Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 21 september 2018

 

Johannes 14:1

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij."

"'Wees niet ongerust. Geloof in God en geloof in mij."

"Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij."

"Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij."

"Laat uw hart niet bezwaard worden. Vertrouw op God en vertrouw ook op Mij."

 

Overdenking van vandaag:

Hun gehele leven werd Jezus' discipelen geleerd God te vertrouwen. Hun kindertijd was gevuld met veel verhalen van trouw. Jezus' woorden (die volgen in Johannes 14) zal hun inzicht voorbij het breekpunt brengen. Hij zal zichzelf gelijkstellen met God. Zij zullen worstelen om het te begrijpen. Veel van wat er gebeurt, blijft voor hen een ondoorgrondelijk mysterie tot Jezus' opstanding en de komst van zijn Geest.  

Voor hen, en voor ons, hebben deze woorden een grote betekenis. "Je vertrouwt in de Almachtige God, dus vertrouw ook in mij!" Zijn punt? Het is zoals hij zegt, "Geloof me! Ik ben God dichtbij voor jou!" Jezus is de grote herinnering van Gods zorg en inzicht van onze dilemma's. Hij is God dichtbij.

 

Gebed:

Rechtvaardige en heilige God, mijn Abba Vader, ik prijs u voor uw liefde en genade. Dank u dat u onze wereld binnenkwam en dat u ons dicht bij Jezus bracht. Dank u dat u Jezus gaf, zodat we uw liefde en medeleven beter kunnen leren kennen. Ik leg mijn vertrouwen in hem als ik bid in zijn machtige naam. Amen.

 

Contekst: Johannes 14:1-14

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben. En waar Ik heenga, weet gij, en den weg weet gij. Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet, waar Gij heengaat; en hoe kunnen wij den weg weten? Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. Indien gijlieden Mij gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu kent gij Hem, en hebt Hem gezien. Filippus zeide tot Hem: Heere, toon ons den Vader, en het is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader [ben], en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken. Gelooft Mij, dat Ik in den Vader [ben] en de Vader in Mij is; en indien niet, zo gelooft Mij om de werken zelve. Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader. En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen."

"'Wees niet ongerust. Geloof in God en geloof in mij. Er kunnen veel mensen wonen in het huis van mijn Vader. Als dat niet zo was, zou ik het jullie gezegd hebben. Ik ga nu weg om een plaats voor jullie in orde te maken, en daarna kom ik terug om jullie te halen. Dan zullen ook jullie zijn waar ik ben. En jullie weten de weg naar de plaats waar ik heenga.' 'Heer, we weten niet waar u naartoe gaat,' zei Tomas, 'hoe kunnen we dan de weg daarheen weten?' 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven,' antwoordde Jezus. 'Iemand kan alleen naar de Vader gaan via mij. Als je mij kent, zul je ook mijn Vader kennen. Van nu af aan ken je hem; je hebt hem gezien.' Filippus zei: 'Heer, laat ons de Vader zien; meer verlangen we niet.' Jezus zei tegen hem: 'Filippus, nu ben ik zo lang bij jullie, en je kent me nog niet? Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan vragen: Laat ons de Vader zien? Geloof je niet dat ik in de Vader ben, en dat de Vader in mij is? Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik niet op eigen gezag, maar op gezag van de Vader die in mij woont en door mij werkt. Geloof mij, ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Geloof het anders om wat ik doe. Ik verzeker jullie: wie in mij gelooft, zal doen wat ik doe; ja, hij zal nog grotere dingen doen, want ik ga naar de Vader. En ik zal alles doen wat jullie met een beroep op mij zullen vragen; dan zal de glorie van de Vader openbaar worden in de Zoon. Als jullie mij iets vragen, met een beroep op mij, zal ik het voor jullie doen.'"

"Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen (anders zou Ik het u gezegd hebben) want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben. En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg. Tomas zeide tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg? Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien. Filippus zeide tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen."

"Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben. Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga.' Toen zei Tomas: 'Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?' Jezus zei: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien.' Daarop zei Filippus: 'Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.' Jezus zei: 'Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet. Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen."

"Laat uw hart niet bezwaard worden. Vertrouw op God en vertrouw ook op Mij. Waar mijn Vader woont, zijn vele huizen. Als dat niet zo was, zou Ik het u wel gezegd hebben. Ik ga er nu heen om alles voor u in orde te maken. Wanneer Ik daarmee klaar ben, kom Ik terug om u op te halen. Dan mag u voor altijd bij Mij zijn. U weet de weg waar Ik naar toe ga." "Maar Here," zei Thomas, "wij weten niet eens waar U heengaat. Hoe zouden wij dan de weg weten?" "Ik ben de weg, de waarheid en het leven," antwoordde Jezus, "Ik ben de enige weg tot de Vader. Als u Mij kent, moet u ook mijn Vader kennen. Van nu af aan kent u Hem; want door Mij hebt u Hem gezien." Maar Filippus zei: "Here, laat ons de Vader zien; dat is genoeg." "Nu ben Ik al zo lang bij u, Filippus. Kent u Mij nu nog niet? Wie Mij gezien heeft, heeft immers de Vader gezien? Hoe kunt u Mij dan vragen u de Vader te laten zien? Gelooft u niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is? Wat Ik tegen u zeg, komt niet van Mijzelf, maar van mijn Vader. Hij leeft in Mij en doet in Mij Zijn werk. Geloof toch dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is. De dingen die Ik doe, zijn het bewijs daarvan. Luister goed, wie op Mij vertrouwt, zal dezelfde dingen doen als Ik. Zelfs nog grotere, want Ik ga naar de Vader. Wat u in mijn naam biddend vraagt, zal Ik doen. Want daardoor zal blijken hoe groot en machtig de Vader in Mij is. Als u Mij iets vraagt in mijn naam, zal Ik het doen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

20 september 2018 Johannes 13:36-38
19 september 2018 Johannes 13:35
18 september 2018 Johannes 13:33-34
17 september 2018 Johannes 13:31-32
16 september 2018 Johannes 13:28-30
15 september 2018 Johannes 13:23-27
14 september 2018 Johannes 13:20-22
 

Home