Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 28 augustus 2017

 

MatthŽus 18:21

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal?"

"'Heer,' kwam Petrus aan Jezus vragen, 'hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven, als hij me kwaad doet? Zeven keer?'"

"Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg: 'Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?'"

"Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg: 'Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?'"

"Petrus vroeg: "Here, als ťťn van mijn broeders mij telkens kwaad doet, hoe vaak moet ik hem dan vergeven? Zeven keer?"

 

Overdenking van vandaag:

Zoals zo velen van ons doen, wil Petrus weten wat de grenzen zijn van het verlangen van de Heer voor radicale vergeving. Hoewel naar menselijke normen Petrus' "7 keer"-principe heel genereus is, is de reden om in Jezus' Koninkrijk zelfs te vragen voor een limiet van vergeving ons te laten zien dat zijn geest nog steeds gedomineerd wordt door werelds denken.  

Hemels denken betekent naar een kruis gaan en de beulen van uw kruisiging vergeven! Jezus neemt het hemelse aantal van 7 en vermenigvuldigt het exponentieel om te benadrukken dat wij horen te vergeven zoals wij vergeven zijn en zoals wij vergeven willen worden. In de familie van het Koninkrijk van de Vader, moeten de kinderen vergeven als de Vader!

 

Gebed:

Heer God, verzacht mijn hart en geef me een meer vergevingsgezinde geest. Ik wil niet gierig zijn met genade of rancuneuze veroordeling van diegenen die mijn vergeving nodig hebben. U hebt mij zo barmhartig gezegend in Jezus, ik wil deze genade weerspiegelen in mijn relatie met anderen. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 8:21-35

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zeven [maal]. Daarom wordt het Koninkrijk der hemelen vergeleken bij een zeker koning, die rekening met zijn dienstknechten houden wilde. Als hij nu begon te rekenen, werd tot hem gebracht een, die hem schuldig [was] tien duizend talenten. En als hij niet had, om te betalen, beval zijn heer, dat men hem zou verkopen, en zijn vrouw en kinderen, en al wat hij had, en dat [de] [schuld] zou betaald worden. De dienstknecht dan, nedervallende, aanbad hem, zeggende: Heer! wees lankmoedig over mij, en ik zal u alles betalen. En de heer van dezen dienstknecht, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, heeft hem ontslagen, en de schuld hem kwijtgescholden. Maar dezelve dienstknecht, uitgaande, heeft gevonden een zijner mededienstknechten, die hem honderd penningen schuldig was, en hem aanvattende, greep [hem] bij de keel, zeggende: Betaal mij, wat gij schuldig zijt. Zijn mededienstknecht dan, nedervallende aan zijn voeten, bad hem, zeggende: Wees lankmoedig over mij, en ik zal u alles betalen. Doch hij wilde niet, maar ging heen, en wierp hem in de gevangenis, totdat hij de schuld zou betaald hebben. Als nu zijn mededienstknechten zagen, hetgeen geschied was, zijn zij zeer bedroefd geworden; en komende, verklaarden zij hunnen heer al wat er geschied was. Toen heeft hem zijn heer tot zich geroepen, en zeide tot hem: Gij boze dienstknecht, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, dewijl gij mij gebeden hebt; Behoordet gij ook niet u over uw mededienstknecht te ontfermen, gelijk ik ook mij over u ontfermd heb? En zijn heer, vertoornd zijnde, leverde hem den pijnigers over, totdat hij zou betaald hebben al wat hij hem schuldig was. Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet van harte vergeeft een iegelijk zijn broeder zijn misdaden."

"'Heer,' kwam Petrus aan Jezus vragen, 'hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven, als hij me kwaad doet? Zeven keer?' 'Nee,' antwoordde Jezus, 'geen zeven keer, maar zeventigmaal zeven keer! Daarom is het hemelse koninkrijk te vergelijken met een koning die afrekening wilde houden met zijn dienaars. Toen hij daarmee begonnen was, werd een dienaar voorgeleid die hem miljoenen goudstukken schuldig was. Maar de man kon het niet betalen en daarom gaf de koning bevel hem als slaaf te verkopen, samen met zijn vrouw en kinderen en al zijn bezittingen, om hem zo de schuld te laten voldoen. De dienaar viel voor de koning op zijn knieŽn en smeekte: Geef me uitstel; ik zal u alles betalen. De koning kreeg medelijden met hem; hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt. Buiten ontmoette de dienaar een andere dienaar die hem honderd zilverstukken schuldig was. Hij greep hem bij de keel en zei: Betaal me je schuld. De ander viel op zijn knieŽn en smeekte: Geef me uitstel; ik zal je betalen. Maar hij weigerde en liet de ander zelfs gevangenzetten, totdat hij zijn schuld betaald zou hebben. Toen de andere dienaars dat zagen, werden ze erg verdrietig en gingen alles aan hun koning vertellen. De koning liet de dienaar bij zich roepen en zei tegen hem: Schurk die je bent! Heel je schuld heb ik je kwijtgescholden omdat je mij erom smeekte. Had jij dan geen medelijden moeten hebben met die andere dienaar zoals ik medelijden had met jou? En in zijn woede gaf de koning hem in handen van de beulen totdat hij de hele schuld zou hebben betaald. Zo zal mijn hemelse Vader met ieder van jullie doen, als je je broeder niet van harte vergeeft.'"

"Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal. Daarom is het Koninkrijk der hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening wilde houden met zijn slaven. Toen hij begon te rekenen, werd een voor hem geleid, die tienduizend talenten schuldig was. Omdat hij niet bij machte was te betalen, beval zijn heer hem te verkopen, met zijn vrouw en kinderen en al wat hij bezat, opdat er betaald kon worden. De slaaf wierp zich neder als smekeling en zeide: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. De heer van die slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt. Toen die slaaf wegging, trof hij een zijner medeslaven aan, die hem honderd schellingen schuldig was, en hij greep hem bij de keel en zeide: Betaal wat gij schuldig zijt. De medeslaaf nu wierp zich voor hem neder en bad hem dringend, zeggende: Heb geduld met mij en ik zal u betalen. Doch hij wilde niet, maar ging heen en zette hem gevangen, totdat hij het verschuldigde zou betaald hebben. Toen nu zijn medeslaven zagen, wat er gebeurd was, werden zij zeer verdrietig en gingen hun heer al wat er gebeurd was, mededelen. Toen ontbood zijn heer hem en zeide tot hem: Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u? En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben. Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft."

"Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg: 'Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?' Jezus antwoordde: 'Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven. Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: "Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen." Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: "Betaal me alles wat je me schuldig bent!" Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: "Heb geduld met mij, ik zal je betalen." Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: "Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?" En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.'"

"Petrus vroeg: "Here, als ťťn van mijn broeders mij telkens kwaad doet, hoe vaak moet ik hem dan vergeven? Zeven keer?" "Nee," antwoordde Jezus, "70 keer zeven keer!" "U kunt het Koninkrijk van de hemelen vergelijken met een koning die besloot geld op te eisen dat hij tegoed had. Niet lang nadat hij daarmee was begonnen, werd iemand bij hem gebracht die hem vele miljoenen schuldig was. Maar de man kon niet betalen. De koning nam het besluit hem als slaaf te verkopen om zo aan geld te komen. Ook zijn vrouw en kinderen en al zijn bezittingen moesten worden verkocht. De man liet zich voor de koning neervallen, met zijn gezicht in het stof. Hij smeekte: 'Och majesteit, geef mij uitstel. Dan zal ik u alles terugbetalen.' De koning kreeg medelijden met hem, liet hem vrij en zei dat hij niets meer hoefde te betalen. Nauwelijks was de man weer buiten of hij ontmoette iemand van wie hij nog wat geld tegoed had. Hij greep hem bij de keel en eiste zijn geld onmiddellijk terug. De ander viel voor hem neer en smeekte: 'Geef mij uitstel. Dan zal ik alles terugbetalen.' Maar de man wilde niet wachten en liet hem gevangen zetten, tot hij zijn schuld volledig zou hebben betaald. Enkele andere mensen die het zagen, vonden dit verschrikkelijk. Ze gingen het de koning vertellen. De koning liet de man bij zich roepen en zei: 'Ondankbare hond! Ik heb u die enorme schuld kwijtgescholden, omdat u mij erom had gesmeekt. Moest u dan geen medelijden hebben met die ander, zoals ik medelijden heb gehad met u?' De koning was woedend en stuurde hem naar de folterkamer. Daar moest hij blijven tot de laatste cent betaald was. Zo zal mijn hemelse Vader ook met u doen als u uw broeders niet van harte vergeeft wat zij u hebben aangedaan."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

27 augustus 2017 MatthŽus 18:18-20
26 augustus 2017 MatthŽus 18:16-17
25 augustus 2017 MatthŽus 18:15
24 augustus 2017 MatthŽus 18:12-14
23 augustus 2017 MatthŽus 18:10
22 augustus 2017 MatthŽus 18:8-9
21 augustus 2017 MatthŽus 18:6-7
 

Home