Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Dinsdag 3 oktober 2017

 

MatthŽus 21:12-13

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten. En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt."

"Jezus ging de tempel binnen en joeg er alle kopers en verkopers weg; hij gooide de tafels om van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenhandelaars. Hij zei tegen hen: 'Er staat geschreven: Mijn huis moet heten huis van gebed, maar jullie maken er een rovershol van.'"

"Jezus ging de tempel binnen, hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: 'Er staat geschreven: "Mijn huis moet een huis van gebed zijn, "maar jullie maken er een rovershol van!'"

"Jezus ging de tempel binnen, hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: 'Er staat geschreven: "Mijn huis moet een huis van gebed zijn, "maar jullie maken er een rovershol van!'"

"Jezus ging naar de tempel en joeg de handelaars en hun klanten eruit. De tafels van de geldwisselaars en de kraampjes van de duivenhandelaars gooide Hij omver. "Er is geschreven dat Gods huis een huis van gebed moet zijn. Maar wat hebt u ervan gemaakt? Een rovershol!" zei Hij."

 

Overdenking van vandaag:

Ten tweede, Jezus' acties zijn gerechtvaardigd door de geschriften. Gods bedoeling is geopenbaard in zijn woord en tegelijkertijd door zijn levende Woord. God wilde dat zijn tempel een plaats van gebed is voor alle naties. Zoals zo veel dingen echter, was het een symbool geworden, een onderdeel van een ritueel feest dat zijn doel had verloren, want de mensen probeerden een voordeel te vinden in wat ze daar deden in plaats van zich te richten op het aanbidden van God.

 

Gebed:

Vader, ongeacht in welke vorm of op welke plaats of op welk tijdstip ik u aanbid; ik wil het doen ter ere van u en niet mijzelf. Bescherm mij alstublieft tegen koude, steriele godsdienst dat elke aanbidding tot routine vormt . Ik wil elke dag fris voor u leven, dus vraag ik dat u mijn vreugde, hoop en liefde iedere dag vernieuwd in uw aanwezigheid. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 21:12-27

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten. En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt. En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve. Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk; En zeiden tot Hem: Hoort Gij [wel], wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit den mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij [U] lof toebereid? En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanie, en overnachtte aldaar. En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem. En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond. En de discipelen, [dat] ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom [zo] terstond verdord? Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleenlijk doen, hetgeen den vijgeboom [is] [geschied]; maar indien gij ook tot dezen berg zeidet: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden. En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen. En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven? En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, hetwelk indien gij Mij zult zeggen, zo zal Ik u ook zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe. De doop van Johannes, van waar was [die], uit den hemel, of uit de mensen? En zij overlegden bij zichzelven en zeiden: Indien wij zeggen: Uit den hemel; zo zal Hij ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? En indien wij zeggen: Uit de mensen: zo vrezen wij de schare; want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe."

"Jezus ging de tempel binnen en joeg er alle kopers en verkopers weg; hij gooide de tafels om van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenhandelaars. Hij zei tegen hen: 'Er staat geschreven: Mijn huis moet heten huis van gebed, maar jullie maken er een rovershol van.' Blinden en verlamden kwamen daar bij hem en hij genas hen. De opperpriesters en de schriftgeleerden zagen de wonderen die hij deed, en hoorden de kinderen op het tempelplein roepen: 'Hosanna voor de Zoon van David.' Ze maakten zich er kwaad over en zeiden tegen hem: 'Hoort u niet wat ze roepen?' 'Zeker,' antwoordde Jezus, 'maar hebt u nooit gelezen: U hebt u eer laten brengen door de stem van kleine kinderen en zuigelingen?' En hij liet hen staan, verliet Jeruzalem en ging naar BetaniŽ. Daar overnachtte hij. 's Morgens vroeg toen hij naar Jeruzalem terugkeerde, kreeg hij honger. Langs de weg zag hij een vijgenboom staan. Hij ging ernaartoe, maar zag er alleen bladeren aan zitten. 'Nooit ofte nimmer zul je meer vruchten dragen!' zei hij tegen de boom. En op datzelfde ogenblik verdorde de vijgenboom. De leerlingen zagen het en vroegen verbaasd: 'Hoe komt die vijgenboom opeens zo verdord?' Jezus antwoordde hun: 'Ik verzeker jullie: als je gelooft zonder te twijfelen, zul je kunnen doen wat ik met die boom gedaan heb; en dat niet alleen, je zult zelfs tegen die berg daar kunnen zeggen: Kom omhoog en stort je in zee, en het zal gebeuren. Als je gelooft, zul je alles krijgen waar je in je gebed om vraagt.' Jezus ging naar de tempel en gaf er onderricht. De opperpriesters en de oudsten kwamen naar hem toe en vroegen: 'Met welk recht doet u dit allemaal? Wie heeft u het recht daartoe gegeven?' 'Ik heb eerst ťťn vraag aan u,' antwoordde hij. 'Als u mij daarop antwoord geeft, vertel ik u met welk recht ik deze dingen doe. Van wie kreeg Johannes de bevoegdheid om te dopen? Van God of van de mensen?' Ze begonnen met elkaar te overleggen: 'Zeggen we: Van God, dan zegt hij: Waarom hebt u Johannes dan niet geloofd? Maar zeggen we: Van de mensen, dan hebben we het volk te vrezen, want iedereen ziet in Johannes een profeet.' Daarom gaven ze hem als antwoord: 'We weten het niet.' Jezus zei: 'Dan zeg ik u ook niet met welk recht ik deze dingen doe.'"

"En Jezus ging de tempel binnen en dreef allen uit, die verkochten en kochten in de tempel, en de tafels der wisselaars keerde Hij om en de stoelen van hen, die de duiven verkochten, en Hij zeide tot hen: Er staat geschreven: Mijn huis zal een bedehuis heten maar gij maakt het tot een rovershol. En in de tempel kwamen blinden en lammen tot Hem en Hij genas hen. Toen de overpriesters en de schriftgeleerden de wonderwerken zagen, die Hij deed, en de kinderen, die in de tempel riepen, zeggende: Hosanna de Zoon van David! namen zij dat kwalijk, en zij zeiden tot Hem: Hoort Gij wat dezen zeggen? Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt Gij lof bereid? En Hij verliet hen en ging buiten de stad, naar Betanie, en overnachtte daar. Des morgens vroeg, bij zijn terugkeer naar de stad, werd Hij hongerig. En daar Hij een vijgeboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan alleen bladeren. En Hij zeide tot hem: Nooit groeie aan u enige vrucht meer, in eeuwigheid! En terstond verdorde de vijgeboom. En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord? Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgeboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen. En toen Hij de tempel was binnengegaan, naderden de overpriesters en de oudsten des volks Hem, terwijl Hij leerde, en zij zeiden: Krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven? Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ik zal u ook een vraag stellen en indien gij Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u ook zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. Vanwaar was de doop van Johannes? Uit de hemel of uit de mensen? En zij overlegden onder elkander en spraken: Indien wij zeggen: Uit de hemel, zal Hij tot ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? Doch indien wij zeggen: Uit de mensen, zijn wij bevreesd voor de schare, want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij antwoordden en zeiden tot Jezus: Wij weten het niet. Hij van zijn kant zeide tot hen: Dan zeg Ik u ook niet, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe."

"Jezus ging de tempel binnen, hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: 'Er staat geschreven: "Mijn huis moet een huis van gebed zijn, "maar jullie maken er een rovershol van!' Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar hem toe, en hij genas hen. De hogepriesters en de schriftgeleerden zagen welke wonderen hij verrichtte en hoorden de kinderen in de tempel 'Hosanna voor de Zoon van David!' roepen, en ze waren hoogst verontwaardigd. Ze gingen hem vragen: 'Hoort u wat ze zeggen?' En Jezus antwoordde hun: 'Jazeker! Hebt u dan nooit gelezen: "Door de mond van kinderen en zuigelingen hebt u zich een loflied laten zingen"?' Zo liet hij hen staan, en hij ging de stad uit, naar BetaniŽ, waar hij de nacht doorbracht. Toen hij vroeg in de morgen naar de stad terugkeerde, kreeg hij honger. Langs de weg zag hij een vijgenboom staan. Hij liep ernaartoe, maar er zaten alleen maar bladeren aan. Daarop zei hij tegen de boom: 'Nooit ofte nimmer zul je meer vrucht dragen!' Ogenblikkelijk verdorde de vijgenboom. Toen de leerlingen dat zagen, vroegen ze verbaasd: 'Hoe kan het dat die vijgenboom zo plotseling verdorde?' Jezus antwoordde: 'Ik verzeker jullie: als jullie geloven zonder te twijfelen, zul je niet alleen teweeg kunnen brengen wat er gebeurde met de vijgenboom, maar zul je zelfs tegen die berg kunnen zeggen: "Kom van je plaats en stort je in zee, "en het zal gebeuren. Alles waarom jullie in je gebeden vragen zullen jullie krijgen, als je maar gelooft.' Toen hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar hem toe. Ze vroegen hem: 'Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?' Jezus gaf hun ten antwoord: 'Ik zal u ook een vraag stellen, en als u mij daarop antwoord geeft, zal ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe. In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?' Ze overlegden met elkaar en zeiden: 'Als we zeggen: "Van de hemel, "dan zal hij tegen ons zeggen: "Waarom hebt u hem dan niet geloofd?" Maar als we zeggen: "Van mensen, "dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.' Dus gaven ze Jezus als antwoord: 'We weten het niet.' Daarop zei hij tegen hen: 'Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe."

"Jezus ging naar de tempel en joeg de handelaars en hun klanten eruit. De tafels van de geldwisselaars en de kraampjes van de duivenhandelaars gooide Hij omver. "Er is geschreven dat Gods huis een huis van gebed moet zijn. Maar wat hebt u ervan gemaakt? Een rovershol!" zei Hij. Er kwamen allemaal blinde en lamme mensen naar Hem toe en Hij genas hen. De leidende priesters en de godsdienstleraars zagen deze geweldige wonderen en hoorden hoe zelfs kinderen in de tempel riepen: "God zegene de Zoon van David!" Zij werden kwaad. "Hoort U niet wat zij zeggen?" vroegen zij aan Jezus. "Jawel," was Zijn antwoord. "Maar hebt u nooit in de Psalmen gelezen: 'Zelfs kinderen en babies zullen Hem prijzen?" Hij liet hen staan en ging terug naar BethaniŽ, waar Hij de nacht doorbracht. De volgende morgen ging Hij weer naar Jeruzalem. Onderweg kreeg Hij honger. Hij zag een vijgeboom langs de weg staan en liep er heen. Maar er zaten geen vijgen aan. Alleen maar bladeren. "U zult nooit meer vruchten dragen!" zei Hij tegen de boom. Meteen begon de vijgeboom te verdorren. De discipelen wisten niet wat zij zagen en vroegen: "Hoe kan die vijgeboom zo vlug verdorren?" Jezus antwoordde: "Luister. Wie geloof heeft en niet twijfelt, kan dit soort dingen ook doen. En nog veel meer. Dan kan men zelfs tegen deze berg zeggen: 'Ga hier vandaan en val in de zee.' En hij zal het doen. Wie geloof heeft, krijgt alles waar hij in het gebed om vraagt." Toen Hij weer in de tempel was, vertelde Hij de mensen over God en Zijn Koninkrijk. Terwijl Hij daarmee bezig was, kwamen enkele leidende priesters en FarizeeŽrs naar Hem toe en vroegen: "Mag U dit wel doen? Wie heeft U daar de bevoegdheid voor gegeven?" "Dat zal Ik u vertellen," antwoordde Jezus, "als u Mij eerst antwoord geeft op deze vraag: 'Was Johannes de Doper door God gestuurd of niet?" Ze keken elkaar eens aan en probeerden een antwoord te vinden. "Als we zeggen dat Johannes door God gestuurd was, zal Hij vragen: 'Waarom hebt u hem dan niet geloofd?' Maar als wij zeggen dat hij niet door God was gestuurd, krijgen wij het volk tegen ons. Al die mensen hier geloven dat Johannes een profeet was." Tenslotte zeiden zij tegen Jezus dat ze het niet wisten. "Dan vertel Ik u ook niet wie Mij het recht geeft dit allemaal te doen," zei Hij."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

2 oktober 2017 MatthŽus 21:8-11
1 oktober 2017 MatthŽus 21:4-7
30 september 2017 MatthŽus 21:1-3
29 september 2017 MatthŽus 20:32
28 september 2017 MatthŽus 20:32
27 september 2017 MatthŽus 20:29-31
26 september 2017 MatthŽus 20:28
 

Home