Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 13 april 2020

 

Markus 6:21-26

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea; En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen, die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven. En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, [ook] tot de helft mijns koninkrijks! En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper. En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper. En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, [nochtans] om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar [hetzelve] niet afslaan."

"Op zekere dag zag Herodias haar kans schoon. Herodes vierde zijn verjaardag en gaf een feest voor de hoogwaardigheidsbekleders, de hoge officieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias kwam de feestzaal binnen en danste voor het gezelschap. Ze viel zo bij Herodes en zijn gasten in de smaak dat de koning tegen het meisje zei: 'Vraag me wat je maar wilt en ik zal het je geven.' Hij zwoer het haar: 'Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!' Het meisje ging de zaal uit naar haar moeder en vroeg: 'Wat zal ik vragen?' 'Het hoofd van Johannes de Doper,' was het antwoord. Meteen ging ze weer naar binnen en liep haastig op de koning toe en zei: 'Ik wil dat u mij op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft, nu dadelijk.' De koning werd diepbedroefd, maar hij kon niet weigeren, want hij had een eed gedaan waar al zijn gasten bij waren."

"Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: 'Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.' En hij bezwoer haar: 'Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!' Ze ging naar haar moeder en vroeg: 'Wat zal ik vragen?' Haar moeder zei: 'Het hoofd van Johannes de Doper.' Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: 'Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.' Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen."

"Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: 'Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.' En hij bezwoer haar: 'Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!' Ze ging naar haar moeder en vroeg: 'Wat zal ik vragen?' Haar moeder zei: 'Het hoofd van Johannes de Doper.' Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: 'Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.' Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen."

"Op een dag zag Herodias haar kans schoon. Het was op de verjaardag van Herodes en hij had mensen van zijn hofhouding, legerofficieren en allerlei voorname burgers uit Galilea uitgenodigd voor het feest. Terwijl ze aan tafel zaten, kwam de dochter van Herodias binnen. Zij danste voor Herodes en zijn gasten en iedereen genoot ervan. Herodes vond het zo mooi dat hij tegen het meisje zei: "Vraag wat je maar wilt. Ik zal het je geven." Het meisje keek hem ongelovig aan. "Ik zweer het je!" zei hij. "Wat je mij ook vraagt, ik zal het je geven; al is het de helft van mijn koninkrijk!" Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: "Wat moet ik vragen?" Haar moeder zei: "Vraag hem om het hoofd van Johannes de Doper." Het meisje liep direct naar de koning terug. "Ik wil onmiddellijk een schaal hebben met het hoofd van Johannes de Doper erop," zei zij tegen hem. Dat vond Herodes verschrikkelijk, maar hij durfde niet te weigeren, omdat zijn gasten hadden gehoord wat hij het meisje had beloofd."

 

Overdenking van vandaag:

Dit verschrikkelijke verhaal is een herinnering dat Gods mensen vaak geconfronteerd werden met directe tegenstand van de machthebbers. Waarheid verkondigen leidt niet altijd tot aangename korte-termijn resultaten voor Gods mensen die de waarheid vertellen.  

Johannes verliest zijn leven als gevolg van de gewetenloze verlangens van een immorele Herodias en de politieke lafheid van Herodes - die incest toevoegde aan zijn overspel door Herodias tot zijn eigen vrouw te nemen (de vrouw van zijn half-broer en de dochter van een half-broer).  

Beschaamdheid en overduidelijke zonde haat het vertellen van de waarheid en zal doen wat nodig is om de waarheid te verbergen, waaronder het doden van de waarheid-verteller. Dus we moeten niet verbaasd zijn in onze dagen, wanneer de waarheid niet gewenst is en vaak tegengesproken wordt door degenen die kiezen voor de weg van immoraliteit.  

Laten we bidden voor de vertellers van de waarheid! Laten we vragen God dat hun invloed voelbaar wordt en dat hun leven niet tevergeefs geleid worden!

 

Gebed:

God, bescherm alstublieft en ondersteun uw waarheid-vertellers. Maak hun stemmen effectief. Stop hun politieke vijanden om ze te laten zwijgen. Wanneer hun dienen voltooid is, breng hen alstublieft bij u thuis met grote vreugde. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Markus 6:14-29

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem. Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten. Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt. Want dezelve Herodes, [enigen] uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had. Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben. En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en konde niet; Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne. En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea; En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen, die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven. En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, [ook] tot de helft mijns koninkrijks! En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper. En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper. En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, [nochtans] om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar [hetzelve] niet afslaan. En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis; En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder. En als zijn discipelen [dit] hoorden, gingen zij en namen zijn dood lichaam weg, en legden dat in een graf."

"Ook koning Herodes hoorde ervan, want Jezus' naam werd overal genoemd. 'Johannes de Doper is opgewekt uit de dood,' werd er beweerd. 'Daarom kan hij die wonderen doen.' Anderen zeiden: 'Het is Elia,' en weer anderen: 'Het is een profeet zoals wij die vroeger gehad hebben.' Maar Herodes zei, toen hij ervan hoorde: 'Het is Johannes! Ik heb hem laten onthoofden, maar hij is opgewekt!' Herodes had namelijk Johannes laten grijpen, boeien en gevangenzetten ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. Want Herodes had haar getrouwd en toen had Johannes tegen hem gezegd: 'U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.' Daarom had Herodias het op Johannes voorzien. Ze wilde hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe, want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij kende hem als een rechtvaardig man, die God was toegewijd. Daarom nam hij hem in bescherming. Als hij naar Johannes luisterde, raakte hij in verlegenheid; toch mocht hij hem graag horen. Op zekere dag zag Herodias haar kans schoon. Herodes vierde zijn verjaardag en gaf een feest voor de hoogwaardigheidsbekleders, de hoge officieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias kwam de feestzaal binnen en danste voor het gezelschap. Ze viel zo bij Herodes en zijn gasten in de smaak dat de koning tegen het meisje zei: 'Vraag me wat je maar wilt en ik zal het je geven.' Hij zwoer het haar: 'Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!' Het meisje ging de zaal uit naar haar moeder en vroeg: 'Wat zal ik vragen?' 'Het hoofd van Johannes de Doper,' was het antwoord. Meteen ging ze weer naar binnen en liep haastig op de koning toe en zei: 'Ik wil dat u mij op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft, nu dadelijk.' De koning werd diepbedroefd, maar hij kon niet weigeren, want hij had een eed gedaan waar al zijn gasten bij waren. Hij stuurde meteen een soldaat van de wacht met het bevel het hoofd van Johannes te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. Hij bracht het hoofd op een schaal binnen en gaf het aan het meisje en het meisje gaf het aan haar moeder. Toen de leerlingen van Johannes hoorden wat er gebeurd was, kwamen ze zijn lichaam halen en legden het in een graf."

"En koning Herodes hoorde van Hem, want zijn naam was bekend geworden; en men zeide: Johannes de Doper is opgewekt uit de doden en daarom werken die krachten in Hem. Anderen zeiden: Het is Elia, weer anderen: Een profeet als een van de profeten. Toen dan Herodes van Hem hoorde, zeide hij: Johannes, die ik onthoofd heb, die is opgewekt. Want hij, Herodes, had Johannes laten grijpen en geboeid gevangen gezet, ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar tot vrouw genomen had. Want Johannes had tot Herodes gezegd: Gij moogt de vrouw van uw broeder niet hebben. Herodias had het op hem voorzien en wilde hem doden, doch zij kon dit niet, want Herodes had ontzag voor Johannes, daar hij wist, dat hij een rechtvaardig en heilig man was; en hij beschermde hem en als hij hem gehoord had, was hij in grote verlegenheid, maar hij hoorde hem gaarne. En toen er een gelegen dag gekomen was en Herodes op zijn geboortefeest een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn legeroversten en de voornaamsten van Galilea, en de dochter van Herodias binnenkwam en danste, behaagde zij Herodes en hun, die mede aanlagen. En de koning zeide tot het meisje: Vraag van mij, wat gij maar wilt en ik zal het u geven. En hij zwoer haar: Wat gij mij ook maar vragen zult, zal ik u geven, tot de helft van mijn koninkrijk. En zij ging heen en zeide tot haar moeder: Wat zal ik vragen? En deze zeide: Het hoofd van Johannes de Doper. En terstond ging zij haastig naar binnen tot de koning en vroeg, zeggende: Ik wil, dat gij mij onmiddellijk op een schotel geeft het hoofd van Johannes de Doper. En ofschoon de koning zeer bedroefd werd, wilde hij het haar om zijn eden en om hen, die aanlagen, niet weigeren. En terstond zond de koning een scherprechter met de opdracht het hoofd te brengen. En deze ging heen en onthoofdde hem in de gevangenis, en hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje en het meisje gaf het aan haar moeder. En toen zijn discipelen het hoorden, kwamen zij en namen zijn lijk weg en legden het in een graf."

"Koning Herodes hoorde van hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: 'Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.' Maar anderen zeiden: 'Het is Elia, 'en weer anderen zeiden: 'Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.' Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: 'Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.' Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was. Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: 'U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.' Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe, want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen. Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: 'Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.' En hij bezwoer haar: 'Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!' Ze ging naar haar moeder en vroeg: 'Wat zal ik vragen?' Haar moeder zei: 'Het hoofd van Johannes de Doper.' Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: 'Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.' Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. Hij stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder. Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf."

"Ook Herodes hoorde over Jezus. Iedereen had het over Hem. Sommigen zeiden: "Hij is Johannes de Doper, die uit de dood is teruggekomen. Daarom kan Hij zulke grote wonderen doen." Maar anderen zeiden dat Hij Elia was en weer anderen noemden Hem een nieuwe profeet. Herodes was ervan overtuigd dat Johannes de Doper die hij had laten onthoofden, weer levend was geworden. ij had Johannes namelijk gevangen laten nemen omdat deze had gezegd dat het niet goed was dat hij met Herodias (de vrouw van zijn broer Filippus) samenleefde. Herodias kon hem daarom niet uitstaan en wilde hem laten doden. Maar dat ging niet zomaar, want Herodes had diep ontzag voor hem. Hij wist dat Johannes een eerlijke man was en heel dicht bij God leefde. Daarom nam hij hem in bescherming. Hij vond het ook fijn om met hem te praten, maar kreeg altijd last van zijn geweten, omdat Johannes hem zei waar het op stond. Toch luisterde Herodes graag naar hem. Op een dag zag Herodias haar kans schoon. Het was op de verjaardag van Herodes en hij had mensen van zijn hofhouding, legerofficieren en allerlei voorname burgers uit Galilea uitgenodigd voor het feest. Terwijl ze aan tafel zaten, kwam de dochter van Herodias binnen. Zij danste voor Herodes en zijn gasten en iedereen genoot ervan. Herodes vond het zo mooi dat hij tegen het meisje zei: "Vraag wat je maar wilt. Ik zal het je geven." Het meisje keek hem ongelovig aan. "Ik zweer het je!" zei hij. "Wat je mij ook vraagt, ik zal het je geven; al is het de helft van mijn koninkrijk!" Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: "Wat moet ik vragen?" Haar moeder zei: "Vraag hem om het hoofd van Johannes de Doper." Het meisje liep direct naar de koning terug. "Ik wil onmiddellijk een schaal hebben met het hoofd van Johannes de Doper erop," zei zij tegen hem. Dat vond Herodes verschrikkelijk, maar hij durfde niet te weigeren, omdat zijn gasten hadden gehoord wat hij het meisje had beloofd. Met tegenzin stuurde hij één van zijn lijfwachten naar de gevangenis om het hoofd van Johannes te halen. De man ging weg en onthoofdde Johannes. Hij kwam terug met het hoofd op een schaal en gaf het aan het meisje. En zij gaf het aan haar moeder. Toen de discipelen van Johannes dit hoorden, gingen ze zijn lijk halen en begroeven het."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

12 april 2020 Markus 6:17-20
11 april 2020 Markus 6:14-16
10 april 2020 Markus 6:12-13
9 april 2020 Markus 6:6-11
8 april 2020 Markus 6:4-6
7 april 2020 Markus 6:1-3
6 april 2020 Markus 5:42-43
 

Home