Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Maandag 17 juli 2017

 

MatthŽus 14:34-36

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En overgevaren zijnde, kwamen zij in het land Gennesaret. En als de mannen van die plaats Hem werden kennende, zonden zij in dat gehele omliggende land, en brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren; En baden Hem, dat zij alleenlijk den zoom Zijns kleeds zouden mogen aanraken; en zovelen als [Hem] aanraakten, werden gezond."

"Toen ze het meer waren overgestoken, kwamen ze aan land in het gebied van Gennesaret. Zodra de inwoners van die plaats hem herkenden, stuurden ze boodschappers naar de hele omgeving. De mensen brachten alle zieken naar Jezus toe en vroegen hem of die alleen maar even de kwast van zijn mantel mochten aanraken. En allen die hem aanraakten, werden beter."

"Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret. De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond."

"Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret. De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond."

"Zij legden aan in Gennťsareth. Het nieuws dat Jezus er was, ging als een lopend vuurtje door het hele gebied, want Hij was herkend door enkele mannen die op de oever stonden. Van alle kanten werden er zieken bij Hem gebracht. Zij smeekten of ze Hem mochten aanraken, al was het maar de kwast van Zijn mantel. Allen die dat deden, werden helemaal gezond."

 

Overdenking van vandaag:

Terwijl Jezus zich in een zeer drukke tijd bevindt in zijn dienen, een moment dat hij zich wil richten op de leerlingen en hun wil voorbereiden op zijn vertrek, maakt hij toch nog tijd voor de veeleisende menigte. Hij is er om te helpen. Met de menigte is hij begaan. Er is niet veel kans dat zij kunnen of willen begrijpen wie hij is of wat hij uitvoert tot na het kruis. Maar nog steeds dient hij en zorgt hij voor hen, zelfs wanneer, misschien vooral wanneer ze hem niet iets kunnen teruggeven.  

Niet alleen heeft hij de macht, hij heeft ook barmhartigheid. In plaats van zich te gedragen als een verwende moderne atleet die geen handtekeningen wil geven, stelt Jezus zich ter beschikking van het publiek om van zichzelf te geven.

 

Gebed:

Liefdevolle God en Vader van alle mensen, verzacht mijn hart om meer bewust te worden, geduldig en actief mee te leven met degenen die gebroken zijn. Geef me ogen die meer zien dan alleen maar mijn eigen problemen. Leer mij te dienen op een manier die u eer brengt en anderen zegent. Geef me alstublieft de wijsheid om te weten wanneer en hoe ik anderen kan helpen die in nood zijn die u op mijn pad plaatst. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 14:22-36

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten. En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen. En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was [hun] tegen. Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee. En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vreze. Maar terstond sprak hen Jezus aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet. En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water. En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen. Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij! En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld? En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind. Die nu in het schip [waren], kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon! En overgevaren zijnde, kwamen zij in het land Gennesaret. En als de mannen van die plaats Hem werden kennende, zonden zij in dat gehele omliggende land, en brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren; En baden Hem, dat zij alleenlijk den zoom Zijns kleeds zouden mogen aanraken; en zovelen als [Hem] aanraakten, werden gezond."

"Jezus zei zijn leerlingen dat ze in de boot moesten stappen om alvast naar de overkant te varen. Hij zou intussen de mensen naar huis sturen. Toen hij dat gedaan had, ging hij de berg op om er te bidden zonder dat er anderen bij waren. De avond viel en hij was daar alleen. De boot had zich al honderden meters van de kust verwijderd. De golven beukten het schip, want de wind was tegen. In de nanacht kwam hij naar de leerlingen toe, lopend over het meer. Toen ze hem over het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. 'Een spook!' riepen ze en ze schreeuwden van angst. Maar Jezus riep hun onmiddellijk toe: 'Blijf kalm! Ik ben het; wees niet bang!' 'Heer, als u het bent,' zei Petrus, 'laat me dan over het water naar u toe komen.' 'Kom!' zei Jezus. En Petrus stapte de boot uit en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hard het waaide, werd hij bang. Hij begon te zinken en riep: 'Heer, red mij!' Meteen stak Jezus zijn hand uit en pakte hem vast. 'Wat is je geloof klein!' zei hij. 'Waarom twijfelde je?' Toen ze in de boot waren gestapt, ging de wind liggen. De leerlingen in de boot vielen voor hem op de knieŽn en zeiden: 'Werkelijk, u bent de Zoon van God.' Toen ze het meer waren overgestoken, kwamen ze aan land in het gebied van Gennesaret. Zodra de inwoners van die plaats hem herkenden, stuurden ze boodschappers naar de hele omgeving. De mensen brachten alle zieken naar Jezus toe en vroegen hem of die alleen maar even de kwast van zijn mantel mochten aanraken. En allen die hem aanraakten, werden beter."

"En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden. En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen. Doch het schip was reeds vele stadien van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen. In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee. Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees. Terstond sprak Jezus hen aan en zeide: Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd! Petrus antwoordde Hem en zeide: Here, als Gij het zijt, beveel mij dan tot U te komen over het water. En Hij zeide: Kom! En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus. Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en begon te zinken en hij schreeuwde: Here, red mij! Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zeide tot hem: Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen? En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. Die in het schip waren, vielen voor hem neder en zeiden: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon! En toen zij overgestoken waren, kwamen zij in Gennesaret aan land. En zodra de mannen van die plaats Hem herkend hadden, zonden zij bericht in die gehele omgeving, en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, en zij smeekten Hem, dat zij alleen maar de kwast van zijn kleed mochten aanraken. En allen, die Hem aanraakten, werden behouden."

"Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. De boot was intussen al vele stadiŽn van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: 'Een spook!' en schreeuwden het uit van angst. Meteen sprak Jezus hen aan: 'Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!' Petrus antwoordde: 'Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.' Hij zei: 'Kom!' Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: 'Heer, red me!' Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: 'Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?' Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: 'U bent werkelijk Gods Zoon!' Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret. De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond."

"Hierna zei Hij tegen Zijn discipelen dat zij met de boot moesten overvaren naar de andere kant van het meer. Hij zou nog blijven om de mensen weg te sturen. Toen iedereen weg was, ging Hij alleen de berg op om te bidden. Het werd donker en de discipelen waren al ver op het meer. Zij kwamen niet erg vooruit door de harde tegenwind en de hoge golven. Om een uur of vier in de morgen liep Jezus over het water naar hen toe. Zij schreeuwden van angst en dachten dat het een spook was. Hij stelde hen gerust. "Wees maar niet bang; Ik ben het." Petrus riep: "Here, als U het werkelijk bent, zeg dan dat ik over het water naar U toe mag komen!" "Goed," riep Jezus. "Kom maar!" Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar hij besefte ineens dat er een heel harde wind stond. De golven waren erg hoog! De schrik sloeg hem om het hart en hij begon te zinken. "Here, help mij!" schreeuwde hij. Jezus stak hem Zijn hand toe en trok hem uit het water. "Och, twijfelaar," zei Hij, "waarom heb je zo weinig vertrouwen in Mij?" Zodra zij in de boot stapten, ging de wind liggen. De anderen bogen zich vol ontzag voor Jezus neer. "U bent inderdaad de Zoon van God!" zeiden zij. Zij legden aan in Gennťsareth. Het nieuws dat Jezus er was, ging als een lopend vuurtje door het hele gebied, want Hij was herkend door enkele mannen die op de oever stonden. Van alle kanten werden er zieken bij Hem gebracht. Zij smeekten of ze Hem mochten aanraken, al was het maar de kwast van Zijn mantel. Allen die dat deden, werden helemaal gezond."

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

16 juli 2017 MatthŽus 14:32-33
15 juli 2017 MatthŽus 14:28-31
14 juli 2017 MatthŽus 14:24-27
13 juli 2017 MatthŽus 14:22-23
12 juli 2017 MatthŽus 14:15-21
11 juli 2017 MatthŽus 14:13-14
10 juli 2017 MatthŽus 14:6-12
 

Home