Lees meer...

Gratis E-maildiensten!

Ontvang GRATIS dagelijks reflecties en meer via e-mail!

Dagelijkse Overdenking
Wat Jezus Deed
Dagelijks Christelijke Quote
Dagelijks Bijbelvers

 

Wat Jezus Deed

Zaterdag 1 juli 2017

 

MatthŽus 13:36-39

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Toen nu Jezus de scharen [van] [Zich] gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers. En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen; En de akker is de wereld; en het goede zaad, zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen; En de vijand, die hetzelve gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen."

"Jezus stuurde de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen gingen naar hem toe en vroegen: 'Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?' Hij antwoordde: 'Hij die het goede zaad uitzaaide, is de Mensenzoon. De akker is de wereld. Het goede zaad zijn de mensen die horen bij het koninkrijk. Het onkruid zijn degenen die bij de duivel horen. De vijand die het onkruid zaait, is de duivel. De oogst is de voltooiing van de wereld, en de maaiers zijn de engelen."

"Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: 'Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?' Hij antwoordde hun: 'Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen."

"Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: 'Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?' Hij antwoordde hun: 'Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen."

"Jezus stuurde de mensen weg en ging naar huis. Zijn discipelen kwamen bij Hem zitten en vroegen wat Hij bedoelde met de gelijkenis over het onkruid tussen het graan. "Luister," zei Hij. "Ik ben de boer die het goede zaad zaait. Het land is de wereld. Het goede zaad zijn de mensen die bij het Koninkrijk horen. En het onkruid zijn de mensen die bij de duivel horen. De vijand die het onkruid heeft gezaaid, is de duivel. De oogst is het einde van deze tijd en de maaiers zijn de engelen."

 

Overdenking van vandaag:

Jezus verlaat de menigte. De mensen zullen hem niet bezitten. De rest van zijn leven zullen ze zelfs niet de bron zijn van zijn grootste of meest belangrijke taak. Hij zal zich concentreren op zijn leerlingen. Ze zijn zijn werk, omdat ze het kunnen blijven doen na hem. Hij zal zichzelf begeven in het vormen van hen en hen voorbereiden op een dienend leven. Nogmaals herinnert Jezus de discipelen eraan dat hun dienen en zijn kerk zullen leven in een echte wereld, waar veel mensen hem niet volgen.  

In feite; degenen die hem niet volgen zijn onder de heerschappij van Satan tot zekere hoogte (EfeziŽrs 2:1-3). Terwijl we in de wereld zijn, zijn we niet aan de wereld gebonden. Terwijl de wereld op momenten dingen kan aanbieden die eruit ziet als een origineel geloof, zijn ze niets meer dan Satans misleidende leugens.  

Ons doel is om een verschil te maken in het leven van degenen die in de wereld zijn en hen in het koninkrijk van licht te brengen en hen voor te bereiden op de dag van de oogst van de Heer.

 

Gebed:

Meest krachtige en heilige God, help mij om te begrijpen wat er op het spel staat in het leven van mensen die u niet kennen als Heer. Geef me alstublieft een overgave om met Jezus te werken om hen te bevrijden van de afhankelijkheid waaronder Satan hen bezit. Wakker mijn passie, mijn inzicht en mijn timing aan door uw Geest, zodat ik door u kan worden gebruikt om een verschil te maken in het leven van mijn vrienden die geen deel zijn van de familie van het koninkrijk. In Jezus' naam bid ik. Amen.

 

Contekst: MatthŽus 13:24-43

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker. En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg. Toen het nu [tot] kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid. En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid? En hij zeide tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en datzelve vergaderen? Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt. Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur. Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid; Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken. Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, [zeggende]: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was. Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet. Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld. Toen nu Jezus de scharen [van] [Zich] gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers. En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen; En de akker is de wereld; en het goede zaad, zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen; En de vijand, die hetzelve gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen. Gelijkerwijs dan het onkruid vergaderd, en met vuur verbrand wordt, alzo zal het [ook] zijn in de voleinding dezer wereld. De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen, en degenen, die de ongerechtigheid doen; En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden. Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders. Die oren heeft om te horen, die hore."

"Jezus vertelde hun nog een gelijkenis. 'Het hemelse koninkrijk lijkt op iemand die goed zaad op zijn akker zaaide. Maar 'snachts toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen het koren en verdween weer. Toen het jonge groen opkwam en vrucht begon te zetten, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De knechten gingen naar de eigenaar toe en vroegen: Heer, u hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dan al dat onkruid vandaan? Hij antwoordde: Dat heeft een vijand van me gedaan. Zijn knechten zeiden: Wilt u dat we het onkruid ertussenuit gaan halen? Nee, zei hij, want als jullie het ertussenuit halen, trek je ook het koren mee uit. Laat het onkruid maar samen met het koren opgroeien tot de oogst. En als de oogsttijd is gekomen, zal ik tegen de maaiers zeggen: Haal eerst het onkruid bijeen en bind het tot bossen samen om het te verbranden; verzamel dan het koren en sla het op in mijn schuur.' Jezus vertelde hun nog een gelijkenis: 'Het hemelse koninkrijk lijkt op een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaait. Het is het kleinste van alle zaden, maar als het opkomt, wordt het groter dan alle andere planten: het wordt een boom, zodat de vogels in de lucht in zijn takken komen nestelen.' Nog een gelijkenis vertelde hij hun: 'Het hemelse koninkrijk lijkt op gist. Een vrouw doet wat gist in drie maten meel, en later blijkt het deeg helemaal gerezen.' Dat alles vertelde Jezus de menigte aan de hand van gelijkenissen. Hij vertelde hun niets zonder gelijkenissen. Zo ging in vervulling wat door de profeet gezegd is: Ik zal spreken in gelijkenissen, ik zal onthullen wat verborgen is sinds de schepping van de wereld. Jezus stuurde de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen gingen naar hem toe en vroegen: 'Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?' Hij antwoordde: 'Hij die het goede zaad uitzaaide, is de Mensenzoon. De akker is de wereld. Het goede zaad zijn de mensen die horen bij het koninkrijk. Het onkruid zijn degenen die bij de duivel horen. De vijand die het onkruid zaait, is de duivel. De oogst is de voltooiing van de wereld, en de maaiers zijn de engelen. Zoals het onkruid bijeen wordt gehaald en in het vuur wordt verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van de wereld. De Mensenzoon zal zijn engelen uitsturen en zij zullen uit zijn koninkrijk bijeenbrengen alles wat tot kwaad aanzet en allen die kwaad doen, en zij zullen hen in de brandende oven gooien. Daar zullen ze huilen en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Wie oren heeft, moet ook luisteren!'"

"Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker. Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid? Hij zeide tot hen: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De slaven zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide: Neen, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur. Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. Het is wel het kleinste van alle zaden, maar als het volgroeid is, is het groter dan de tuingewassen en het wordt een boom, zodat de vogelen des hemels in zijn takken kunnen nestelen. Nog een gelijkenis sprak Hij tot hen: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welke een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het geheel doorzuurd was. Dit alles zeide Jezus in gelijkenissen tot de scharen en zonder gelijkenis zeide Hij niets tot hen, opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zeide: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is. Toen liet Hij de scharen gaan en ging naar huis. En zijn discipelen kwamen bij Hem en zeiden: Maak ons de gelijkenis van het onkruid in de akker duidelijk. Hij antwoordde en zeide: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen; de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Koninkrijk; het onkruid zijn de kinderen van de boze; de vijand, die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding der wereld; de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding der wereld. De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die de ongerechtigheid bedrijven, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk huns Vaders. Wie oren heeft, die hore!"

"Hij hield hun een andere gelijkenis voor: 'Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid te voorschijn. De knechten kwamen de heer des huizes vragen: "Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?" Hij antwoordde: "Dat is het werk van een vijand." De knechten zeiden tegen hem: "Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?" Hij antwoordde: "Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: 'Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.'"' Hij hield hun een andere gelijkenis voor: 'Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.' Hij vertelde hun een andere gelijkenis: 'Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.' Al deze dingen zei Jezus in gelijkenissen tot de menigte; hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: 'Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.' Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: 'Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?' Hij antwoordde hun: 'Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de Mensenzoon zal zijn engelen erop uitsturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!"

"Jezus vertelde nog een gelijkenis. "U kunt zich het Koninkrijk van de hemelen ook zo voorstellen. Een boer zaaide goed graan op zijn land. Maar op een nacht, terwijl iedereen sliep, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen het graan. Toen het graan begon te groeien, schoot ook het onkruid op. De knechten gingen naar de boer toe en zeiden: 'Het veld waar u dat goede graan hebt gezaaid, staat vol onkruid!' 'Dat heeft een vijand gedaan," zei hij. 'Zullen wij het onkruid ertussen uittrekken?' vroegen zij. 'Nee,' antwoordde de boer. 'Want dan trekken jullie het jonge graan ook mee. Laat ze maar samen opgroeien tot de oogst. Dan zal ik tegen de maaiers zeggen dat zij eerst het onkruid bijeen moeten halen en verbranden. Daarna kunnen zij het graan in de schuur brengen." Jezus vertelde ook deze gelijkenis: "Het Koninkrijk van de hemelen is net een mosterdzaadje dat in de grond wordt gestopt. Het is een bijzonder klein zaadje, maar het wordt een heel grote struik. Net een boom. De vogels komen zelfs in zijn takken schuilen." Hij vertelde nog een andere gelijkenis: "Het Koninkrijk van de hemelen is net gist dat u in het deeg doet om te laten rijzen. Als het deeg door en door is gerezen, kunt u er brood van bakken." Telkens als Jezus de mensen toesprak, vertelde Hij gelijkenissen, dat zijn verhalen met een diepere betekenis. Hij gebruikte voortdurend voorbeelden om duidelijk te maken wat Hij bedoelde. Eťn van de profeten had al gezegd: "Door middel van voorbeelden zal ik duidelijk maken wat van het begin van de wereld af geheim is gebleven." Jezus stuurde de mensen weg en ging naar huis. Zijn discipelen kwamen bij Hem zitten en vroegen wat Hij bedoelde met de gelijkenis over het onkruid tussen het graan. "Luister," zei Hij. "Ik ben de boer die het goede zaad zaait. Het land is de wereld. Het goede zaad zijn de mensen die bij het Koninkrijk horen. En het onkruid zijn de mensen die bij de duivel horen. De vijand die het onkruid heeft gezaaid, is de duivel. De oogst is het einde van deze tijd en de maaiers zijn de engelen. Zoals in dit verhaal het onkruid bijeengehaald en verbrand wordt, zo zal het ook gaan bij het einde van deze tijd. Ik zal mijn engelen erop uitsturen. Zij zullen alle verleidingen en alle slechte mensen uit mijn Koninkrijk bijeenhalen en in de oven gooien. Daar zal het ťťn en al wroeging, tranen en verdriet zijn. Maar de goede en gelovige mensen zullen in het Koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Onthoud dit goed!"

 

Lees deze Wat Jezus deed in:
- Engels

 

Vorige Wat Jezus Deed

30 juni 2017 MatthŽus 13:34-35
29 juni 2017 MatthŽus 13:33
28 juni 2017 MatthŽus 13:31-32
27 juni 2017 MatthŽus 13:24-30
26 juni 2017 MatthŽus 13:23
25 juni 2017 MatthŽus 13:18, 22
24 juni 2017 MatthŽus 13:18, 20-21
 

Home