Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Donderdag 26 juli 2018

 

Johannes 10:39-42

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand. En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar. En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar. En velen geloofden aldaar in Hem."

"Toen probeerden ze hem weer te grijpen, maar hij ontsnapte aan hun handen. Jezus ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes in het begin gedoopt had, en hij bleef daar. Veel mensen gingen naar hem toe. 'Johannes heeft wel geen wonderteken gedaan,' zeiden ze, 'maar alles wat hij over deze Jezus heeft gezegd, was waar.' En veel mensen kwamen daar tot geloof in hem."

"En weer wilden ze hem grijpen, maar hij ontsnapte. Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerder gedoopt had. Daar bleef hij. Veel mensen kwamen naar hem toe; ze zeiden: 'Johannes heeft weliswaar geen wonderteken gedaan, maar alles wat hij over deze man gezegd heeft is waar.' En velen kwamen daar tot geloof in hem."

"En weer wilden ze hem grijpen, maar hij ontsnapte. Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerder gedoopt had. Daar bleef hij. Veel mensen kwamen naar hem toe; ze zeiden: 'Johannes heeft weliswaar geen wonderteken gedaan, maar alles wat hij over deze man gezegd heeft is waar.' En velen kwamen daar tot geloof in hem."

"Zij stonden weer op het punt Hem gevangen te nemen, maar Hij ontkwam. Jezus ging terug naar de andere kant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes voor het eerst doopte. Daar bleef Hij een tijd. Velen kwamen naar Hem toe en zeiden tegen elkaar: "Johannes heeft geen wonderen gedaan. Maar alles wat hij over deze Jezus zei, is waar gebleken." En velen kwamen tot geloof in Jezus."

 

Overdenking van vandaag:

Is het niet geweldig: de kracht die een goddelijke erfenis heeft op de harten van degenen die degene liefhadden die ze de erfenis gaf? Johannes de Doper is dood, maar zijn leer is heel erg levend. Hij vertelde veel over Jezus. Hij hielp de weg te bereiden voor de Messias, zijn neef uit Nazareth.  

Hoewel Herodes Johannes gedood had, waren zijn stem en invloed niet verstild. Hoewel waarschijnlijk niemand van ons ooit een Johannes de Doper zal zijn voor een groep mensen, kunnen wij allemaal als Johannes worden voor een paar mensen. We kunnen mensen van karakter zijn, die hen helpen Jezus te Jezus. Dat is een erfenis die kan leven voor generaties en een eeuwige verschil kan maken in het leven dat ons volgt!

 

Gebed:

Vader, roemrijke God van de eeuwen, gebruik me alstublieft om anderen naar Jezus te leiden. Help mij een verschil te maken in het leven van de mensen om me heen. Gebruik mij om een Johannes de Doper te zijn voor degenen die onder mijn invloed zijn. In Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: Johannes 10:22-42

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter. En Jezus wandelde in den tempel, in het voorhof van Salomo. De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit. Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij. Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders. Ik en de Vader zijn een. De Joden dan namen wederom stenen op, om Hem te stenigen. Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele treffelijke werken getoond van Mijn Vader; om welk werk van die stenigt gij Mij? De Joden antwoordden Hem, zeggende: Wij stenigen U niet over [enig] goed werk, maar over [gods] lastering, en omdat Gij, een Mens zijnde, Uzelven God maakt. Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden? Indien [de] [wet] die goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied is, en de Schrift niet kan gebroken worden; Zegt gijlieden [tot] [Mij], Dien de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert [God]; omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon? Indien Ik niet doe de werken Mijns Vaders, zo gelooft Mij niet; Maar indien Ik ze doe, en zo gij Mij niet gelooft, zo gelooft de werken; opdat gij moogt bekennen en geloven, dat de Vader in Mij is, en Ik in Hem. Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand. En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar. En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar. En velen geloofden aldaar in Hem."

"Toen vierde men in Jeruzalem het feest van de Tempelwijding; het was winter. Jezus liep in de galerij van Salomo, in de tempel. De Joden verzamelden zich om hem heen en vroegen: 'Hoelang houdt u ons nog in het onzekere? Zeg ons ronduit: bent u de Christus?' 'Ik heb het u al gezegd, maar u gelooft het niet,' antwoordde Jezus. 'Alles wat ik op gezag van mijn Vader doe, getuigt over mij; maar u wilt niet geloven, omdat u niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem; ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef hun eeuwig leven, en ze zullen nooit verloren gaan; niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft, is groter dan alles, en niemand kan iets uit zijn hand roven. De Vader en ik zijn één.' Toen pakten de Joden weer stenen op om hem te stenigen. 'Ik heb u op gezag van de Vader veel daden laten zien die goed waren,' zei Jezus hun, 'voor welke wilt u mij nu stenigen?' De Joden antwoordden: 'Wij willen u niet stenigen omdat u iets goeds gedaan hebt, maar omdat u God lastert! U bent een mens maar u geeft u uit voor God.' Jezus vroeg hun: 'Staat er niet in uw wet: Ik heb gezegd: u bent goden? De Schrift verliest nooit haar geldigheid, en zij noemt degenen tot wie het woord van God gericht is, goden. De Vader heeft mij voor zijn werk uitgekozen en mij naar de wereld gezonden. Hoe kunt u me dan beschuldigen van godslastering omdat ik zeg dat ik zoon van God ben? Als ik niet het werk van mijn Vader doe, hoeft u me niet te geloven. Maar als ik dat wel doe en u mij toch niet gelooft, geloof dan tenminste mijn werk. Dan zult u zeker weten dat de Vader in mij is en dat ik in de Vader ben.' Toen probeerden ze hem weer te grijpen, maar hij ontsnapte aan hun handen. Jezus ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes in het begin gedoopt had, en hij bleef daar. Veel mensen gingen naar hem toe. 'Johannes heeft wel geen wonderteken gedaan,' zeiden ze, 'maar alles wat hij over deze Jezus heeft gezegd, was waar.' En veel mensen kwamen daar tot geloof in hem."

"Toen kwam het Vernieuwingsfeest te Jeruzalem; het was winter. En Jezus wandelde in de tempel, in de zuilengang van Salomo. De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem: Hoelang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit. Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd en gij gelooft het niet; de werken, die Ik doe in de naam mijns Vaders, die getuigen van Mij; maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders. Ik en de Vader zijn een. De Joden droegen weder stenen aan om Hem te stenigen. Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele goede werken doen zien vanwege mijn Vader; om welk van die werken wilt gij Mij stenigen? De Joden antwoordden Hem: Niet om een goed werk willen wij U stenigen, maar om godslastering en omdat Gij, een mens, Uzelf God maakt. Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: Gij zijt goden? Als Hij hen goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden, zegt gij dan tot Hem, die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert, omdat Ik heb gezegd: Ik ben Gods Zoon? Indien Ik de werken mijns Vaders niet doe, gelooft Mij niet, doch indien Ik ze doe en gij Mij toch niet gelooft, gelooft dan de werken, opdat gij weten en erkennen moogt, dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader. Zij trachtten Hem dan weder te grijpen, maar Hij ontkwam uit hun handen. En Hij vertrok weer naar de overzijde van de Jordaan, naar de plaats, waar Johannes de eerste maal doopte, en Hij bleef daar. En velen kwamen tot Hem en zeiden: Johannes deed wel geen enkel teken, maar al wat Johannes van deze zeide, was waar. En velen daar geloofden in Hem."

"In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter. Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. Daar kwamen de Joden om hem heen staan, en ze vroegen hem: 'Hoe lang houdt u ons nog in het onzekere? Als u de messias bent, zeg het ons dan ronduit.' Jezus antwoordde: 'Dat heb ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat ik namens mijn Vader doe getuigt over mij, maar u wilt me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft gaat alles te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, en de Vader en ik zijn één.' Toen de Joden weer stenen opraapten omdat ze hem wilden stenigen, zei Jezus: 'Ik heb door de Vader veel goeds voor u gedaan; waarom wilt u me stenigen?' 'Voor een goede daad zullen we u niet stenigen, 'antwoordden ze, 'maar wel voor godslastering: u bent een mens, maar u beweert dat u God bent!' Jezus zei: 'Staat er in uw wet niet geschreven: "Ik heb gezegd: 'U bent goden'"? De Schrift blijft altijd van kracht; als mensen tot wie God spreekt goden genoemd worden, hoe kunt u mij, door de Vader geheiligd en naar de wereld gezonden, dan beschuldigen van godslastering wanneer ik zeg dat ik Gods Zoon ben? Als wat ik doe niet van mijn Vader komt, geloof me dan niet, maar als dat wel het geval is en u gelooft me toch niet, geloof dan tenminste wat ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in mij is en dat ik in de Vader ben.' En weer wilden ze hem grijpen, maar hij ontsnapte. Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerder gedoopt had. Daar bleef hij. Veel mensen kwamen naar hem toe; ze zeiden: 'Johannes heeft weliswaar geen wonderteken gedaan, maar alles wat hij over deze man gezegd heeft is waar.' En velen kwamen daar tot geloof in hem."

"In Jeruzalem werd het jaarlijkse feest van de tempelvernieuwing gevierd. Het was winter; Jezus wandelde in de galerij van Salomo. De Joden kwamen om Hem heen staan en vroegen: "Hoe lang houdt U ons nog in spanning? Als U de Christus bent, zeg het dan!" "Dat heb Ik al gezegd," antwoordde Jezus, "maar u gelooft Mij niet. De wonderen die Ik in de naam van mijn Vader doe, zijn het overtuigende bewijs dat Ik de Christus ben. U gelooft Mij niet, omdat u niet bij mijn kudde hoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze. Zij volgen Mij en Ik geef hun eeuwig leven. Zij zullen nooit verloren gaan. Niemand kan hen van Mij afnemen. Mijn Vader Die hen aan Mij gegeven heeft, is groter dan wie ook. Niemand kan hen uit de hand van mijn Vader wegroven. De Vader en Ik zijn één." Weer pakten zij stenen om Hem te stenigen. Jezus zei tegen hen: "U hebt met eigen ogen gezien wat Ik door de kracht van de Vader heb gedaan. Waarom wilt u Mij nu stenigen?" "Wij willen U niet straffen om al het goede wat U gedaan hebt," antwoordden zij, "maar omdat U God beledigt. U bent een mens als wij en U maakt Uzelf tot God!" Jezus zei: "Staat er niet geschreven: 'Ik zeg dat u goden bent'? En als God het zegt, is het zo. De mensen tegen wie God dit zei, werden dus 'goden' genoemd. Hoe durft u dan te beweren dat Ik God beledig door te stellen dat Ik Zijn Zoon ben? Ik ben nog wel door de Vader uitgekozen en naar de wereld gestuurd. Als Ik niet dezelfde wonderen doe als mijn Vader, hoeft u Mij niet te geloven. Maar als Ik dat wèl doe en u gelooft Mij nog niet, geloof dan in de dingen die Ik doe! Dan zult u weten en ook moeten erkennen dat de Vader in Mij is en dat Ik in de Vader ben." Zij stonden weer op het punt Hem gevangen te nemen, maar Hij ontkwam. Jezus ging terug naar de andere kant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes voor het eerst doopte. Daar bleef Hij een tijd. Velen kwamen naar Hem toe en zeiden tegen elkaar: "Johannes heeft geen wonderen gedaan. Maar alles wat hij over deze Jezus zei, is waar gebleken." En velen kwamen tot geloof in Jezus."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

25 juli 2018 Johannes 10:37-38
24 juli 2018 Johannes 10:34-36
23 juli 2018 Johannes 10:30-33
22 juli 2018 Johannes 10:26-29
21 juli 2018 Johannes 10:22-25
20 juli 2018 Johannes 10:19-21
19 juli 2018 Johannes 10:17-18
 

Home