Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zondag 15 oktober 2017

 

MatthŽus 22:7-10

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Als nu de koning [dat] hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken. Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig. Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft. En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende [gasten]."

"De koning werd woedend. Hij stuurde zijn troepen op hen af, liet die moordenaars om het leven brengen en hun stad in brand steken. Tegen zijn dienaars zei hij: Voor het bruiloftsfeest stond alles klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Ga dus naar de kruispunten van de wegen en nodig iedereen die je tegenkomt uit voor de bruiloft. En zij gingen eropuit en zij brachten alle mensen mee die ze tegenkwamen, slechte en goede. Zo liep de bruiloftszaal vol met gasten."

"De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen erop af, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: "Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt." De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd."

"De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen erop af, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: "Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt." De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd."

"De koning was woedend. Hij stuurde zijn leger erop uit om de moordenaars te doden en hun stad plat te branden. Daarna zei hij tegen zijn knechten: 'Het feestmaal is klaar. Maar de mensen die ik had uitgenodigd, waren het niet waard. Ga nu naar de drukste wegen en nodig iedereen uit die je daar ziet.' De knechten gingen de straat op en brachten alle mensen binnen die zij konden vinden, zowel goede als slechte. Al gauw zat de feestzaal vol gasten."

 

Overdenking van vandaag:

God wil een feest geven! Dus zal er een feest zijn!! Alleen omdat veel mensen God weigeren en zijn uitnodiging niet accepteren betekent dit niet dat hij zal vergeten wie de prijs betaald hebben om tot het banket te komen. Niet alleen zal hij hen belonen, maar hij is absoluut vastbesloten de zaal te vullen met dankbare en vreugdevolle gasten. Maar hij zal ook veel harder handelen met degenen die zijn dienaren hard hebben behandeld en die niet alleen zijn uitnodiging hebben afgewezen, maar genadeloos waren met zijn geliefde kinderen.

 

Gebed:

Almachtige God, ik kijk echt uit naar de dag waarop alles wat mij dierbaar is, aangetoond wordt waar te zijn. Hoewel ik gegriefd ben door diegene die uw heil niet willen kennen, kijk ik uit naar de dag waarop degenen die Jezus hebben vereerd als Heer en uw genade hebben gekregen. Ze zullen dan delen in zijn glorie. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 22:1-14

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had; En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste [beesten] zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft. Maar zij, [zulks] niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap. En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden [hun] smaadheid aan, en doodden hen. Als nu de koning [dat] hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken. Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig. Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft. En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende [gasten]. En als de koning ingegaan was, om de aanzittende [gasten] te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed [zijnde] met een bruiloftskleed; En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed [aan] hebbende? En hij verstomde. Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt [hem] uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren."

"Opnieuw richtte Jezus zich tot hen met gelijkenissen. Hij zei: 'Het hemelse koninkrijk is te vergelijken met een koning die het bruiloftsfeest van zijn zoon voorbereidde. Hij stuurde zijn dienaars om de gasten voor het feest uit te nodigen, maar zij wilden niet komen. Weer stuurde hij dienaars eropuit met de opdracht: Ga naar de genodigden en zeg: Ik heb de maaltijd klaargemaakt, de stieren en de mestkalveren zijn geslacht, alles staat klaar. Kom naar het bruiloftsfeest! Maar zij trokken zich er niets van aan; iedereen ging weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel; weer anderen grepen de dienaars vast, mishandelden hen en doodden hen. De koning werd woedend. Hij stuurde zijn troepen op hen af, liet die moordenaars om het leven brengen en hun stad in brand steken. Tegen zijn dienaars zei hij: Voor het bruiloftsfeest stond alles klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Ga dus naar de kruispunten van de wegen en nodig iedereen die je tegenkomt uit voor de bruiloft. En zij gingen eropuit en zij brachten alle mensen mee die ze tegenkwamen, slechte en goede. Zo liep de bruiloftszaal vol met gasten. Toen de koning binnenkwam om zijn gasten te zien, merkte hij iemand op die geen feestkleding droeg. Vriend, hoe ben je hier binnengekomen zonder je voor de bruiloft gekleed te hebben? vroeg de koning hem. Maar de man zweeg. Toen zei de koning tegen zijn dienaars: Bind hem aan handen en voeten en gooi hem eruit, de duisternis in. Daar zal hij huilen en knarsetanden.' En Jezus besloot: 'Want velen zijn uitgenodigd, maar weinigen zijn uitverkoren.'"

"En Jezus antwoordde en sprak wederom in gelijkenissen tot hen en zeide: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een koning, die voor zijn zoon een bruiloft aanrichtte. En hij zond zijn slaven uit om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij wilden niet komen. Wederom zond hij andere slaven uit, met de boodschap: Zegt de genodigden: Zie, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn ossen en gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft. Maar zij sloegen er geen acht op en gingen heen, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn slaven, en zij mishandelden en doodden hen. En de koning werd toornig, en hij zond zijn legers uit en verdelgde die moordenaars en stak hun stad in brand. Toen zeide hij tot zijn slaven: De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten der wegen en nodigt allen, die gij aantreft tot de bruiloft. En die slaven gingen naar de wegen en verzamelden allen, die zij aantroffen, zowel slechten als goeden. En de bruiloftszaal werd vol met hen, die aanlagen. Toen de koning binnentrad om hen, die aanlagen, te overzien, zag hij daar iemand, die geen bruiloftskleed aanhad. En hij zeide tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed? En hij verstomde. Toen zeide de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren."

"Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: 'Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren erop uit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: "Zeg tegen de genodigden: 'Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!'" Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen erop af, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: "Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt." De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had, en hij vroeg hem: "Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?" De man wist niets te zeggen. Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: "Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren."'"

"Jezus vertelde verscheidene gelijkenissen. Hij zei: "Het Koninkrijk van de hemelen lijkt op een koning die de bruiloft van zijn zoon voorbereidde. Hij had vele mensen uitgenodigd. Toen alles klaar was, stuurde hij zijn knechten erop uit om de genodigden te zeggen dat ze konden komen. Maar niemand wilde. Daarom stuurde hij andere knechten er op uit om te zeggen: 'Alles staat klaar. Het mestvee is geslacht en klaargemaakt, kom vlug naar het huwelijksfeest!' Maar de mensen die uitgenodigd waren, haalden hun schouders op en gingen aan hun werk. De ťťn naar zijn boerderij, de ander naar zijn zaak. Weer anderen grepen de knechten van de koning en mishandelden hen. Sommigen zo erg dat ze stierven. De koning was woedend. Hij stuurde zijn leger erop uit om de moordenaars te doden en hun stad plat te branden. Daarna zei hij tegen zijn knechten: 'Het feestmaal is klaar. Maar de mensen die ik had uitgenodigd, waren het niet waard. Ga nu naar de drukste wegen en nodig iedereen uit die je daar ziet.' De knechten gingen de straat op en brachten alle mensen binnen die zij konden vinden, zowel goede als slechte. Al gauw zat de feestzaal vol gasten. De koning kwam binnen om de gasten te begroeten. Ineens viel zijn oog op een man die de feestkleding, die hem was aangeboden, niet aanhad. 'Beste vriend. Hoe is het mogelijk dat u hier zonder feestkleding zit?' Maar de man had geen antwoord. De koning zei tegen zijn dienaren: 'Bind hem vast en gooi hem buiten in de diepste duisternis. Daar zal hij vergaan van wroeging en verdriet.' Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitgekozen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

14 oktober 2017 MatthŽus 22:5-6
13 oktober 2017 MatthŽus 22:1-4
12 oktober 2017 MatthŽus 21:45-46
11 oktober 2017 MatthŽus 21:42-44
10 oktober 2017 MatthŽus 21:40-41
9 oktober 2017 MatthŽus 21:37-39
8 oktober 2017 MatthŽus 21:33-36
 

Home