Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zaterdag 25 september 2021

 

MatthŽus 20:26-27

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, [die] zij uw dienaar; En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht."

"Zo moet het bij jullie niet gaan. Nee, als iemand van jullie de belangrijkste wil zijn, moet hij jullie dienen, en als iemand van jullie de eerste plaats wil innemen, moet hij voor jullie het slavenwerk doen."

"Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn"

"Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn"

"Wie van jullie de grootste wil zijn, moet jullie dienaar worden. En wie de voornaamste wil zijn, moet jullie slaaf worden."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus' koninkrijk werkt door een andere stel normen. Grootheid wordt niet gevonden in positie. Grootheid wordt niet gevonden in de uitoefening van macht. Grootheid wordt niet gevonden in gediend worden. Grootheid wordt niet gevonden in anderen commanderen. Grootheid wordt niet gevonden in rijkdom. Grootheid wordt niet gevonden in intelligentie. In Jezus' koninkrijk wordt grootheid gevonden in dienen.  

Als je ťťn van Jezus' grootste volgelingen gaat worden, ga je leden van jouw familie van het koninkrijk dienen. Zo eenvoudig is het. Maar mochten we het vergeten; Jezus gaf ons het kruis om ons eraan te herinneren dat de weg van de gehoorzaamheid, het pad naar grootsheid, het pad van glorie te vinden is in het dienen van anderen, terwijl wij God dienen.

 

Gebed:

Heilige en machtige God, u vernederde uzelf om mij te redden. Hoe kan ik dat begrijpen, of op zijn minst u ervoor danken? Maar ik weet dat u wilt dat ik diezelfde barmhartigheid toon door mijn broers en zusters in Christus te dienen. Maak mijn ogen zo dat ze beter kunnen zien en mijn handen zo dat ze meer willen doen voor anderen wat u voor hen zou doen. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 20:17-26

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op den weg, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen; En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan. Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, [Hem] aanbiddende, en begerende wat van Hem. En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechterĖ,en de ander tot Uw linker [hand] in Uw Koninkrijk. Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechterĖ,en tot Mijn linker [hand], staat bij Mij niet te geven, maar [het] [zal] [gegeven] [worden] dien het bereid is van Mijn Vader. En als de [andere] tien [dat] hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders. En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen. Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, [die] zij uw dienaar;"

"Op weg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf apart en hij zei tegen hen: 'Zoals jullie weten, zijn we nu op weg naar Jeruzalem. Daar zal de Mensenzoon worden uitgeleverd aan de opperpriesters en de schriftgeleerden, en ze zullen hem ter dood veroordelen en hem uitleveren aan de heidenen. Die zullen hem bespotten en geselen en aan het kruis slaan, maar op de derde dag zal hij door God worden opgewekt.' De vrouw van ZebedeŁs ging met haar zonen naar hem toe en viel voor hem op de knieŽn om hem een gunst te vragen. 'Wat wilt u?' vroeg hij haar. Zij antwoordde: 'Beloof dat deze twee zonen van mij naast u mogen zitten in uw koninkrijk, de ene rechts, de andere links van u.' Maar Jezus zei: 'Jullie weten niet wat je vraagt! Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken?' 'Ja, dat kunnen wij,' antwoordden ze. 'Jullie zullen mijn beker drinken,' zei Jezus, 'maar het is niet aan mij te bepalen wie rechts of links van mij zal zitten. Die plaatsen zijn voor de mensen voor wie mijn Vader ze bestemd heeft.' Toen de tien anderen ervan hoorden, werden ze kwaad op de twee broers. Maar Jezus riep hen bij zich en zei: 'Jullie weten dat zij die volken besturen, over hen heersen en dat de leiders hun macht laten gelden. Zo moet het bij jullie niet gaan. Nee, als iemand van jullie de belangrijkste wil zijn, moet hij jullie dienen,"

"Toen Jezus zou opgaan naar Jeruzalem, nam Hij de twaalven terzijde, en onderweg sprak Hij tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen, en ten derden dage zal Hij opgewekt worden. Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem, met haar zonen, en zij boog zich voor Hem neder, om iets van Hem te vragen. Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen mogen zitten, een aan uw rechterzijde en een aan uw linkerzijde in uw Koninkrijk. En Jezus antwoordde en zeide: Gij weet niet wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik zal drinken? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het. Hij zeide tot hen: Mijn beker zult gij wel drinken, maar het zitten aan mijn rechterzijde en linkerzijde staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is door mijn Vader. En toen de tien dit hoorden, namen zij het de beide broeders kwalijk. Doch Jezus riep hen tot Zich en zeide: Gij weet, dat de regeerders der volken heerschappij over hen voeren en de rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het onder u niet. Maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn,"

"Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: 'We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met hem zullen drijven en hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal hij worden opgewekt uit de dood.' Daarop kwam de moeder van de zonen van ZebedeŁs met haar zonen naar hem toe. Ze viel voor hem neer om hem een gunst te vragen. Hij vroeg haar: 'Wat wilt u?' Ze antwoordde: 'Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast u mogen zitten, de een rechts van u en de ander links.' Maar Jezus zei hun: 'Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?' 'Ja, dat kunnen wij, 'antwoordden ze. Toen zei hij: 'Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.' Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op de twee broers. Jezus riep hen bij zich en zei: 'Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen,"

"Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus Zijn twaalf discipelen even apart. Hij vertelde hun wat er met Hem zou gebeuren als zij in de stad aankwamen. "Ik zal in handen van de leidende priesters en de godsdienstleraars vallen. Ze zullen Mij ter dood veroordelen. Daarna zal Ik worden uitgeleverd aan de Romeinen. Die zullen Mij bespotten, afranselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal Ik weer levend worden." De moeder van Jakobus en Johannes kwam met haar twee zonen naar Jezus toe. Zij boog zich voor Hem neer om Hem iets te vragen. "Wat wilt u?" vroeg Hij. "Ik wil graag dat U belooft dat mijn twee zoons in Uw Koninkrijk naast Uw troon mogen zitten. Eťn links en ťťn rechts van U." Jezus zei: "U weet niet wat u vraagt." Hij keek Jakobus en Johannes aan en vroeg hun: "Kunnen jullie uit de beker drinken waaruit Ik zal drinken?" "Ja," antwoordden zij. "Inderdaad," zei Hij. "Jullie zullen uit mijn beker drinken. Maar wie aan weerskanten van mijn troon zullen zitten, beslis Ik niet. Die plaatsen zijn bestemd voor de mensen die mijn Vader heeft uitgekozen." De tien andere discipelen waren hevig verontwaardigd, toen zij hoorden wat Jacobus en Johannes hadden gevraagd. Jezus riep hen allemaal bij Zich en zei: "Jullie weten dat de mannen die het in de wereld voor het zeggen hebben, de bevolking onderdrukken. Zij maken misbruik van hun macht. Maar onder jullie is dat totaal anders. Wie van jullie de grootste wil zijn, moet jullie dienaar worden."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

24 september 2021 MatthŽus 20:25-26
23 september 2021 MatthŽus 20:24
22 september 2021 MatthŽus 20:22-23
21 september 2021 MatthŽus 20:20-21
20 september 2021 MatthŽus 20:17-19
19 september 2021 MatthŽus 20:16
18 september 2021 MatthŽus 20:14-15
 

Home