen de hele cohort bijeen. Ze trokken hem een purperen gewaad aan, vlochten een kroon van doorntakken en zetten hem die op. Daarna brachten ze hem hulde met de woorden: 'Gegroet, koning van de Joden!' Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem. Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem het purperen gewaad uit en deden hem zijn kleren weer aan. Toen brachten ze hem naar buiten om hem te kruisigen. Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen. Ze brachten hem naar Golgota, wat in onze taal 'schedelplaats' betekent. Ze wilden hem met mirre vermengde wijn geven, maar hij nam die niet aan. Ze kruisigden hem en verdeelden zijn kleren onder elkaar; ze dobbelden erom wie wat zou krijgen. Het was in het derde uur na zonsopgang toen ze hem kruisigden. Het opschrift met de aanklacht tegen hem luidde: 'De koning van de Joden'. Samen met hem kruisigden ze twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: 'Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red jezelf toch door van het kruis af te komen.' Ook de hogepriesters en de schriftgeleerden maakten onder elkaar zulke spottende opmerkingen: 'Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet; laat die messias, die koning van IsraŽl, nu van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven!' Ook de twee andere gekruisigden beschimpten hem."

"Zij namen Hem mee naar de binnenplaats van de burcht en riepen het hele bataljon bijeen. Zij deden Hem een rode mantel om, zetten Hem een kroon van doornige twijgen op, salueerden en riepen: "Lang leve de koning van de Joden!" Daarna sloegen zij Hem met een stok op het hoofd en spuugden naar Hem. Zij deden net of zij Hem vereerden door voor Hem op de knieŽn te vallen. Nadat zij Hem bespot hadden, deden de soldaten Hem de rode mantel af, trokken Hem Zijn eigen kleren weer aan en brachten Hem weg om gekruisigd te worden. Simon van Cyrene (de vader van Alexander en Rufus) kwam net van het land. Hij werd gedwongen het kruis van Jezus te dragen. Zo brachten zij Jezus naar de plaats Golgotha. Golgotha betekent Schedelplaats. Daar kreeg Hij wijn met bittere kruiden om de pijn te verzachten, maar Hij weigerde die. Toen kruisigden zij Hem. Zijn kleren verdeelden zij onder elkaar, door erom te dobbelen. Dat was om negen uur 's morgens. Aan het kruis hing een bordje. "Koning van de Joden" stond er op. Dat was de beschuldiging. Tegelijk met Hem werden twee misdadigers gekruisigd, de een links en de ander rechts van Hem. Daarmee kwam uit wat geschreven staat: "Hij hoorde bij de misdadigers." De mensen die voorbijkwamen, scholden Hem uit en schudden hun hoofd. "Moet je Hem zien," jouwden zij. "Hij zou toch de tempel afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Red eerst Uzelf en kom van dat kruis af!" Ook de leidende priesters en de godsdienstleraars dreven onderling de spot met Hem. "Hij zou andere mensen redden, maar kan Zichzelf niet eens redden. Zeg, Christus, Koning van IsraŽl! Laat ons eens wat zien en kom van dat kruis af! Dan zullen we in U geloven!" riepen zij. Zelfs de mannen die met Hem gekruisigd waren, maakten schampere opmerkingen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

3 december 2020 Markus 15:20
2 december 2020 Markus 15:16-19
1 december 2020 Markus 15:15
30 november 2020 Markus 15:14
29 november 2020 Markus 15:12-13
28 november 2020 Markus 15:11
27 november 2020 Markus 15:9-10
 

Home