Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Woensdag 13 september 2017

 

MatthŽus 19:27-30

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden? En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels. En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten."

"Toen zei Petrus tegen hem: 'Wij hebben wťl alles verlaten om u te volgen, wat zullen wij krijgen?' Jezus antwoordde: 'Ik verzeker jullie: wanneer alles vernieuwd wordt en de Mensenzoon in al zijn majesteit op zijn troon zal zitten, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn, plaatsnemen op twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van IsraŽl. En ieder die huizen, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of akkers opgeeft omwille van mijn naam, zal honderdmaal zoveel terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen. Veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten zullen de eersten zijn.'"

"Daarop vroeg Petrus: 'Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?' Jezus zei tegen hen: 'Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van IsraŽl. En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten."

"Daarop vroeg Petrus: 'Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?' Jezus zei tegen hen: 'Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van IsraŽl. En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten."

"Petrus merkte op: "Wij hebben alles verlaten om U te volgen. Hoe staat het dan met ons?" Jezus antwoordde: "Luister, wanneer Ik eenmaal op mijn schitterende troon zal zitten, zullen ook jullie op twaalf tronen zitten om recht te spreken over de twaalf stammen van IsraŽl. Ieder die zijn huis, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of bezittingen opgeeft om Mij te volgen, zal honderdmaal zoveel terugkrijgen. En bovendien krijgt hij het eeuwige leven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten."

 

Overdenking van vandaag:

Op het eerste gezicht, lijkt de verklaring en de vraag van Petrus zelf-dienend te zijn. De vraag heeft echter meer te maken met zijn zoeken naar de zekerheid dat zij inderdaad geprobeerd hebben om hem te volgen. Zij hadden, in feite, alles gelaten om hem te volgen. Hoewel zij niet altijd begrepen of ze het juiste gedaan hadden, hadden ze alles opgeofferd om hem te volgen. We moeten de grote offers die deze 12 hadden gemaakt, niet te klein achten.  

Toen Jezus gekruisigd werd, moet dat hun verbijstering des te ernstiger hebben gemaakt. Jezus keurt Petrus ook niet af. In plaats daarvan, zoals hij dat met vele anderen deed die wanhopig voor zijn verzorging en genezing vroegen, bevestigt hij hem.  

Op dezelfde manier, als wij echt ons leven in gehoorzaamheid aan Jezus Christus als Heer overleveren, belooft hij ons dezelfde soort zegen. Net zoals wij het offer van God niet kunnen evenaren, zo kunnen we niet eens beginnen te beseffen hoe groot zijn uiteindelijke zegeningen voor ons zijn die van hem hielden en ernaar zochten hem trouw te volgen!

 

Gebed:

Almachtig en genadig God, ik vertrouw op uw beloften. Geef me de moed om met een radicaal geloof in Jezus als Heer te leven, wetende dat elke ontbering hier niet onopgemerkt en onbeloond zal blijven door uw genade. In de naam van Jezus bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 19:13-30

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve. Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen. En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar. En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe? En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, [namelijk] God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden. Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: [Deze]: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog? Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij. Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen. En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan. En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods. Zijn discipelen nu, [dit] horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden? En Jezus, [hen] aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden? En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels. En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten."

"De mensen brachten kinderen bij hem. Ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en voor hen zou bidden. De leerlingen vielen tegen hen uit, maar Jezus zei: 'Laat die kinderen toch bij mij komen; houd ze niet tegen! Want voor wie zijn zoals zij is het hemelse koninkrijk.' En hij legde hun de handen op. Daarna ging hij daarvandaan. Er kwam iemand naar hem toe met de vraag: 'Meester, wat voor goeds moet ik doen om eeuwig leven te krijgen?' Jezus zei: 'Waarom stelt u mij een vraag over het goede? Er is er maar ťťn die goed is! Als u het eeuwige leven wilt binnengaan, houd u dan aan de geboden.' 'Welke?' vroeg hij. Jezus antwoordde: 'U mag niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen, geen valse verklaringen afleggen, heb eerbied voor uw vader en uw moeder en heb uw naaste lief als uzelf.' 'Aan al die geboden heb ik mij gehouden,' zei de jongeman, 'wat kan ik nog meer doen?' Jezus antwoordde: 'Als u volmaakt wilt zijn, ga dan al uw bezittingen verkopen, geef het geld aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel. Kom dan terug en volg mij.' Toen de jongeman dat hoorde, ging hij terneergeslagen weg, want hij had veel bezittingen. 'Ik verzeker jullie,' zei Jezus tegen zijn leerlingen, 'het zal een rijke veel moeite kosten het hemelse koninkrijk binnen te komen. Ja, ik zeg jullie: het is voor een kameel gemakkelijker om door het oog van een naald te kruipen dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te komen.' Toen de leerlingen dat hoorden, vroegen ze verbijsterd: 'Wie kan dan nog gered worden?' Jezus keek hen aan en zei: 'Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.' Toen zei Petrus tegen hem: 'Wij hebben wťl alles verlaten om u te volgen, wat zullen wij krijgen?' Jezus antwoordde: 'Ik verzeker jullie: wanneer alles vernieuwd wordt en de Mensenzoon in al zijn majesteit op zijn troon zal zitten, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn, plaatsnemen op twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van IsraŽl. En ieder die huizen, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of akkers opgeeft omwille van mijn naam, zal honderdmaal zoveel terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen. Veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten zullen de eersten zijn.'"

"Toen werden kinderen tot Hem gebracht, opdat Hij hun de handen zou opleggen en bidden; doch de discipelen bestraften hen. Maar Jezus zeide: Laat de kinderen geworden en verhindert ze niet tot Mij te komen, want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen. En Hij legde hun de handen op en vertrok vandaar. En zie, iemand kwam tot Hem en zeide: Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Een is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden. Hij zeide tot Hem: Welke? Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. De jongeling zeide tot Hem: Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort? Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij. Toen de jongeling [dit] woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen. Jezus zeide tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan. Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat. Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden: Wie kan dan behouden worden? Jezus zag hen aan en zeide: Bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn? Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israel te richten. En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten."

"Daarop brachten de mensen kinderen bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou bidden. Toen de leerlingen hen berispten, zei Jezus: 'Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.' En nadat hij hun de handen had opgelegd, trok hij weer verder. Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag: 'Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?' Hij antwoordde: 'Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar ťťn die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.' 'Welke?' vroeg hij. 'Deze, 'antwoordde Jezus, 'pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.' De jongeman zei: 'Daar houd ik me aan. Wat kan ik nog meer doen?' Jezus antwoordde hem: 'Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.' Na dit antwoord ging de jongeman terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: 'Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.' Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: 'Wie kan er dan nog gered worden?' Jezus keek hen aan en antwoordde hun: 'Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.' Daarop vroeg Petrus: 'Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?' Jezus zei tegen hen: 'Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van IsraŽl. En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten."

"Later brachten enkele mensen hun kinderen bij Jezus. Zij wilden graag dat Hij Zijn handen op hen zou leggen en voor hen zou bidden. Maar de discipelen zeiden dat zij Hem niet mochten lastig vallen. "Laat die kinderen toch bij Mij komen," zei Jezus. "Houd ze niet tegen. Want het Koninkrijk van de hemelen is ook voor hen." Hij legde Zijn handen op hun hoofdjes en zegende hen voordat Hij verder ging. Er kwam een jongeman bij Hem met de vraag: "Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?" "Waarom komt u met die vraag bij Mij?" vroeg Jezus. "Alleen God is toch goed? Maar om op uw vraag te antwoorden: Als u het eeuwige leven wilt hebben, moet u zich houden aan de geboden." "Welke geboden?" vroeg hij. Jezus antwoordde: "U mag niet moorden. U mag geen overspel plegen. U mag niet stelen. U mag niet liegen. U moet respect hebben voor uw ouders. U moet net zoveel van uw medemens houden als van uzelf." "Maar daar heb ik mij altijd aan gehouden. Wat moet ik dan nog meer doen?" vroeg de jonge man. "Als u volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis en verkoop alles wat u hebt. Geef uw geld aan de armen en u zult rijk zijn in de hemel. Kom dan terug om met Mij mee te gaan." Toen de jongeman dit hoorde, werd hij heel verdrietig en ging weg. Want hij was erg rijk. Jezus zei tegen Zijn discipelen: "Voor een rijke is het bijna onmogelijk om in het Koninkrijk van de hemelen te komen. Je kunt zeggen dat het voor een kameel gemakkelijker is om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om in het Koninkrijk van God te komen!" Door die opmerking raakten de discipelen erg in de war. "Wie kan dan gered worden?" vroegen zij. Jezus keek hen ernstig aan en zei: "Menselijk gesproken, niemand. Maar bij God is alles mogelijk." Petrus merkte op: "Wij hebben alles verlaten om U te volgen. Hoe staat het dan met ons?" Jezus antwoordde: "Luister, wanneer Ik eenmaal op mijn schitterende troon zal zitten, zullen ook jullie op twaalf tronen zitten om recht te spreken over de twaalf stammen van IsraŽl. Ieder die zijn huis, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of bezittingen opgeeft om Mij te volgen, zal honderdmaal zoveel terugkrijgen. En bovendien krijgt hij het eeuwige leven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

12 september 2017 MatthŽus 19:25-26
11 september 2017 MatthŽus 19:23-24
10 september 2017 MatthŽus 19:21-22
9 september 2017 MatthŽus 19:17-20
8 september 2017 MatthŽus 19:16
7 september 2017 MatthŽus 19:13-15
6 september 2017 MatthŽus 19:10-12
 

Home