Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 29 juni 2018

 

Johannes 9:4

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan."

"Zolang het dag is, moeten we de daden verrichten van hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand werken."

"Zolang het dag is, moeten we het werk doen van hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen."

"Zolang het dag is, moeten we het werk doen van hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen."

"Zolang het dag is, moeten wij doen wat God ons opdraagt. Als de nacht komt, kan niemand meer iets doen."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus erkent dat zijn tijd op aarde kort is. Hij heeft een gevoel van drang om het werk van God te voltooien. Hij deelt ook het belang om dat werk af te krijgen met zijn discipelen.  

Met zoveel afleiding verzameld in ons leven - een deel ervan is belangrijk en een deel zeer onbelangrijk - hoe goed zetten we Gods prioriteiten op de eerste plaats in ons leven? Hebben we een gevoel van drang om Gods werk gedaan te krijgen in vergelijking tot het gedaan krijgen van onze andere taken?

 

Gebed:

Heilige God, help me om beter te weten hoe ik mijn prioriteiten op orde moet brengen. Help me alstublieft meer overtuigd te zijn van de dingen die u het liefste wilt dat ik doe. Vader, ik wil graag dat mijn wil geleid zal worden door de Geest en ik wil graag leven voor uw heerlijkheid. Leid mij alstublieft op de weg. In Jezus' naam vraag ik het. Amen.

 

Contekst: Johannes 9:1-12

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af. En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden? Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar [dit] [is] [geschied], opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden. Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld. Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinden; En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende. De geburen dan, en die hem te voren gezien hadden, dat hij blind was, zeiden: Is deze niet, die zat en bedelde? Anderen zeiden: Hij is het; en anderen: Hij is hem gelijk. Hij zeide: Ik ben het. Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend? Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende. Zij dan zeiden tot hem: Waar is Die? Hij zeide: Ik weet het niet."

"In het voorbijgaan zag hij een man die van zijn geboorte af blind was. 'Rabbi,' vroegen zijn leerlingen hem, 'waarom is die man blind geboren? Om zijn eigen zonden of om de zonden van zijn ouders?' Jezus antwoordde: 'Zijn blindheid heeft niets te maken met zijn zonden of die van zijn ouders. Hij is blind omdat men aan hem Gods daden moet kunnen zien. Zolang het dag is, moeten we de daden verrichten van hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand werken. Zolang ik in de wereld ben, ben ik het licht voor de wereld.' Toen hij dat gezegd had, spuugde hij op de grond, maakte met het speeksel modder en deed dat op de ogen van de man. 'Ga u wassen in de vijver van Siloam,' zei hij. Siloam betekent 'Gezondene'. De man ging ernaartoe en waste zich, en toen hij terugkwam, kon hij zien. Zijn buren en de mensen die hem vroeger als bedelaar hadden gekend, vroegen: 'Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?' 'Ja, hij is het,' zeiden sommigen. Maar anderen zeiden: 'Nee, hij is het niet, hij lijkt alleen maar op hem.' De man zelf zei echter: 'Ik ben het wel.' Ze vroegen: 'Hoe komt het dan dat je kunt zien?' Hij zei: 'Iemand die Jezus heet, maakte wat modder, deed het op mijn ogen en zei tegen me: Ga naar Siloam om u te wassen. Ik ging erheen, en toen ik me gewassen had, kon ik zien.' Ze vroegen: 'Waar is die man?' 'Dat weet ik niet,' antwoordde hij."

"En voorbijgaande zag Hij een man, die sedert zijn geboorte blind was. En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is? Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden. Wij moeten werken de werken desgenen, die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld. Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen, en zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam, hetgeen vertaald wordt door: uitgezonden. Hij dan ging heen, wies zich en kwam ziende terug. De buren dan en zij, die hem vroeger als bedelaar gekend hadden, zeiden: Is hij dat niet, die zat te bedelen? Sommigen zeiden: Hij is het; anderen zeiden: Neen, maar hij gelijkt op hem. Hij zeide: Ik ben het. Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn dan uw ogen geopend? Hij antwoordde: De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zeide tot mij: Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende. En zij zeiden tot hem: Waar is Hij? Hij zeide: Ik weet het niet."

"In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. Zijn leerlingen vroegen: 'Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?' 'Hij niet en zijn ouders ook niet, 'was het antwoord van Jezus, 'maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. Zolang het dag is, moeten we het werk doen van hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen. Zolang ik in de wereld ben, ben ik het licht voor de wereld.' Na deze woorden spuwde hij op de grond. Met het speeksel maakte hij wat modder, hij streek die op de ogen van de blinde en zei tegen hem: 'Ga naar het badhuis van Siloam en was u daar.' (Siloam is in onze taal 'gezondene'.) De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien. Zijn buren en de mensen die hem kenden als bedelaar zeiden: 'Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?' De een zei: 'Ja, die is het, 'en de ander: 'Nee, maar hij lijkt er wel op.' De man zelf zei: 'Ik ben het echt.' Toen vroegen ze: 'Hoe zijn je ogen opengegaan?' Hij zei: 'Iemand die Jezus heet, maakte wat modder, streek die op mijn ogen en zei: "Ga naar Siloam om u te wassen." Ik ging erheen, en toen ik me gewassen had kon ik zien.' Ze vroegen: 'Waar is die man?' 'Dat weet ik niet, 'zei hij."

"Jezus liep verder en zag een man die al sedert zijn geboorte blind was. Zijn discipelen vroegen: "Meester, heeft deze man zelf gezondigd of is hij blind geboren doordat zijn ouders gezondigd hebben?" "Nee," antwoordde Jezus. "Hij heeft geen zonde gedaan. En zijn ouders ook niet. Maar door hem van zijn blindheid te genezen, toont God Zijn macht. Zolang het dag is, moeten wij doen wat God ons opdraagt. Als de nacht komt, kan niemand meer iets doen. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld." Daarna spuugde Hij op de grond en maakte wat modder van stof en speeksel. Dat deed Hij op de ogen van de blinde man en zei: "Ga u wassen in de vijver van Siloam." De man ging er heen en waste zich. Toen hij terugkwam, kon hij zien. Zijn buren en de mensen die hem vroeger als bedelaar hadden gekend, waren verbaasd. "Dat is toch de blinde man die altijd zat te bedelen?" vroegen zij. "Inderdaad!" zeiden sommigen. "Nee," zeiden anderen, "het is iemand die op hem lijkt." "Ik ben het echt!" riep de man uit. "Hoe kan het dan dat u nu kunt zien?" vroegen zij. Hij antwoordde: "Er was een Man, die Jezus heette. Hij maakte wat modder, smeerde dat op mijn ogen en zei dat ik naar Siloam moest gaan om mij te wassen. Toen ik dat gedaan had, kon ik zien." "Waar is die Man dan nu?" vroegen zij. "Dat weet ik niet," zei hij."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

28 juni 2018 Johannes 9:1-3
27 juni 2018 Johannes 8:56-59
26 juni 2018 Johannes 8:52-55
25 juni 2018 Johannes 8:51
24 juni 2018 Johannes 8:48-50
23 juni 2018 Johannes 8:45-47
22 juni 2018 Johannes 8:41-44
 

Home