Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Woensdag 25 oktober 2017

 

MatthŽus 22:41-46

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Als nu de Farizeen samenvergaderd waren, vraagde hun Jezus, En zeide: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids [Zoon]. Hij zeide tot hen: Hoe noemt Hem dan David, in den Geest, [zijn] Heere? zeggende: De Heere heeft gezegd tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter [hand], totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. Indien Hem dan David noemt [zijn] Heere, hoe is Hij zijn Zoon? En niemand kon Hem een woord antwoorden; noch iemand durfde Hem van dien dag aan [iets] meer vragen."

"Toen de FarizeeŽn bij elkaar waren, vroeg Jezus hun: 'Wat denkt u van de Christus? Van wie is hij een nakomeling?' 'Van David,' antwoordden ze. 'Maar hoe kan David hem dan 'Heer' noemen?' zei Jezus. 'Want de Geest liet David zeggen: De Heer heeft tegen mijn Heer gezegd: Neem plaats aan mijn rechterzijde, ik zal uw vijanden aan uw voeten leggen. Als David de Christus 'Heer' noemt, hoe kan hij dan een nakomeling van David zijn?' Maar geen van hen kon hem antwoord geven, en van die dag af durfde niemand hem meer iets te vragen. Toespraak over de schriftgeleerden en de FarizeeŽn"

"Nu de FarizeeŽn om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: 'Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?' 'Van David, 'antwoordden ze. Jezus vroeg: 'Hoe kan David hem dan, geÔnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.'" Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen."

"Nu de FarizeeŽn om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: 'Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?' 'Van David, 'antwoordden ze. Jezus vroeg: 'Hoe kan David hem dan, geÔnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.'" Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen."

"Er stonden verschillende FarizeeŽrs om Jezus heen. Hij vroeg hun: "Hoe staat het met de Christus? Van wie is Hij een zoon?" "Van David," antwoordden zij. "Hoe kan David hem dan 'Here' noemen?" vroeg Jezus. "Want hij heeft gezegd: 'God zei tegen mijn Here: Kom naast Mij zitten, aan mijn rechterhand, tot Ik Uw vijanden onder Uw voeten leg.' Dat was hem ingegeven door de Heilige Geest. Als David hem 'Here' noemt, hoe kan de Christus dan zijn Zoon zijn?" Ze hadden daar geen antwoord op. En van die dag af durfde niemand meer met zo'n vraag bij Hem te komen."

 

Overdenking van vandaag:

Na Jezus' antwoord op de vraag van het "grootste gebod", zijn we teruggebracht naar de kern ervan. De tegenstanders van Jezus zijn niet echt geÔnteresseerd in zijn antwoord op deze belangrijke zaak. Zijn antwoorden zijn voor ons, zijn discipelen.  

Jezus' tegenstanders maakt het niet uit om de waarheid van God te horen. Ze proberen hem gewoon in de val te lokken en hem een fout te laten maken. Dus Jezus' antwoord met de nadruk op het belang van de liefde is voor ons bedoeld, zodat we weten wat voor onze Heiland geldt als meest belangrijk voor ons om te doen.  

Jezus maakte zich geen illusies over de vijandigheid die hij ziet in de FarizeeŽn, SadduceeŽn en Wetgeleerden. Hij kent hun plan en hun doel. Desondanks houdt Jezus nog steeds van hen en verlangt er naar hen te confronteren met de waarheid. Dus hij vraagt een vraag aan degenen met een hard hart om het te temperen. Tegelijkertijd is zijn vraag bedacht om te spreken met de zoeker in deze vijandige groep en hen te vragen om dieper te kijken in zijn Messiaanse aanspraken en die van David. En te luisteren naar zijn gezag die van God uitgaat.  

De eerste groep zwijgt natuurlijk en is beschaamd om te worden uitgeschakeld in hun eigen spel. De andere groep heeft een zaadje dat geplant is in hun hart dat hopelijk zal ontkiemen wanneer geloof warm wordt in hoop van zijn opstanding.

 

Gebed:

Almachtige God, ik weet dat er niemand is als u of de lof verdient die u moet krijgen. Ik dank u hoe dan ook voor het laten zien van Jezus aan mij. Iemand die menselijk vlees om zich heen deed en op de wereld liep die ik zie. Dank u dat u mij uw genade en kracht toont in mijn leefwereld. Ik wil onder uw gezag leven en volgens uw wil. U te zien in Jezus helpt me onmiskenbaar te weten dat alleen uw autoriteit redt. Dank u, in Jezus' naam. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 22:34-46

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En den Farizeen, gehoord hebbende, dat Hij den Sadduceen den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd. En een uit hen, [zijnde] een wetgeleerde, heeft gevraagd, Hem verzoekende, en zeggende: Meester! welk is het grote gebod in de wet? En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, [is]: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten. Als nu de Farizeen samenvergaderd waren, vraagde hun Jezus, En zeide: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids [Zoon]. Hij zeide tot hen: Hoe noemt Hem dan David, in den Geest, [zijn] Heere? zeggende: De Heere heeft gezegd tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter [hand], totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. Indien Hem dan David noemt [zijn] Heere, hoe is Hij zijn Zoon? En niemand kon Hem een woord antwoorden; noch iemand durfde Hem van dien dag aan [iets] meer vragen."

"De FarizeeŽn hoorden dat Jezus de SadduceeŽn tot zwijgen had gebracht. Ze kwamen weer bij elkaar, en een van hen, een wetgeleerde, probeerde hem in de val te lokken met de vraag: 'Meester, wat is het grootste gebod in de wet?' Jezus antwoordde: 'Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel, en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede gebod is even belangrijk als het eerste: u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Alles in de Wet en in de Profeten hangt af van deze twee geboden.' Toen de FarizeeŽn bij elkaar waren, vroeg Jezus hun: 'Wat denkt u van de Christus? Van wie is hij een nakomeling?' 'Van David,' antwoordden ze. 'Maar hoe kan David hem dan 'Heer' noemen?' zei Jezus. 'Want de Geest liet David zeggen: De Heer heeft tegen mijn Heer gezegd: Neem plaats aan mijn rechterzijde, ik zal uw vijanden aan uw voeten leggen. Als David de Christus 'Heer' noemt, hoe kan hij dan een nakomeling van David zijn?' Maar geen van hen kon hem antwoord geven, en van die dag af durfde niemand hem meer iets te vragen. Toespraak over de schriftgeleerden en de FarizeeŽn"

"Toen de Farizeeen gehoord hadden, dat Hij de Sadduceeen tot zwijgen had gebracht, kwamen zij bijeen, en een van hen, een wetgeleerde, vroeg, om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet? Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten. Toen de Farizeeen bijeen waren, vroeg Jezus hun, zeggende: Wat dunkt u van de Christus? Wiens zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon. Hij zeide tot hen: Hoe kan David Hem dan door de Geest zijn Here noemen, als hij zegt: De Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden onder uw voeten gelegd heb. Indien David Hem dus Here noemt, hoe kan Hij dan zijn zoon zijn? En niemand kon Hem daarop iets antwoorden en evenmin durfde iemand van die dag af Hem meer iets vragen."

"Nadat de FarizeeŽn hadden vernomen dat hij de SadduceeŽn tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: 'Meester, wat is het grootste gebod in de wet?' Hij antwoordde: 'Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.' Nu de FarizeeŽn om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: 'Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?' 'Van David, 'antwoordden ze. Jezus vroeg: 'Hoe kan David hem dan, geÔnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: "De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.'" Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen."

"Behalve de FarizeeŽrs. Want toen zij hoorden dat Hij de SadduceeŽrs de mond had gesnoerd, kwamen zij met een nieuwe strikvraag. Eťn van hen, een godsdienstleraar, nam het woord. "Meester, wat is het belangrijkste gebod in de wet van Mozes?" Jezus antwoordde: "Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart, ziel en verstand. Dit gebod is het eerste en het belangrijkste Het tweede, even belangrijke gebod is: 'Houd net zoveel van uw medemens als van uzelf.' Deze twee geboden zijn de basis van de hele wet en de profeten." Er stonden verschillende FarizeeŽrs om Jezus heen. Hij vroeg hun: "Hoe staat het met de Christus? Van wie is Hij een zoon?" "Van David," antwoordden zij. "Hoe kan David hem dan 'Here' noemen?" vroeg Jezus. "Want hij heeft gezegd: 'God zei tegen mijn Here: Kom naast Mij zitten, aan mijn rechterhand, tot Ik Uw vijanden onder Uw voeten leg.' Dat was hem ingegeven door de Heilige Geest. Als David hem 'Here' noemt, hoe kan de Christus dan zijn Zoon zijn?" Ze hadden daar geen antwoord op. En van die dag af durfde niemand meer met zo'n vraag bij Hem te komen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

24 oktober 2017 MatthŽus 22:39-40
23 oktober 2017 MatthŽus 22:36-38
22 oktober 2017 MatthŽus 22:34-35
21 oktober 2017 MatthŽus 22:31-33
20 oktober 2017 MatthŽus 22:30
19 oktober 2017 MatthŽus 22:23-29
18 oktober 2017 MatthŽus 22:17-22
 

Home