Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 22 mei 2020

 

Markus 8:27-28

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben? En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Een van de profeten."

"Jezus ging met zijn leerlingen op weg naar de dorpen in de omtrek van Caesarea Filippi. 'Wie denken de mensen dat ik ben?' vroeg hij onderweg. Ze zeiden: 'Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent.'"

"Jezus vertrok met zijn leerlingen naar de dorpen in de buurt van Caesarea Filippi. Onderweg vroeg hij aan zijn leerlingen: 'Wie zeggen de mensen dat ik ben?' Ze antwoordden: 'Johannes de Doper, en anderen zeggen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent.'"

"Jezus vertrok met zijn leerlingen naar de dorpen in de buurt van Caesarea Filippi. Onderweg vroeg hij aan zijn leerlingen: 'Wie zeggen de mensen dat ik ben?' Ze antwoordden: 'Johannes de Doper, en anderen zeggen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent.'"

"Later gingen Jezus en Zijn discipelen naar de dorpen rondom de stad Caesarea Filippi. Onderweg vroeg Hij: "Wat zeggen de mensen eigenlijk van Mij? Wie ben Ik volgens hen?" "Sommigen zeggen dat U Johannes de Doper bent," antwoordden de discipelen. "Anderen dat U Elia bent of een andere profeet."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus wordt erkend als een belangrijke religieuze leider en een krachtige leraar door veel religies van de wereld. Echter, christenen zien Jezus als zo veel meer dan een profeet, een groot leraar of de oprichter van een nieuwe religie. Hij is de Christus, de Zoon van God. Hij is Heer. Hij is de Redder van de wereld. Laten we de wereld laten weten wie Jezus werkelijk is!

 

Gebed:

God, zegen alstublieft de inspanningen van uw kinderen die proberen de wereld te laten weten wie Jezus is. In Jezus' naam. Amen

 

Contekst: Markus 8:27-33

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben? En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Een van de profeten. En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Gij zijt de Christus. En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij het niemand zouden zeggen van Hem. En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan. En dit woord sprak Hij vrij uit; en Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen; Maar Hij, Zich omkerende, en Zijn discipelen aanziende, bestrafte Petrus, zeggende: Ga heen, achter Mij, satanas, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn."

"Jezus ging met zijn leerlingen op weg naar de dorpen in de omtrek van Caesarea Filippi. 'Wie denken de mensen dat ik ben?' vroeg hij onderweg. Ze zeiden: 'Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent.' 'En jullie, wie denken jullie dat ik ben?' vroeg hij. Petrus antwoordde: 'U bent de Christus.' Streng verbood Jezus hun er ook maar met iemand over te praten. Toen begon Jezus hun uit te leggen dat de Mensenzoon veel moest lijden. Hij zou verworpen worden door de oudsten, de opperpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden; na drie dagen zou hij opstaan. Hij zei dit alles heel openlijk. Petrus nam hem apart en begon hem bestraffend toe te spreken. Maar Jezus keerde zich om en zijn leerlingen aankijkend, strafte hij Petrus af: 'Weg, jij Satan, uit mijn ogen! Want jij staat niet aan de kant van God maar aan die van de mensen.'"

"En Jezus vertrok met zijn discipelen naar de dorpen van Caesarea Filippi. En onderweg vroeg Hij zijn discipelen en sprak tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben? Zij antwoordden en zeiden: Johannes de Doper; en de anderen; Elia; weer anderen: Een van de profeten. En Hij vroeg hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus. En Hij verbood hun nadrukkelijk met iemand hierover te spreken. En Hij begon hen te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan. Hij sprak dit woord vrijuit. En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen. Doch Hij keerde Zich om en, ziende naar zijn discipelen, bestrafte Hij Petrus en zeide: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen."

"Jezus vertrok met zijn leerlingen naar de dorpen in de buurt van Caesarea Filippi. Onderweg vroeg hij aan zijn leerlingen: 'Wie zeggen de mensen dat ik ben?' Ze antwoordden: 'Johannes de Doper, en anderen zeggen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent.' Toen vroeg hij hun: 'En wie ben ik volgens jullie?' Petrus antwoordde: 'U bent de messias.' Hij verbood hun op strenge toon om met iemand hierover te spreken. Hij begon hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten van het volk, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen zou worden, en dat hij gedood zou worden, maar drie dagen later zou opstaan; hij sprak hierover in alle openheid. Toen nam Petrus hem apart en begon hem fel terecht te wijzen. Maar hij draaide zich om, keek zijn leerlingen aan en wees Petrus streng terecht met de woorden: 'Ga terug, achter mij, Satan! Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.'"

"Later gingen Jezus en Zijn discipelen naar de dorpen rondom de stad Caesarea Filippi. Onderweg vroeg Hij: "Wat zeggen de mensen eigenlijk van Mij? Wie ben Ik volgens hen?" "Sommigen zeggen dat U Johannes de Doper bent," antwoordden de discipelen. "Anderen dat U Elia bent of een andere profeet." "En jullie dan?" vroeg Hij. "Wat denken jullie van Mij? Wie ben Ik?" Petrus antwoordde: "U bent de Christus." Jezus zei dat zij dit aan niemand mochten vertellen. Hij begon hun te vertellen over de verschrikkelijke dingen die Hij zou moeten doormaken. Hij zei dat de Hoge Raad Hem zou veroordelen, dat men Hem zelfs zou doden en dat Hij na drie dagen weer levend zou worden. Omdat Hij hier ronduit met hen over sprak, nam Petrus Hem apart. "Zulke dingen moet U niet meer zeggen," zei hij. Jezus keerde Zich om. Met Zijn gezicht naar de andere discipelen vermaande Hij Petrus: "Satan, maak dat je wegkomt! Jij bekijkt de zaak van de menselijke kant en niet van Gods kant!"

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

21 mei 2020 Markus 8:27
20 mei 2020 Markus 8:23-26
19 mei 2020 Markus 8:22
18 mei 2020 Markus 8:19-21
17 mei 2020 Markus 8:14-18
16 mei 2020 Markus 8:14-15
15 mei 2020 Markus 8:12-13
 

Home