Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 18 augustus 2020

 

Markus 11:27-28

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen. En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?"

" 'Met welk recht doet u dit alles?' vroegen ze. 'En wie heeft u dat recht gegeven?'"

"Ze kwamen weer in Jeruzalem aan. Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar hem toe en vroegen hem: 'Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? Wie heeft u het recht gegeven om zo te handelen?'"

"Ze kwamen weer in Jeruzalem aan. Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar hem toe en vroegen hem: 'Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? Wie heeft u het recht gegeven om zo te handelen?'"

"Zij kwamen in Jeruzalem. Terwijl Hij over het tempelplein wandelde, stapten de mannen van de Hoge Raad op Hem toe. Zij zeiden tegen Hem: "Over gisteren; waar haalt U de moed vandaan om hier zo tekeer te gaan? Wie geeft U het recht zo op te treden?"

 

Overdenking van vandaag:

De schijnbare religieuze leiders eisten van Jezus, de ware geestelijke leider, om antwoord te geven op hun vragen over zijn gezag! Voordat Jezus' kruisiging en opstanding, was dit een natuurlijke zaak om te gebeuren. De Tempel en alle religieuze dingen waren hun domein. Zij waren de gerespecteerde autoriteiten. Ze had zogenaamd het beste belang voor Israël en het behoud van hun religieuze instellingen.  

In het licht van hun verwerping van Jezus, de kruisiging van Jezus en de opstanding van Jezus, wordt hun vraag over Jezus' autoriteit vreemd. Hoe durven ze degene die de macht over leven en dood uit te dagen? Hoe durven ze te twijfelen aan de religieuze autoriteit van degene voor wie God zijn goedkeuring en liefde heeft aangetoond?  

Dus de echte vraag voor jou en mij vandaag is: "Aan welke kant van het kruis en opstanding zie ik Jezus?" Hopelijk is het de zijde waar je niet alleen Jezus' autoriteit ziet, maar waar je ook gereageerd hebt op die autoriteit met waardering, bewondering en gehoorzaamheid.

 

Gebed:

Vader, vergeef mijn dwaze manieren en domme trots. Ik geloof dat Jezus gestorven is en opnieuw opstond. Ik geloof dat hij de macht over leven en dood heeft. Help mij mijn keuzes te baseren op die overtuiging en te leven voor hem. In Jezus' naam vraag ik dit. Amen.

 

Contekst: Markus 11:27-33

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen. En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt? Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe: De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij. En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was. En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe."

" 'Met welk recht doet u dit alles?' vroegen ze. 'En wie heeft u dat recht gegeven?' 'Ik heb ook een vraag voor u, één vraag maar,' zei Jezus. 'Als u mij daarop antwoord geeft, vertel ik u met welk recht ik dit alles doe. De doop van Johannes, was dat een zaak van God of van mensen? Wat is uw antwoord?' Zij begonnen met elkaar te overleggen: 'Zeggen we: Van God, dan zegt hij: Waarom hebt u Johannes dan niet geloofd? En we kunnen moeilijk zeggen: Van mensen.' Ze waren namelijk bang voor het volk, want iedereen was ervan overtuigd dat Johannes een profeet was. Daarom antwoordden ze: 'We weten het niet.' En Jezus zei: 'Dan zeg ik u ook niet met welk recht ik dit alles doe.'"

"En zij kwamen weder te Jeruzalem. En terwijl Hij in de tempel wandelde, kwamen de overpriesters, de schriftgeleerden en de oudsten tot Hem, en zeiden tot hem: Krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen? Of wie heeft U de bevoegdheid gegeven om deze dingen te doen? Jezus zeide tot hen: Ik zal u een vraag stellen; geeft Mij daarop antwoord, dan zal Ik u zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. De doop van Johannes, was die uit de hemel of uit de mensen? Antwoordt Mij daarop. En zij overlegden onder elkander en zeiden: Indien wij zeggen: Uit de hemel, zal hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? Zeggen wij echter: Uit de mensen… Zij waren namelijk bevreesd voor de schare, want allen hielden Johannes inderdaad voor een profeet. En zij antwoordden en zeiden tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus zeide tot hen: Dan zeg Ik u ook niet, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe."

"Ze kwamen weer in Jeruzalem aan. Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar hem toe en vroegen hem: 'Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? Wie heeft u het recht gegeven om zo te handelen?' Jezus antwoordde: 'Ik zal u een vraag stellen; als u me daarop antwoord geeft, zal ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid ik zo handel. Doopte Johannes in opdracht van de hemel of in opdracht van mensen? Antwoord mij.' Ze overlegden met elkaar en zeiden: 'Als we zeggen: "Van de hemel, "zal hij zeggen: "Waarom hebt u hem dan niet geloofd?" Maar als we zeggen: "Van mensen, "wat dan?' Ze waren namelijk bang voor de menigte, want iedereen hield Johannes voor een echte profeet. Dus zeiden ze tegen Jezus: 'We weten het niet.' En Jezus zei tegen hen: 'Dan zeg ik ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.'"

"Zij kwamen in Jeruzalem. Terwijl Hij over het tempelplein wandelde, stapten de mannen van de Hoge Raad op Hem toe. Zij zeiden tegen Hem: "Over gisteren; waar haalt U de moed vandaan om hier zo tekeer te gaan? Wie geeft U het recht zo op te treden?" "Ik heb ook een vraag," zei Jezus, "geef Mij daar eerst eens antwoord op. Dan zal Ik u vertellen wie Mij het recht geeft dit allemaal te doen. Zeg eens: Doopte Johannes in opdracht van God of niet?" Zij wisten geen raad met deze vraag en zeiden tegen elkaar: "Als we ja zeggen, zal Hij vragen: 'Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?' Maar we kunnen ook niet nee zeggen, want dan krijgen we last met de mensen. Die zijn er allemaal van overtuigd dat Johannes de Doper een profeet was." Daarom zeiden zij maar dat ze het niet wisten. "Wel," antwoordde Jezus, "dan vertel Ik u ook niet wie Mij het recht geeft dit allemaal te doen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

17 augustus 2020 Markus 11:24-26
16 augustus 2020 Markus 11:22-23
15 augustus 2020 Markus 11:20-21
14 augustus 2020 Markus 11:18-19
13 augustus 2020 Markus 11:15-17
12 augustus 2020 Markus 11:12-14
11 augustus 2020 Markus 11:11
 

Home