Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 24 november 2017

 

MatthŽus 26:6-9

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Als nu Jezus te Bethanie was, ten huize van Simon, den melaatse, Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan [tafel] zat. En Zijn discipelen, [dat] ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies? Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en [de] [penningen] den armen gegeven worden."

"Jezus was in BetaniŽ te gast bij Simon de Melaatse. Tijdens de maaltijd kwam er een vrouw naar hem toe met een kruikje dure balsemolie en zij goot die uit over zijn hoofd. De leerlingen zagen het en zeiden kwaad: 'Waar is die verkwisting goed voor? We hadden die balsem voor een flinke som kunnen verkopen en het geld aan de armen kunnen geven.'"

"Toen Jezus in BetaniŽ in het huis van SimonĖdegene die aan huidvraat had geledenĖaanlag voor een maaltijd, kwam er een vrouw naar hem toe. Ze had een albasten flesje met zeer kostbare olie bij zich en goot die uit over zijn hoofd. De leerlingen ergerden zich toen ze dit zagen en zeiden: 'Wat een verspilling! Die olie had immers duur verkocht kunnen worden, dan hadden we het geld aan de armen kunnen geven.'"

"Toen Jezus in BetaniŽ in het huis van SimonĖdegene die aan huidvraat had geledenĖaanlag voor een maaltijd, kwam er een vrouw naar hem toe. Ze had een albasten flesje met zeer kostbare olie bij zich en goot die uit over zijn hoofd. De leerlingen ergerden zich toen ze dit zagen en zeiden: 'Wat een verspilling! Die olie had immers duur verkocht kunnen worden, dan hadden we het geld aan de armen kunnen geven.'"

"Jezus ging naar BethaniŽ, naar het huis van Simon de melaatse. Terwijl Hij zat te eten, kwam er een vrouw naar Hem toe. Zij had een kruikje kostbare zalfolie bij zich. Dat goot ze leeg over Zijn hoofd. De discipelen waren hevig verontwaardigd. "Wat een verspilling!" mopperden zij. "Zij had die zalfolie duur kunnen verkopen en het geld aan de armen kunnen geven!"

 

Overdenking van vandaag:

De echte vraag voor ons vandaag is; wat hebben we gedaan, geofferd of gegeven als onze waardering voor Gods ontzagwekkende en overvloedige geschenk aan ons in Jezus?

 

Gebed:

Heilige en offerende Vader, ik heb geen manier om echt uw geschenk van Jezus te begrijpen en wat het u kost. Uw extravagante offer heeft mij gered, heeft mij verlost, heeft mij vergeven en mij bevrijd van de dood en mij de belofte gegeven van leven met u in de hemel. Hoe kan ik u ooit bedanken? Welk cadeau zou ik u kunnen geven om mijn dank en waardering te tonen? Ik weet niets dat ik u kan geven dat uw offer waard is, dus ik zal u geven wat ik kan. Vandaag geef ik u mijn hart en zal ik proberen om mijn leven vandaag te leven, en elke dag die komt, levende in de vreugde van uw verlossing en levende tot uw glorie. In Jezus' ongeŽvenaarde naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 26:1-16

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En het is geschied, als Jezus al deze woorden geeindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide: Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden. Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas; En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden. Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk. Als nu Jezus te Bethanie was, ten huize van Simon, den melaatse, Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan [tafel] zat. En Zijn discipelen, [dat] ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies? Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en [de] [penningen] den armen gegeven worden. Maar Jezus, [zulks] verstaande, zeide tot hen: Waarom doet gij deze vrouw moeite aan? want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd. Want als zij deze zalf op Mijn lichaam gegoten heeft, zo heeft zij het gedaan tot [een] [voorbereiding] [van] Mijn begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, [daar] zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft. Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters, En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren [penningen]. En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht."

"Toen Jezus al deze woorden had uitgesproken, zei hij tegen zijn leerlingen: 'Jullie weten dat het over twee dagen Pasen is; dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.' En toen kwamen de opperpriesters en de oudsten bijeen in het paleis van de hogepriester Kajafas, en zij maakten plannen om Jezus met een list gevangen te nemen en te doden. 'Maar we moeten het niet doen op het feest,' zeiden ze,' anders komt het volk in opstand.' Jezus was in BetaniŽ te gast bij Simon de Melaatse. Tijdens de maaltijd kwam er een vrouw naar hem toe met een kruikje dure balsemolie en zij goot die uit over zijn hoofd. De leerlingen zagen het en zeiden kwaad: 'Waar is die verkwisting goed voor? We hadden die balsem voor een flinke som kunnen verkopen en het geld aan de armen kunnen geven.' Jezus merkte het en vroeg hun: 'Waarom vallen jullie die vrouw lastig? Het is goed wat ze voor mij gedaan heeft. Arme mensen zul je altijd wel bij je hebben, maar mij heb je niet altijd! Met het uitgieten van deze balsemolie over mijn lichaam heeft zij mijn begrafenis voorbereid. Ik verzeker je: overal in de wereld waar dit evangelie bekendgemaakt wordt, zal ook worden verteld wat zij gedaan heeft. Zo zal zij in de herinnering blijven voortleven.' Toen ging een van de twaalf, Judas Iskariot, naar de opperpriesters. 'Wat wilt u mij geven, als ik Jezus aan u uitlever?' vroeg hij. Ze betaalden hem dertig zilverstukken. En van dat ogenblik af begon hij uit te zien naar een gunstige gelegenheid om Jezus uit te leveren."

"En het geschiedde, toen Jezus al deze woorden geeindigd had, dat Hij tot zijn discipelen zeide: Gij weet, dat het over twee dagen Paasfeest is, en alsdan wordt de Zoon des mensen overgeleverd om gekruisigd te worden. Toen kwamen de overpriesters en de oudsten des volks bijeen in het paleis van de hogepriester, genaamd Kajafas, en zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te doden. Maar zij zeiden: Niet op het feest, opdat er geen opschudding ontsta onder het volk. Toen Jezus te Betanie was, in het huis van Simon de melaatse, kwam een vrouw tot Hem met een albasten kruik vol kostbare mirre en goot die uit over zijn hoofd, terwijl Hij aanlag. Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting? Want deze [mirre] had duur verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden. Maar Jezus merkte het op en zeide tot hen: Waarom valt gij deze vrouw lastig? Want zij heeft een goede daad aan Mij verricht. De armen hebt gij immers altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd. Want toen zij deze mirre over mijn lichaam uitgoot, heeft zij dat gedaan om mijn begrafenis voor te bereiden. Voorwaar, Ik zeg u, overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft. Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters, en hij zeide: Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren. En zij stelden hem dertig zilverlingen ter hand. En van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leveren."

"Toen Jezus deze laatste rede had uitgesproken, zei hij tegen zijn leerlingen: 'Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Pesach. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.' Ondertussen kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk bijeen in het paleis van de hogepriester, Kajafas. Daar beraamden ze het plan om Jezus door middel van een list gevangen te nemen en hem te doden. 'Maar niet op het feest, 'zeiden ze, 'want dan komt het volk in opstand.' Toen Jezus in BetaniŽ in het huis van SimonĖdegene die aan huidvraat had geledenĖaanlag voor een maaltijd, kwam er een vrouw naar hem toe. Ze had een albasten flesje met zeer kostbare olie bij zich en goot die uit over zijn hoofd. De leerlingen ergerden zich toen ze dit zagen en zeiden: 'Wat een verspilling! Die olie had immers duur verkocht kunnen worden, dan hadden we het geld aan de armen kunnen geven.' Jezus hoorde het en zei: 'Waarom vallen jullie deze vrouw lastig? Zij heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. Door die olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf. Ik verzeker jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.' Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters en zei: 'Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?' Ze betaalden hem dertig zilverstukken. Vanaf dat moment zocht hij een gunstige gelegenheid om hem uit te leveren."

"Vervolgens zei Jezus tegen Zijn discipelen: "Jullie weten dat het Paasfeest overmorgen begint. Morgen zal Ik verraden en gekruisigd worden." Op dat moment was in het paleis van hogepriester Kajafas juist een vergadering van de Hoge Raad. Zij probeerden een listige manier te vinden om Jezus gevangen te nemen en te doden. "Wij moeten het niet op het Paasfeest doen," zeiden sommigen. "Want dan ontstaat er vast en zeker een enorme rel!" Jezus ging naar BethaniŽ, naar het huis van Simon de melaatse. Terwijl Hij zat te eten, kwam er een vrouw naar Hem toe. Zij had een kruikje kostbare zalfolie bij zich. Dat goot ze leeg over Zijn hoofd. De discipelen waren hevig verontwaardigd. "Wat een verspilling!" mopperden zij. "Zij had die zalfolie duur kunnen verkopen en het geld aan de armen kunnen geven!" Jezus merkte hun gemopper en zei tegen hen: "Waarom kijken jullie zo lelijk naar haar? Ze heeft toch iets goeds voor Mij gedaan? Arme mensen zijn er altijd, maar Ik ben niet lang meer hier. Zij heeft deze zalfolie over mijn lichaam uitgegoten, als voorbereiding op mijn begrafenis. Daardoor zal ze altijd in de herinnering blijven. Want overal waar het goede nieuws wordt gebracht, zal ook worden verteld wat zij heeft gedaan." Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf discipelen, naar de leidende priesters. Hij vroeg: "Hoeveel krijg ik als ik u Jezus in handen speel?" Zij gaven hem dertig zilveren munten. Vanaf dat moment wachtte Judas zijn kans af om Jezus te verraden."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

23 november 2017 MatthŽus 26:1-5
22 november 2017 MatthŽus 25:41-46
21 november 2017 MatthŽus 25:33-40
20 november 2017 MatthŽus 25:31-32
19 november 2017 MatthŽus 25:28-30
18 november 2017 MatthŽus 25:24-27
17 november 2017 MatthŽus 25:14-23
 

Home