Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Woensdag 20 juni 2018

 

Johannes 8:35-36

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En de dienstknecht blijft niet eeuwiglijk in het huis, de zoon blijft er eeuwiglijk. Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn."

"De slaaf heeft geen blijvende plaats in huis, de zoon wel. Pas als de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn."

"Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn."

"Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn."

"Een slaaf heeft geen enkel recht, maar een zoon heeft alle rechten. Als u door de Zoon van God wordt bevrijd, zult u werkelijk vrij zijn."

 

Overdenking van vandaag:

Verlossing omvat twee grote werkelijkheden: 1) we zijn bevrijd van onze zonden, en 2) we zijn Gods kinderen gemaakt en opgenomen in zijn familie. Jezus is niet alleen onze Heiland en Heer; hij is ook onze oudere broer. God is niet alleen de Almachtige; hij is ook Abba Vader. In Jezus wordt onze vrijheid gegeven om te worden zoals we bedoeld zijn als Gods kinderen!

 

Gebed:

Abba Vader, ik dank u en prijs u voor mijn vrijheid van mijn zonde en het voorrecht dat ik een kind ben in uw gezin! Jezus, ik dank u dat u de prijs betaalde van mijn verlossing om me vrij te maken en ik dank u dat u mij een plaats in uw familie gaf. Amen.

 

Contekst: Johannes 8:30-47

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Als Hij deze dingen sprak, geloofden velen in Hem. Jezus dan zeide tot de Joden, die [in] Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams zaad, en hebben nooit iemand gediend; hoe zegt Gij [dan]: Gij zult vrij worden? Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde. En de dienstknecht blijft niet eeuwiglijk in het huis, de zoon blijft er eeuwiglijk. Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn. Ik weet, dat gij Abrahams zaad zijt; maar gij zoekt Mij te doden; want Mijn woord heeft in u geen plaats. Ik spreek wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; gij doet dan ook, wat gij bij uw vader gezien hebt. Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen. Maar nu zoekt gij Mij te doden, een Mens, Die u de waarheid gesproken heb, welke Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet. Gij doet de werken uws vaders. Zij zeiden dan tot Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben een Vader, [namelijk] God. Jezus dan zeide tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan; en kom [van] [Hem]. Want Ik ben ook van Mijzelven niet gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom kent gij Mijn spraak niet? [Het] [is], omdat gij Mijn woord niet kunt horen. Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve [leugen]. Maar Mij, omdat Ik [u] de waarheid zeg, gelooft gij niet. Wie van u overtuigt Mij van zonde? En indien Ik de waarheid zeg, waarom gelooft gij Mij niet? Die uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gijlieden niet, omdat gij uit God niet zijt."

"Velen die hem dit hoorden zeggen, begonnen in hem te geloven. Tegen de Joden die in hem geloofden, zei Jezus: 'Als u mijn woorden vasthoudt, bent u werkelijk volgelingen van mij; u zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.' Ze antwoordden hem: 'We stammen af van Abraham, en we zijn nooit iemands slaaf geweest. Waarom zegt u dan: U zult vrij worden?' Jezus zei tegen hen: 'Ik verzeker u, iedereen die zondigt, is een slaaf van de zonde. De slaaf heeft geen blijvende plaats in huis, de zoon wel. Pas als de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn. Ik weet dat u afstamt van Abraham. Toch probeert u mij te doden, want mijn woorden vinden geen weerklank bij u. Ik spreek over wat ik bij mijn Vader heb gezien; u doet toch ook wat u van uw vader hebt gehoord.' Ze antwoordden: 'Onze vader is Abraham!' Jezus zei: 'Als u werkelijk kinderen van Abraham bent, zou u ook naar zijn voorbeeld handelen. Nu wilt u mij doden, omdat ik u de waarheid verkondigd heb die ik van God gehoord heb. Zoiets deed Abraham niet! U handelt naar het voorbeeld van uw vader.' Daarop zeiden ze: 'Wij zijn geen bastaardkinderen. Wij hebben maar één vader: God.' Jezus zei: 'Als God uw vader was, zou u mij liefhebben. Want ik ben van God gekomen en ik ben nu hier. Ik ben niet op eigen gezag gekomen, maar hij heeft mij gezonden. Weet u waarom u niet begrijpt wat ik zeg? Omdat u niet kunt luisteren naar mijn woorden! De duivel is uw vader en wat uw vader wil, wilt u ook graag doen. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij heeft nooit aan de kant van de waarheid gestaan, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij leugentaal spreekt, spreekt hij zoals hij is, want hij is een aartsleugenaar, hij is de vader van de leugen. Maar ik, ik spreek de waarheid en daarom gelooft u me niet. Wie van u kan bewijzen dat ik schuldig ben aan een zonde? Als ik de waarheid spreek, waarom gelooft u me dan niet? Iemand die kind van God is, luistert naar de woorden van God. U luistert dus niet, omdat u geen kinderen van God bent.'"

"Toen Hij dit sprak, geloofden velen in Hem. Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden? Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde. En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig. Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn. Ik weet, dat gij Abrahams nageslacht zijt; maar gij tracht Mij te doden, omdat mijn woord bij u geen plaats vindt. Wat Ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik; zo doet ook gij, wat gij van uw vader gehoord hebt. Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zeide tot hen: Indien gij kinderen van Abraham zijt, doet dan de werken van Abraham; maar nu tracht gij Mij te doden, een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb; dit deed Abraham niet. Gij doet de werken van uw vader. Zij zeiden tot Hem: Wij zijn niet uit hoererij geboren, wij hebben een Vader, God. Jezus zeide tot hen: Indien God uw Vader was, zoudt gij Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij mijn woord niet kunt horen. Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen. Maar omdat Ik u de waarheid zeg, Mij gelooft gij niet. Wie van u overtuigt Mij van zonde? Als Ik waarheid spreek, waarom gelooft gij Mij niet? Wie uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gij niet, omdat gij uit God niet zijt."

"Toen hij deze dingen zei, kwamen velen tot geloof in hem. En tegen de Joden die in hem geloofden zei Jezus: 'Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.' Ze zeiden: 'Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf geweest–hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden?' Jezus antwoordde: 'Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn. Ik weet wel dat u nakomelingen van Abraham bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat ik zeg. Ik spreek over wat ik gezien heb bij de Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw Vader.' 'Onze vader is Abraham, 'zeiden ze. Maar Jezus zei: 'Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed. Maar nee, u wilt mij, iemand die u de waarheid heeft gezegd die hij van God gehoord heeft, doden–zoiets heeft Abraham niet gedaan. Maar u doet inderdaad wat úw vader deed!' Ze zeiden: 'Wij zijn geen bastaardkinderen! We hebben maar één Vader: God.' 'Als God uw Vader was, 'zei Jezus tegen hen, 'zou u mij liefhebben, want ik ben bij God vandaan gekomen toen ik hiernaartoe kwam. Ik ben niet namens mezelf gekomen, maar hij heeft mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat ik zeg? Omdat u mijn woorden niet kunt aanhoren. Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen. Maar mij gelooft u niet, want ik spreek de waarheid. Kan een van u mij van zonde beschuldigen? Als ik de waarheid spreek, waarom gelooft u me dan niet? Wie van God is, luistert naar de woorden van God. U luistert niet, omdat u niet van God bent.'"

"Toen Hij dit zei, geloofden velen dat Hij de Christus was. Jezus zei tegen de Joden die in Hem geloofden: "Als u zich houdt aan wat Ik zeg, bent u werkelijk mijn discipelen. Dan zult u de waarheid kennen en door de waarheid bevrijd worden." "Wij zijn nooit slaven geweest," zeiden zij. "Wij stammen af van Abraham. Hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd moeten worden?" "Vergis u niet," antwoordde Jezus. "Ieder die zondigt, is een slaaf van de zonde. Een slaaf heeft geen enkel recht, maar een zoon heeft alle rechten. Als u door de Zoon van God wordt bevrijd, zult u werkelijk vrij zijn. Ik weet heel goed dat u van Abraham afstamt. Toch probeert u Mij te doden, omdat mijn boodschap niet tot uw hart doordringt. Ik vertel wat Ik bij mijn Vader gezien heb en u doet wat u van uw vader hebt gehoord." "Abraham is onze vader," zeiden zij. "Als u kinderen van Abraham bent," antwoordde Jezus, "volg dan zijn goede voorbeeld. Maar in plaats daarvan probeert u Mij te doden. Ik heb u nog wel de waarheid verteld, die Ik van God gehoord heb. Zoiets zou Abraham nooit doen. U doet precies hetzelfde als uw echte vader." "Wij zijn niet uit ontucht geboren!" protesteerden zij. "Niemand anders dan God is onze Vader." Jezus zei: "Als God uw Vader was, zou u van Mij houden. Want Ik ben van God uit naar u toegekomen. Ik ben niet uit Mijzelf gekomen, maar God heeft Mij gestuurd. Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? U kunt mijn woorden niet verdragen. Dát is de reden. U bent kinderen van de duivel en doet met plezier wat hij wil. Hij is al sinds het begin een moordenaar en heeft altijd buiten de waarheid gestaan, want de waarheid is hem vreemd. Hij kan alleen maar liegen. Hij is de bron van de leugen. Omdat Ik de waarheid spreek, gelooft u Mij niet. Wie van u kan Mij beschuldigen van iets slechts? Niemand! Ik spreek de waarheid. Waarom gelooft u Mij dan niet? Wie bij God hoort, begrijpt wat Hij zegt. Omdat u niet bij God hoort, begrijpt u Hem niet."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

19 juni 2018 Johannes 8:33-34
18 juni 2018 Johannes 8:30-32
17 juni 2018 Johannes 8:29
16 juni 2018 Johannes 8:25-28
15 juni 2018 Johannes 8:21-24
14 juni 2018 Johannes 8:19-20
13 juni 2018 Johannes 8:17-18
 

Home