Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zondag 13 mei 2018

 

Johannes 6:52-56

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze [Zijn] vlees te eten geven? Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem."

"Toen begonnen de Joden heftig met elkaar te redetwisten: 'Hoe kan die man ons zijn vlees te eten geven?' 'Ik zeg u,' zei Jezus hun, 'als u het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en ik zal hem uit de dood opwekken op de laatste dag. Want mijn vlees is echt eten en mijn bloed is echt drinken. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik in hem."

"Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: 'Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!' Daarop zei Jezus: 'Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem."

"Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: 'Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!' Daarop zei Jezus: 'Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem."

"De Joden kregen hierover ruzie onder elkaar. "Hoe kan Hij ons Zijn lichaam te eten geven?" zeiden zij. "Ik zeg het nog eens," zei Jezus. "Als u mijn vlees niet eet en mijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u. Maar wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven. Zo iemand zal Ik op de laatste dag uit de dood terughalen. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik blijf in hem."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus maakte het niet makkelijk voor mensen om hem te volgen. Soms vergeten we dit vandaag de dag, wanneer er zoveel "aas" gebruikt wordt om te proberen mensen naar Jezus uit te nodigen.  

Dit hoofdstuk herinnert ons eraan dat Jezus de bedenkingen en grillen betwistte die mensen over hem hadden en hen aanstuurde om een alles of niets beslissing te maken over zijn identiteit en betekenis. Hij zou zichzelf niet toestaan om enkel een held van de massa te worden die wonderen verricht.  

Integendeel, hij daagde de mensen van zijn tijd uit (en ons ook, als we eerlijk zijn met onszelf!) om hem te volgen met alles wat ze hadden of hem te verwerpen en weg te gaan. Jezus is ofwel alles wat God voor ons wil of hij is een gevaarlijke gek om afgewezen te worden. Waarvoor kiezen wij?  

Jezus weigert om onze eenvoudige en aardige religieuze leider te zijn, hij daagt ons uit hem te zien als ons leven en onze steun. De vraag is niet of wij dit geloven, maar of we leven met deze overtuiging als een realiteit in ons dagelijks leven!

 

Gebed:

Vader, ik beken dat ik vaak wil dat mijn discipelschap gemakkelijker gemaakt wordt. Ik realiseer dat ik vaak wil dat uw waarheden gemakkelijker begrepen worden. Ik hou van Jezus met heel mijn hart, maar om één of andere reden, vind ik mezelf niet afhankelijk van hem in mijn leven en mijn steun. Vader, vergeef mij dan alstublieft niet zomaar, maar geef me een dieper bewustzijn van mijn honger naar uw Levensbrood in mijn leven. Voed me met zijn leven als ik probeer om hem in alles wat ik doe als eerste te plaatsen. In zijn naam, Jezus Christus de Heer, bid ik. Amen.

 

Contekst: Johannes 6:41-59

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is. En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald? Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander. Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die [het] van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven. Ik ben het Brood des levens. Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven. Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld. De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze [Zijn] vlees te eten geven? Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; [alzo] die Mij eet, dezelve zal leven door Mij. Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven. Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapernaum."

"Omdat hij gezegd had: 'Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald,' begonnen de Joden te protesteren: 'Is dat niet Jezus, de zoon van Jozef? We kennen zijn vader en moeder. Hoe kan hij dan nu zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald?' 'Mopper toch niet zo onder elkaar,' zei Jezus tegen hen. 'Niemand kan bij mij komen als de Vader die mij gezonden heeft, hem niet haalt; en ik zal hem uit de dood opwekken op de laatste dag. Bij een van de profeten staat geschreven: Allen zullen God als leermeester hebben. Iedereen die naar het onderricht van de Vader luistert en daarvan leert, zal naar mij toe komen. Dat betekent niet dat iemand de Vader heeft gezien; alleen hij die van God komt, heeft de Vader gezien. Ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood dat leven geeft. Uw voorouders hebben in de woestijn het manna gegeten en zijn toch gestorven. Maar wie dit brood eet dat uit de hemel neerdaalt, zal niet sterven. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven, is mijn vlees dat ik zal geven voor het leven van de wereld.' Toen begonnen de Joden heftig met elkaar te redetwisten: 'Hoe kan die man ons zijn vlees te eten geven?' 'Ik zeg u,' zei Jezus hun, 'als u het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en ik zal hem uit de dood opwekken op de laatste dag. Want mijn vlees is echt eten en mijn bloed is echt drinken. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik in hem. De levende Vader heeft mij gezonden en ik leef door de Vader, zo zal ook hij die mij eet, leven door mij. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; het is niet het brood dat uw voorouders hebben gegeten, want zij zijn gestorven. Maar wie dit brood eet, zal eeuwig leven.' Dit alles zei Jezus toen hij onderricht gaf in de synagoge van Kafarnaum."

"De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood, dat uit de hemel nedergedaald is, en zij zeiden: Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij nu: Ik ben uit de hemel nedergedaald? Jezus antwoordde en zeide tot hen: Mort niet onder elkander. Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God geleerd zijn. Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij. Niet, dat iemand de Vader gezien heeft; alleen die van God komt, die heeft de Vader gezien. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld. De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan deze ons zijn vlees te eten geven? Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven. Dit zeide Hij, lerende in de synagoge te Kafarnaum."

"De Joden begonnen te protesteren omdat hij zei dat hij het brood was dat uit de hemel was neergedaald. 'Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald?' Jezus zei: 'Ik hoor u bezwaren maken. Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken. Het staat geschreven in de Profeten: "Zij zullen allemaal door God onderricht worden." Iedereen die naar de Vader luistert en van hem leert komt bij mij. Niet dat iemand ooit de Vader gezien heeft–alleen hij die van God komt, heeft hem gezien. Waarachtig, ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood dat leven geeft. Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.' Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: 'Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!' Daarop zei Jezus: 'Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem. De levende Vader heeft mij gezonden, en ik leef door de Vader; zo zal wie mij eet, leven door mij. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet het brood dat uw voorouders aten; zij zijn gestorven, maar wie dit brood eet zal eeuwig leven.' Dit alles zei hij in de synagoge van Kafarnaüm toen hij daar onderricht gaf."

"De Joden begonnen onrust te stoken, omdat Hij had gezegd: "Ik ben het brood dat uit de hemel is gekomen." Zij zeiden tegen elkaar. "Die man is niemand anders dan Jezus, de zoon van Jozef. Wij kennen Zijn vader en moeder! Hoe durft Hij dan te zeggen dat Hij uit de hemel is gekomen?" "Houd op met dat gemopper," zei Jezus. "Niemand kan bij Mij komen als de Vader hem niet zover brengt. En op de laatste dag zal Ik hem uit de dood terughalen. De profeet Jesaja heeft geschreven: 'Zij zullen allemaal door God onderwezen worden.' Ieder die de stem van God hoort en naar Hem luistert, komt bij Mij. Niet dat ooit iemand de Vader heeft gezien. Alleen Ik heb Hem gezien, want Ik kom bij Hem vandaan. Luister goed: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood, dat leven geeft. Uw voorouders hebben in de woestijn brood uit de hemel gegeten en zijn toch gestorven. Maar met dit brood uit de hemel is het anders. Wie hiervan eet, zal niet sterven. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is gekomen. Wie van dit brood eet, zal altijd blijven leven. Het brood dat Ik voor het leven van de wereld zal geven, is mijn lichaam." De Joden kregen hierover ruzie onder elkaar. "Hoe kan Hij ons Zijn lichaam te eten geven?" zeiden zij. "Ik zeg het nog eens," zei Jezus. "Als u mijn vlees niet eet en mijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u. Maar wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven. Zo iemand zal Ik op de laatste dag uit de dood terughalen. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik blijf in hem. Ik leef door de kracht van de Vader, Die Mij gestuurd heeft. Als iemand Mij eet, zal hij leven door mijn kracht. Ik ben het brood dat uit de hemel is gekomen. Wie het eet, zal altijd blijven leven. Het is heel ander brood dan uw voorouders vroeger hebben gekregen, want die zijn tenslotte toch gestorven." Hij zei deze dingen terwijl Hij in een synagoge van Kapernaüm aan het woord was."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

12 mei 2018 Johannes 6:51
11 mei 2018 Johannes 6:48-50
10 mei 2018 Johannes 6:47
9 mei 2018 Johannes 6:45-46
8 mei 2018 Johannes 6:43-44
7 mei 2018 Johannes 6:41-42
6 mei 2018 Johannes 6:40
 

Home