Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zaterdag 23 december 2017

 

MatthŽus 27:57-61

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als het avond geworden was, kwam een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was. Deze kwam tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus, dat [hem] het lichaam gegeven zou worden. En Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve in een zuiver fijn lijnwaad. En leide dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een groten steen [tegen] de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg. En aldaar was Maria Magdalena, en de andere Maria, zittende tegenover het graf."

"Tegen de avond kwam er een rijke man, die Jozef heette en uit Arimatea kwam. Hij was ook een leerling van Jezus. Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Pilatus gaf opdracht het aan hem af te staan. Jozef nam het lichaam, wikkelde het in schoon linnen en legde het in zijn eigen grafkamer, die hij pas in de rotsen had laten uithakken. Hij rolde een grote steen voor de ingang en ging weg. Maria van Magdala en de andere Maria waren daarbij aanwezig; ze zaten tegenover het graf."

"Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten."

"Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten."

"Bij het invallen van de avond ging een zekere Jozef van Arimathea, een rijk man en discipel van Jezus, naar Pilatus toe. Hij vroeg hem om het lichaam van Jezus. Pilatus zei dat hij het mocht hebben. Jozef nam het lichaam en wikkelde het in nieuw, schoon linnen. Daarna legde hij het in een nieuw graf dat hij pas in de rotsen had laten uithakken. Hij rolde een grote steen voor de ingang en ging weg. Maria van Magdala en de andere Maria zaten tegenover het graf."

 

Overdenking van vandaag:

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik wil worden als Jozef. Terwijl er zo veel gesproken wordt over de apostelen - hun macht en hun autoriteit - doet Jozef wat geen van hen deed, en wat geen van hen kon. Ik zou zeker hetzelfde willen doen!

 

Gebed:

Edele God, almachtige Vader en trouwe Heer, ik dank u voor voorbeelden van het geloof die niet iedereen ziet als held. Zij worden voor ons ontdekkingen van vreugde in het midden van het grootste verhaal uit de geschiedenis. Vader, ik wil echt graag als Jozef zijn. Ik wil trouw zijn als er niemand anders is. Ik wil nuttig zijn als niemand anders het kan zijn. Ik wil lief zijn wanneer dit het meest nodig is. Maak mij alstublieft door uw Geest een volgeling voor alle seizoenen. In Jezus' edele naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 27:57-66

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als het avond geworden was, kwam een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was. Deze kwam tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus, dat [hem] het lichaam gegeven zou worden. En Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve in een zuiver fijn lijnwaad. En leide dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een groten steen [tegen] de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg. En aldaar was Maria Magdalena, en de andere Maria, zittende tegenover het graf. Des anderen daags nu, welke is na de voorbereiding, vergaderden de overpriesters en de Farizeen tot Pilatus, Zeggende: Heer, wij zijn indachtig, dat deze verleider, nog levende, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik opstaan. Beveel dan, dat het graf verzekerd worde tot den derden dag toe, opdat Zijn discipelen misschien niet komen bij nacht, en stelen Hem, en zeggen tot het volk: Hij is opgestaan van de doden; en [zo] zal de laatste dwaling erger zijn, dan de eerste. En Pilatus zeide tot henlieden: Gij hebt een wacht; gaat heen, verzekert het, gelijk gij het verstaat. En zij heengaande, verzekerden het graf met de wacht, den steen verzegeld hebbende."

"Tegen de avond kwam er een rijke man, die Jozef heette en uit Arimatea kwam. Hij was ook een leerling van Jezus. Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Pilatus gaf opdracht het aan hem af te staan. Jozef nam het lichaam, wikkelde het in schoon linnen en legde het in zijn eigen grafkamer, die hij pas in de rotsen had laten uithakken. Hij rolde een grote steen voor de ingang en ging weg. Maria van Magdala en de andere Maria waren daarbij aanwezig; ze zaten tegenover het graf. De volgende dag, de dag na de voorbereiding op de sabbat, gingen de opperpriesters en de FarizeeŽn samen naar Pilatus en zeiden: 'Heer, wij herinneren ons dat die bedrieger bij zijn leven heeft gezegd: Na drie dagen zal ik door God worden opgewekt. Kunt u geen opdracht geven het graf te beveiligen tot de derde dag? Want anders komen zijn leerlingen zijn lichaam ongemerkt weghalen en dan zeggen ze tegen de mensen: God heeft hem uit de dood opgewekt. En die laatste leugen zou nog erger zijn dan de eerste.' Pilatus antwoordde hen: 'U krijgt wachters. Ga dan het graf beveiligen, zo goed als u kunt.' Zij gingen naar de grafkamer en beveiligden die door de steen te verzegelen en er wachters bij te plaatsen."

"Toen het nu avond geworden was, kwam een rijk man van Arimatea, genaamd Jozef, die eveneens een discipel van Jezus geworden was. Deze ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus het hem te geven. En Jozef nam het lichaam en wikkelde het in zuiver linnen, en hij legde het in zijn nieuw graf, dat hij in de rots had laten uithouwen, en na een grote steen voor de ingang van het graf te hebben gewenteld, ging hij heen. En daar waren Maria van Magdala en de andere Maria, gezeten tegenover het graf. De volgende dag, dat is na de Voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeen gezamenlijk tot Pilatus, en zij zeiden: Heer, wij hebben ons herinnerd, dat die verleider bij zijn leven gezegd heeft: Na drie dagen word Ik opgewekt. Geef daarom bevel het graf te verzekeren tot de derde dag; anders konden zijn discipelen Hem komen stelen, en tot het volk zeggen: Hij is opgewekt uit de doden, en de laatste dwaling zou erger zijn dan de eerste. Pilatus zeide tot hen: Hier hebt gij een wacht, gaat heen en verzekert het naar uw beste weten. Zij gingen heen en verzekerden het graf met de wacht, na de steen verzegeld te hebben."

"Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten. De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de FarizeeŽn samen naar Pilatus. Ze zeiden tegen hem: 'Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: "Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan." Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: "Hij is opgestaan uit de dood, "en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.' Pilatus antwoordde: 'U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.' Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten."

"Bij het invallen van de avond ging een zekere Jozef van Arimathea, een rijk man en discipel van Jezus, naar Pilatus toe. Hij vroeg hem om het lichaam van Jezus. Pilatus zei dat hij het mocht hebben. Jozef nam het lichaam en wikkelde het in nieuw, schoon linnen. Daarna legde hij het in een nieuw graf dat hij pas in de rotsen had laten uithakken. Hij rolde een grote steen voor de ingang en ging weg. Maria van Magdala en de andere Maria zaten tegenover het graf. De eerste dag van het Paasfeest was voorbij. De leidende priesters en de FarizeeŽrs gingen naar Pilatus en zeiden: "Excellentie, die bedrieger heeft eens gezegd: 'Op de derde dag na mijn dood zal Ik weer levend worden.' Daarom willen wij graag dat u het graf drie dagen laat bewaken. Anders zouden Zijn discipelen Zijn lichaam wel eens kunnen weghalen en rondvertellen dat Hij weer levend is geworden. Als dat gebeurt, zijn de gevolgen niet te overzien." "U krijgt een wacht mee," antwoordde Pilatus. "Verzegel het graf zo goed mogelijk." Zij verzegelden de steen voor de opening van het graf en zetten er een aantal mannen bij op wacht."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

22 december 2017 MatthŽus 27:56
21 december 2017 MatthŽus 27:54-55
20 december 2017 MatthŽus 27:51-53
19 december 2017 MatthŽus 27:45-50
18 december 2017 MatthŽus 27:41-44
17 december 2017 MatthŽus 27:38-40
16 december 2017 MatthŽus 27:35-37
 

Home