Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 5 juni 2018

 

Johannes 7:50-51

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen: Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?"

"Maar één van hen, Nikodemus, die vroeger eens bij Jezus was gekomen, zei tegen hen: 'Volgens onze wet kunnen we iemand niet veroordelen als we hem niet eerst gehoord hebben en de feiten onderzocht hebben.'"

"Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring, zei: 'Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is wat hij heeft gedaan?'"

"Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring, zei: 'Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is wat hij heeft gedaan?'"

"Op dat moment nam één van hen het woord. Het was Nicodémus, die al eens bij Jezus was geweest om met Hem te praten. "Volgens onze wet mogen wij niemand zomaar veroordelen," zei hij. "Wij moeten Hem eerst verhoren en nagaan wat Hij gedaan heeft."

 

Overdenking van vandaag:

Eén van mijn favoriete verhalen in het evangelie van Johannes is het verhaal van Nicodemus. Deze prachtige zoeker naar waarheid kwam bij Jezus 's nachts, want hij zag in Jezus iets dat van de hemel moest zijn. Maar het was niet makkelijk voor hem om in één keer tot Jezus te komen. God bleef werken aan zijn zoekende hart en leidde hem dichter bij Jezus door de gebeurtenissen en omstandigheden van zowel Jezus' leven als Nicodemus' rol als religieuze leider.  

Uiteindelijk, werden het de gebeurtenissen van het kruis die het hart van Nicodemus wonnen, net zoals Jezus zei dat zij zouden doen. Zelfs daar, in een vijandige omgeving, bracht zijn zoektocht naar waarheid en zijn liefde voor integriteit Nicodemus op een punt om voor Jezus op te komen.  

Voor mij is Nicodemus de grote herinnering om de hoop niet op te geven bij de mensen om me heen die nog geen christen geworden zijn, maar die Jezus nog altijd aan hun hart voelen trekken. Laten we deze dierbare mensen in ons leven niet loslaten, maar juist werken en bidden voor hen dat ze Jezus in het licht van het kruis zien!

 

Gebed:

Vader, wees alstublieft bij de mensen in mijn leven die goed zijn en oprecht, maar die nog niet gereageerd hebben op de oproep van Jezus. Help me terwijl ik probeer mijn leven een consistente en behulpzame getuige van Jezus te maken en zijn veranderende kracht te laten zien. Leid mijn woorden en geef me de wijsheid om het juiste tijdstip te weten om met hen over Jezus te spreken. Bovenal, werk in hun leven net zoals u dat in het leven van Nicodemus deed en breng ze veilig in uw koninkrijk. In de naam van Jezus bid ik. Amen.

 

Contekst: Johannes 7:37-52

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En op den laatsten dag, [zijnde] de grote [dag] van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.) Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet. Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was? Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil. En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem. De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht? De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens. De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid? Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen? Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt. Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen: Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet? Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is."

"Op de laatste, de belangrijkste dag van het feest stond Jezus in de tempel en riep: 'Wie dorst heeft, laat hij bij mij komen om te drinken. De Schrift zegt over wie in mij gelooft: Zijn hart zal een bron zijn waaruit stromen levend water vloeien.' Daarmee bedoelde hij de Geest: wie in hem geloofden, zouden de Geest ontvangen. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Er waren er onder het volk die na het horen van deze woorden zeiden: 'Deze man is werkelijk de profeet!' 'Hij is de Christus!' beweerden anderen. Weer anderen zeiden: 'De Christus komt toch niet uit Galilea! Zegt de Schrift niet dat de Christus een nakomeling van David zal zijn en uit Betlehem komt, de stad waar David leefde?' En zo ontstond er verdeeldheid over hem onder het volk. Sommigen wilden hem grijpen, maar niemand deed het. De opperpriesters en Farizeeën vroegen aan hun dienaren toen die terugkeerden: 'Waarom hebben jullie hem niet meegebracht?' 'We hebben nog nooit iemand zo horen spreken!' antwoordden de dienaren. 'Heeft hij jullie soms ook al misleid?' zeiden de Farizeeën. 'Is een van de leden van de Hoge Raad of een van de Farizeeën soms in hem gaan geloven? Maar dat volk dat de wet niet kent: vervloekt is het!' Maar één van hen, Nikodemus, die vroeger eens bij Jezus was gekomen, zei tegen hen: 'Volgens onze wet kunnen we iemand niet veroordelen als we hem niet eerst gehoord hebben en de feiten onderzocht hebben.' Ze vroegen: 'Komt u soms ook uit Galilea? Ga het maar na, dan zult u ontdekken dat er uit Galilea geen profeet komt.'"

"En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Sommigen dan uit de schare, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken: Deze is waarlijk de profeet. Anderen zeiden: Deze is de Christus; weer anderen zeiden: De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was? Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem; en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem. De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeen en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet medegebracht? De dienaars nu antwoordden hun: Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt! De Farizeeen dan antwoordden hun: Zijt gij soms ook verleid? Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeen? Maar die schare, die de wet niet kent, vervloekt zijn zij! Nikodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zeide tot hen: Veroordeelt onze wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet? Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij soms ook uit Galilea? Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat."

"Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: 'Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! "Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft, "zo zegt de Schrift.' Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven. Toen de mensen in de menigte dit hoorden zeiden ze: 'Dit moet wel de profeet zijn.' Anderen beweerden: 'Het is de messias, 'maar er werd ook gezegd: 'De messias komt toch niet uit Galilea? De Schrift zegt toch dat de messias uit het nageslacht van David komt en uit Betlehem, waar David woonde?' Zo ontstond er verdeeldheid in de menigte, en sommigen wilden hem grijpen, maar niemand deed hem iets. De dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën gingen terug. Toen hun werd gevraagd: 'Waarom hebben jullie hem niet meegebracht?' antwoordden ze: 'Nog nooit heeft een mens zo gesproken!' Maar de Farizeeën zeiden: 'Hebben jullie je ook al laten misleiden? Er is toch geen enkele leider of Farizeeër tot geloof in hem gekomen? Alleen de massa die de wet niet kent–vervloekt zijn ze!' Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring, zei: 'Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is wat hij heeft gedaan?' Ze zeiden tegen hem: 'Kom jij soms ook uit Galilea? Zoek het maar na, dan zul je zien dat er uit Galilea geen profeet kan komen.'"

"Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus op en sprak de mensen toe: "Als u dorst hebt, kom dan bij Mij om te drinken. Er staat geschreven dat stromen van levend water uit uw binnenste zullen komen als u in Mij gelooft." Hij sprak hier over de Geest Die gegeven zou worden aan de mensen die in Hem geloofden. Want de Geest was nog niet gekomen, omdat Jezus nog niet naar Zijn Vader was teruggegaan. Sommige toehoorders zeiden: "Inderdaad! Hij is de Profeet!" "Hij is de Christus!" meenden anderen. Maar er waren er ook die zeiden: "De Christus komt toch niet uit Galilea? Er staat geschreven dat de Christus voortkomt uit het geslacht van David. Uit Bethlehem, Davids geboortestad." De meningen over Hem waren verdeeld. Sommigen hadden Hem het liefst gegrepen, maar niemand stak een hand naar Hem uit. Toen de tempeldienaars bij de leidende priesters en de Farizeeërs terugkwamen, vroegen die: "Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?" "Het is zo bijzonder wat die Man zegt," antwoordden de tempeldienaars. "Zoiets hebben wij nog nooit gehoord." "Heeft Hij jullie ook al omgepraat?" vroegen de Farizeeërs. "De leden van de Hoge Raad en de Farizeeërs geloven toch ook niet dat Hij de Christus is? Maar al die mensen die niet eens weten wat er in de wet staat! Vervloekt zijn zij!" Op dat moment nam één van hen het woord. Het was Nicodémus, die al eens bij Jezus was geweest om met Hem te praten. "Volgens onze wet mogen wij niemand zomaar veroordelen," zei hij. "Wij moeten Hem eerst verhoren en nagaan wat Hij gedaan heeft." "Komt u soms ook uit Galilea?" vroegen de anderen spottend. "Lees maar na wat er geschreven staat. U zult nergens vinden dat er een profeet uit Galilea komt."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

4 juni 2018 Johannes 7:47-49
3 juni 2018 Johannes 7:45-46
2 juni 2018 Johannes 7:40-44
1 juni 2018 Johannes 7:37-39
31 mei 2018 Johannes 7:32-36
30 mei 2018 Johannes 7:30-31
29 mei 2018 Johannes 7:28-29
 

Home