Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Woensdag 22 juli 2020

 

Markus 10:26-27

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden? Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God."

"verslagen zeiden ze daarop tegen elkaar: 'Wie kan dan nog gered worden?' Jezus keek hen aan en zei: 'Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God. Want bij God is alles mogelijk.'"

"Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: 'Wie kan er dan nog gered worden?' Jezus keek hen aan en zei: 'Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.'"

"Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: 'Wie kan er dan nog gered worden?' Jezus keek hen aan en zei: 'Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.'"

"De discipelen wisten niet meer wat zij ervan moesten denken. "Maar wie kan er dan ooit gered worden?" vroegen zij. Jezus keek hen aan en zei: "Menselijk gezien, niemand! Maar bij God is alles mogelijk."

 

Overdenking van vandaag:

Dit is waar of ons geloof is echt tevergeefs. We hebben vermogen dat verder reikt dan menselijke wilskracht, kennis of vaardigheid. Nog belangrijker is dat God door Jezus alle tekortkomingen en zonden afgedekt heeft die we hebben. God is ... en was ... en zal worden ... God. Niets is onmogelijk met hem!

 

Gebed:

Vader, maak alstublieft deze waarheid vanzelfsprekend aan degenen die leiden in uw kerken. Ik vertrouw erop dat alles mogelijk is met u! In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Markus 10:13-27

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten. Maar Jezus, [dat] ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan. En Hij omving ze met Zijn armen, [en] de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve. En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve? En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, [namelijk] God. Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder. Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af. En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij. Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen. En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen! En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan! Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden? Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God."

"De mensen brachten kinderen bij Jezus; ze wilden dat hij hen zou aanraken, maar de leerlingen zeiden de mensen dat ze dat moesten laten. Toen Jezus dat zag, was hij diep verontwaardigd: 'Laat die kinderen bij me komen, hou ze niet tegen! Want het koninkrijk van God is voor wie zijn als zij. Ik zeg jullie: wie het koninkrijk van God niet aanvaardt zoals een kind dat doet, zal er zeker niet binnengaan.' En hij sloeg zijn armen om hen heen, legde hen de handen op en zegende hen. Toen hij zich weer op weg begaf, kwam er een man op hem toe die voor hem op zijn knieŽn viel en vroeg: 'Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?' Jezus zei tegen hem: 'Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, alleen God. U kent de geboden: bega geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen valse verklaringen af, doe niemand te kort, heb eerbied voor je vader en je moeder.' 'Meester, aan al die geboden heb ik me van jongs af gehouden.' Jezus keek hem aan en had hem lief. Hij zei tegen hem: 'Eťn ding hebt u nog niet gedaan: ga naar huis en verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel. Kom dan terug en volg mij.' Maar toen hij dat hoorde, betrok zijn gezicht. Terneergeslagen ging hij weg, want hij bezat veel. En Jezus, de kring van zijn leerlingen rondkijkend, zei: 'Wat is het voor rijke mensen toch moeilijk het koninkrijk van God binnen te komen!' Zijn leerlingen waren verbijsterd over die uitspraak, maar Jezus herhaalde: 'Kinderen, wat is het moeilijk het koninkrijk van God binnen te komen! Het is voor een kameel gemakkelijker door het oog van een naald te kruipen dan voor een rijke het koninkrijk van God binnen te komen.' Geheel verslagen zeiden ze daarop tegen elkaar: 'Wie kan dan nog gered worden?' Jezus keek hen aan en zei: 'Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God. Want bij God is alles mogelijk.'"

"En zij brachten de kinderen tot Hem, opdat Hij ze zou aanraken; doch de discipelen bestraften hen. Toen Jezus dat zag, nam Hij het zeer kwalijk en zeide tot hen: Laat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet; want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods. Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan. En Hij omarmde ze en hun de handen opleggende, zegende Hij ze. En toen Hij op weg ging, liep iemand op Hem toe, viel op de knieen en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beerven? En Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. Gij kent de geboden: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, gij zult niet ontvreemden, eer uw vader en moeder. Hij zeide tot Hem: Meester, dat alles heb ik in acht genomen van mijn jeugd af. En Jezus, hem aanziende, kreeg hem lief en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u, ga heen, verkoop al wat gij hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel hebben, en kom hier, volg Mij. Maar zijn gelaat betrok bij dat woord en hij ging bedroefd heen, want hij bezat vele goederen. En Jezus, rondziende, zeide tot zijn discipelen: Hoe moeilijk zullen zij, die geld hebben, het Koninkrijk Gods binnengaan. En zijn discipelen waren zeer verbaasd over zijn woorden, maar Jezus antwoordde weder en zeide tot hen: Kinderen, hoe moeilijk is het het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat. En zij waren nog meer verslagen en zeiden tot elkander: Maar wie kan dan behouden worden? Jezus zag hen aan en zeide: Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God."

"De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: 'Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.' Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieŽn viel en vroeg: 'Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?' Jezus antwoordde: 'Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.' Toen zei de man: 'Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.' Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: 'Eťn ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.' Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: 'Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.' De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: 'Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.' Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: 'Wie kan er dan nog gered worden?' Jezus keek hen aan en zei: 'Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.'"

"Enkele moeders brachten hun kinderen bij Jezus. Zij wilden graag dat Hij ze zou aanraken, maar de discipelen traden daartegen op. Jezus zag het en nam hun dat kwalijk. "Laat die kinderen toch bij Mij komen," zei Hij. "Houd ze niet tegen, want juist voor kinderen is het Koninkrijk van God. Het is zelfs zo dat wie niet als een kind in het Koninkrijk van God gelooft, er nooit kan komen." Hij nam de kinderen in Zijn armen, legde Zijn handen op hun hoofd en zegende hen. Toen Hij weer verder ging, kwam er een man aanrennen. Hij viel voor Jezus op de knieŽn en zei: "Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?" waarom noemt u Mij goed?" vroeg Jezus. "Alleen God is toch goed? U weet wat u te doen staat: U mag niet doden, geen overspel plegen en niet stelen; u mag niet liegen, niemand bedriegen en moet respect hebben voor uw vader en moeder." "Daar heb ik mij altijd aan gehouden," zei de man. Het was duidelijk zichtbaar dat Jezus genegenheid had voor deze man. Hij keek hem aan en zei: "Er is ťťn ding dat u niet hebt gedaan. Ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen. Kom dan terug en volg Mij. Dan zult u rijk zijn in de hemel." Het gezicht van de man betrok. Verdrietig ging hij weg, want hij was erg rijk. Jezus keerde Zich om en zei tegen Zijn discipelen: "Wat is het voor rijke mensen moeilijk om in het Koninkrijk van God te komen." De discipelen waren hoogst verbaasd. Daarom zei Jezus: "Ja, het is verschrikkelijk moeilijk om in het Koninkrijk van God te komen. Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijke om in het Koninkrijk van God te komen." De discipelen wisten niet meer wat zij ervan moesten denken. "Maar wie kan er dan ooit gered worden?" vroegen zij. Jezus keek hen aan en zei: "Menselijk gezien, niemand! Maar bij God is alles mogelijk."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

21 juli 2020 Markus 10:25-26
20 juli 2020 Markus 10:23-25
19 juli 2020 Markus 10:21-22
18 juli 2020 Markus 10:21
17 juli 2020 Markus 10:19-20
16 juli 2020 Markus 10:19
15 juli 2020 Markus 10:18
 

Home