Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 9 juni 2020

 

Markus 9:14-15

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en [enige] Schriftgeleerden met hen twistende. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem."

"Toen ze bij de andere leerlingen terugkwamen, zagen ze een groot aantal mensen om hen heen staan. Een paar schriftgeleerden waren met hen aan het discussiėren. Toen de mensen Jezus zagen, waren ze verrast en ze liepen vlug naar hem toe om hem te begroeten."

"Toen ze terugkwamen bij de andere leerlingen, zagen ze een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiėren waren. De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen, en liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten."

"Toen ze terugkwamen bij de andere leerlingen, zagen ze een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiėren waren. De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen, en liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten."

"Zij kwamen aan de voet van de berg en zagen dat de andere discipelen met enkele godsdienstleraars in discussie waren. Er stonden veel mensen om hen heen. Zodra de mensen Jezus zagen aankomen, liepen zij Hem tegemoet."

 

Overdenking van vandaag:

Mensen waren niet helemaal zeker wat ze moesten denken of doen met Jezus. Sommigen discussieerden met zijn discipelen over de kleine punten van zijn dienen. Ik vind het interessant dat degenen die Jezus' discipelen de moeilijkste tijd gaven, de religieuze leraren waren.  

De gewone mensen, "de menigte", zag iets in Jezus dat geweldig was en werden naar hem getrokken. Ik vraag me af wat er zou gebeuren als wij als "religieuze mensen" ons minder zorgen maakten om andere religieuze mensen blij te maken en ons meer richten op het delen van Jezus met de massa's van gewone mensen die hem niet echt kennen!

 

Gebed:

God, vergeef me dat ik probeer de gelovige mensen om me heen gelukkig te maken terwijl ik de verloren en hongerende zielen om me heen negeer. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Markus 9:14-29

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en [enige] Schriftgeleerden met hen twistende. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem. En Hij vraagde den Schriftgeleerden: Wat twist gij met dezen? En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft. En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund. En Hij antwoordde hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij. En zij brachten denzelven tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende. En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zeide: Van [zijn] kindsheid af. En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo Gij iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons. En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft. En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp. En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem. En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en [het] [kind] werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was. En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op. En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen? En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten."

"Toen ze bij de andere leerlingen terugkwamen, zagen ze een groot aantal mensen om hen heen staan. Een paar schriftgeleerden waren met hen aan het discussiėren. Toen de mensen Jezus zagen, waren ze verrast en ze liepen vlug naar hem toe om hem te begroeten. Jezus vroeg aan zijn leerlingen: 'Waarover zijn jullie in discussie?' Iemand uit de menigte antwoordde: 'Meester, ik kwam mijn zoon bij u brengen. Hij is in de macht van een duivelse geest en kan niet praten. Als die geest hem overmeestert, gooit hij hem tegen de grond. Het schuim staat hem dan op de mond, hij knarst met de tanden en wordt helemaal stijf. Ik vroeg uw leerlingen die geest uit te drijven, maar ze konden het niet.' Jezus zei: 'Wat bent u voor mensen! U hebt geen geloof! Hoelang moet ik nog bij u zijn, hoelang moet ik u nog verdragen? Breng hem bij me!' Ze brachten de jongen bij hem. Zodra de geest Jezus zag, deed hij de jongen stuiptrekken. Deze viel op de grond en rolde heen en weer, het schuim op de mond. 'Hoelang heeft hij dit al?' vroeg Jezus aan de vader. 'Van kindsbeen af,' antwoordde de man. 'Dikwijls was het bijna zijn dood, doordat die geest hem in het vuur of in het water gooide. Maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden en help ons.' 'Als u kunt?' zei Jezus. 'Alles kan voor wie gelooft.' Onmiddellijk riep de vader van de jongen uit: 'Ik geloof, maar help mij als mijn geloof tekortschiet!' Toen Jezus merkte dat de mensen steeds meer opdrongen, sprak hij de onreine geest streng toe: 'Jij, geest, die stom en doof maakt, ik beveel je: ga uit hem weg en kom niet meer terug.' Onder luid geschreeuw en met heftige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg. De jongen bleef als dood liggen en bijna iedereen zei dan ook: 'Hij is dood.' Maar Jezus pakte hem bij de hand en hielp hem overeind, en hij stond op. Toen Jezus een huis was binnengegaan en de leerlingen met hem alleen waren, vroegen ze hem: 'Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?' 'Dat soort kun je alleen met gebed verjagen, en met niets anders,' antwoordde Jezus."

"En toen zij bij de discipelen kwamen, zagen zij een grote schare om hen heen, en schriftgeleerden met hen aan het redetwisten. En terstond, toen de gehele schare Hem zag, waren zij zeer verbaasd, en zij liepen op Hem toe en begroetten Hem. En Hij vroeg hun: Waarom zijt gij met hen aan het redetwisten? En een uit de schare antwoordde Hem: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stomme geest heeft. En waar hij hem aangrijpt, werpt hij hem op de grond; en hij heeft het schuim op de mond, en hij knerst met zijn tanden en verstijft. En ik heb uw discipelen gezegd, dat zij hem zouden uitdrijven, en zij hebben het niet gekund. En Hij antwoordde hun en zeide: O, ongelovig geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij. En zij brachten hem tot Hem. En toen de geest Hem zag, deed hij hem terstond stuiptrekken en, op de grond gevallen, wentelde hij zich, al schuimende. En Hij vroeg zijn vader: Hoelang is het al, dat dit hem overkomt? Hij zeide: Van zijn kindsheid af; en dikwijls heeft hij hem ook in het vuur en in het water gedreven om hem een ongeluk te doen krijgen. Maar als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons! Jezus zeide tot hem: Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. Terstond riep de vader van de knaap uit en zeide: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp! En toen Jezus zag, dat de schare samenstroomde, bestrafte Hij de onreine geest en zeide tot hem: Gij, stomme en dove geest, Ik beveel u: ga van hem uit en kom niet meer in hem. En hij ging uit onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen. En hij werd als een dode, zodat men algemeen zeide, dat hij gestorven was. Doch Jezus vatte zijn hand, richtte hem op, en hij stond op. En toen Hij een huis was binnengegaan, vroegen zijn discipelen Hem, terwijl zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed."

"Toen ze terugkwamen bij de andere leerlingen, zagen ze een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiėren waren. De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen, en liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten. Hij vroeg hun: 'Waarover zijn jullie met hen aan het discussiėren?' Iemand uit de menigte antwoordde: 'Meester, ik heb mijn zoon naar u gebracht omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten; steeds wanneer de geest hem overweldigt, gooit die hem op de grond, en dan komt het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik zei tegen uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar dat konden ze niet.' Hij zei tegen hen: 'Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie verdragen? Breng hem bij me.' Ze brachten de jongen bij hem. Toen de geest hem zag, deed hij de jongen meteen stuiptrekken, en met het schuim op de lippen viel hij op de grond en rolde heen en weer. Jezus vroeg aan zijn vader: 'Hoe lang heeft hij hier al last van?' Hij antwoordde: 'Al vanaf zijn vroegste jeugd, en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden; maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.' Toen zei Jezus tegen hem: 'Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.' Meteen riep de vader van het kind uit: 'Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.' Toen Jezus zag dat er een grote groep mensen toestroomde, sprak hij de onreine geest op strenge toon toe en zei: 'Geest die doof en stom maakt, ik gebied je: ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.' Onder geschreeuw en met hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen bleef voor dood achter, zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven. Maar Jezus pakte hem bij de hand om hem overeind te helpen en hij stond op. Hij ging een huis in, en toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen hem: 'Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?' Hij antwoordde: 'Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.'"

"Zij kwamen aan de voet van de berg en zagen dat de andere discipelen met enkele godsdienstleraars in discussie waren. Er stonden veel mensen om hen heen. Zodra de mensen Jezus zagen aankomen, liepen zij Hem tegemoet. "Wat is er aan de hand?" vroeg Jezus. "Meester," antwoordde een man, "ik wilde mijn zoon bij U brengen. Hij kan niet praten omdat er een boze geest in hem zit. Telkens als die geest hem de baas wordt, gooit hij hem op de grond. Dan staat het schuim hem op de mond, knarst hij met zijn tanden en wordt hij helemaal stijf. Toen ik U niet kon vinden, heb ik Uw discipelen gevraagd of zij de boze geest wilden verjagen, maar dat lukte hun niet." Jezus zei: "O, wat een ongeloof! Hoelang moet Ik nog bij u blijven? Hoelang moet Ik nog geduld met u hebben? Kom, breng de jongen maar hier." Dat deden zij, maar zodra de boze geest Jezus zag, kreeg de jongen vreselijke stuiptrekkingen. Hij viel op de grond en rolde heen en weer; het schuim stond hem op de mond. "Hoe lang heeft hij dit al?" vroeg Jezus aan de vader. "Van jongsaf aan," antwoordde deze. "De boze geest heeft hem vaak in het vuur en in het water laten vallen om hem te vermoorden. Heb medelijden met ons en doe iets als U kunt." "Als U kunt?" vroeg Jezus. "Voor wie gelooft, is alles mogelijk." "Ik geloof!" riep de man meteen. "En toch twijfel ik nog. Help mij!" Jezus zag dat er steeds meer mensen bijkwamen. Hij zei tegen de boze geest: "Eruit! Jij, die dit kind doof en stom maakt. Eruit! En kom nooit meer in hem terug!" De jongen gilde vreselijk en kreeg hevige stuiptrekkingen toen de boze geest uit hem wegging. Daarna lag hij zo stil dat het leek of hij dood was. De mensen begonnen al te mompelen: "Hij is dood." Maar Jezus nam hem bij de hand, trok hem overeind en de jongen stond op. Even later, toen Jezus met Zijn discipelen in een huis was, vroegen zij Hem: "Waarom hebben wij die boze geest niet uit die jongen kunnen verjagen?" Jezus antwoordde: "Boze geesten gaan alleen maar op de vlucht voor gebed."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

8 juni 2020 Markus 9:12-13
7 juni 2020 Markus 9:11-12
6 juni 2020 Markus 9:9-10
5 juni 2020 Markus 9:8
4 juni 2020 Markus 9:7
3 juni 2020 Markus 9:5-6
2 juni 2020 Markus 9:2-4
 

Home