Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zondag 26 april 2020

 

Markus 7:6-8

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Wel heeft Jesaja, van u, geveinsden, geprofeteerd, gelijk geschreven is: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij. Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, [die] geboden [zijn] der mensen; Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen, [als] [namelijk] wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke dingen doet gij vele."

"Jezus antwoordde: 'Hoe treffend heeft de profeet Jesaja over huichelaars als u gezegd: Dit volk, zegt God, bewijst mij slechts lippendienst, maar hun hart is niet bij mij. Hun eredienst heeft geen enkele waarde: wat zij leren en opleggen, zijn louter menselijke wetten!' En hij ging verder: 'De wet van God legt u naast u neer, maar aan de traditie van mensen houdt u vast."

"Maar hij antwoordde: 'Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: "Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen." De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.'"

"Maar hij antwoordde: 'Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: "Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen." De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.'"

"Hij antwoordde: "Huichelaars! De profeet Jesaja had gelijk toen hij zei: 'Deze mensen kunnen heel mooi over God praten, maar in hun hart moeten zij niets van Hem hebben. Zij eren Hem voor de schijn. De wetten en regels die ze de mensen opleggen, komen niet van God.' U houdt vast aan de traditie, maar aan Gods opdracht denkt u niet."

 

Overdenking van vandaag:

We proberen aardig te zijn in de hedendaagse politiek correcte omgeving. Echter, sommige waarheid - Gods waarheid - is gewoon de echte waarheid. Wanneer mensen hun religieuze toewijding vervalsen of wanneer zij Gods Woord verbuigen tot de manier waarop zij willen leven, dan is het hypocrisie, ongeacht wie ze zijn.  

Jezus haat hypocrisie. Jezus zal niet toestaan dat mensen in hypocrisie wegzinken en doen alsof ze rechtvaardig zijn. Dus wat doen we met deze harde woorden van Jezus? Ten eerste moeten we ons afvragen of we schuldig zijn aan de zonde die Jezus veroordeelt! Immers, als we de dingen bekijken, zijn wij niet de religieuzen van nu? Als we schuldig zijn, laten we dan veranderen en ons leven plaatsen waar onze mond is!  

Ten tweede moeten we niet zo verlegen met elkaar zijn wanneer hypocrisie in ons leven kruipt. We hebben behoefte aan liefde en nederigheid om elkaar te helpen eventuele hypocrisie te identificeren en te corrigeren. Hypocrisie vernietigt ons hart en ruÔneert de invloed die Jezus' mensen op de wereld hebben!

 

Gebed:

God, altijd rechtvaardig en toch onbegrensd barmhartig, vergeef me alstublieft. Ik beken dat ik soms gezondigd heb omdat ik zwak ben en gestruikeld ben. Echter, er zijn momenten geweest waarop ik kritiek heb gegeven op anderen voor hun zonde, maar mezelf toestond dingen te doen waarvan ik weet dat ze niet goed zijn. Corrigeer me zachtaardig en verneder me teder zodat ik u kan dienen zonder hypocrisie. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Markus 7:1-23

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En tot Hem vergaderden de Farizeen, en sommigen der Schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren; En ziende, dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is, met ongewassen handen brood aten, berispten zij [hen]. Want de Farizeen en al de Joden eten niet, tenzij dat zij [eerst] de handen dikmaals wassen, houdende de inzettingen der ouden. En van de markt [komende], eten zij niet, tenzij dat zij [eerst] gewassen zijn. En vele andere dingen zijn er, die zij aangenomen hebben te houden, [als] [namelijk] de wassingen der drinkbekers, en kannen, en koperen vaten, en bedden. Daarna vraagden Hem de Farizeen en de Schriftgeleerden: Waarom wandelen Uw discipelen niet naar de inzetting der ouden, maar eten het brood met ongewassen handen? Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Wel heeft Jesaja, van u, geveinsden, geprofeteerd, gelijk geschreven is: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij. Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, [die] geboden [zijn] der mensen; Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen, [als] [namelijk] wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke dingen doet gij vele. En Hij zeide tot hen: Gij doet [zeker] Gods gebod wel te niet, opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden. Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven. Maar gijlieden zegt: Zo een mens tot vader of moeder zegt: [Het] [is] korban (dat is [te] [zeggen], een gave), zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen, [die] [voldoet]. En gij laat hem niet meer toe, iets aan zijn vader of zijn moeder te doen; Makende [alzo] Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij. En tot Zich de ganse schare geroepen hebbende, zeide Hij tot hen: Hoort Mij allen en verstaat. Er is niets van buiten den mens in hem ingaande, hetwelk hem kan ontreinigen; maar de dingen, die van hem uitgaan, die zijn het, welke den mens ontreinigen. Zo iemand oren heeft om te horen, die hore. En toen Hij van de schare in huis gekomen was, vraagden Hem Zijn discipelen van de gelijkenis. En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij alzo onwetende? Verstaat gij niet, dat al wat van buiten in den mens ingaat, hem niet kan ontreinigen? Want het gaat niet in zijn hart, maar in den buik, en gaat in de heimelijkheid uit, reinigende al de spijzen. En Hij zeide: Hetgeen uitgaat uit den mens, dat ontreinigt den mens. Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, Dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. Al deze boze dingen komen voort van binnen, en ontreinigen den mens."

"De FarizeeŽn en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem kwamen bij Jezus samen. Zij merkten dat sommigen van zijn leerlingen aten met onreine, dat wil zeggen met ongewassen handen. De FarizeeŽn en ook andere Joden gaan namelijk pas eten als ze eerst met een beetje water hun handen hebben gewassen. Zij houden daarbij vast aan wat overgeleverd is door hun voorouders. Iets wat van de markt komt, eten zij pas als ze het eerst hebben schoongespoeld. En zo hebben ze nog vele andere gewoonten waaraan ze zich houden, zoals het omspoelen van bekers, kruiken en kannen. Daarom vroegen de FarizeeŽn en de schriftgeleerden: 'Waarom leven uw leerlingen niet volgens de traditie van onze voorouders, maar eten zij met onreine handen?' Jezus antwoordde: 'Hoe treffend heeft de profeet Jesaja over huichelaars als u gezegd: Dit volk, zegt God, bewijst mij slechts lippendienst, maar hun hart is niet bij mij. Hun eredienst heeft geen enkele waarde: wat zij leren en opleggen, zijn louter menselijke wetten!' En hij ging verder: 'De wet van God legt u naast u neer, maar aan de traditie van mensen houdt u vast. Hoe vindingrijk weet u de wet van God buiten werking te stellen om uw eigen traditie in stand te kunnen houden. Zo heeft Mozes gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en: Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden! Maar u beweert: als iemand tegen zijn vader of moeder zegt: Alles waarmee ik u kan helpen is 'korban' dat is: ik heb het bestemd voor God dan hoeft hij zijn vader of moeder niet meer te helpen. Zo holt u de wet van God uit door de traditie, die u hebt doorgegeven. En dat is maar ťťn voorbeeld uit vele.' Jezus riep de mensen weer bij zich: 'Luister allemaal en begrijp dit goed: niemand wordt onrein door wat van buitenaf in hem komt, maar dat wat uit de mens naar buiten komt, dat maakt hem onrein.' Toen Jezus zich teruggetrokken had en een huis was binnengegaan, vroegen zijn leerlingen hem wat hij met die gelijkenis bedoelde. 'Ook jullie missen dus elk inzicht?' zei hij. 'Begrijp je niet dat wat bij de mens van buiten naar binnen gaat, hem onmogelijk onrein kan maken? Want het komt niet in zijn hart terecht, maar in zijn buik en gaat op zekere plaats er ook weer uit.' Zo verklaarde Jezus dus al het voedsel rein. En hij ging verder: 'Dat wat uit de mens naar buiten komt, maakt hem onrein. Want uit zijn innerlijk, uit zijn hart, komen de slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, kwaadwilligheid, bedrog, onmatigheid, jaloersheid, lasterpraat, hoogmoed, onverschilligheid. Al dit slechte komt uit het innerlijk van de mens en maakt hem onrein.'"

"En de Farizeeen verzamelden zich bij Hem met sommige van de schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren. En toen zij zagen, dat sommige van zijn discipelen met onreine, dat is ongewassen, handen hun brood aten (want de Farizeeen en al de Joden eten niet zonder eerst een handwassing verricht te hebben, daarmede vasthoudende aan de overlevering der ouden, en van de markt komende eten zij niet dan na zich gereinigd te hebben; en vele andere dingen zijn er, waaraan zij zich volgens overlevering houden, bijvoorbeeld het onderdompelen van bekers en kannen en koperwerk), toen vroegen de Farizeeen en de schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen uw discipelen niet naar de overlevering der ouden, maar eten zij met onreine handen hun brood? Maar Hij zeide tot hen: Terecht heeft Jesaja van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen. En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden. Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven. Maar gij zegt: Indien een mens tot zijn vader of moeder zegt: Het is korban, dat is, offergave, al wat gij van mij hadt kunnen trekken, dan laat gij hem niet toe ook nog maar iets voor zijn vader of moeder te doen. En zo maakt gij het woord Gods krachteloos door uw overlevering, die gij overgeleverd hebt. En dergelijke dingen doet gij vele. En toen Hij de schare wederom tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort allen naar Mij en verstaat wel: Niets, dat van buiten de mens in hem komt, kan hem onrein maken, maar hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat is het, wat hem onrein maakt. [Indien iemand oren heeft om te horen, die hore.] En toen Hij van de schare thuis kwam, vroegen zijn discipelen Hem naar de gelijkenis. En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij zo onbevattelijk? Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse uitgaat? En zo verklaarde Hij alle spijzen rein. En Hij zeide: Hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein."

"Ook de FarizeeŽn en enkele van de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in zijn nabijheid op. En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen (de FarizeeŽn en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden, en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels), toen vroegen de FarizeeŽn en de schriftgeleerden hem: 'Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?' Maar hij antwoordde: 'Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: "Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen." De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.' En hij vervolgde: 'Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden! Heeft Mozes niet gezegd: "Toon eerbied voor uw vader en uw moeder", en ook: "Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden"? Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: "Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is \@korban\@"'(wat 'offergave' betekent), 'waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.' Nadat hij de menigte weer bij zich had geroepen, zei hij: 'Luister allemaal naar mij en kom tot inzicht. Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.' Toen hij een huis was binnengegaan, weg van de menigte, vroegen zijn leerlingen hem om uitleg over deze uitspraak. Hij zei tegen hen: 'Begrijpen ook jullie het dan nog niet? Zien jullie dan niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt, hem onrein kan maken omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en in de beerput weer verdwijnt?' Zo verklaarde hij alle spijzen rein. Hij zei: 'Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.'"

"Op een dag kwamen er enkele FarizeeŽrs en godsdienstleraars uit Jeruzalem bij Jezus. Zij zagen dat sommige van Zijn discipelen voor het eten hun handen niet wasten. De Joden, vooral de FarizeeŽrs, zullen niets eten als ze niet eerst hun handen hebben gewassen. Dat hoort zo volgens hun oude traditie. Als zij van de markt komen, wassen zij zich eerst en gaan dan pas eten. Er zijn veel van die oude gewoonten, waaraan zij nog altijd vasthouden. Zo spoelen zij ook bekers, potten en pannen af voordat zij die gebruiken. De FarizeeŽrs en godsdienstleraars vroegen aan Jezus: "Waarom trekken Uw discipelen zich niets aan van de oude traditie? Zij hebben voor het eten niet eens hun handen gewassen." Hij antwoordde: "Huichelaars! De profeet Jesaja had gelijk toen hij zei: 'Deze mensen kunnen heel mooi over God praten, maar in hun hart moeten zij niets van Hem hebben. Zij eren Hem voor de schijn. De wetten en regels die ze de mensen opleggen, komen niet van God.' U houdt vast aan de traditie, maar aan Gods opdracht denkt u niet. U schuift Gods gebod gewoon aan de kant en zet uw traditie ervoor in de plaats. Mozes, de dienaar van God, heeft bijvoorbeeld gezegd: 'Heb respect en waardering voor uw vader en moeder. Wie kwaad spreekt van zijn ouders, moet sterven.' Maar wat hebt u ervan gemaakt? 'Je hoeft je ouders niet te verzorgen als je tegen hen zegt dat je heel je bezit aan God wilt geven.' iermee zegt u eigenlijk dat niemand zich iets van Gods woorden hoeft aan te trekken. Maar u eist wel dat iedereen doet wat uw traditie zegt. Zulk soort dingen doet u wel meer." Jezus riep de mensen bij Zich en zei tegen hen: "Luister! Dit is iets wat u beslist moet weten. en mens wordt niet slecht door wat hij eet. Nee, hij wordt slecht door wat hij denkt en zegt en doet." Daarna liet Jezus de mensen alleen en ging naar huis. Zijn discipelen vroegen Hem: "Wat bedoelt U met dat 'slecht worden'?" "Begrijpen jullie niet dat je niet slecht wordt door wat je eet?" zei Hij. "Het voedsel gaat immers niet naar het hart, maar naar de buik en tenslotte komt het in het riool terecht." Jezus maakte hiermee duidelijk dat men alle voedsel zonder gewetensbezwaar mag eten. ij ging verder: "Je wordt slecht door wat je denkt. Uit je innerlijk, je hart, komen slechte gedachten voort. Hoererij, diefstal en moord; overspel, hebzucht en gemenigheid; bedrog, losbandigheid en jaloezie; gevloek, hoogmoed, onverschilligheid en zo meer, komen van binnen uit de mens. Die maken hem slecht."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

25 april 2020 Markus 7:1-5
24 april 2020 Markus 6:53-56
23 april 2020 Markus 6:51-52
22 april 2020 Markus 6:47-50
21 april 2020 Markus 6:45-46
20 april 2020 Markus 6:42-44
19 april 2020 Markus 6:39-42
 

Home