Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Donderdag 12 oktober 2017

 

MatthŽus 21:45-46

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak. En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet."

"Toen de opperpriesters en de Farizeeen zijn gelijkenissen gehoord hadden, begrepen ze dat hij het over hen had. Ze wilden hem gevangennemen, maar ze waren bang voor het volk, want dat zag een profeet in hem."

"Toen de hogepriesters en de FarizeeŽn zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat hij over hen sprak. Ze wilden hem graag gevangennemen, maar ze waren bang voor de reactie van de volksmassa, daar men hem voor een profeet hield."

"Toen de hogepriesters en de FarizeeŽn zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat hij over hen sprak. Ze wilden hem graag gevangennemen, maar ze waren bang voor de reactie van de volksmassa, daar men hem voor een profeet hield."

"De leidende priesters en FarizeeŽrs begrepen nu wel dat deze voorbeelden op hen sloegen. Daarom wilden zij Jezus gevangen laten nemen. Maar zij durfden niet, omdat ze bang waren voor de mensen, die in Hem een profeet zagen."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus is degene die aangevallen is en gehaat wordt. Jezus is degene die machteloos lijkt. Jezus is degene die gekruisigd wordt. Jezus is degene zonder vrienden op hoge plaatsen. Maar ... merk op dat Jezus degene is die niet bang is. Merk op dat Jezus degene is die niet over zijn schouder kijkt naar zijn populariteitscijfers. Merk op dat Jezus degene is die gezag spreekt terwijl degenen aan de macht alleen vragen kunnen stellen, samenzweren in donkere steegjes en bukken uit angst voor verlies van hun populariteit bij de menigte.  

Er is een opmerkelijke vrijheid wanneer passie voor Gods wil angst doet wegstromen. Jezus is degene die de wil van God volgt. Hij is vrij om te handelen en te spreken, ook al zal zijn geloof hem naar het kruis leiden. Op het einde, is het niet de menigte, noch de soldaten, noch de belangrijkste priesters, noch het Sanhedrin (de Joodse Hoge Raad), of Herodes, noch Pilatus die Jezus op het kruis plaatst. Ze konden het niet doen. Ze hadden niet het vermogen of de moed om het zelf te doen.  

Jezus zal uiteindelijk naar het kruis gaan om te voldoen aan de Vaders wil en om ons te redden. Zijn onbeschroomdheid geeft hem de vrijheid om te kiezen voor het kruis. Iedereen in het verhaal is bang en onbestuurbaar. Alleen Jezus kiest zijn eigen pad. Prijs God, prijs Jezus, want hij gebruikte zijn vrijheid om te sterven als offer voor onze zonden!

 

Gebed:

Heilig en genadig Vader, ik dank u dat u Jezus de mogelijkheid gaf om uw wil te aanvaarden of te verwerpen. Dank u dat u hem zijn menselijke gevechten aan u liet uitspreken en vervolgens aan ons door de geschriften. Dank u voor zijn kracht en moed om uw wil te volgen. Help me alstublieft minder beheerst en gecontroleerd te worden door de menigte en meer in harmonie te zijn met uw wil. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 21:28-46

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard. Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen. En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik [ga], heer! en hij ging niet. Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods. Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, [zulks] ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven. Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten['s] [lands]. Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen. En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd. Wederom zond hij andere dienstknechten, meer [in] [getal] dan de eersten, en zij deden hun desgelijks. En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien. Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis [aan] [ons] behouden. En hem nemende, wierpen zij [hem] uit, buiten den wijngaard, en doodden [hem]. Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen? Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven. Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen? Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt. En wie op dezen steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen. En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak. En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet."

"'Wat vindt u van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste en zei: Jongen, ga vandaag in mijn wijngaard werken. Nee, ik wil niet, antwoordde hij. Maar later veranderde hij van gedachten en ging toch. Toen ging de vader naar zijn andere zoon en vroeg hem hetzelfde. Ja vader, antwoordde die, maar hij ging niet. Wie van de twee heeft nu gedaan wat zijn vader wilde?' 'De eerste,' antwoordden ze. 'Ik zeg u,' zei Jezus tegen hen, 'de tollenaars en de hoeren zullen het koninkrijk van God eerder binnengaan dan u. Want Johannes wees u de weg van de gerechtigheid, maar u hebt hem niet geloofd. De tollenaars en de hoeren geloofden hem wel. U zag dat, maar toch bent u later niet tot andere gedachten gekomen en hem gaan geloven.' 'Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde. Hij trok rond het land een muurtje op, groef een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijkpost. Hij verpachtte de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis naar het buitenland. Toen de oogsttijd was gekomen, stuurde hij dienaars naar de wijnbouwers om de vruchten in ontvangst te nemen. Maar zij grepen zijn dienaars: de ene ranselden ze af, een andere doodden ze, een derde werd door hen gestenigd. Opnieuw stuurde de eigenaar dienaars, nog meer dan de eerste keer, maar zij ondergingen hetzelfde lot. Tenslotte stuurde hij zijn zoon. Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben, dacht hij. Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen aankomen, zeiden ze tegen elkaar: Dat is de erfgenaam. Vooruit, laten we hem uit de weg ruimen, dan is de erfenis voor ons. Ze grepen hem, sleurden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard terugkomt, wat zal hij dan met die wijnbouwers doen?' Ze antwoordden: 'Hij zal die schurken op een vreselijke manier laten doden. En de wijngaard zal hij verpachten aan wijnbouwers die wel de oogst op tijd afleveren.' Jezus vroeg hun: 'Hebt u nooit deze woorden uit de Schrift gelezen? De steen door de bouwers afgekeurd, is de hoeksteen geworden. Zo gaat de Heer te werk, het is voor ons niet te begrijpen! Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden afgenomen en zal worden gegeven aan een volk dat de vruchten ervan opbrengt. Wie op deze steen valt, valt te pletter; en deze steen vermorzelt op wie hij valt.' Toen de opperpriesters en de Farizeeen zijn gelijkenissen gehoord hadden, begrepen ze dat hij het over hen had. Ze wilden hem gevangennemen, maar ze waren bang voor het volk, want dat zag een profeet in hem."

"Wat dunkt u? Iemand had twee kinderen. Hij ging naar de eerste en zeide: Kind, ga en werk vandaag in de wijngaard. En hij antwoordde en zeide: Ja, heer, maar hij ging niet. Hij ging naar de tweede en sprak evenzo. En deze antwoordde en zeide: Ik wil niet, maar later kreeg hij berouw en ging toch. Wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan? Zij zeiden: De laatste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods. Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen en gij hebt hem niet geloofd. De tollenaars en de hoeren echter hebben hem geloofd, doch hoewel gij dat zaagt, hebt gij later geen berouw gekregen en ook in hem geloofd. Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en er een heg omheen zette, en er een wijnpers in groef en een toren bouwde; en hij verhuurde die aan pachters en ging buitenslands. Toen nu de tijd der vruchten naderde, zond hij zijn slaven naar die pachters om zijn vruchten in ontvangst te nemen. Maar de pachters grepen zijn slaven, sloegen de ene, doodden de andere en stenigden een derde. Hij zond weder andere slaven, nog meer dan eerst, en zij behandelden hen op dezelfde wijze. Ten laatste zond hij zijn zoon tot hen, zeggende: Mijn zoon zullen zij ontzien. Maar toen de pachters de zoon zagen, zeiden zij tot elkander: Dit is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden om zijn erfenis aan ons te brengen. En zij grepen hem en wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem. Wanneer nu de heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen? Zij zeiden tot Hem: Een kwade dood zal hij die kwaden doen sterven en de wijngaard zal hij verhuren aan andere pachters, die hem de vruchten op tijd zullen afleveren. Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen? Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt. En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden, en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. En toen de overpriesters en de Farizeeen zijn gelijkenissen hadden gehoord, begrepen zij, dat Hij hen bedoelde. En hoewel zij Hem trachtten te grijpen, vreesden zij de scharen, daar die Hem voor een profeet hielden."

"Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: "Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk." De zoon antwoordde: "Ik wil niet, "maar later bedacht hij zich en ging alsnog. Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: "Ja, vader, "maar ging niet. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?' Ze zeiden: 'De eerste.' Daarop zei Jezus: 'Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God. Want Johannes koos de weg van de gerechtigheid toen hij naar u toe kwam. U geloofde hem niet, de tollenaars en de hoeren wel. En ook al zag u dat, u hebt u niet willen bedenken en hem alsnog willen geloven. Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde. Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde. Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: "Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken, " en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?' Ze antwoordden: 'De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.' Daarop zei Jezus tegen hen: 'Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: "De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien." Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen. Wie over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.' Toen de hogepriesters en de FarizeeŽn zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat hij over hen sprak. Ze wilden hem graag gevangennemen, maar ze waren bang voor de reactie van de volksmassa, daar men hem voor een profeet hield."

"Maar wat denkt u hiervan? Een man had twee zonen. Hij zei tegen de eerste: 'Jongen, ga vandaag op het land werken.' En de jongen antwoordde: 'Nee, ik wil niet.' Maar later kreeg hij spijt en ging toch. Daarna zei de vader tegen de tweede dat hij op het land moest gaan werken. En die zei: 'Ja, vader', maar hij ging niet. Wie van de twee heeft gedaan wat zijn vader zei?" "De eerste, natuurlijk," antwoordden zij. Jezus legde hun uit wat Hij ermee wilde zeggen: "Oplichters en hoeren zullen vast en zeker eerder in het Koninkrijk van God komen dan u. Want Johannes de Doper heeft verteld hoe u het met God in orde kunt maken. Maar u hebt hem niet geloofd. Het waren juist de oplichters en hoeren die hem wŤl geloofden! Hoewel u dat zag, hebt u niet gedaan wat Johannes zei. U wilde hem gewoon niet geloven." "Luister eens naar deze gelijkenis: Een landeigenaar legde een wijngaard aan. Hij zette er een muur omheen, maakte een bak voor het persen van de druiven en bouwde een uitkijktoren. Daarna verhuurde hij de wijngaard aan enkele boeren en vertrok naar het buitenland. In de oogsttijd stuurde hij enkele mannen naar de boeren toe om zijn deel van de oogst op te halen. Maar de boeren begonnen met hen te vechten. De ene ranselden zij af. Een ander sloegen zij dood en weer een ander gooiden zij met stenen dood. Daarna stuurde de eigenaar andere mannen. Nog meer dan de eerste keer. Maar het verging die al niet veel beter. Tenslotte stuurde de eigenaar zijn zoon. Hij dacht dat zij voor hem wel respect zouden hebben. Maar toen de boeren de zoon zagen aankomen, zeiden ze tegen elkaar: 'Daar is de erfgenaam! Laten wij hem doodslaan. Dan is de wijngaard van ons!' Ze sleepten hem buiten de wijngaard en vermoordden hem. Als de eigenaar naar zijn land terugkeert, wat zal hij dan met die boeren doen?" "Hij zal die ellendelingen een vreselijke dood laten sterven," antwoordden zij. "En de wijngaard zal hij verhuren aan andere boeren, die hem op tijd zullen betalen wat hem toekomt." Jezus zei: "U hebt toch wel eens in de Psalmen gelezen: 'De steen die door de bouwers was afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Zo heeft God het gewild. Is dat niet wonderlijk?' Wat Ik wil zeggen, is dit: God zal Zijn Koninkrijk bij u weghalen en het geven aan een volk dat Hem geeft wat Hem toekomt. Als u over deze steen valt, zult u te pletter slaan. En als deze steen op u valt, zult u vermorzeld worden." De leidende priesters en FarizeeŽrs begrepen nu wel dat deze voorbeelden op hen sloegen. Daarom wilden zij Jezus gevangen laten nemen. Maar zij durfden niet, omdat ze bang waren voor de mensen, die in Hem een profeet zagen."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

11 oktober 2017 MatthŽus 21:42-44
10 oktober 2017 MatthŽus 21:40-41
9 oktober 2017 MatthŽus 21:37-39
8 oktober 2017 MatthŽus 21:33-36
7 oktober 2017 MatthŽus 21:28-32
6 oktober 2017 MatthŽus 21:23-27
5 oktober 2017 MatthŽus 21:18-22
 

Home