Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zaterdag 9 mei 2020

 

Markus 8:1-3

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"In dezelfde dagen, als er een geheel grote schare was, en zij niet hadden, wat zij eten zouden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich, en zeide tot hen: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare; want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven, en hebben niet, wat zij eten zouden. En indien Ik hen nuchteren naar hun huis laat gaan, zo zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre."

"Eens was er weer een groot aantal mensen bij elkaar. Omdat zij niets te eten hadden, riep Jezus zijn leerlingen bij zich: 'Ik heb medelijden met die mensen, ze zijn al drie dagen bij me en hebben niets te eten. Ik kan ze niet met een lege maag naar huis sturen, ze zouden onderweg bezwijken. Er zijn er bij die van heel ver komen.'"

"Toen er op een keer weer een grote menigte bijeen was, en ze niets meer te eten hadden, riep hij de leerlingen bij zich en zei tegen hen: 'Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en hebben niets meer te eten. Als ik hen met een lege maag naar huis stuur, zullen ze onderweg bezwijken; sommigen zijn immers van ver gekomen.'"

"Toen er op een keer weer een grote menigte bijeen was, en ze niets meer te eten hadden, riep hij de leerlingen bij zich en zei tegen hen: 'Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en hebben niets meer te eten. Als ik hen met een lege maag naar huis stuur, zullen ze onderweg bezwijken; sommigen zijn immers van ver gekomen.'"

"Er waren veel mensen naar Jezus komen luisteren. Toen Hij zag dat zij geen eten meer hadden, riep Hij Zijn discipelen bij Zich. "Ik heb met die mensen te doen," zei Hij. "Zij zijn hier al drie dagen en hebben niets meer te eten. Ik kan ze zo niet naar huis laten gaan. Sommigen komen van heel ver. Ze zouden onderweg flauwvallen van de honger."

 

Overdenking van vandaag:

Twee zorgen liggen bij Jezus op 't hart. Ten eerste, hij maakt zich zorgen om de fysieke behoeften, vooral de honger van de menigte die hem gevolgd is. Ten tweede, hoe kan hij zijn discipelen helpen te leren vertrouwen dat hij hen zal helpen om te dienen in situaties buiten hun vermogen?  

In dit verhaal zal Jezus helpen ervoor te zorgen dat beide zorgen worden aangepakt. Voor mij is dit verhaal een herinnering dat dienen moet gebeuren op twee fronten. Eerst moeten we mensen ertoe brengen om anderen te helpen dienen, met behulp van de talenten die God ze heeft gegeven. Dat betekent ze te betrekken in dienen en hen te helpen te leren afhankelijk te zijn van de Christus die zij dienen.  

Als je nu een plaats hebt waarin je dient, betrek anderen dan nu bij jouw dienen! Als je geen plaats hebt waar je dient, zoek dan iemand die werkzaam is in een gebied waarin je ge´nteresseerd bent en vraag om mee te gaan en te leren om te dienen met hen.  

Ten tweede we moeten zorgen voor de behoeften van anderen - niet alleen hun geestelijke behoeften, maar ook hun lichamelijke behoeften. Jezus toont ons een krachtige manier om beide dingen in een keer te doen in dit verhaal.

 

Gebed:

Vader, ik bid dat u mij zult gebruiken om anderen te dienen en om anderen te leren om te dienen. Leid mij alstublieft tot de mensen die ik daadwerkelijk kan dienen met uw genade en help mij om niet alleen de mogelijkheid te zien om te dienen, maar om ook die mogelijkheid te gebruiken en ermee door te gaan. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: Markus 8:1-10

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"In dezelfde dagen, als er een geheel grote schare was, en zij niet hadden, wat zij eten zouden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich, en zeide tot hen: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare; want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven, en hebben niet, wat zij eten zouden. En indien Ik hen nuchteren naar hun huis laat gaan, zo zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre. En Zijn discipelen antwoordden Hem: Van waar zal iemand dezen met broden hier in de woestijn kunnen verzadigen? En Hij vraagde hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven. En Hij gebood de schare neder te zitten op de aarde, en Hij nam de zeven broden, en gedankt hebbende, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze zouden voorleggen; en zij leiden ze der schare voor. En zij hadden weinige visjes; en als Hij gezegend had, zeide Hij, dat zij ook die zouden voorleggen. En zij hebben gegeten, en zijn verzadigd geworden, en zij namen het overschot der brokken op, zeven manden. Die nu gegeten hadden, waren omtrent vier duizend; en Hij liet hen gaan. En terstond in het schip gegaan zijnde met Zijn discipelen, is Hij gekomen in de delen van Dalmanutha."

"Eens was er weer een groot aantal mensen bij elkaar. Omdat zij niets te eten hadden, riep Jezus zijn leerlingen bij zich: 'Ik heb medelijden met die mensen, ze zijn al drie dagen bij me en hebben niets te eten. Ik kan ze niet met een lege maag naar huis sturen, ze zouden onderweg bezwijken. Er zijn er bij die van heel ver komen.' 'Waar halen we in deze verlaten streek het brood vandaan om al die mensen voldoende te eten te geven?' vroegen zijn leerlingen hem. 'Hoeveel broden hebben jullie?' vroeg hij. Zij zeiden: 'Zeven.' Daarop zei Jezus tegen de mensen dat ze op de grond moesten gaan zitten. Toen nam hij de zeven broden, bracht God dank, brak ze in stukken en gaf ze aan zijn leerlingen om ze uit te delen en die verdeelden ze onder de mensen. Ze hadden ook een paar visjes. Hij sprak er een gebed om zegen over uit en liet ook die door de leerlingen uitdelen. En iedereen at tot hij genoeg had. Ze haalden de brokken op die over waren: zeven manden vol. Er waren ongeveer vierduizend mensen. Toen liet Jezus de mensen naar huis gaan. Meteen daarna stapte hij met zijn leerlingen in de boot en ging naar de streek van Dalmanuta."

"In die dagen, toen er weder een grote schare bijeen was en zij niets te eten hadden, riep Hij zijn discipelen tot Zich en zeide tot hen: Ik heb medelijden met de schare, want zij zijn nu reeds drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten; en indien Ik hen zonder voedsel naar huis laat gaan, zullen zij onderweg bezwijken, en sommigen van hen zijn van ver weg. En zijn discipelen antwoordden Hem: Vanwaar zal iemand dezen hier in een eenzame streek met broden kunnen verzadigen? En Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven. En Hij gaf aan de schare bevel op de grond te gaan zitten. En Hij nam de zeven broden, dankte, brak ze en gaf ze aan zijn discipelen om ze hun voor te zetten, en zij zetten ze voor aan de schare. En zij hadden enkele visjes; en nadat Hij daarbij de zegen had uitgesproken zeide Hij, dat zij ook die moesten voorzetten. En zij aten en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op zeven korven. En het waren er ongeveer vierduizend en Hij zond hen weg. En terstond ging Hij met zijn discipelen in het schip en kwam in het gebied van Dalmanuta."

"Toen er op een keer weer een grote menigte bijeen was, en ze niets meer te eten hadden, riep hij de leerlingen bij zich en zei tegen hen: 'Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en hebben niets meer te eten. Als ik hen met een lege maag naar huis stuur, zullen ze onderweg bezwijken; sommigen zijn immers van ver gekomen.' Zijn leerlingen antwoordden: 'Maar hoe zou iemand hen hier, in deze verlatenheid, van genoeg brood kunnen voorzien?' Hij vroeg hun: 'Hoeveel broden hebben jullie?' 'Zeven, 'antwoordden ze. Hij zei tegen de mensen dat ze op de grond moesten gaan zitten; hij nam de zeven broden, sprak het dankgebed uit, brak de broden en gaf ze aan de leerlingen om ze aan de mensen uit te delen, en dat deden ze. Ze hadden ook een paar kleine vissen bij zich; hij sprak er het zegengebed over uit en zei dat ze ook de vissen moesten uitdelen. De mensen aten tot ze verzadigd waren; de leerlingen haalden op wat er van het eten overschoot: zeven manden vol. Er waren ongeveer vierduizend mensen. Toen stuurde hij hen weg. Meteen daarna stapte hij met zijn leerlingen in de boot en voer naar het gebied van Dalmanuta."

"Er waren veel mensen naar Jezus komen luisteren. Toen Hij zag dat zij geen eten meer hadden, riep Hij Zijn discipelen bij Zich. "Ik heb met die mensen te doen," zei Hij. "Zij zijn hier al drie dagen en hebben niets meer te eten. Ik kan ze zo niet naar huis laten gaan. Sommigen komen van heel ver. Ze zouden onderweg flauwvallen van de honger." "Waar halen we hier ooit brood vandaan?" vroegen Zijn discipelen. "Voor al die mensen! Hier in de woestijn!" "Hoeveel broden hebben jullie bij je?" vroeg Hij. "Zeven," antwoordden zij. Hij zei dat iedereen op de grond moest gaan zitten. Daarna nam Hij de zeven broden, dankte God ervoor en brak ze in stukken. Zijn discipelen brachten het brood naar de mensen. Er waren ook nog een paar visjes. Hij dankte God ervoor en zei tegen Zijn discipelen dat ze die ook aan de mensen moesten geven. Iedereen at tot hij genoeg had. Er bleef zelfs nog over. Zeven manden vol. En er waren wel zo'n 4000 mensen! Jezus stuurde de mensen naar huis. Direct daarna stapte Hij met Zijn discipelen in de boot en stak over naar Dalmanoetha."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

8 mei 2020 Markus 7:36-37
7 mei 2020 Markus 7:32-35
6 mei 2020 Markus 7:31-32
5 mei 2020 Markus 7:29-30
4 mei 2020 Markus 7:27-28
3 mei 2020 Markus 7:26
2 mei 2020 Markus 7:24-25
 

Home