Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Donderdag 14 oktober 2021

 

MatthŽus 22:5-6

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Maar zij, [zulks] niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap. En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden [hun] smaadheid aan, en doodden hen."

"Maar zij trokken zich er niets van aan; iedereen ging weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel; weer anderen grepen de dienaars vast, mishandelden hen en doodden hen."

"Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen."

"Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen."

"Maar de mensen die uitgenodigd waren, haalden hun schouders op en gingen aan hun werk. De ťťn naar zijn boerderij, de ander naar zijn zaak. Weer anderen grepen de knechten van de koning en mishandelden hen. Sommigen zo erg dat ze stierven."

 

Overdenking van vandaag:

De kracht van deze gelijkenis, dit verhaal, is te vinden in een paar belangrijke herkenningen. Het spreekt voor zich dat de koning in dit verhaal God is. De zoon, of prins, die hij wil eren, is Jezus. Zoals gebruikelijk, stuurde hij een algemene uitnodiging voor zijn banket en vervolgens een specifieke aankondiging dat het klaar was. Te weigeren om naar het banket van de Koning te komen als je uitgenodigd was, was eigenlijk niet voor te stellen. Zeer weinigen zouden worden uitgenodigd naar een dergelijk evenement. Om uitgenodigd te worden was echt een eer.  

Maar de weigering in dit verhaal, de verwerping van de Zoon, is bijzonder opvallend. Ze werden uitgenodigd voor de derde keer en weigerden te komen. In feite gaven zij de voorkeur aan hun dagelijkse activiteiten en niet aan het banket van de Koning voor zijn Zoon. Maar erger nog dan de afwijzing van de uitnodiging; ze misbruikten en vermoordden zelfs de Konings personeelsleden.  

Jezus geeft duidelijk oordeel over de weigering van de Joodse leiders om op hem te reageren als Gods koninklijke Zoon. Hij verklaart in dit verhaal dat hun weigering niet alleen onbeleefd is, het is vijandig en onredelijk. In de afwijzing van de Zoon en het moordend handelen naar Gods dienaren, wijzen zij God af en zijn bewind over hen.

 

Gebed:

Heilige Vader, dit verhaal plaatst twee dingen in mijn hart waar ik diepe gevoelens over heb. Ten eerste, vergeef me als ik uw uitnodiging heb geweigerd of de mogelijkheden gepasseerd ben die u hebt geplaatst voor mij ter ere van uw Zoon. Ten tweede, ik heb meerdere vrienden op mijn hart die uitnodiging na uitnodiging hebben geweigerd om de Zoon te eren in hun leven. Gebruik mij alstublieft om hen te helpen de prachtige genade en kracht te ontdekken van uw Zoon en mijn Heiland. In de naam van Jezus, de Zoon van de levende God, bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 22:1-14

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had; En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste [beesten] zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft. Maar zij, [zulks] niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap. En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden [hun] smaadheid aan, en doodden hen. Als nu de koning [dat] hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken. Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig. Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft. En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende [gasten]. En als de koning ingegaan was, om de aanzittende [gasten] te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed [zijnde] met een bruiloftskleed; En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed [aan] hebbende? En hij verstomde. Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt [hem] uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren."

"Opnieuw richtte Jezus zich tot hen met gelijkenissen. Hij zei: 'Het hemelse koninkrijk is te vergelijken met een koning die het bruiloftsfeest van zijn zoon voorbereidde. Hij stuurde zijn dienaars om de gasten voor het feest uit te nodigen, maar zij wilden niet komen. Weer stuurde hij dienaars eropuit met de opdracht: Ga naar de genodigden en zeg: Ik heb de maaltijd klaargemaakt, de stieren en de mestkalveren zijn geslacht, alles staat klaar. Kom naar het bruiloftsfeest! Maar zij trokken zich er niets van aan; iedereen ging weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel; weer anderen grepen de dienaars vast, mishandelden hen en doodden hen. De koning werd woedend. Hij stuurde zijn troepen op hen af, liet die moordenaars om het leven brengen en hun stad in brand steken. Tegen zijn dienaars zei hij: Voor het bruiloftsfeest stond alles klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Ga dus naar de kruispunten van de wegen en nodig iedereen die je tegenkomt uit voor de bruiloft. En zij gingen eropuit en zij brachten alle mensen mee die ze tegenkwamen, slechte en goede. Zo liep de bruiloftszaal vol met gasten. Toen de koning binnenkwam om zijn gasten te zien, merkte hij iemand op die geen feestkleding droeg. Vriend, hoe ben je hier binnengekomen zonder je voor de bruiloft gekleed te hebben? vroeg de koning hem. Maar de man zweeg. Toen zei de koning tegen zijn dienaars: Bind hem aan handen en voeten en gooi hem eruit, de duisternis in. Daar zal hij huilen en knarsetanden.' En Jezus besloot: 'Want velen zijn uitgenodigd, maar weinigen zijn uitverkoren.'"

"En Jezus antwoordde en sprak wederom in gelijkenissen tot hen en zeide: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een koning, die voor zijn zoon een bruiloft aanrichtte. En hij zond zijn slaven uit om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij wilden niet komen. Wederom zond hij andere slaven uit, met de boodschap: Zegt de genodigden: Zie, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn ossen en gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft. Maar zij sloegen er geen acht op en gingen heen, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn slaven, en zij mishandelden en doodden hen. En de koning werd toornig, en hij zond zijn legers uit en verdelgde die moordenaars en stak hun stad in brand. Toen zeide hij tot zijn slaven: De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten der wegen en nodigt allen, die gij aantreft tot de bruiloft. En die slaven gingen naar de wegen en verzamelden allen, die zij aantroffen, zowel slechten als goeden. En de bruiloftszaal werd vol met hen, die aanlagen. Toen de koning binnentrad om hen, die aanlagen, te overzien, zag hij daar iemand, die geen bruiloftskleed aanhad. En hij zeide tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed? En hij verstomde. Toen zeide de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren."

"Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: 'Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren erop uit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: "Zeg tegen de genodigden: 'Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!'" Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen erop af, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: "Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt." De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had, en hij vroeg hem: "Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?" De man wist niets te zeggen. Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: "Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren."'"

"Jezus vertelde verscheidene gelijkenissen. Hij zei: "Het Koninkrijk van de hemelen lijkt op een koning die de bruiloft van zijn zoon voorbereidde. Hij had vele mensen uitgenodigd. Toen alles klaar was, stuurde hij zijn knechten erop uit om de genodigden te zeggen dat ze konden komen. Maar niemand wilde. Daarom stuurde hij andere knechten er op uit om te zeggen: 'Alles staat klaar. Het mestvee is geslacht en klaargemaakt, kom vlug naar het huwelijksfeest!' Maar de mensen die uitgenodigd waren, haalden hun schouders op en gingen aan hun werk. De ťťn naar zijn boerderij, de ander naar zijn zaak. Weer anderen grepen de knechten van de koning en mishandelden hen. Sommigen zo erg dat ze stierven. De koning was woedend. Hij stuurde zijn leger erop uit om de moordenaars te doden en hun stad plat te branden. Daarna zei hij tegen zijn knechten: 'Het feestmaal is klaar. Maar de mensen die ik had uitgenodigd, waren het niet waard. Ga nu naar de drukste wegen en nodig iedereen uit die je daar ziet.' De knechten gingen de straat op en brachten alle mensen binnen die zij konden vinden, zowel goede als slechte. Al gauw zat de feestzaal vol gasten. De koning kwam binnen om de gasten te begroeten. Ineens viel zijn oog op een man die de feestkleding, die hem was aangeboden, niet aanhad. 'Beste vriend. Hoe is het mogelijk dat u hier zonder feestkleding zit?' Maar de man had geen antwoord. De koning zei tegen zijn dienaren: 'Bind hem vast en gooi hem buiten in de diepste duisternis. Daar zal hij vergaan van wroeging en verdriet.' Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitgekozen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

13 oktober 2021 MatthŽus 22:1-4
12 oktober 2021 MatthŽus 21:45-46
11 oktober 2021 MatthŽus 21:42-44
10 oktober 2021 MatthŽus 21:40-41
9 oktober 2021 MatthŽus 21:37-39
8 oktober 2021 MatthŽus 21:33-36
7 oktober 2021 MatthŽus 21:28-32
 

Home