Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 5 mei 2020

 

Markus 7:29-30

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zeide tot haar: Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren. En als zij in haar huis kwam, vond zij, dat de duivel uitgevaren was, en de dochter liggende op het bed."

"Toen zei Jezus tegen haar: 'Omdat u dit zegt…ga maar naar huis; de demon is al uit uw dochter weg.' Thuisgekomen vond zij haar kind op bed. De demon was verdwenen."

"Hij zei tegen haar: 'Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.' En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn."

"Hij zei tegen haar: 'Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.' En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn."

"Goed," zei Hij, "omdat u dit antwoord hebt gegeven, kunt u naar huis gaan. Uw dochtertje is genezen, de boze geest is uit haar weggegaan." Toen zij thuiskwam, zag zij het meisje rustig in bed liggen en de boze geest was weg."

 

Overdenking van vandaag:

Het antwoord van de vrouw was goed - niet alleen omdat het slim was, maar ook omdat ze haar nederig geloof toonde. Zij ontving het doel van haar hart: haar dochter werd verlost van de macht van de kwade geest.  

Laten we niet vergeten dat er niets, helemaal NIETS belangrijker is dan de bevrijding van het kwaad. Laten we niets toestaan dat doel van ons hart weg te nemen, het doel in ons leven. We moeten bevrijding willen van kwaad en macht ervan in elke vorm. Dit soort bevrijding kan alleen van Jezus komen. Tenslotte moeten we deze bevrijding gebruiken als een kans om gebruikt te worden in het werk van God.

 

Gebed:

Vader, lieve Abba de Almachtige, verwijder alstublieft mijn zonde van me. Help mij elk struikelblok te zien dat ik misschien op mijn eigen pad plaats of op de paden van degenen van wie ik hou. Gebruik me om anderen bij uw genade en heiligheid te brengen zodat ze bevrijding van het kwaad kunnen vinden, in elke vorm van macht ervan. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Markus 7:24-37

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En van daar opstaande, ging Hij weg naar de landpalen van Tyrus en Sidon; en in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand wist, en Hij kon [nochtans] niet verborgen zijn. Want een vrouw, welker dochtertje een onreinen geest had, van Hem gehoord hebbende, kwam en viel neder aan Zijn voeten. Deze nu was een Griekse vrouw, van geboorte uit Syro–fenicie; en zij bad Hem, dat Hij den duivel uitwierp uit haar dochter. Maar Jezus zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en den hondekens [voor] werpe. Maar zij antwoordde en zeide tot Hem: Ja, Heere, doch ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen. En Hij zeide tot haar: Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren. En als zij in haar huis kwam, vond zij, dat de duivel uitgevaren was, en de dochter liggende op het bed. En Hij wederom weggegaan zijnde van de landpalen van Tyrus en Sidon, kwam aan de zee van Galilea, door het midden der landpalen van Dekapolis. En zij brachten tot Hem een dove, die zwaarlijk sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde. En hem van de schare alleen genomen hebbende, stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, en gespogen hebbende, raakte Hij zijn tong aan; En opwaarts ziende naar den hemel, zuchtte Hij, en zeide tot hem: Effatha! dat is: wordt geopend! En terstond werden zijn oren geopend, en de band zijner tong werd los, en hij sprak recht. En Hij gebood hunlieden, dat zij het niemand zeggen zouden; maar wat Hij hun ook gebood, zo verkondigden zij het des te meer. En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggende: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken."

"Vandaar ging Jezus naar het gebied van Tyrus. Hij ging een huis binnen en wilde niet dat iemand het te weten kwam, maar het lukte hem niet onopgemerkt te blijven. Al gauw hoorde een vrouw over hem die een dochtertje had dat bezeten was door een onreine geest. Ze ging naar hem toe, viel voor hem neer en smeekte hem haar dochter te bevrijden van die demon. De vrouw was niet joods, zij was afkomstig uit Syro-Fenicië. Jezus antwoordde haar: 'Laat eerst de kinderen eten. Het is niet juist het brood voor de kinderen de honden toe te gooien!' 'Maar, Heer,' zei zij, 'de honden eten onder tafel toch de kruimels op die de kinderen laten vallen!' Toen zei Jezus tegen haar: 'Omdat u dit zegt…ga maar naar huis; de demon is al uit uw dochter weg.' Thuisgekomen vond zij haar kind op bed. De demon was verdwenen. Jezus verliet het gebied van Tyrus weer en ging via Sidon door het Tienstedengebied naar het meer van Galilea. En ze brachten hem een dove die ook bijna niet kon praten, en vroegen hem de man de hand op te leggen. Jezus nam hem apart, op een afstand van de mensen. Hij stopte zijn vingers in de oren van de man en raakte met wat speeksel zijn tong aan. Toen sloeg hij zijn ogen op naar de hemel, haalde diep adem en zei tegen hem: 'Effata'; dat betekent: Ga open. En zijn oren gingen open, zijn tong kwam los en hij kon normaal spreken. Jezus vroeg de mensen nadrukkelijk het niemand te vertellen, maar hoe strenger hij het hun verbood, des te meer spraken zij erover. Ze waren diep onder de indruk. 'Wat is het toch geweldig, wat hij doet!' riepen ze uit. 'Hij maakt dat doven horen en stommen spreken!'"

"En Hij stond op en vertrok vandaar naar het gebied van Tyrus. En toen Hij een huis was binnengegaan, wilde Hij niet, dat iemand het wist; maar Hij kon niet verborgen blijven. Want terstond hoorde van Hem een vrouw, wier dochtertje een onreine geest had; en zij kwam tot Hem en viel Hem te voet. Deze vrouw was een Griekse, een syrofenicische van geboorte. En zij vroeg Hem de boze geest uit haar dochter te drijven. En Hij zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden want het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen. Doch zij antwoordde en zeide tot Hem: Zeker, Here, de honden eten immers ook onder de tafel van de kruimels der kinderen. En Hij zeide tot haar: Om dit woord, ga heen, de boze geest is uit uw dochter gevaren. En toen zij naar huis gegaan was, vond zij het kind te bed liggen en de boze geest uitgevaren. En toen Hij weder uit het gebied van Tyrus vertrokken was, kwam Hij door Sidon naar de zee van Galilea, midden in het gebied van Dekapolis. En zij brachten tot Hem een dove, die moeilijk sprak, en smeekten Hem deze de hand op te leggen. Hij nam hem terzijde, buiten de schare, en stak zijn vingers in zijn oren, spuwde, raakte zijn tong aan, en Hij zag op naar de hemel en zuchtte en zeide tot hem: Effata, dat is: wordt geopend! En zijn oren werden geopend en terstond werd de band zijner tong los en hij sprak goed. En Hij gebood hun het niemand te zeggen. Maar hoe meer Hij het hun gebood, des te meer maakten zij het ruchtbaar. En zij waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: Hij heeft alles wel gemaakt, ook de doven doet Hij horen en de stommen spreken."

"Hij ging weg en vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam hij zijn intrek in een huis, en hoewel hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het hem niet onopgemerkt te blijven. Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over hem gehoord had naar hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was. Deze vrouw was van Syro–Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte hem om bij haar dochter de demon uit te drijven. Hij zei tegen haar: 'Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.' De vrouw antwoordde: 'Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.' Hij zei tegen haar: 'Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.' En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn. Hij vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het Meer van Galilea, dwars door het gebied van Dekapolis. Daar werd iemand bij hem gebracht die doof was en gebrekkig sprak, en men smeekte hem om deze man de hand op te leggen. Hij nam de man apart, weg van de menigte, stak zijn vingers in diens oren en raakte met speeksel zijn tong aan. Hij sloeg zijn blik op naar de hemel, zuchtte diep en zei tegen hem: '\@Effata!\@', wat betekent: 'Ga open!' Meteen gingen zijn oren open, zijn tong kwam los en hij kon normaal spreken. Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden. De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden: 'Alles wat hij doet is goed: zelfs doven laat hij horen en stommen laat hij spreken.'"

"Hij vertrok naar het gebied van Tyrus. Daar ging Hij een huis binnen. Hoewel Hij niet wilde dat men te weten kwam dat Hij er was, werd het toch bekend. et duurde dan ook niet lang of er kwam een vrouw naar Hem toe. In haar dochtertje zat een boze geest. Zodra zij het nieuws had gehoord, was ze naar Jezus toe gegaan. Zij viel voor Hem op de knieën en smeekte of Hij die boze geest uit haar dochtertje wilde verjagen. Omdat de vrouw geen Jodin was (ze kwam uit de streek van Tyrus) zei Hij tegen haar: "Laat Mij eerst de mensen van mijn eigen volk helpen. Want het is niet goed het eten van de kinderen voor de honden te gooien." De vrouw antwoordde: "Ja, Here, maar de honden onder de tafel krijgen toch wel de restjes van de kinderen?" "Goed," zei Hij, "omdat u dit antwoord hebt gegeven, kunt u naar huis gaan. Uw dochtertje is genezen, de boze geest is uit haar weggegaan." Toen zij thuiskwam, zag zij het meisje rustig in bed liggen en de boze geest was weg. Van Tyrus ging Jezus naar Sidon en vandaar naar de provincie Dekapolis, naar de oever van het meer van Galilea. Daar werd een dove man bij Hem gebracht, die ook nauwelijks kon praten. De mensen vroegen Jezus of Hij Zijn hand op deze man wilde leggen om hem te genezen. Jezus nam hem apart. Hij stak Zijn vingers in de oren van de man, spuugde en raakte zijn tong aan. Daarna keek Hij naar de hemel en zei met een zucht: "Ga open." De man kon ineens goed horen en spreken. Jezus verbood de mensen het verder te vertellen. Maar hoe meer Hij dat zei, hoe meer de mensen het rondbazuinden. Zij konden er gewoon niet over zwijgen. "Het is geweldig wat Hij doet," zeiden ze. "Hij geneest zelfs dove mensen. En wie niet kunnen praten, geneest Hij ook!"

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

4 mei 2020 Markus 7:27-28
3 mei 2020 Markus 7:26
2 mei 2020 Markus 7:24-25
1 mei 2020 Markus 7:21-23
30 april 2020 Markus 7:20
29 april 2020 Markus 7:17-19
28 april 2020 Markus 7:14-16
 

Home