Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Woensdag 29 juli 2020

 

Markus 10:39

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;"

"Ze zeiden: 'Ja, dat kunnen we.' Toen zei Jezus: 'De beker die ik drink, zullen jullie drinken en met de doop waarmee ik mij laat dopen, zullen jullie gedoopt worden."

"'Ja, dat kunnen wij, 'antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: 'Jullie zullen de beker drinken die ik zal drinken en de doop ondergaan die ik zal ondergaan,"

"'Ja, dat kunnen wij, 'antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: 'Jullie zullen de beker drinken die ik zal drinken en de doop ondergaan die ik zal ondergaan,"

"Ja," zeiden zij. "Jullie zullen inderdaad uit dezelfde beker drinken als Ik," zei Hij, "en dezelfde vreselijke dingen meemaken."

 

Overdenking van vandaag:

Jakobus en Johannes betaalden beiden enorme prijzen voor hun geloof in Jezus. Jakobus werd gemarteld in de vroege geschiedenis van de kerk. Johannes, aan de andere kant, werd verbannen naar het eiland Patmos, waar hij visioenen zag van wat de kerk in Klein-Azië te wachten stond - een tijd van vervolging, afvalligheid en uitdaging.  

Elk heeft zijn leven op een andere manier gegeven om de Meester te volgen die grootsheid zag in offeren en niet in menselijke succes. Mogen wij de moed hebben om te doen wat zij allebei deden, getrouw de Heer dienen ongeacht de uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden in ons leven.

 

Gebed:

God, u bent mijn leven waardig. U gaf het aan mij in mijn verwachting. Ik bid dat u het zult gebruiken tot uw glorie. En ik vertrouw erop, Hemelse Vader, dat u zal het houden voor eeuwig. In Jezus' naam erken ik mijn vertrouwen in u. Amen.

 

Contekst: Markus 10:35-45

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden [wel], dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen. En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe? En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter, en de ander aan Uw linker [hand] in Uw heerlijkheid. Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word? En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word; Maar het zitten tot Mijn rechter– en tot Mijn linker [hand] staat bij Mij niet te geven; maar [het] [zal] [gegeven] [worden] dien het bereid is. En als de [andere] tien [dit] hoorden, begonnen zij het van Jakobus en Johannes zeer kwalijk te nemen. Maar Jezus, hen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Gij weet, dat degenen, die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen, en hun groten gebruiken macht over hen. Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn. En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven [tot] een rantsoen voor velen."

"Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, gingen naar hem toe: 'Meester, wij willen u een gunst vragen.' 'Wat willen jullie dat ik voor jullie doe?' Toen zeiden ze: 'Als u op uw troon bent gezeten in heerlijkheid, dat wij dan naast u mogen zitten, de een rechts, de ander links van u.' 'Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken? Kunnen jullie gedoopt worden met de doop waarmee ik mij laat dopen?' Ze zeiden: 'Ja, dat kunnen we.' Toen zei Jezus: 'De beker die ik drink, zullen jullie drinken en met de doop waarmee ik mij laat dopen, zullen jullie gedoopt worden. Maar te zeggen wie er links of rechts van mij zit, dat is niet aan mij. Die plaatsen zijn voor wie ze bestemd zijn.' Toen de tien anderen hiervan hoorden, werden ze boos op Jakobus en Johannes. Maar Jezus riep hen bij zich en zei: 'Jullie weten dat zij die zogenaamd de volken besturen, in werkelijkheid heersers over hen zijn en dat de groten in een rijk alleen maar hun macht over de mensen laten gelden. Zo moet het bij jullie niet gaan. Als iemand van jullie de grootste wil zijn, moet hij de anderen dienen. Als iemand van jullie de eerste wil zijn, moet hij voor iedereen slavenwerk doen. Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om zelf te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.'"

"En Jakobus en Johannes, de twee zonen van Zebedeus, kwamen tot Hem en zeiden tot Hem: Meester, wij wilden wel dat Gij ons deedt, wat wij U zullen vragen. Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? Zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij de een aan uw rechterzijde en de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw heerlijkheid. Doch Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het. Jezus zeide tot hen: De beker, die Ik drink, zult gij drinken en met de doop, waarmede Ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden, maar het zitten aan mijn rechterzijde of linkerzijde, staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is. En toen de tien dit hoorden, begonnen zij het Jakobus en Johannes kwalijk te nemen. En Jezus riep hen tot Zich en zeide tot hen: Gij weet, dat zij, die regeerders der volken heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het echter onder u niet. Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen."

"Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij hem en zeiden: 'Meester, we willen dat u voor ons doet wat we u vragen.' Hij vroeg hun: 'Wat willen jullie dan dat ik voor je doe?' Ze zeiden: 'Wanneer u heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van u zitten en de ander links.' Maar Jezus zei tegen hen: 'Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die ik moet ondergaan?' 'Ja, dat kunnen wij, 'antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: 'Jullie zullen de beker drinken die ik zal drinken en de doop ondergaan die ik zal ondergaan, maar wie er rechts of links van mij zal zitten, kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie ze zijn bestemd.' Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op Jakobus en Johannes. Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: 'Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.'"

"Jakobus en Johannes kwamen naast Hem lopen. "Meester," zeiden zij, "wij willen U iets vragen. U moet iets voor ons doen." "Wel?" vroeg Jezus, "wat kan Ik voor jullie doen?" "Mogen wij in Uw Koninkrijk naast U op de troon zitten?" vroegen zij, "de één links en de ander rechts van U?" Jezus antwoordde: "Je weet niet wat je vraagt! Kunnen jullie de beker drinken, die Ik moet drinken? Of de vreselijke dingen doorstaan, die Ik moet doorstaan?" "Ja," zeiden zij. "Jullie zullen inderdaad uit dezelfde beker drinken als Ik," zei Hij, "en dezelfde vreselijke dingen meemaken. Maar wie in mijn Koninkrijk naast Mij zullen zitten, maak Ik niet uit. Dat bepaalt God." Toen de tien andere discipelen hoorden wat Jakobus en Johannes hadden gevraagd, namen zij het hen erg kwalijk. Jezus riep hen bij Zich en zei: "Jullie weten wel dat de mannen die het voor het zeggen hebben, de bevolking onderdrukken en misbruik maken van hun macht. Maar onder jullie moet het anders gaan. Wie groot wil zijn, moet jullie dienaar worden. En wie de voornaamste wil zijn, moet ieders slaaf worden. Want zelfs Ik, de Mensenzoon, ben niet gekomen om Mij te laten dienen. Nee, Ik ben gekomen om te dienen en mijn leven te geven als losgeld voor velen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

28 juli 2020 Markus 10:37-38
27 juli 2020 Markus 10:35-37
26 juli 2020 Markus 10:33-34
25 juli 2020 Markus 10:32
24 juli 2020 Markus 10:31
23 juli 2020 Markus 10:28-30
22 juli 2020 Markus 10:26-27
 

Home