Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Vrijdag 22 september 2017

 

MatthŽus 20:22-23

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechterĖ,en tot Mijn linker [hand], staat bij Mij niet te geven, maar [het] [zal] [gegeven] [worden] dien het bereid is van Mijn Vader."

"Maar Jezus zei: 'Jullie weten niet wat je vraagt! Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken?' 'Ja, dat kunnen wij,' antwoordden ze. 'Jullie zullen mijn beker drinken,' zei Jezus, 'maar het is niet aan mij te bepalen wie rechts of links van mij zal zitten. Die plaatsen zijn voor de mensen voor wie mijn Vader ze bestemd heeft.'"

"Maar Jezus zei hun: 'Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?' 'Ja, dat kunnen wij, 'antwoordden ze. Toen zei hij: 'Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.'"

"Maar Jezus zei hun: 'Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?' 'Ja, dat kunnen wij, 'antwoordden ze. Toen zei hij: 'Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.'"

"Jezus zei: "U weet niet wat u vraagt." Hij keek Jakobus en Johannes aan en vroeg hun: "Kunnen jullie uit de beker drinken waaruit Ik zal drinken?" "Ja," antwoordden zij. "Inderdaad," zei Hij. "Jullie zullen uit mijn beker drinken. Maar wie aan weerskanten van mijn troon zullen zitten, beslis Ik niet. Die plaatsen zijn bestemd voor de mensen die mijn Vader heeft uitgekozen."

 

Overdenking van vandaag:

Net zoals kleine kinderen die meer informatie willen dan ze kunnen verwerken en meer ervaring willen dan ze kunnen verwerken, zijn deze twee als jongere broers en zussen die zich afvragen waarom ze niet dezelfde rechten hebben als hun veel oudere broer of zus. Hoewel er misschien een zeer goede verklaring is voor de vraag van hun moeder, is het antwoord voor hun te moeilijk om te begrijpen. De twee zonen hadden geen flauw idee waarnaar ze vroegen, maar een paar dagen later zouden zij dat wel.

 

Gebed:

Liefdevolle Vader, vergeef me als ik mijn krachten heb overschat. Ik wil me niet te veel toeŽigenen, ongeacht of dit afkomstig is van arrogantie of onwetendheid. Ik verlang om gebruikt te worden door u voor uw glorie, maar ik wil niet opgehemeld worden voor prestaties waarvoor u alleen roem en lof verdient. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 20:17-34

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op den weg, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen; En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan. Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, [Hem] aanbiddende, en begerende wat van Hem. En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechterĖ,en de ander tot Uw linker [hand] in Uw Koninkrijk. Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechterĖ,en tot Mijn linker [hand], staat bij Mij niet te geven, maar [het] [zal] [gegeven] [worden] dien het bereid is van Mijn Vader. En als de [andere] tien [dat] hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders. En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen. Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, [die] zij uw dienaar; En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht. Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven [tot] een rantsoen voor velen. En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd. En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer. En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids! En Jezus, [stil] staande, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doe? Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden. En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem."

"Op weg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf apart en hij zei tegen hen: 'Zoals jullie weten, zijn we nu op weg naar Jeruzalem. Daar zal de Mensenzoon worden uitgeleverd aan de opperpriesters en de schriftgeleerden, en ze zullen hem ter dood veroordelen en hem uitleveren aan de heidenen. Die zullen hem bespotten en geselen en aan het kruis slaan, maar op de derde dag zal hij door God worden opgewekt.' De vrouw van ZebedeŁs ging met haar zonen naar hem toe en viel voor hem op de knieŽn om hem een gunst te vragen. 'Wat wilt u?' vroeg hij haar. Zij antwoordde: 'Beloof dat deze twee zonen van mij naast u mogen zitten in uw koninkrijk, de ene rechts, de andere links van u.' Maar Jezus zei: 'Jullie weten niet wat je vraagt! Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken?' 'Ja, dat kunnen wij,' antwoordden ze. 'Jullie zullen mijn beker drinken,' zei Jezus, 'maar het is niet aan mij te bepalen wie rechts of links van mij zal zitten. Die plaatsen zijn voor de mensen voor wie mijn Vader ze bestemd heeft.' Toen de tien anderen ervan hoorden, werden ze kwaad op de twee broers. Maar Jezus riep hen bij zich en zei: 'Jullie weten dat zij die volken besturen, over hen heersen en dat de leiders hun macht laten gelden. Zo moet het bij jullie niet gaan. Nee, als iemand van jullie de belangrijkste wil zijn, moet hij jullie dienen, en als iemand van jullie de eerste plaats wil innemen, moet hij voor jullie het slavenwerk doen. Neem een voorbeeld aan de Mensenzoon: hij is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om zelf te dienen en zijn leven te geven in ruil voor het leven van veel anderen.' Toen ze Jericho uitgingen, werd Jezus gevolgd door een grote menigte. Twee blinden, die langs de weg zaten, hoorden dat Jezus voorbijkwam. Ze schreeuwden: 'Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!' De menigte zei op bestraffende toon dat ze hun mond moesten houden. Maar des te harder riepen zij: 'Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!' Jezus bleef staan en riep hen bij zich: 'Wat wilt u dat ik voor u doe?' 'Dat onze ogen opengaan, Heer!' antwoordden ze. Jezus kreeg medelijden met hen en raakte hun ogen aan. Meteen konden ze zien, en ze volgden hem."

"Toen Jezus zou opgaan naar Jeruzalem, nam Hij de twaalven terzijde, en onderweg sprak Hij tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen, en ten derden dage zal Hij opgewekt worden. Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem, met haar zonen, en zij boog zich voor Hem neder, om iets van Hem te vragen. Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen mogen zitten, een aan uw rechterzijde en een aan uw linkerzijde in uw Koninkrijk. En Jezus antwoordde en zeide: Gij weet niet wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik zal drinken? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het. Hij zeide tot hen: Mijn beker zult gij wel drinken, maar het zitten aan mijn rechterzijde en linkerzijde staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is door mijn Vader. En toen de tien dit hoorden, namen zij het de beide broeders kwalijk. Doch Jezus riep hen tot Zich en zeide: Gij weet, dat de regeerders der volken heerschappij over hen voeren en de rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het onder u niet. Maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn; gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen. En toen zij uit Jericho gingen, volgde Hem een grote schare. En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden, dat Jezus voorbijging, zeggende: Here, heb medelijden met ons, Zoon van David! En de schare bestrafte hen, dat zij zwijgen zouden. Maar zij riepen te meer zeggende: Here, heb medelijden met ons, Zoon van David! En Jezus stond stil, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? Zij zeiden tot Hem: Here, dat onze ogen geopend worden. Jezus werd met ontferming bewogen en raakte hun ogen aan, en terstond werden zij ziende en zij volgden Hem."

"Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: 'We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met hem zullen drijven en hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal hij worden opgewekt uit de dood.' Daarop kwam de moeder van de zonen van ZebedeŁs met haar zonen naar hem toe. Ze viel voor hem neer om hem een gunst te vragen. Hij vroeg haar: 'Wat wilt u?' Ze antwoordde: 'Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast u mogen zitten, de een rechts van u en de ander links.' Maar Jezus zei hun: 'Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?' 'Ja, dat kunnen wij, 'antwoordden ze. Toen zei hij: 'Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.' Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op de twee broers. Jezus riep hen bij zich en zei: 'Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn Ėzoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.' Toen ze uit Jericho vertrokken, volgde hem een grote menigte. Er zaten daar twee blinden langs de weg die, toen ze hoorden dat Jezus voorbijkwam, begonnen te roepen: 'Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!' Men snauwde hun toe dat ze hun mond moesten houden. Maar ze riepen nog harder: 'Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!' Jezus bleef staan, hij riep hen en vroeg: 'Wat wilt u dat ik voor u doe?' Ze antwoordden: 'Heer, open onze ogen!' Jezus kreeg medelijden en raakte hun ogen aan. Meteen konden ze weer zien en ze volgden hem."

"Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus Zijn twaalf discipelen even apart. Hij vertelde hun wat er met Hem zou gebeuren als zij in de stad aankwamen. "Ik zal in handen van de leidende priesters en de godsdienstleraars vallen. Ze zullen Mij ter dood veroordelen. Daarna zal Ik worden uitgeleverd aan de Romeinen. Die zullen Mij bespotten, afranselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal Ik weer levend worden." De moeder van Jakobus en Johannes kwam met haar twee zonen naar Jezus toe. Zij boog zich voor Hem neer om Hem iets te vragen. "Wat wilt u?" vroeg Hij. "Ik wil graag dat U belooft dat mijn twee zoons in Uw Koninkrijk naast Uw troon mogen zitten. Eťn links en ťťn rechts van U." Jezus zei: "U weet niet wat u vraagt." Hij keek Jakobus en Johannes aan en vroeg hun: "Kunnen jullie uit de beker drinken waaruit Ik zal drinken?" "Ja," antwoordden zij. "Inderdaad," zei Hij. "Jullie zullen uit mijn beker drinken. Maar wie aan weerskanten van mijn troon zullen zitten, beslis Ik niet. Die plaatsen zijn bestemd voor de mensen die mijn Vader heeft uitgekozen." De tien andere discipelen waren hevig verontwaardigd, toen zij hoorden wat Jacobus en Johannes hadden gevraagd. Jezus riep hen allemaal bij Zich en zei: "Jullie weten dat de mannen die het in de wereld voor het zeggen hebben, de bevolking onderdrukken. Zij maken misbruik van hun macht. Maar onder jullie is dat totaal anders. Wie van jullie de grootste wil zijn, moet jullie dienaar worden. En wie de voornaamste wil zijn, moet jullie slaaf worden. Jullie moeten net zo zijn als Ik, want Ik ben niet gekomen om Mij te laten dienen. Ik ben gekomen om te dienen en mijn leven te geven als losgeld voor vele mensen." Toen Jezus en Zijn discipelen de stad Jericho verlieten, gingen heel veel mensen achter hen aan. Langs de weg zaten twee blinde mannen. Zodra zij hoorden dat Jezus voorbijging, begonnen zij te roepen: "Here! Zoon van David! Heb medelijden met ons!" De mensen zeiden dat zij hun mond moesten houden, maar zij trokken zich er niets van aan en schreeuwden nog harder. Jezus bleef staan, riep hen bij Zich en vroeg: "Wat willen jullie?" "Here," antwoordden zij, "wij willen zo graag kunnen zien!" Jezus kreeg medelijden met hen en raakte hun ogen aan. Zij konden onmiddellijk zien en gingen met Hem mee."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

21 september 2017 MatthŽus 20:20-21
20 september 2017 MatthŽus 20:17-19
19 september 2017 MatthŽus 20:16
18 september 2017 MatthŽus 20:14-15
17 september 2017 MatthŽus 20:13
16 september 2017 MatthŽus 20:10-12
15 september 2017 MatthŽus 20:8-9
 

Home