Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Donderdag 10 september 2020

 

Markus 12:35-37

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is? Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter [hand], totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. David dan zelf noemt Hem [zijn] Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne."

"Tijdens zijn onderricht in de tempel stelde Jezus deze vraag: 'Hoe kunnen de schriftgeleerden eigenlijk zeggen dat de Christus de nakomeling van David is? Want David zelf zegt onder ingeving van de heilige Geest: De Heer heeft tegen mijn Heer gezegd: Neem plaats aan mijn rechterzijde, ik zal uw vijanden aan uw voeten leggen. David zelf noemt de Christus: Heer; hoe kan de Christus dan de nakomeling van David zijn?' Talloze mensen luisterden graag naar Jezus."

"Jezus vroeg de mensen bij zijn onderricht in de tempel: 'Hoe kunnen de schriftgeleerden beweren dat de messias een zoon van David is? Zelf heeft David, ge´nspireerd door de heilige Geest, gezegd: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.'" David noemt hem Heer, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' De talrijke aanwezigen luisterden graag naar hem."

"Jezus vroeg de mensen bij zijn onderricht in de tempel: 'Hoe kunnen de schriftgeleerden beweren dat de messias een zoon van David is? Zelf heeft David, ge´nspireerd door de heilige Geest, gezegd: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.'" David noemt hem Heer, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' De talrijke aanwezigen luisterden graag naar hem."

"Terwijl Jezus op het tempelplein stond te spreken, stelde Hij de mensen een vraag. "Hoe kunnen de godsdienstleraars nu zeggen dat de Christus een zoon van David moet zijn? David heeft immers zelf gezegd: 'God zei tegen mijn Here: Kom naast Mij zitten aan mijn rechterhand, dan zal Ik alle tegenstanders aan u onderwerpen.' De Heilige Geest gaf hem dit in. Als David Hem zijn Here noemt, hoe kan de Christus dan zijn zoon zijn?" Heel veel mensen stonden geboeid naar Hem te luisteren."

 

Overdenking van vandaag:

De geestelijk geleerden van de dag hielden ervan om spelletjes met elkaar te spelen om de kennis van de bijbel bij elkaar te testen. Soms werd dit 'spelletje' gedaan in een goede geest.  

Andere keren, zoals die in de voorafgaande verzen, werden de vragen gesteld vanuit een bittere geest zonder bedoeling de waarheid te vinden. Jezus' tegenstanders probeerden hem te kleineren en hem dom, dwaas, onwetend en godslasterlijk te laten zijn. Niet dat het hen lukte om Jezus te kleineren met hun vragen, ze werden beschaamd door de antwoorden van Jezus.  

Jezus speelt de bal terug en stelt een vraag waar het om draait in de kern van de kwestie: is Jezus werkelijk de Messias, de nakomeling van David en Heer? Hij stelt de vraag op een manier die past bij hun stijl. Terwijl zij Jezus niet op een fout of een slecht antwoord van hun vragen konden vangen, zijn ze nu met stomheid geslagen. Het gevolg van het gebeuren was dit: Jezus is de meester van de geschriften, niet alleen omdat hij een groot leraar is, maar ook omdat hij de Messias is, Zoon van David en Heer.

 

Gebed:

Vader in hemel, ik vind de manier waarop Jezus omgaat met de eigen methode van de Rabbi fascinerend. Ik houd van de manier waarop Jezus met succes elk van hun vragen beantwoordde, dan draait hij de situatie om, stelt hun een vraag die zij niet kunnen beantwoorden. Ik geloof dat Jezus mij uw waarheid leert, maar ook laat zien en belichaamt. Help mij als ik probeer deze waarheid na te leven. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Markus 12:35-44

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is? Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter [hand], totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. David dan zelf noemt Hem [zijn] Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne. En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de Schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten; En de voorgestoelten [hebben] in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden; Welke de huizen der weduwen opeten, en [dat] onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen. En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel [daarin]. En er kwam een arme weduwe, die twee kleine [penningen] [daarin] wierp, hetwelk is een oort. En [Jezus], Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben. Want zij allen hebben van hun overvloed [daarin] geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, [daarin] geworpen, haar gansen leeftocht."

"Tijdens zijn onderricht in de tempel stelde Jezus deze vraag: 'Hoe kunnen de schriftgeleerden eigenlijk zeggen dat de Christus de nakomeling van David is? Want David zelf zegt onder ingeving van de heilige Geest: De Heer heeft tegen mijn Heer gezegd: Neem plaats aan mijn rechterzijde, ik zal uw vijanden aan uw voeten leggen. David zelf noemt de Christus: Heer; hoe kan de Christus dan de nakomeling van David zijn?' Talloze mensen luisterden graag naar Jezus. Tijdens zijn onderricht zei hij: 'Pas op voor de schriftgeleerden! Ze lopen graag rond in lange gewaden, ze laten zich graag groeten op het marktplein, ze zitten graag op de voorste banken in de synagoge en op de beste plaatsen aan tafel. Ze verslinden de huizen van de weduwen en om de schijn op te houden zeggen ze ellenlange gebeden. Zulke mensen staat een strenger oordeel te wachten dan wie ook!' Eens ging Jezus in de tempel tegenover de offerkist zitten en keek toe hoe de mensen er geld ingooiden. Veel rijken gooiden er heel wat in. Toen kwam er een arme weduwe die er twee koperen muntjes in liet vallen, ter waarde van een paar cent. Jezus riep zijn leerlingen en zei: 'Ik zeg jullie: die arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan al die anderen. Want allemaal hebben ze er iets ingegooid van hun rijkdom, maar zij van haar armoede: zij heeft alles wat ze had erin gegooid, alles waarvan ze moest leven.'"

"En Jezus antwoordde bij zijn onderwijs in de tempel en zeide: Hoe zeggen de schriftgeleerden, dat de Christus een zoon van David is? David zelf heeft door de Heilige Geest gezegd: De Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden onder uw voeten gelegd heb. David zelf noemt Hem Here, en hoe kan Hij dan zijn zoon zijn? En het merendeel van de schare hoorde Hem gaarne. En Hij zeide in zijn onderwijs: Wacht u voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in lange gewaden en op begroetingen op de markten, en op erezetels in de synagogen en eerste plaatsen bij de maaltijden, die de huizen der weduwen opeten en voor de schijn lange gebeden uitspreken: dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen. En Hij ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in. En er kwam een arme weduwe, die er twee koperstukjes in wierp, dat is een duit. En Hij riep zijn discipelen en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er iets in geworpen hebben. Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud."

"Jezus vroeg de mensen bij zijn onderricht in de tempel: 'Hoe kunnen de schriftgeleerden beweren dat de messias een zoon van David is? Zelf heeft David, ge´nspireerd door de heilige Geest, gezegd: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.'" David noemt hem Heer, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' De talrijke aanwezigen luisterden graag naar hem. Tijdens zijn onderricht zei hij: 'Pas op voor de schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en eerbiedig begroet willen worden op het marktplein, en een ereplaats willen in de synagogen en bij feestmaaltijden: ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op. Over hen zal strenger worden geoordeeld dan over anderen!' Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans. Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: 'Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud.'"

"Terwijl Jezus op het tempelplein stond te spreken, stelde Hij de mensen een vraag. "Hoe kunnen de godsdienstleraars nu zeggen dat de Christus een zoon van David moet zijn? David heeft immers zelf gezegd: 'God zei tegen mijn Here: Kom naast Mij zitten aan mijn rechterhand, dan zal Ik alle tegenstanders aan u onderwerpen.' De Heilige Geest gaf hem dit in. Als David Hem zijn Here noemt, hoe kan de Christus dan zijn zoon zijn?" Heel veel mensen stonden geboeid naar Hem te luisteren. Hij waarschuwde hen voor de godsdienstleraars. "Zij houden ervan in deftige kleren rond te lopen om op te vallen," zei Hij. "Zij vinden het heerlijk om op straat eerbiedig gegroet te worden. In de synagoge en aan tafel zitten zij graag op de voornaamste plaatsen. Maar houd ze in de gaten! Zij persen de weduwen alles af, zelfs hun huis. En voor de vrome schijn zeggen zij lange gebeden op. De straf die zij krijgen, zal er alleen maar zwaarder door worden." Hij ging bij ÚÚn van de collectekisten in de tempel zitten en zag hoe de mensen er geld ingooiden. Er waren nogal wat rijken die er veel in deden. Er kwam ook een arme weduwe. Zij gooide er twee koperen muntjes in. "Die arme weduwe heeft meer gegeven dan al die rijke mannen," zei Hij tegen Zijn discipelen. "Want die rijken hebben gegeven wat zij niet nodig hadden, maar zij gaf alles wat zij bezat."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

9 september 2020 Markus 12:34
8 september 2020 Markus 12:32-33
7 september 2020 Markus 12:31
6 september 2020 Markus 12:29-30
5 september 2020 Markus 12:28
4 september 2020 Markus 12:26-27
3 september 2020 Markus 12:25
 

Home