Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zaterdag 28 november 2020

 

Markus 15:11

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar–abbas zou loslaten."

"Maar de opperpriesters stookten het volk op om te zeggen dat hij liever Barabbas moest vrijlaten."

"Maar de hogepriesters hitsten de menigte op om te zeggen dat hij Barabbas moest vrijlaten."

"Maar de hogepriesters hitsten de menigte op om te zeggen dat hij Barabbas moest vrijlaten."

"Zij stookten de mensen op om de vrijlating van Barabbas te eisen."

 

Overdenking van vandaag:

Pilatus wist dat de leidende priesters Jezus hadden laten arresteren als gevolg van jaloezie. (Lukas 15:10) Nu regelen ze achter de schermen de gebeurtenissen en stoken de menigte voor Pilatus op om Barabbas vrij te laten.  

Laten we eens kijken naar hun gedrag in dit hele verhaal. We beseffen hoe gemakkelijk we weg zouden kunnen glijden van een eerlijk zoeken naar de waarheid naar een dolle uitzinnigheid te verdedigen wat we doen en geloven. Laten we Jezus volgen en zijn waarheid, zodat we ons kunnen bevrijden uit onze bekrompen verlangens om onszelf te beschermen. Laten we ons bevrijden van wat we gewend zijn te doen en geloven.

 

Gebed:

Vader, ik wil u zoeken, uw waarheid en uw Koninkrijk boven alle andere dingen... inclusief mijn eigen gemak met dingen die ik ervaren heb en weet. Leid mij om de waarheid te weten en er volgens te leven wat de prijs ook mogen zijn. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Markus 15:1-15

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En terstond, des morgens vroeg, hielden de overpriesters te zamen raad, met de ouderlingen en Schriftgeleerden, en den gehelen raad, en Jezus gebonden hebbende, brachten zij [Hem] heen, en gaven [Hem] aan Pilatus over. En Pilatus vraagde Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordende, zeide tot hem: Gij zegt het. En de overpriesters beschuldigden Hem van vele [zaken]; maar Hij antwoordde niets. En Pilatus vraagde Hem wederom, zeggende: Antwoordt Gij niet? Zie, hoe vele [zaken] zij tegen U getuigen! En Jezus heeft niet meer geantwoord, zodat Pilatus zich verwonderde. En op het feest liet hij hun een gevangene los, wien zij ook begeerden. En er was een, genaamd Bar–abbas, gevangen met [andere] medeoproermakers, die in het oproer een doodslag gedaan had. En de schare riep uit, en begon te begeren, [dat] [hij] [deed], gelijk hij hun altijd gedaan had. En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate? (Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.) Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar–abbas zou loslaten. En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik [met] [Hem] doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt? En zij riepen wederom: Kruis Hem. Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem! Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar–abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij [Hem] gegeseld had, om gekruist te worden."

"'s Morgens, in alle vroegte, kwamen de opperpriesters, de oudsten en de schriftgeleerden, de voltallige Raad, bijeen. Na overleg lieten ze Jezus boeien en brachten hem weg om hem uit te leveren aan Pilatus. Deze begon Jezus te ondervragen en zei: 'Bent u de koning van de Joden?' 'U zegt het,' antwoordde Jezus. De opperpriesters brachten een reeks van beschuldigingen tegen hem in. 'Hebt u niets te antwoorden?' vroeg Pilatus hem daarop. 'U hoort waarvan ze u allemaal beschuldigen!' Maar Jezus gaf geen enkel antwoord meer. Pilatus was daar zeer verwonderd over. Bij elk paasfeest liet Pilatus een gevangene vrij, naar keuze van het volk. Op dat moment zat een zekere Barabbas gevangen. Hij hoorde bij de opstandelingen die tijdens het oproer iemand hadden gedood. Het volk kwam de trappen op en begon van Pilatus te vragen of hij wilde doen wat hij altijd voor hen deed. 'Willen jullie dat ik de koning van de Joden vrijlaat?' vroeg Pilatus. Want hij begreep wel dat de opperpriesters Jezus hadden uitgeleverd omdat ze afgunstig op hem waren. Maar de opperpriesters stookten het volk op om te zeggen dat hij liever Barabbas moest vrijlaten. 'Wat zal ik dan doen met de koning van de Joden?' zei Pilatus. 'Kruisig hem!' schreeuwden zij terug. 'Maar wat heeft hij dan gedaan?' vroeg Pilatus hun. Maar zij schreeuwden nog harder: 'Aan het kruis met hem!' Omdat Pilatus het volk zijn zin wilde geven, liet hij Barabbas vrij. Jezus liet hij geselen en hij gaf hem over aan de soldaten om hem te kruisigen."

"En terstond, des morgens vroeg, stelden de overpriesters met de oudsten en schriftgeleerden, de gehele Raad, een besluit vast, en zij boeiden Jezus en zij leidden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus. En Pilatus ondervroeg Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. En de overpriesters brachten vele beschuldigingen tegen Hem in. En Pilatus vroeg Hem wederom [en zeide]: Geeft Gij niets ten antwoord? Zie, hoevele beschuldigingen zij tegen U inbrengen. Doch Jezus gaf hem niets meer ten antwoord, zodat Pilatus zich verwonderde. En bij elk feest liet hij hun een gevangene los, voor wie zij dit vroegen. Nu was er iemand, genaamd Barabbas, gevangengezet met de oproermakers, die in het oproer een moord begaan hadden. En de schare kwam naar voren en begon te eisen, dat hij hun deed, zoals hij gewoon was. Pilatus antwoordde en zeide tot hen: Wilt gij, dat ik u de Koning der Joden loslaat? Want hij bemerkte, dat de overpriesters Hem uit nijd overgeleverd hadden. Doch de overpriesters zetten de schare op, dat hij hun liever Barabbas zou loslaten. Pilatus antwoordde en zeide wederom tot hen: Wat moet ik dan doen met Hem, die gij de Koning der Joden noemt? En zij schreeuwden wederom: Kruisig Hem! Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan voor kwaad gedaan? Zij schreeuwden des te meer: Kruisig Hem! Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven en hij liet hun daarom Barabbas los en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden."

"'s Ochtends in alle vroegte kwamen de hogepriesters, de oudsten en de schriftgeleerden en het hele Sanhedrin in vergadering bijeen. Na Jezus geboeid te hebben, brachten ze hem weg en leverden hem over aan Pilatus. Pilatus vroeg hem: 'Bent u de koning van de Joden?' Hij antwoordde: 'U zegt het.' De hogepriesters brachten allerlei beschuldigingen tegen hem in. Pilatus vroeg hem toen: 'Waarom antwoordt u niet? U hoort toch waar ze u allemaal van beschuldigen?' Maar Jezus zei helemaal niets meer, tot verwondering van Pilatus. Pilatus had de gewoonte om op elk pesachfeest één gevangene vrij te laten op verzoek van het volk. Op dat moment zat er een zekere Barabbas gevangen, samen met de andere opstandelingen die tijdens het oproer hadden gemoord. Een grote groep mensen trok naar Pilatus en begon hem te vragen om ook nu te doen wat zijn gewoonte was. Pilatus vroeg hun: 'Wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?' Want hij begreep wel dat de hogepriesters hem uit afgunst hadden uitgeleverd. Maar de hogepriesters hitsten de menigte op om te zeggen dat hij Barabbas moest vrijlaten. Toen zei Pilatus tegen hen: 'Wat wilt u dan dat ik doe met die man die u de koning van de Joden noemt?' En ze begonnen weer te schreeuwen. 'Kruisig hem!' riepen ze. Pilatus vroeg: 'Wat heeft hij dan misdaan?' Maar ze schreeuwden nog harder: 'Kruisig hem!' Omdat Pilatus de menigte tevreden wilde stellen, liet hij Barabbas vrij. Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen."

"Vroeg in de morgen kwamen de leden van de Hoge Raad bijeen om te overleggen wat hun te doen stond. Zij besloten Jezus naar Pilatus, de Romeinse gouverneur, te brengen. Enkele soldaten boeiden Hem en namen Hem mee. Pilatus vroeg Hem: "Bent U de koning van de Joden?" Jezus antwoordde: "U zegt het." De leidende priesters begonnen Hem van allerlei dingen te beschuldigen. "Wat hebt U op al die beschuldigingen te zeggen?" vroeg Pilatus. "Waarom geeft U geen antwoord?" Tot zijn verbazing bleef Jezus echter zwijgen. Pilatus had de gewoonte met Pasen een gevangene vrij te laten. De mensen mochten zeggen wie. Nu zat er een zekere Barabbas gevangen, een rebel. Hij was met enkele anderen opgepakt omdat ze bij een oproer een moord hadden begaan. Een grote groep mensen drong op Pilatus aan en vroeg hem een gevangene vrij te laten. "Moet ik de koning van de Joden loslaten?" zei hij, want hij begreep wel dat dit geen eerlijke zaak was. De leidende priesters hadden Jezus laten arresteren omdat zij jaloers op Hem waren. Zij stookten de mensen op om de vrijlating van Barabbas te eisen. "Maar wat moet ik dan doen met de man die jullie de koning van de Joden noemen?" vroeg Pilatus. "Aan het kruis met Hem!" schreeuwden zij terug. Pilatus vroeg: "Wat heeft Hij dan voor kwaad gedaan?" Maar zij schreeuwden nog harder: "Sla Hem aan het kruis!" Pilatus besloot de mensen hun zin te geven en liet Barabbas vrij. Hij gaf de soldaten bevel Jezus te geselen en weg te brengen om aan het kruis opgehangen te worden."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

27 november 2020 Markus 15:9-10
26 november 2020 Markus 15:6-8
25 november 2020 Markus 15:3-5
24 november 2020 Markus 15:1-2
23 november 2020 Markus 14:70-72
22 november 2020 Markus 14:69-70
21 november 2020 Markus 14:68
 

Home