Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Woensdag 23 september 2020

 

Markus 13:12

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En de [ene] broeder zal den [anderen] overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden."

"Men zal zijn eigen broer verraden en de dood insturen en een vader zijn kind. En kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen doden."

"De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen."

"De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen."

"Er zullen mensen zijn die hun broer de dood injagen door hem te verraden. Vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen. En kinderen zullen tegen hun ouders in opstand komen en hen vermoorden."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus had gewaarschuwd dat zijn dienaren en de mensen die loyaal aan hem waren in een situatie terecht zouden kunnen komen dat ze moesten kiezen tussen hun familie en hun geloof of tussen hun vrienden en hun geloof.  

Als de vijandigheid van een gevallen wereld zich richt tegen ons, zal verraad het hart van de gelovigen van dichtbij raken net zo als dit gebeurde bij onze Verlosser. Wij zouden niet verbaasd moeten zijn als iemand in onze eigen familie ons zou afvallen net zo als een van de door Jezus' uitgekozen apostelen bij hem deed.

 

Gebed:

Mijn Heer en God, help mij alstublieft om sterk genoeg te zijn om het verraad te weerstaan van degenen die mij nabij staan. Laat alstublieft nooit mijn liefde voor uw Zoon doven. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Markus 13:1-13

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen! En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet [een] steen op den [anderen] steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden. En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen den tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen allen voleindigd zullen worden? En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide. Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben [de] [Christus]; en zullen velen verleiden. En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want [dit] moet geschieden; maar nog is het einde niet. Want het [ene] volk zal tegen het [andere] volk opstaan, en het [ene] koninkrijk tegen het [andere] koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn [maar] beginselen der smarten. Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis. En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken. Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest. En de [ene] broeder zal den [anderen] overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden. En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden."

"Toen Jezus de tempel uitging, zei een van zijn leerlingen tegen hem: 'Meester, kijk wat prachtig toch, al die stenen gebouwen!' Jezus zei tegen hem: 'Zie je die grote gebouwen? Daarvan zal geen steen op de andere blijven; alles wordt met de grond gelijkgemaakt.' Jezus ging op de helling van de Olijfberg zitten, recht tegenover de tempel. Alleen Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas waren bij hem. Ze vroegen hem: 'Zeg ons wanneer dat gaat gebeuren en wat is het teken dat het zich gaat voltrekken?' Jezus begon hun te zeggen: 'Pas op, laat niemand jullie op een dwaalspoor brengen! Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zullen zeggen: Ik ben het, en ze zullen velen op een dwaalspoor brengen. Als je hoort van oorlogen, als oorlogsgeruchten je bereiken, raak dan niet in paniek. Dat moet allemaal gebeuren, maar het einde is het nog niet. Het ene volk zal strijden tegen het andere, het ene rijk tegen het andere. Er zullen aardbevingen zijn, dan hier, dan daar, en hongersnoden. Dat is het begin van de weeën. Pas op, dit staat jullie zelf te wachten: ze zullen jullie uitleveren aan de rechtbanken en je mishandelen in de synagogen; en je zult staan voor bestuurders en koningen om mij, om tegenover hen van mij te getuigen. Want eerst moet het evangelie aan alle volken bekendgemaakt worden. En wanneer ze je wegvoeren om je voor het gerecht te brengen, maak je dan geen zorgen om wat je moet zeggen. Zeg wat je op dat ogenblik ingegeven wordt, want jij bent het niet die spreekt, maar de heilige Geest. Men zal zijn eigen broer verraden en de dood insturen en een vader zijn kind. En kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen doden. En jullie zullen door iedereen worden gehaat vanwege mijn naam. Maar wie volhoudt tot het einde, zal worden gered."

"En toen Hij uit de tempel ging, zeide een van zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, welke stenen en welke gebouwen! En Jezus zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken. En toen Hij op de helling van de Olijfberg gezeten was, tegenover de tempel vroegen Petrus en Jakobus en Johannes en Andreas Hem afzonderlijk: Zeg ons, wanneer zal dat geschieden en wat is het teken, wanneer al deze dingen in vervulling zullen gaan? Jezus begon tot hen te zeggen: Ziet toe, dat niemand u verleide. Velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het, en zij zullen velen verleiden. Doch wanneer gij hoort van oorlogen en geruchten van oorlogen, weest dan niet verontrust. Dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk. Er zullen nu hier, dan daar, aardbevingen zijn en er zullen hongersnoden wezen. Dat is het begin der weeen. Doch gij, ziet toe op uzelf. Zij zullen u overleveren aan gerechtshoven, en in synagogen zult gij gegeseld worden en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen. En aan alle volken moet eerst het evangelie gepredikt worden. En wanneer zij u wegvoeren om u over te leveren, weest dan niet van tevoren bezorgd wat gij zeggen moet, maar zegt wat u in die ure gegeven wordt; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest. En een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen. En gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden."

"Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: 'Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!' Jezus zei tegen hem: 'Die grote gebouwen die je nu ziet–wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.' Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag: 'Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?' Jezus antwoordde: 'Pas op dat niemand jullie misleidt. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zich voor mij zullen uitgeven, en ze zullen veel mensen misleiden. Als jullie berichten horen over oorlog en oorlogsdreiging, wees dan niet verontrust. Die dingen moeten gebeuren, maar daarmee is het einde nog niet gekomen. Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, overal zullen er aardbevingen en hongersnoden zijn: dat is het begin van de weeën. Wat jullie zelf betreft: pas goed op. Jullie zullen voor het gerecht worden gesleept en in synagogen worden gegeseld, en jullie zullen voor gouverneurs en koningen moeten verschijnen om voor hen van mij te getuigen. Want eerst moet aan alle volken het goede nieuws worden verkondigd. Wanneer jullie worden weggevoerd om te worden uitgeleverd, maak je dan vooraf geen zorgen over wat je zult gaan zeggen; zeg wat jullie op dat tijdstip wordt ingegeven, want jullie zijn het niet die dan spreken, maar het is de heilige Geest. De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam, maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered."

"Toen Jezus de tempel verliet, zei één van Zijn discipelen tegen Hem: "Kijk eens, Meester! Wat een gebouw en wat een stenen!" Jezus antwoordde: "Die grote gebouwen? Zij zullen met de grond gelijk worden gemaakt; er zal geen steen op de andere blijven." Hij ging tegenover de tempel op de helling van de Olijfberg zitten. Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas kwamen met z'n vieren bij Hem en vroegen: "Wanneer zal gebeuren wat U daarnet over de tempel hebt gezegd? En hoe kunnen wij weten dat het zover is?" "Ik waarschuw jullie," zei Jezus. "Laat je door niemand van de wijs brengen. Want er zullen verscheidene mensen komen, die zeggen dat zij de Christus zijn. En zij zullen velen achter zich aan krijgen. Laat je niet in de war brengen door oorlogen en berichten over oorlog. Het staat vast dat die zullen komen, maar je mag er niet uit opmaken dat het einde er dan al is. Want over de hele wereld zullen de volken tegen elkaar worden opgehitst om oorlog te voeren. Er zullen aardbevingen en hongersnoden zijn. Nu hier, dan weer daar. Maar deze dingen zijn niet meer dan een voorspel, want het ergste komt nog. En wat jullie zelf betreft, wees op je hoede! Omdat jullie bij Mij horen, zul je voor het gerecht worden gesleept. In de synagogen zul je harde klappen krijgen. Jullie zullen zelfs voor koningen en presidenten moeten verschijnen. Dat zijn allemaal kansen om over Mij te vertellen. Want voordat het einde komt, moeten eerst alle volken van de wereld het goede nieuws van God horen. Maar als je voor het gerecht wordt gebracht, maak je dan geen zorgen over wat je moet zeggen. Zeg wat je op dat moment wordt ingegeven. Je hoeft zelf niet te spreken. De Heilige Geest zal het doen. Er zullen mensen zijn die hun broer de dood injagen door hem te verraden. Vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen. En kinderen zullen tegen hun ouders in opstand komen en hen vermoorden. Iedereen zal jullie haten, omdat je bij Mij hoort. Maar wie Mij trouw blijft tot het allerlaatst, zal gered worden."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

22 september 2020 Markus 13:11
21 september 2020 Markus 13:10
20 september 2020 Markus 13:9
19 september 2020 Markus 13:8
18 september 2020 Markus 13:7
17 september 2020 Markus 13:5-6
16 september 2020 Markus 13:5-6
 

Home