Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 28 augustus 2020

 

Markus 12:13

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in [Zijn] rede vangen zouden."

"Ze stuurden enkele FarizeeŽn en een paar aanhangers van de partij van Herodes naar Jezus toe om hem met zijn eigen woorden te vangen."

"Ze stuurden enkele FarizeeŽn en Herodianen naar hem toe om hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken."

"Ze stuurden enkele FarizeeŽn en Herodianen naar hem toe om hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken."

"Zij stuurden wel enkele FarizeeŽrs en een paar aanhangers van Herodes op Hem af. Die moesten proberen Hem op een woord te vangen."

 

Overdenking van vandaag:

Haat maakt van vijanden bondgenoten. Dit is een van die situaties waar dat gebeurt. De FarizeeŽrs konden het niet vinden met de medestanders van Herodes. In feite wantrouwden ze hen en dachten ze dat ze verraders waren van God, het Joodse volk en de Wet. Hun haat voor Jezus was zo groot dat ze hun principes opzij zetten en een partner werden van mensen die ze niet uit konden staan. 

Laten we bidden dat we zelf nooit zoiets doen en als we het doen, laten we dan onze positie opnieuw bekijken. Als we beginnen bondgenoten te worden met hen die dat verhandelen wat ons dierbaar is, dan ligt het probleem niet bij de ander, maar in onszelf.

 

Gebed:

Liefdevolle God, help mij om mijn eigen morele blindheid, fouten in mijn karakter en mijn afspraken van uitgangspunten beter te zien. Geef mij moed om te staan voor wat heilig is, in het bijzonder in situaties waar het de moeilijkste en pijnlijkste keuze lijkt te zijn. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Markus 12:13-17

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in [Zijn] rede vangen zouden. Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven? En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie. En zij brachten [een]. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? en zij zeiden tot Hem: Des keizers. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem."

"Ze stuurden enkele FarizeeŽn en een paar aanhangers van de partij van Herodes naar Jezus toe om hem met zijn eigen woorden te vangen. Bij hem gekomen zeiden ze: 'Meester, we weten dat u een eerlijk man bent en dat het u niets doet wat men van u denkt. U ziet geen mens naar de ogen; u leert echt wat God van ons wil. Onze vraag is: mogen we aan de keizer belasting betalen of niet?' Jezus zag dat ze huichelden. 'Waarom wilt u mij op de proef stellen?' zei hij. 'Laat mij eens een Romeinse munt zien.' Dat deden ze. 'Van wie zijn die afbeelding en dat opschrift?' vroeg hij. 'Van de keizer,' antwoordden ze. 'Geef dan de keizer wat de keizer toekomt, en God wat God toekomt.' En ze stonden verbaasd over hem."

"En zij zonden tot Hem enige van de Farizeeen en van de Herodianen om Hem in een strikvraag te vangen. En zij kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt en dat Gij U aan niemand stoort; want Gij ziet de mensen niet naar de ogen, maar Gij leert de weg Gods in waarheid. Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet? Zullen wij betalen of niet betalen? Maar Hij, wetende, dat zij huichelden, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een schelling, en laat Ik die zien. En zij brachten er een. En Hij zeide tot hen: Wiens beeldenaar en opschrift is dit? Zij zeiden tot Hem: Van de keizer. Jezus zeide tot hen: Geeft dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is. En zij verwonderden zich zeer over Hem."

"Ze stuurden enkele FarizeeŽn en Herodianen naar hem toe om hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken. Toen ze bij hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: 'Meester, we weten dat u oprecht bent en dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?' Maar omdat hij hun huichelarij doorzag, antwoordde hij: 'Waarom stelt u me op de proef? Laat me eens een geldstuk zien.' Ze gaven hem een munt en hij vroeg hun: 'Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?' 'Van de keizer, 'antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: 'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.' En ze waren met stomheid geslagen."

"Zij stuurden wel enkele FarizeeŽrs en een paar aanhangers van Herodes op Hem af. Die moesten proberen Hem op een woord te vangen. "Meester," zeiden die heel vriendelijk, "wij weten dat U echt voor de waarheid uitkomt. U gaat Uw eigen gang en trekt Zich niets aan van wat de mensen denken. Alles wat U over de weg van God zegt, is waar. Maar wij hebben een vraag: Is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?" Jezus doorzag hen en zei: "U probeert Mij weer te vangen, hŤ? Geef Mij eens een geldstuk, dan zullen we eens zien." Dat deden zij. "Van wie is het portret dat hier-op staat?" vroeg Hij, "en het opschrift?" "Van de keizer," antwoordden zij. "Wel," zei Jezus, "geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is!" Zij stonden perplex. Daar hadden ze geen antwoord op."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

27 augustus 2020 Markus 12:12
26 augustus 2020 Markus 12:10-11
25 augustus 2020 Markus 12:9
24 augustus 2020 Markus 12:7-8
23 augustus 2020 Markus 12:4-6
22 augustus 2020 Markus 12:1-3
21 augustus 2020 Markus 12:1
 

Home