Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 22 november 2021

 

MatthŽus 25:41-46

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker [hand] [zijn]: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is. Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook dezen Hem antwoorden, zeggende: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of een vreemdeling, of naakt, of krank, of in de gevangenis, en hebben U niet gediend? Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij [dit] een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan. En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven."

"Daarna zal hij zich richten tot wie links van hem staan: Ga weg van mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen! Want ik had honger en u gaf mij niet te eten, ik had dorst en u gaf mij niet te drinken, ik was een vreemdeling en u verleende mij geen onderdak, ik was naakt en u gaf mij geen kleding, ik was ziek en ik zat in de gevangenis en u verzorgde mij niet. Dan zullen ook zij hem vragen: Heer, we hebben nooit gezien dat u honger of dorst had, dat u een vreemdeling was of dat u naakt was, dat u ziek was of in de gevangenis zat, hoe hadden we u dan kunnen verzorgen? En hij zal antwoorden: Ik verzeker u: toen u niets deed voor een van deze mensen, ook al was hij onbelangrijk, toen deed u niets voor mij! Zij zullen eeuwig gestraft worden, maar de rechtvaardigen zullen eeuwig leven.'"

"Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: "Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet." Dan zullen ook zij antwoorden: "Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?" En hij zal hun antwoorden: "Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan." Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.'"

"Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: "Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet." Dan zullen ook zij antwoorden: "Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?" En hij zal hun antwoorden: "Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan." Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.'"

"Daarna zal Ik tegen de mensen aan mijn linkerhand zeggen: 'Weg jullie, vervloekten! Naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn trawanten bestemd is. Want Ik had honger en u wilde Mij niet te eten geven. Ik had dorst en u wilde Mij niet te drinken geven. Ik was een vreemdeling en u wilde Mij niet in huis opnemen. Ik had niets om aan te trekken en u wilde Mij geen kleren geven. Ik was ziek en u wilde Mij niet opzoeken. Ik zat in de gevangenis en u hebt Mij aan mijn lot overgelaten.' Dan zullen zij vragen: 'Maar Here, wanneer hebben wij dan gezien dat U honger had of dorst? Of dat U een vreemdeling was? Of dat U niets had om aan te trekken? Of dat U ziek was of in de gevangenis zat? Wanneer hebben wij U niet geholpen?' Ik zal hun antwoorden: 'Toen u de minste van mijn broeders niet wilde helpen, wilde u Mij niet helpen.' Die mensen gaan naar de eeuwige straf. Maar de goede en eerlijke mensen gaan naar het eeuwige leven."

 

Overdenking van vandaag:

Stel je voor dat we elk persoon die we ontmoeten, met name elke gelovige, zien alsof hij of zij de aanwezigheid is van Christus! Hoeveel vriendelijker zouden we zijn? Hoeveel meer zouden we de bezoeker of de wanhopige in onze kerkdiensten verwelkomen? Hoeveel meer oplettend zouden wij zijn voor hun pijn, moeilijkheden en ontberingen? Hoe veel zorgvuldiger zouden wij zijn met het zeggen van ongevoelige of onoplettende dingen? Jezus herinnert ons eraan dat dit precies het geval is.  

Maar Jezus gaat nog een stap verder. Hij herinnert ons eraan dat degenen die gemeen en wreed en hard tegen anderen zijn, geconfronteerd zullen worden met ultieme ontberingen. Hij herinnert ons eraan dat de ultieme rechtvaardigheid deze zijde van de eeuwigheid niet gezien zal worden. Maar wanneer hij komt, zal iedereen gezegend worden volgens zijn of haar dienen van hem. En natuurlijk; hem dienen is zijn volk dienen!

 

Gebed:

Heilige Vader, dank u voor uw kinderen van elke taal, volk, cultuur en stam. Help me hen te waarderen zoals u doet. Help me vooral om iedere gelovige te zien als de aanwezigheid van Christus en hen te behandelen met dezelfde waardigheid waarmee ik Christus zou behandelen. Veeg door uw kerk met de Heilige Geest, giet de liefde uit in krachtige manieren, zodat we misschien perfecter uw wens weerspiegelen om elkaar te zegenen en te bekrachtigen. In Jezus' edele naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 25:33-46

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Hij zal de schapen tot Zijn rechter [hand] zetten, maar de bokken tot [Zijn] linker [hand]. Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter [hand] [zijn]: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld. Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd. [Ik] [was] naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven? En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed? En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen? En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij [dit] een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij [dat] Mij gedaan. Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker [hand] [zijn]: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is. Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook dezen Hem antwoorden, zeggende: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of een vreemdeling, of naakt, of krank, of in de gevangenis, en hebben U niet gediend? Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij [dit] een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan. En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven."

"De schapen stelt hij op aan zijn rechterkant, de bokken aan zijn linkerkant. Dan zal de Koning zeggen tegen wie rechts van hem staan: Mijn Vader heeft u gezegend. Kom en neem het koninkrijk in ontvangst dat voor u bestemd is vanaf de schepping van de wereld. Want ik had honger en u gaf mij te eten, ik had dorst en u gaf mij te drinken, ik was een vreemdeling en u verleende mij onderdak, ik was naakt en u gaf mij kleding, ik was ziek en u verzorgde mij, ik zat gevangen en u kwam mij bezoeken. En de rechtvaardigen zullen hem vragen: Heer, wij hebben u nooit hongerig of dorstig gezien; hoe hebben we u dan te eten en te drinken kunnen geven? We hebben nooit gezien dat u vreemdeling was of dat u naakt was; hoe hebben we u dan onderdak kunnen verlenen en kleding kunnen geven? We hebben nooit gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat; hoe hebben we u dan kunnen bezoeken? Dan zal de Koning antwoorden: Ik verzeker u: al wat u gedaan hebt voor een van mijn broeders hier, hoe onbelangrijk hij ook was, dat hebt u voor mij gedaan! Daarna zal hij zich richten tot wie links van hem staan: Ga weg van mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen! Want ik had honger en u gaf mij niet te eten, ik had dorst en u gaf mij niet te drinken, ik was een vreemdeling en u verleende mij geen onderdak, ik was naakt en u gaf mij geen kleding, ik was ziek en ik zat in de gevangenis en u verzorgde mij niet. Dan zullen ook zij hem vragen: Heer, we hebben nooit gezien dat u honger of dorst had, dat u een vreemdeling was of dat u naakt was, dat u ziek was of in de gevangenis zat, hoe hadden we u dan kunnen verzorgen? En hij zal antwoorden: Ik verzeker u: toen u niets deed voor een van deze mensen, ook al was hij onbelangrijk, toen deed u niets voor mij! Zij zullen eeuwig gestraft worden, maar de rechtvaardigen zullen eeuwig leven.'"

"en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beerft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen? En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan. Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij niet gehuisvest, naakt en gij hebt Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend? Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze minsten niet gedaan hebt, hebt gij het ook aan Mij niet gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven."

"de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: "Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe." Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: "Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?" En de koning zal hun antwoorden: "Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan." Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: "Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet." Dan zullen ook zij antwoorden: "Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?" En hij zal hun antwoorden: "Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan." Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.'"

"De schapen zal Ik aan mijn rechterhand zetten en de bokken aan mijn linkerhand. Dan zal Ik tegen de mensen aan mijn rechterhand zeggen: 'Kom, gezegende kinderen van mijn Vader. U mag het Koninkrijk binnengaan, dat van het begin van de wereld af voor u bestemd is. Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en u hebt Mij in uw huis uitgenodigd. Ik had niets om aan te trekken en u hebt Mij kleren gegeven. Ik was ziek en u hebt Mij opgezocht. Ik zat in de gevangenis en u bent bij Mij geweest.' Deze goede mensen zullen vragen: 'Here, wanneer hebben wij gezien dat U honger had en hebben wij U te eten gegeven? Of dat U dorst had en hebben wij U te drinken gegeven? Of dat U een vreemdeling was en hebben wij U geholpen? Of dat U niets had om aan te trekken en hebben wij U kleren gegeven? En wanneer was U ziek of zat U in de gevangenis en hebben wij U bezocht?' Ik zal tegen hen zeggen: 'Toen u dit voor ťťn van mijn minste broeders hebt gedaan, deed u het voor Mij.' Daarna zal Ik tegen de mensen aan mijn linkerhand zeggen: 'Weg jullie, vervloekten! Naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn trawanten bestemd is. Want Ik had honger en u wilde Mij niet te eten geven. Ik had dorst en u wilde Mij niet te drinken geven. Ik was een vreemdeling en u wilde Mij niet in huis opnemen. Ik had niets om aan te trekken en u wilde Mij geen kleren geven. Ik was ziek en u wilde Mij niet opzoeken. Ik zat in de gevangenis en u hebt Mij aan mijn lot overgelaten.' Dan zullen zij vragen: 'Maar Here, wanneer hebben wij dan gezien dat U honger had of dorst? Of dat U een vreemdeling was? Of dat U niets had om aan te trekken? Of dat U ziek was of in de gevangenis zat? Wanneer hebben wij U niet geholpen?' Ik zal hun antwoorden: 'Toen u de minste van mijn broeders niet wilde helpen, wilde u Mij niet helpen.' Die mensen gaan naar de eeuwige straf. Maar de goede en eerlijke mensen gaan naar het eeuwige leven."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

21 november 2021 MatthŽus 25:33-40
20 november 2021 MatthŽus 25:31-32
19 november 2021 MatthŽus 25:28-30
18 november 2021 MatthŽus 25:24-27
17 november 2021 MatthŽus 25:14-23
16 november 2021 MatthŽus 25:1-13
15 november 2021 MatthŽus 24:45-51
 

Home